communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Zalig kerstfeest

    Zalig kerstfeest

    Kerst staat voor verbinden, toch? Daarom wilde An het dit jaar anders doen. Vastbesloten een echt kerstspektakel aan te richten had ze haar ex Martin uitgenodigd met zijn vrouw Mulan en Martins tweede leg, peuter Milan. Zo omzeilde ze voor dochter Lieke de jaarlijkse waar-ben-ik-wanneer-deze kerst-stress en bovendien, ze had een uitstekend nahuwelijk met Martin dus dit moest kunnen. Ook vriend Gerard maakte geen bezwaar; de lieve schat maakte nooit bezwaar.

    De organisatie van dit festijn begon al in september want ze wilde de sinterklaasgekte voor zijn. En het leuke was: zo dachten heel wat winkelketens er ook over. In een groot tuincentrum had ze op 15 september nieuwe ballen in een prachtig kleurenpalet kunnen kopen die wat haar betreft het feest van liefde en ontmoeting van de juiste sfeer konden voorzien. 24 september had ze tafellinnen gevonden in een wereldwinkel die uit exotische oorden armlastige arbeiders stimuleerde om voor iets meer dan weinig de westerse mens te bedienen. Het prachtig kleurrijke tafelkleed met bijpassende servetten gedecoreerd met handgeborduurde tafereeltjes van kerstmannen in arrensleeën, zouden de kerstpret vast vergroten. En op 15 oktober had ze een bijzonder kerstservies gekocht in een winkel met producten van lokale creatieven, waar personeel met afstand tot de arbeidsmarkt een werkend bestaan kon oefenen. Nee, aan de spullen zou het niet liggen dit jaar. Om ook de rest van de wereld te memoreren in het diner had ze een thema bedacht: een reis rond de wereld. Het ging een helemaal hippe streetfood-parade worden met pulled pork en chrispy chicken, roasted sweat potato, caesar salad, quasadillas, en – speciaal voor Mulan- duckdelight.

    En toen was het dan eindelijk 25 december. An voelde zich als een klein meisje dat jarig was. Veel te vroeg wakker van de opwinding. Gerard lag naast haar in diepe rust; die man kende geen stress. Het lijstje in haar hoofd maalde als een carrousel rond. Want er kwam nogal wat logistiek bij kijken. Eerst het varkensvlees in de oven… had ze het tafelkleed wel uit de was gehaald… had Gerard gisteren de houtblokken wel naar binnen gehaald … waarom was Lieke vorige week ineens vegetariër geworden… straks Gerard even vragen of hij de afvalbak van groente en fruit kon schoonmaken – die bak ging zo stinken… ze kon net zo goed al opstaan… van slapen kwam het toch niet meer.

    Om twaalf uur was ze er klaar voor. De koelkast puilde uit met hapjes en snapjes die enkel nog hoefden te worden opgewarmd in de oven of even kort op het vuur opgebakken. De gasten verwachtte ze om vier uur. Lieke had zich verschanst achter haar telefoon en An had nog even de tijd om te douchen, wat te tutten en haar zijden kerstjurk aan te trekken.

    Daar kwamen Martin, Mulan en Milan dan eindelijk. Milan zag een beetje pips. “Hij lag te slapen in de auto dus we zijn een extra rondje gaan rijden”, zei Mulan terwijl ze buggy, peuter en twee tassen naar binnen droeg. Lieke keek op van haar telefoon – “Mwoi” – en tikte vliegensvlug verder op het kleine beeldscherm. Martin had een uitklapbaar campingbedje bij zich en droeg een kerstmuts. Het feest kon beginnen.

    Eerst maar eens een glaasje glühwein om te acclimatiseren. De gasten gingen zitten bij het knisperende haardvuur. Gerard schonk de warme wijn voor de volwassenen en frambozenlimonade voor Milan en Lieke in de kristallen glazen. Heerlijk, kon An even zitten. Gerard, de lieve schat, serveerde er ook een klein borrelhapje bij: toastjes met hummus, brie en guacamole en vegetarische Duitse woarstjes voor de kinderen. Mulan bewonderde ondertussen de kerstversiering en Martin deed een verstopspelletje met Milan door zijn gezicht achter het geborduurde servet te houden en er weer boven: “Kiekeboe!” Ja, hier deed ze het voor. Dit beloofde een fijn kerstfeest te worden. Eerst nog een glaasje Glühwein besloot An, voor ze de gerechtjes zou gaan afmaken. An voelde zich ontspannen en rozig. Ze trok het zachte bankdekentje met een automatische beweging over zich heen.

