Ordenen

kunst Elsebeth Hoeven

STRUCTUUR

Welke soort het ook is: het sorteert en schikt. Overal is het een jewelste van op- en verdelen. Talloze systemen en structuren zijn voorhanden, sterker nog: we zitten er letterlijk vol mee. Het zit verankerd in ons DNA. Neem de rij van Fibonacci: 0-1-1-2-3-5-8-13-21- enzovoort. Een wiskundige ordening die je terugvindt in allerlei biologische systemen: hoe planten en diersoorten groeien, hoe de blaadjes van een varen zich ontvouwen, hoe een bijenpopulatie toeneemt, in de structuur van een dennenappel, en ga zo maar door. Ook de meetkundige verhouding de gulden snede – al bekend in de Oudheid en door veel mensen als esthetisch ervaren- is hiervan afgeleid. En dit is dan maar één wiskundige structuur die in en om ons aanwezig is.

TEGENSTELLING

Als ik ga ordenen, begin ik vaak met sorteren op soort: geel bij geel en rood bij rood. Vervolgens zet ik het in tegenstellingen apart.  Klein of groot, licht of donker. Wel zo overzichtelijk. De volgende stap is rangschikken. Leg wat knopen of munten neer en vraag me het te organiseren. Geheid dat ik dat doe van klein naar groot, van licht naar donker of van minder waard naar meer.

META

Op metaniveau zie ik een samenleving die op allerlei manieren geschikt is. Of het nu een wereldje in het klein is of de samenleving als geheel: overal zie je het terug. Met tegenstellingen als jong of oud, vrouw of man, rijk of arm en of seks zus of seks zo. Omdat ordenen bij de mens zo ingebakken zit, willen we ook de dingen die zomaar gebeuren – de boze buitenwereld- terugbrengen tot een herkenbaar opdeelsysteem.

SCHIKDRANG

Kortom, ook in het grotere geheel heerst rangschikdrang. Maar al gauw komt het neer op: jij doet wel mee en jij niet. Het bepaalt tot welke tree van de maatschappelijke trap jij mag klimmen en telt tot welke groep je behoort mee. Jouw opleidingsniveau, sekse, kleur of religie doen ertoe. En niet onbelangrijk: aan die rangen zijn rechten en plichten verbonden, waarbij de hoogste rang meer rechten heeft en de laagste meer plichten.

PIKORDE

Vrijwel iedereen wil bij de bevoorrechten van de groep horen. Daardoor houdt zo’n systeem zichzelf in stand. Veel mensen streven naar een plekje op een hogere tree, want – is de gedachte – dan beschik je over meer geld, status en invloed op hoe je je leven kunt inrichten. 

Velen geloven dat ze die plek bereiken door inspanning. Het credo luidt: “Kwaliteit komt altijd bovendrijven”. Maar is dat wel zo? Hoe beland je eigenlijk op de hoogste plek binnen de pikorde? Vaak moet je voldoen aan een aantal kwalificaties. Opvallend is dat die competenties meestal zijn bedacht door een beperkt deel van de groep, niet toevallig net dat deel dat zelf die kenmerken heeft.

POSITIEVE DISCRIMINATIE

Laat ik een voorbeeld geven van een rangorde waar onze maatschappij nog altijd diep mee doordrenkt is. Een tijd geleden bedacht een klein groepje mensen dat je om mee te mogen praten man, opgeleid en/of in het juiste nest geboren; het soort nest dat ze zelf maar al te goed kenden. Op een gegeven moment bleek het niet zo handig systeem, want wie niet aan die specifieke voorwaarden voldeed, deed niet mee. En dat waren er nogal wat. Vrouwen, bijvoorbeeld. Arbeiders. Mensen met een andere kleur. Bij elkaar opgeteld mocht een flink deel niet meepraten.

KWALITEIT

Die mensen werden het zat en gingen protesteren. Er kwam beweging op gang, al duurt veranderen lang. Stukje bij beetje zijn de eigenschappen waaraan je moet voldoen opgerekt. Toch hoor je voortdurend zorgen over de capaciteiten. Want krijg je met ‘al dat andere volk’ wel het beste? Je hoort ‘kwaliteit’ opvallend vaak in één adem met ‘positieve discriminatie’. Want is dat wel zo’n goed idee? Gaat het niet ten koste van kwaliteit? Komen mensen er dan wel op eigen kracht?

Opvallend vaak zijn het de mensen die al een positie hebben die die vragen stellen. Op zichzelf is dat best ironisch: diezelfde groep heeft decennialang de vruchten heeft geplukt van positieve discriminatie, zonder dat het zo genoemd werd. En nu ze een beetje moesten opschikken, klinkt er gemor. Je kunt die brutale omdraaiing gerust zien als slimme framing.

ZOOTJE ONGEREGELD

Desalniettemin is het herschikken al een tijdje aan de gang. Het kolkt en gonst tegenwoordig. Met talloze op identiteit gebaseerde discussies die in de kern gaan over: ”Tel je mij ook mee?” Omdat sekse, etniciteit, seksuele geaardheid er al zo lang toe doet, zijn dit de lijnen waarlangs het debat zich afspeelt. 

Best een ingewikkeld gedoe eigenlijk. In de samenlevende verzameling mensen zijn er steeds meer deelverzamelingen, in de hoop dat we straks minder soorten nodig hebben.

Ondertussen blijf ik verlangen naar een tijd dat we minder namen nodig hebben om elkaar te schikken.