Handelingsonbekwaam

Wanneer is het de verkeerde kant opgegaan? Was het toen de dienstensector groter werd? Heeft het te maken met het neoliberalisme? Of werd het zaadje eerder gelegd tijdens de christen en sociaal democratie, de tijd waarin langzaam maar zeker het werkwoord ‘besturen’ meer ruimte kreeg dan ‘doen’? Feit is dat onze samenleving lijdt aan handelingsonbekwaamheid.

Moderne fabriek

Met de schaalvergroting van organisaties (want ooh zo efficiënt) ontstonden er allerlei extra bestuurslagen, bedacht door bestuurders die denken dat je enkel door te besturen de wereld draaiende houdt. Want dat is wat zíj graag doen, het is een kwestie van perspectief. Scholen, ziekenhuizen, gemeentes en andere organisaties kregen er een hoop leidinggevenden bij, die allemaal wat te managen wilden. Gevolg is dat steeds meer werknemers gebukt gaan onder het juk van de bestuurder die ijverig nieuwe procedures en mallen bedenkt waarin de door hem bestuurde mens zich moet voegen. Want is de gedachte, de werknemer is een machine met knopjes en hendels: de kantoortuin is een moderne fabriek. Ondertussen moet er van alles gemeten en bijgesteld. De administratieve last is enorm.

Denken én doen

In organisaties is denken en doen steeds verder uit elkaar gegroeid. Je hebt de mensen die mogen nadenken over hoe je iets doet en de mensen die handen en voeten moeten geven aan dat wat anderen hebben bedacht. Gaandeweg kregen zij die denken én doen steeds minder ruimte. Dit zijn de mensen die op een zeker abstract niveau met enig overzicht kunnen denken en die visie, idee en plan ook daadwerkelijk in handelen omzetten. Een vanzelfsprekend handelen dat voortvloeit uit kennis en kunde. Gaandeweg is de bewegingsruimte van leraren, verplegers, artsen en al die andere slimme doeners behoorlijk ingeperkt.

Van deze groep is de autonomie afgepakt. Zij moeten zich voegen in steeds weer nieuwe regeltjes en rapportages en luisteren naar managers die meer verdienen en minder weten. Al is het verschil in inkomen waarschijnlijk niet eens het grootste pijnpunt. Echt wrang is dat de bedenkers van weer een nieuw protocol zich niet bewust zijn hoeveel wantrouwen hieruit spreekt tegenover mensen die heus zelf weten hoe ze hun eigen vak goed moeten uitoefenen. Niet voor niets zijn managers de meest gehate collega’s.

Het marginaliseren van de slimme doeners heeft grote gevolgen voor onze samenleving, het is funest kun je rustig stellen. Bij deze beroepskrachten is niet alleen de autonomie afgepakt, ook kreeg hun vak minder status en is hun inkomen ergens blijven steken. Hierdoor kiezen steeds minder mensen voor dit werk, gaan ze liever wat anders doen en komen we ze nu te kort.

Zet daarbij de trend dat academici het werk doen dat een hbo-er eerder deed, waardoor slimme doeners nog meer op een zijspoor zijn beland. Steeds meer mensen kiezen voor een universitaire studie. Niet voor niets, het geeft de meeste kans op een baan waarin je autonomie behoudt. Stilaan zijn academici overal.

Rookgordijn

Onderzoeken is het nieuwe doen. Een academicus leert heel wat, maar snel handelen staat niet per se bovenaan het lijstje. Je kunt je bij heel wat banen afvragen of op die plek een academicus de beste keuze is. Toetsen, monitoren en theorieën in modellen, procedures of adviezen vatten: dat kun je rustig aan ze overlaten, maar er komt maar weinig concreets uit de handen. Wel zijn er veel commissies die onderzoek doen naar prangende kwesties. En dat blijkt – ook voor de politiek- een handig middel om verantwoordelijkheid te spreiden, uit te stellen en vervolgens af te stellen.

Zo is het zover gekomen dat onze samenleving lijdt aan handelingsonbekwaamheid. En dat het kan gebeuren dat er – onderzoek na onderzoek – nooit wat wordt aangepakt. Ondanks de aanwezigheid van bruisende ideeën en daadkrachtige creativiteit van al die slimme doeners die popelen om gewoon te doen waar zij goed in zijn.