    An deed haar ogen weer open toen Martin het campingbedje inklapte en Mulan de luiertas inpakte. Milan lag naast haar te slapen op de bank. Op tafel zag ze de resten van het kerstdiner. Haar maag begon te knorren. Gerard keek haar liefdevol aan: “Zo, dat was een flinke tuk, die je daar maakte.” Martin en Mulan lachten: “Dat had je kennelijk even nodig!” Lieke keek op van haar telefoon: “Hé mam, die gebakken aardappeltjes waren echt lekker.” Het haardvuur smeulde en de klok wees kwart voor elf. Martin en Mulan zwaaiden een kushandje naar An, en Gerard liep met de slapende Milan in zijn armen achter ze aan. An hoorde het dichtslaan van een autodeur en de auto toeteren. “Volgend jaar weer?”, riep Gerard ze na.  An keek de kamer in. Ze geeuwde. Morgen de boel maar opruimen.

    Detail van de illustratie die Kees de Boer bij dit verhaal maakte. Dit verhaal over An’s kerstfeest is gepubliceerd in Santa Kerstglossy, een uitgave van Uitgeverij T. 

    elsebeth

    12/02/2020
    feuilleton
    verhaal
  • Als herboren

    Als herboren

    An had het echt nodig: ‘me-time’. Dus had ze de stoute schoenen aangetrokken en een vakantie voor haarzelf alleen geboekt. Dochter Lieke ging die week naar ex Martin en zijn Chinese schone, en zij toog in haar Suzuki Alto richting de Franse Provence. Hier werd een klein dorp bevolkt door Nederlanders die zich wilden laven aan zon, goed eten en andere vrijgezelle dames en heren, al was natuurlijk niemand echt op zoek. De vakantiegangers konden zich inschrijven voor allerlei creatieve cursussen van Nederlandse kunstenaars die gul en bevlogen met hun talenten strooiden. Het kon niet anders of je kwam er als herboren vandaan.

    Er waren workshops zenzingen, ‘persoonlijk landschap’ schilderen en – nieuw dit jaar- blindboetseren; oftewel de innerlijke mens kwam ruimschoots aan bod. An had al een dag geschilderd in een geurend lavendelveld. Aangemoedigd door kunstenares Anne-Marie had ze als een ware Van Gogh haar eigen gekte durven omarmen en in een spannend kleurenspel op het witte doek gesymboliseerd. Ook spannend bleek het geblinddoekt portretboetseren. Ze werd gekoppeld aan een kleine man uit Heino, Evert. Eerst voorzichtig maar allengs steeds brutaler hadden ze elkaar op de tast verkend en in klei vastgelegd. An voelde zich al na twee dagen Frankrijk een ander mens, en vergat pardoes waarvoor ze was gekomen. ‘Hoezo me-time, he-time zul je bedoelen’, giechelde ze tegen kamergenote Margriet terwijl ze samen de buste bekeken die An van de bescheiden Evert had gemaakt.

    Later die week kwamen ze elkaar weer tegen bij de workshop ‘Als Herboren’. Trainer Joop vertelde de zes dames en drie heren dat ze vandaag contact gingen maken met het kind in henzelf. ‘Terug naar de tijd dat je je nog bij je moeder geborgen wist’, om daarna de moederbinding los te laten en een ‘volwassen relatie met jezelf’ aan te gaan. ‘Alleen dan kan je je echt verbinden met anderen’, meende Joop, ‘en kun je je blokkades op het gebied van intimiteit doorbreken.’ Na een aantal oefeningen waarbij de zongebruinde leerlingen met de ogen dicht hun adem naar het centrum van hun lichaam langs alle chakra’s hadden geleid, moesten ze in paren op de knieën tegenover elkaar gaan zitten. An zag hoe Margriet zich tegenover Evert manoeuvreerde terwijl zij met ene Gerdien uit Appelscha zat opgescheept.

