Culturele vorming

Handwerkles

Ik neem je even mee terug naar de jaren zeventig. Plaats van handeling: een Twents dorp. Veel boerenland waar populieren groeiden en een klompenfabriek. Een plek waar handelaren van oudsher goed boerden, vanwege de ligging aan de Regge. Ik groeide op in een tijd waarin de verzuiling nog duidelijk aanwezig was; het kleine dorp had twee katholieke scholen, een hervormde én een School met de Bijbel. Ik zat op de Mariaschool, een school die nog maar kort niet meer alleen voor meisjes was.

Meisje –> handwerkles

Wij, de meisjes, kregen een keer per week handwerkles terwijl de jongens op zolder met een hamer en zaag aan de gang gingen. Ik leerde nauwgezet borduren, breien en haken. Tijdens de pauze sloop ik met mijn tweelingzus en paar vriendinnetjes naar boven waar we ons jaloers vergaapten aan de handigheidjes die de jongens kregen aangeleerd.

De school stond naast de katholieke kerk. Mijn zus en ik zongen in het kinderkoor, we mochten regelmatig met onze “hoge blokfluitstemmetjes” voorzingen. “Uit vuur en ijzer, zuur en zout, zo wijd als licht, zo eeuwenoud, uit alles wordt een mens gebouwd en steeds opnieuw geboren.” Ik ging niet graag naar de mis maar hield wel van zingen. In de zesde klas ging helaas een rol in de musical aan mijn neus voorbij. Iets wat ik eigenlijk nu pas snap. Juf Anja wist namelijk dat mijn ouders wel het belang en lol van culturele vorming inzagen en dat ik al allerlei kansen kreeg op dat vlak. Het merendeel van mijn klasgenoten niet.

Mijn ouders waren liefhebbers van cultuur en kunst, ze hadden het perspectief en de middelen. Dus ik kreeg algemene muzikale scholing en zat als kind ook jarenlang ‘op ballet’, mijn moeder reed ons in eerste instantie nog naar een naburig stadje totdat juf Corry in ons dorp één balletklasje met hooguit tien meisjes tussen de zes en veertien jaar kon vullen. Het lukte Corry dit een paar jaar vol te houden.

Diepe indruk maakte de vertoning van Bambi op een groot scherm in het dorpshuis. Dat was de enige keer dat er in mijn kindertijd in de buurt een bioscoopfilm vertoond werd.

Vrijplaats

Ik herinner me vooral het grote geluk dat ik vond op de zolder van de Hervormde school. Gedurende een paar middagen mocht ik daar als katholiek kind naartoe. Het was de hemel op aarde. Hier was een heuse werkplaats, er stond een grote drukpers, er was klei, er was verf. Wat een weldaad. Alles kon hier, je kreeg de kans om vrij aan de slag te gaan en alles uit te proberen. Er zal wel een begeleider bij zijn geweest, er zal wel enige structuur in die ontdekkingstocht zijn geweest, dat kan niet anders. Maar wat een wereld opende zich voor mij daar op die zolder. Die vrijheid, die kansen, wat een ongekende rijkdom was dit voor mij als kind. Helaas was het allemaal van korte duur. Inmiddels snap ik wel waarom, het zal wel weer een centenkwestie geweest zijn. Niet rendabel genoeg voor sommige mensen.

Maar wat gun ik iedereen zo’n zolder.