Kijken in een spiegel waarin je jezelf niet herkent 

Een illustratie uit een Libelle van 1938 van getekende modellen met mantelpakjes

Of ik een vrouw ben, is voor mij geen vraag, maar het vraagt wel wat om me te verhouden tot de clichés over vrouwen. Van jongs af aan kreeg ik allerlei normen en waarden mee over hoe je als vrouw hoort te zijn. Niet alleen de rolmodellen om me heen, maar ook de representaties van vrouwen in tijdschriften, films, televisie en boeken hebben me gevormd. Die beelden brachten allerlei boodschappen met verwachtingen mee die zo vaak werden herhaald dat het wetten leken. Het dubbele is dat ik me er vaker niet dan wel in die beeldvorming herkende, maar er wel door ben beïnvloed. Alsof ik in een spiegel kijk waarin ik mezelf niet herken. 

Er zijn veel vrouwbeelden in mijn jonge meisjes brein gegoten, te beginnen met slapende, bloedmooie meisjes. Passief tot ze worden wakker gekust door een prins.

Welke rolmodellen kreeg ik nog meer voorgeschoteld? 

  1. De echtgenote. Je bent niets zonder een man: jouw verhaal is niet het hoofdverhaal. Leer koken. 
  2. De moeder. Offer jezelf op. Sta altijd klaar. Goed zo. 
  3. De droomvrouw. Wees aantrekkelijk en verzorgd. Weet, er is er maar één de ware: alle andere vrouwen tellen niet. Geef zijn verlangen vleugels.
  4. Het meisje. Wees braaf en niet uitgesproken. Lief zacht schepseltje, sla jouw grote ogen open en bewonder.  
  5. De engel. Wees zorgzaam en empathisch. Blijf te allen tijde aardig en warm. Luister (tot je een ons weegt). 
  6. De foute vrouw. Neem potjandorie geen ruimte in. Wees alsjeblieft niet té in wat dan ook. Wees niet zoals haar. Pek en veren is haar lot. 

Ik blink in geen van deze rollen uit. Veel vrouwen niet, ik denk dat velen van ons de spagaat ervaren van de beelden die tot ons komen en hoe je die verenigt met wat je bent, kunt en wilt. 

Welke boodschappen liggen onder die rolmodellen?

  • Relaties zijn prachtig (zolang jij bewondert en hij bepaalt) 
  • Jouw lichaam is van jou (maar heeft geen eigen wil)
  • Wees jezelf (zolang het gezellig blijft) 
  • Ambitie is prima (als je briljant, beeldschoon of ongevoelig bent)  

    Laat ik een concreet voorbeeld geven van mijn culturele opvoeding. In mijn puberteit las ik Turks Fruit van Jan Wolkers (Later zag ik ook de boekverfilming, dus de beelden van het boek en de film zijn door elkaar gaan lopen). Een scène is me bijgebleven. Ergens in het begin van het boek staat beschreven hoe de hoofdpersoon Erik bedpartners verzamelt; hij houdt een dagboekje bij van al zijn veroveringen door een plukje schaamhaar te knippen en in een logboek op te plakken – zijn trofeeën. In de boekverfilming zie je zijn seksuele activiteiten met een rits aan vrouwen achter elkaar gemonteerd. Vrolijke seks op het eerste gezicht, maar de vrouwen hebben allemaal iets treurigs, want ze zijn niet mooi, praten te veel of hebben iets raars. Het is duidelijk: ze zijn niet goed genoeg. Tot hij het kinderlijke type Olga treft – zijn ‘ware’ liefde. Als pubermeisje smulde ik van het taboedoorbrekende van het boek en de film, het beeld van het vrije leven. Maar wat ik nou met die vrouwbeelden moest? Ik vond ze ook vernederend. Wat voor een vrouw zou ik worden? Welke van de twee opties: de zielige of de ware? 

    Heel veel boeken en films kwamen met natte dromen van mannen. Niet dat ik die toen als zodanig herkende; ik interpreteerde ze als spiegels van de werkelijkheid. Wat je ook tot je nam aan cultuur, van tijdschrift, literatuur, film, televisie tot aan beeldende kunst: de Male Gaze (de camera zwenkt vanaf de hooggehakte kuiten naar ronde billen terwijl vrouwmens bevallig trippelt) was leidend. Talloze verhalen waarin vrouwelijke personages enkel in relatie staan tot de man: als geliefde, moeder of muze. Welke rol ze ook heeft, uiteindelijk is ze slechts een projectie van de man. Ze is niet echt iets. 

    ongemak

    Bij mij duurde het wel even voor ik me bewust werd van de implicaties van deze beelden. Omdat ze overal waren, was er geen directe reden om er vragen bij te stellen. Kennelijk zit de wereld zo in elkaar, dacht ik. Maar ik probeerde wel mijn vinger te leggen op het ongemak dat ik erbij voelde. Soms staarde het seksisme me recht in het gezicht aan en was het makkelijk herkenbaar. Maar vaker was het onbesproken, onbewust en onduidelijk, dat je denkt hier klopt iets niet, maar je kunt er niet direct de vinger opleggen. Zie daar maar eens wegwijs in te raken. 

    Qua uiterlijke schijn kan ik me enigszins aanpassen, geen punt. Ik trek wat leuks aan, doe mascara op, stift mijn lippen – anders is het ook zo’n kleurloos gebeuren. Ik vind het ook leuk dat vrouwen zich wel mógen opsmukken, dat is mannen minder gegund. Maar ik scheer ook mijn benen, ondanks dat het onzinnig is. Ik wil niet onverzorgd overkomen; de boodschap dat vrouwenbenen glad dienen te zijn is luid en duidelijk overgekomen. Waarom alweer? Ooh ja, vrouwen moeten schoon, reukloos of zoet zijn. Reclames spelen daarop in, vaginageur is vies, menstruatie is blauw.  Boeren, niezen en scheten doe je liever niet. 

    Maar andere gedragscodes vind ik een stuk lastiger, omdat het gaat om wie ik ben. Ik vind het heerlijk om actief aan een gesprek deel te nemen, ideeën te opperen, perspectieven in te brengen en standpunten te bevragen. Meestal ben ik me onbewust van de ruis die mijn vrouw-zijn geeft; ik vergeet regelmatig dat de bril waardoor ik word bekeken bepalend is voor hoe mijn aanwezigheid wordt gelezen. Ik ben vaak teruggefloten. Als ik een idee inbreng, dat pas gehoor krijgt als een man het zegt. Als ik word aangesproken op toon. Ssst, nu niet, je doet zo moeilijk, wees niet zo ‘eigenwijs’. Blijf in je hok. 

    Helemaal loskomen van de verwachtingen die tijdens mijn vormende jaren zijn voorgeschoteld, lukt me niet. Maar ik heb altijd de hoop gehouden dat de jassen van vrouwen wat ruimer zouden gaan zitten. Voor een deel is dat gebeurd, je ziet meer actieve vrouwen in het publieke leven. De representatie in boeken, films en series is aan het verschuiven, al betekent dat vooralsnog dat er vooral nieuwe clichés bij komen, zoals de stoere seksuele vrijgevochten vrouw. Waar ik me ook niet in herken.

    Het leek de goede kant op te gaan. Maar ik had buiten de terreur van sociale media gerekend, gevuld met gepolijste vrouwen die van hun uiterlijk een businessmodel maken. Alsof ze verder niet iets hoeven te zijn. Je zult maar in deze tijd opgroeien. Het verbaast me niets dat veel meisjes zich niet herkennen in die spiegel. Zich niet thuis voelen bij die beelden. Dat ze liever non-binair zijn. Dat er een epidemie aan angststoornissen is bij jonge vrouwen. Hoe keren we dit? Laten we andere spiegelbeelden gaan maken. Liefst zo dat er echt wat te kiezen is. 

    De afbeeldingen zijn afkomstig uit een verzamelmap Libelle uit 1938.

    Deze tekst is onderdeel van mijn maandelijkse nieuwsbrief waarvoor je kunt inschrijven door jouw e-mailadres hier in te vullen.