    An noteerde hoe Margriet met haar haren schudde en haar ferme borstpartij pront naar voren stak. ‘Leg de handen tegen elkaar. Doe de ogen dicht en voel waar jullie handen elkaar raken’, verordonneerde Joop zachtjes. Vanuit haar ooghoeken bekeek An hoe Margriet met gesloten ogen, topzwaar vooroverhellend, haar ellebogen stevig tegen de onderarmen van Evert plantte. De paren moesten langzaam dichter naar elkaar toe schuifelen. ‘Maak contact met elkaar, maar blijf bij jezelf’, gaf Joop hun mee. Op het moment dat Everts hoofd weldadig in Margriets zachte boezem landde, landde An met beide benen op de grond.

    Ze stond op, knipoogde naar Gerdien, en zocht een zonnig plekje in de boomgaard. In het rulle zand ging ze liggen. Ze spreidde haar armen en voelde hoe de zon haar lichaam verwarmde terwijl de zachte wind een vleug lavendel meebracht, en zo was ze voor een moment helemaal alleen met zichzelf. ‘Ach’, bedacht ze zich ontspannen, ‘het is hier eigenlijk best goed toeven.’

    elsebeth

    01/05/2019
    feuilleton, verhaal
    taal, verhaal
  • Rituelen

    Rituelen

    De streekbus had ons aan het eind van de ochtend aan het begin van de dijkweg afgezet. Links zagen we markante dijkhuisjes met daarachter eentonige naoorlogse bouw. Rechts keken we uit over de uitgedijde rivier. Het had veel geregend de afgelopen weken, maar deze dag kleurde de hemel blauw en verwarmde de eerste lentezon onze bleke wangen.

    Motorrijders zigzagden in lange colonnes door het meanderende landschap. We zagen hoe ze bijna de grond raakten als ze door de bocht heen scheerden om –als dansers- in een zelfde soepele beweging de andere kant op te hellen. Hun blinkende helmen markeerden als speldenknopjes de route die wij nog moesten gaan.

    Waarom had ik me op de platte all stars aan deze wandeling gewaagd? De verre horizon leek Jan niet te deren. In mijn inmiddels lege rugzak had ik die ochtend vier pakjes vruchtensap, een rol biscuitjes en voor ieder een zakje chips ingepakt. Onze benen vonden een gelijkmatig ritme en in een rustgevende cadans wandelden we langs dorpjes en fruitvelden.

    Fietsende bejaarden – twee grijze haardossen, twee blauwe jassen, twee identiek groene fietsen – kwamen ons tegemoet. ‘Goedemiddag’. Zonder op of om te kijken liepen wij in een gestaag tempo door, we hadden een missie, mijn vriend voorop en ik – mijn blaren vervloekend – er vlak achter.

    De brug was inmiddels in zicht. Voor de tiende keer eindigde daar onze jaarlijkse wandeltocht. De rest van de groep zou hier op ons wachten. We kregen ze al in beeld. De laaghangende zon tekende een witte lijn langs vijf zwaaiende silhouetten. Boven op de brug begroetten we elkaar. Het was al weer een jaar geleden dat we met zijn allen bij elkaar waren geweest.

    Margot rolde een meterslange strook uit. Ze had van dunne lapjes stof een bont patchwork genaaid. Omstebeurt schreven we op de banier een letter van zijn naam. We hingen de lange lap over de reling van de brug en bonden de uiteindes stevig vast aan de spijlen. De vaandel wapperde een prachtig kleurenspel in de wind. Ook dit jaar danste Maarten met ons mee.

    elsebeth

    03/09/2018
    verbeelding, verhaal
    verhaal
  • Jeugdtrauma

    Jeugdtrauma

    Op het moment dat de pianist de laatste noot speelt, herkent Marieke hem. ‘Ja, het is Evert.’ Ze voelt onbehagen opkomen. Liever wil ze in de sfeer van zijn spel blijven hangen, maar de herinnering brengt haar bijna veertig jaar terug in de tijd.

    Ze was acht toen ze deze man, als jongen nog, voor het laatst heeft gezien. Evert verkoos zijn eigen gezelschap boven dat van anderen. De alsmaar neuriënde einzelgänger was bij de dorpelingen een favoriet mikpunt voor gedeeld ongenoegen.

    Het dorp lag verborgen tussen rivieren, het was zo’n plek waar je alleen kwam als je er wat te zoeken had en waar weinig was te vinden. Als er al een bezoeker kwam, kwam die meestal wat brengen. Iets waar hij zo snel mogelijk van af wilde.

    Marieke herinnerde zich één uitgesproken rotjoch: Geert. Geert wilde maar niet groeien dus deed hij er alles aan zijn omvang te vergroten. Hij had een aantal knechten om zich heen verzameld. Jongens met korsten op de knokkels, roze wangen en een gezonde eetlust.

    Natuurlijk was de miezerige Evert met zijn piekhaar en afwezige blik een geliefd knokobject. Er ging geen week voorbij of Evert werd in kreukels geslagen. Het leek hem niet te raken. Hij vouwde zich op als een egeltje met zijn hoofd tussen de schouders, veerde mee met het ritme van de vuisten en liet zich gewillig doodtrappen tot de jongens genoeg pret hadden gehad. Na gedane zaken stond hij op, klopte het vuil van zijn terlenka broek, hervatte onverstoorbaar zijn eigen melodie en slenterde verder, zijn blik gericht naar de wolken.

    Tot die 7de juli in 1974. De straten zijn verlaten als de dorpelingen voor de buis gespannen de verrichtingen volgen van het Nederlands elftal. De Hollandse jongens spelen in de finale tegen gastland West-Duitsland. Geert struint in zijn eentje over straat, hij is door zijn ouders het huis uit geschopt omdat ze het te vol vonden met hem erbij. Dan krijgt hij Evert in het vizier. Evert zit op een bankje te neuriën en houdt zijn blik gericht op het open venster waar een psychedelisch oranje-bruin-geel gestreept gordijn naar buiten wappert en Marieke luidkeels meezingt met Mouth and MacNeils ‘Ik zie een ster’. Evert schrikt op als Geert hem venijnig in zijn zij prikt en zijn hoofd als een hinderlijke vlieg voor Everts ogen beweegt.

    Dat blijkt de druppel voor Evert. De muzikant pakt de kleine, blonde kwelgeest bij de oren en klemt Geerts neus tussen zijn tanden. Marieke hoort Geert gillen en ziet nog net hoe Evert het dopje van de neus uitspuugt en onverstoorbaar een liedje neuriet terwijl hij vastberaden het dorp achter zich laat met zijn blik vooruit.

    Op de dag dat Nederland van Duitsland verliest, verliest Geert ieder gevoel van perspectief. Marieke hoort Geert nog steeds gillen.

    elsebeth

    03/09/2018
    maatschappij, verhaal
    maatschappij, verhaal
  • voorgerecht

    voorgerecht

    Het voorgerecht was nog niet eens opgediend toen het onderhuidse steekspel ontaardde in een ordinaire ruzie. Voordat An met haar man bij het restaurant gekomen was, wist ze haar ergernis nog weg te zuchten, een beproefde methode die ze had opgestoken bij de workshop ‘Betekenisvol communiceren’. Niet alleen de ‘ik-boodschap’ hadden de veelal vrouwelijke cursisten hier geoefend, ook kregen ze van coach Oscar tips hoe ze ‘de ander de ander’ moeten laten en hoe ze met de techniek ‘samenleven doe je zelf’ veel onnodige conflicten kunnen voorkomen.

    Na zo’n avond wurkshuppen had An de smaak te pakken en de technieken meteen thuis toegepast. ‘Martin’, had ze gezegd, ’ik kan niet in slaap vallen als ik je zo duidelijk hoor ademen’. Waarop Martin zelf de keuze maakte in de logeerkamer te slapen en zij tevreden de ander de ander liet en genoot van een verkwikkende nachtrust.

    Ook had Oscar haar geleerd dat irritatie slechts een duivelse uitwas is van het ‘ego’. ‘Onthoud dames en heer’, doceerde Oscar, ‘het ego wil alleen maar winnen, kostte wat het kost, en heeft niet het beste met je voor.’ En zo hadden ze geleerd dat als je blijft touwtrekken met je ego, je ego doorgaat tot jij er bij neervalt. ‘Touwtrekken doe je altijd met zijn tweeën, als je het touw laat vallen, valt er weinig te trekken.’

    An had Oscars adviezen opgezogen als een uitgedroogde spons. Wat een wijsheid bezat die man, en dat op zo’n jonge leeftijd. Zuchten, dat was de manier. Valt je iets naars in, iets onverkwikkelijks, iets waar je ego graag mee aan de haal gaat: zuchten. Zet al je ongerief op een wolkje, en zie hoe het grijze wolkje rustig wegdrijft in een zonovergoten stratosfeer.

    Die techniek was haar vaak goed van pas gekomen. Toen Martin tijdens het kinderfeestje van dochter Lieke vertelde dat hij een half jaar moest werken in Hongkong, had ze de boel de boel gelaten en was ze te midden van het feestgedruis languit op de bank gaan liggen om het ongemak van haar af te zuchten.

    Ook toen Martin twintig jaar jonger thuiskwam en besloot alleen op vakantie te gaan, had ze Martin bij Martin gelaten en tijdens een geleide fantasie haar ego’s ongenoegen op een wolkje gezet en die met grote kleurige ballonnen de hemel in gestuurd. En toen Martin vanmiddag kondig maakte een nieuw leven te beginnen in Alblasserdam met een Chinese schone, wist ze haar afgedankte jarenlange investering op een gitzwart wolkje te zetten en geroutineerd weg te blazen.

    Het was die ene opmerking, die ene opmerking die ’t hem deed. Die de deksel tilde van een bodemloze put vol wrok; woede die kennelijk de verkeerde kant op was gezucht. ‘An,’ had Martin iets te enthousiast gezegd, ‘ik heb het gevoel dat ik nu eindelijk eens aan het hoofdgerecht kan beginnen.’

    Afbeelding

    Kunstenaar: Adriaen Coorte
    Titel: Stilleven met asperges
    Datering: 1697
    Materiaal: olieverf op papier op paneel
    Waar: Rijksmuseum

    elsebeth

    25/10/2016
    feuilleton, verhaal
    verhaal
  • vliegenzwam

    vliegenzwam

    Het bleek een enerverende zondag voor ons. In de voortuin vond mijn zoon samen met zijn vriendje onder de berk deze vliegenzwam. Samen hebben we gekeken of we ook kabouter Spillebeen konden vinden. Wel op enige afstand want die groeiende witte wratten zien er best eng uit.

    Voorzichtig porden de jongens met een takje tussen de bladeren onder de zwam. En we hadden geluk. Het aardmannetje was van de rood-met-witte-stippen hoed gegleden en lag tussen de verkleurde bladeren, bij de knolvormig verdikte voet onder de afhangende ring op de steel.

    Met naast zich in het bladerbed een rode puntmuts, prevelde de deerniswekkende blonde kabouter verward, strak naar boven starend met grote holle ogen, loze kreten voor zich uit. Het mannetje kwam extreem angstig over en bleek niet in staat zich te bewegen. We hielpen de zielige kabouter overeind en brachten hem naar binnen in de hoop hem te kunnen kalmeren.

    Ik schonk hem een kopje thee en gelukkig wisten de jongens het ventje op te vrolijken met liedjes uit de oude doos. We hebben gezongen en gedanst tot het donker werd en Studio Sport begon. Met wat geld mee voor de bus hebben we Spillebeen tot aan de hoek van de straat uitgezwaaid nadat hij ons had beloofd om nooit meer te gaan wippen op een paddenstoel met rood-met-witte-stippen.

    elsebeth

    04/10/2016
    verbeelding
    verhaal

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld