communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Hoe goed te leven?

    Hoe goed te leven?


    Aristoteles stelde die vraag al tweeduizend jaar geleden. Zijn visie op moraal heeft talloze denkers beïnvloed. Voor hem was geluk het hoogste doel in het leven. Tot bloei komen door het potentieel dat in je zit te verwezenlijken, was volgens hem de route. Geluk stond voor hem voor gelukt zijn.

    Deugdethiek

    Om dat te bereiken, heb je deugden nodig. Hij onderscheidde twee soorten deugden die daarvoor nodig zijn. Intellectuele deugden zoals kennis, inzicht en gezond verstand. En karakterdeugden als rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing en wijsheid. Die ontwikkel je tijdens opvoeding en onderwijs. Rolmodellen wijzen je de weg, tot het een gewoonte wordt.

    Oordeelvermogen

    Oordeelsvermogen is de sleutel: inschatten of je het juiste doet op het juiste moment, de juiste plaats en op de juiste manier. Niet door regels routinematig toe te passen, maar door per situatie nieuwe afwegingen te maken. Elke deugd zit tussen twee uitersten. Een deugd als moed bijvoorbeeld beweegt zich tussen lafheid en roekeloosheid in. Wat het ene moment als laf gezien wordt, kan juist in een ander moment van moed getuigen. Een geoefend oordeelsvermogen helpt je om bij elke situatie de gulden middenweg te vinden.

    Moderne tijden

    Deugden zijn al eeuwenlang een inspiratiebron in verhalen en kunst. We zien personages met een dilemma, waarbij een deugd op de proef wordt gesteld. Vaak draait het plot om het vinden van de juiste weg. Eind goed, al goed.

    In veel moderne verhalen is de context veranderd. We leren hoofdpersonen kennen met een ronduit wankel moreel kompas. Soms zijn ze botweg slecht, toch leven we met ze mee en smullen we van de verdorvenheid van hun karakter. Denk aan Dexter, The Sopranos en – mijn favoriet – Mad Men: ook hier hebben de protagonisten dilemma’s, al bewegen die vooral tussen macht, geld en loyaliteit. De ‘juiste’ weg is inmiddels onbereikbaar.

    Misschien is de onderliggende vraag in deze verhalen: als wij ons zo graag inleven in hun worstelingen, wat zegt dat dan over de onze?

    elsebeth

    25/08/2025
    column, maatschappij, mens
    filosofie, kunst, maatschappij
  • Duurt eerlijk het langst?

    Duurt eerlijk het langst?

    We leren kinderen dat eerlijkheid loont. Toch verliest een klokkenluider haar baan en wint een liegende politicus stemmen. Hoe staat het heden ten dage met ons morele kompas?

    Al vroeg krijgen we te horen: niet jokken. Wees integer, oprecht en betrouwbaar: dan ben je goed bezig. Logisch, het is fijn samenleven op een plek waar mensen deugen en hun werk deugdelijk doen. Dus laten we dat dan doen, zou je zeggen. Spreek de waarheid en handel naar de feiten. Maar in de praktijk loont liegen vaak meer. Is het eigenlijk wel handig om eerlijk te zijn?

    Neem de buurman die gestolen spullen claimt bij de verzekering. Hij krijgt slechts een deel vergoed. De volgende keer verzint-ie er wat gestolen goed bij. Nu krijgt hij wel genoeg om de spullen te vervangen. “Als hij het doet, doe ik het ook – iedereen doet het.” Zie daar de geboorte van een fait accompli. De verzekeraar verhoogt de premie voor iedereen. Wie is hier de verliezer?

    We zeggen het een, doen wat anders

    Onze omgang met eerlijkheid is een vat vol tegenstrijdigheden. We zeggen dat we elkaar moeten vertrouwen, toch vormt wantrouwen de basis voor veel regels. We waarderen eerlijkheid hoog, maar belonen het zelden. We beweren op feiten te varen, maar voeden ons met meningenmachines. We stellen dat de waarheid altijd komt bovendrijven, terwijl we zagen aan de poten van instituties die aan waarheidsvinding doen. We roepen dat we eerlijk spel en gelijke verdeling willen, maar in de praktijk krijgen zij die veel hebben meer en zij die weinig hebben minder. Kortom, we zeggen het een en doen het ander.

    Vele tinten sjoemel

    Tussen eerlijk zijn en keihard bedriegen ligt een zee aan sjoemeltinten. We liegen allemaal wel een beetje, dat betekent niet meteen dat je geen integer mens bent. Een leugentje om bestwil – “die nieuwe jas staat je goed”, “nu even geen tijd, ben net onderweg”, “laten we gauw afspreken” – is nu eenmaal een smeuïg smeermiddel in het sociale verkeer. Vaak heb ik het niet eens door. En heb ik geen idee dat mijn visite mijn zelfgebakken taart met lange tanden heeft opgegeten.

    Ook in verhalen over onszelf zijn we niet helemaal zuiver. We kleuren ze net iets gunstiger (of ongunstiger als dat beter bij ons zelfbeeld past). We zijn bedreven in het bagatelliseren van ons aandeel als iets mis is gegaan. “Ach, de schade valt mee, het dak zit er nog op. Bovendien kon ik er niets aan doen. Ik kwam pas na de instructie binnen want jij gaf mij het verkeerde adres.” Omdat we liever wel eerlijk zijn dan niet, strooien we er een flinke snuf cognitieve dissonantie overheen.

    Het juiste antwoord vinden

    Wanneer ben je eigenlijk eerlijk? Is het de eerste reactie op een situatie, het eerste gevoel, of ontstaat eerlijkheid pas nadat er wat reflectie aan te pas gekomen is? Dat laatste, vermoed ik. Maar hoe vind je in die innerlijke poel van om aandacht vragende oprispingen het ‘juiste antwoord’? Introspectie is niet per se betrouwbaar. Ik ken de bekende groeven die bij reflectie als eerste boven komen drijven en steeds dieper worden maar al te goed. Water kiest de makkelijkste weg. Hoeveel kleine paadjes blijven onbetreden? Hoe dan ook vereist het oefening om je emoties, gevoelens en gedachten te onderscheiden en te duiden.

    Eerlijk zijn is moeilijk. Zelfbedrog ligt op de loer, vooral bij eigenschappen die botsen met je zelfbeeld. Niemand ziet zichzelf graag als een racist/seksist. Ontkennen en wegkijken is dan makkelijker. Jouw kant op redeneren helpt ook. Het is maar hoe je de feiten interpreteert.

    Waarheden verschillen en zijn nooit absoluut. Zo kunnen lieden op het ene eiland iets totaal anders zien dan de lui op een ander eiland. Ziet Jan in vier poten en een vlak een kruk, Piet ziet toch echt een tafel om aan te zitten. Kwestie van perspectief.

    Als je vaak genoeg liegt, wordt het vanzelf waar

    Allemaal huichelen we wel wat en dat is zelden berekenend. De meeste mensen willen deugen. Toch zijn mensen die bewust een loopje nemen met de waarheid verrassend succesvol, we hoeven alleen maar te kijken naar de mensen die momenteel het wereldtoneel domineren – ik noem geen namen, je kent ze wel. Als ze de leugen keer op keer opdienen, komen ze een heel eind.

    Wat als je een misleidend perspectief op de waarheid krijgt voorgeschoteld? Feiten zijn kwetsbaar in een wereld waar beeldvorming belangrijker is dan de banale waarheid. Je ziet hoe de politiek fictieve werkelijkheden optuigt om stemmen te winnen. “Nareis op nareis”. Het is een dunne scheidslijn tussen iets nog niet zeggen, feiten verdraaien of liegen. We zien op andere plekken in de wereld waar dat gewiebel op het morele kompas toe leidt.

    Wat gebeurt er met een samenleving als feiten en interpretaties door elkaar gaan lopen? Als betrouwbare bronnen verdwijnen? Dat je voortdurend alert moet zijn op propaganda, beeldvorming en framing. Hoe trek je dan nog conclusies? Wat gebeurt er als we geen gedeelde werkelijkheid meer hebben?

    Lange adem

    Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat betekent dat precies? Dat de weg naar succes langer is als je eerlijk bent, of dat eerlijkheid het langst standhoudt? 

    In onze samenleving boet eerlijkheid aan ontzag in. Dat vind ik lastig laveren. Hoe blijf je een eerlijk mens zonder jezelf en anderen kort te doen?

    Eerlijk zijn vraagt moed, het kan je duur komen te staan als je bijvoorbeeld een klokkenluider bent of fouten in een systeem aankaart. Het is balanceren: te veel eerlijkheid kan de situatie onbedoeld verslechteren. Ook tegenover jezelf vraagt het om evenwicht: het erkennen van onvolkomenheden kan in teveel zelftwijfel verzanden.

    Pleeg op tijd onderhoud

    Eerlijkheid gedijt alleen in een systeem waar veel kan, waar meerdere perspectieven naast elkaar mogen bestaan. Het is een deugd die onderhoud vergt. Als we dat nalaten, worden we wakker in een maatschappij die haar langste tijd heeft gehad.

    elsebeth

    25/08/2025
    maatschappij, mens
    maatschappij, mens
  • Over beeldvorming en lichaam en lust

    Over beeldvorming en lichaam en lust

    Feminisme gaat eigenlijk altijd over het innemen of terugwinnen van terrein. Terrein dat je niet gegund is of moest opgeven – alleen maar omdat je vrouw bent. Het vrouwelijk lichaam is zo’n terrein. Hoe haar lichaam oogt en wat het dient te doen en te voelen is — hoe gek het ook klinkt — onderwerp van debat. Laat ik dat duiden en nuanceren.  

    In de afgelopen weken ontstond er onder vrouwen een discussie naar aanleiding van de erotische film Babygirl van Halina Reijn. Of de film al dan niet feministisch is. De film, gemaakt door een vrouw, draait om een vrouwelijke ceo. Ze heeft een goed betaalde baan met macht en onderdanige seks met haar stagiair. Haar man weet haar niet tot het hoogtepunt te brengen, een dominante jonge god wel. Uit de reacties op de film bleek dat het als feministisch statement werd gezien dat Reijn de vrouw toont als lustvol wezen. 

    Lust

    Ook in een hit onder vrouwen, het geestige All Fours van Miranda July, geniet de vrouwelijke (naamloze) hoofdpersoon van seks. Het boek handelt over een vrouw van 45 die in het voorstadium van de overgang zit. Ze verwacht dat ze minder sexy en aantrekkelijk gevonden zal worden en dat brengt een seksuele revival bij haar op gang. In een seksuele herbezinning laat het hoofdpersonage los wat in de beeldvorming als typisch vrouwelijke seks wordt gezien, namelijk behagend, gericht op verbinding en liefde. Seks waarbij de vrouw haar lichaam als smakelijk object al dan niet bewust inzet om tot die intimiteit te komen.

    Haar ronde welvingen van bil, borstpartij en been, haar zachte, gladde huid en zoete geur. Bij veel vrouwen is zelfobjectivering onderdeel geworden van seksplezier. Al jong leren vrouwen — uit al die films, boeken, tijdschriften en talloze opmerkingen — dat ‘de man’ bepaalde lichaamsonderdelen als lustopwekkend ervaart. Nu de hoofdpersoon in All Fours denkt dat ze niet meer zo appetijtelijk is, krijgt haar seksualiteit een nieuwe dimensie. Wanneer ze het blote bovenlijf ziet van een jonge man met wie ze wandelt, brengt dat bij haar de ‘mannelijke’ seks van objectivering op gang. Terwijl ze fantaseert over wat dat smakelijke lichaam kan doen, raakt ze op drift. July beschrijft gloedvolle seks die getuigt van creativiteit, verbeeldingskracht en humor. Haar hoofdpersonage masturbeert erop los en minnespeelt volop met mensen van allerlei leeftijden en geslachten — aan werken komt ze niet meer toe. Een van de boodschappen in het boek is dat vrouwen zich willen verbinden met anderen, maar lust ook kunnen ervaren zonder die hang naar liefde. Al blijkt gaandeweg het verhaal dat dit niet helemaal lukt.

    Eva’s erfzonde

    Het tonen van vrouwen met zelfzuchtig seksueel plezier wordt als een feministisch statement gezien. Onze cultuur kent immers een lange geschiedenis van controle en onderdrukking van de vrouwelijke seksualiteit. Mannen vonden de lust van vrouwen zo bedreigend dat ze hele religies optuigden om haar vermeende seksuele drift in te dammen en te beheersen. Met de mythe van de vagina dentata (de vulva met tanden die mannen castreert) tot het scheppingsverhaal waarin Eva snoept van een sappige appel en vervolgens de hele erfzonde op haar schouders moet meezeulen; en dat terwijl ze slechts uit een rib van Adam voortkwam. Waarom is haar lust zo bedreigend? Nou, het lichaam van een vrouw dient de maatschappij. Ooh wee, als ze haar lichaam verliest aan promiscuïteit en lustigheid. Voor je het weet, weet je niet meer wie de vader is van haar vrucht en dan hebben we de poppen aan het dansen. 

    Voor de heersende macht (die al eeuwenlang in de handen van mannen ligt) werd het lichaam van de vrouw een politiek instrument en moesten de schoten van vrouwen van bovenaf bestuurd. Voor mannen werd seks een recht, voor vrouwen een plicht. Vrouw, wees vroom en dienstbaar. Die bemoeienis ging zover dat vrouwen sinds mensenheugenis moeten ervaren dat wat er in hun buik groeit wel hun verantwoordelijkheid is, maar ondertussen toch niet van hen is. De ontwikkelingen in de VS in de afgelopen jaren tonen hoe nauw de scheidslijn ligt tussen zelfbeschikking op dit vlak en politieke inmenging – en hoe snel het de verkeerde kant op rolt, een gevaarlijke ontwikkeling die ook Europa op dendert. 

    Het lichaam is politiek

    Omdat het vrouwelijk lichaam politiek terrein is, is het terugwinnen van het lichaam een onderwerp voor vrouwelijke kunstenaars. Zo zag ik vorig jaar in Museum Arnhem een tentoonstelling met recente aankopen. Een zaal was gevuld met ‘feministische’ kunst. Ik zag werk met vrouwelijke lichamen, referenties naar baarmoeders en vulva’s. Het zijn beelden die ik al ken, met dat verschil dat het nu was gemaakt door vrouwelijke kunstenaars. Ik snap waar het vandaan komt, maar ik vind daar ook wat van. De kunstenaar is van sekse veranderd, maar de beeldvorming kantelt niet mee. Nog steeds wordt haar lichaam getoond als een dienstbaar object. Musea kiezen vaak juist dit soort kunst als ze vrouwelijke kunstenaars uitlichten.

    Hoe zeer verlang ik naar de dag dat het bij een tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars niet draait om hun lichaam en wat dat lichaam doet en teweegbrengt. Helaas voelt het resetten van deze beeldvorming als ploeteren door de modder. De weg is lang en gaat in kleine stapjes. 

    ben ik mooi genoeg?

    In het verhaal van July werkt de hoofdpersoon zich op de sportschool uit de naad om te voorkomen dat haar ronde billen peervormig worden. Want alleen dan ben je in de ogen van de ander aantrekkelijk. In het echte leven zien we dat bij Babygirl terug. Hier speelt Hollywoodster Nicole Kidman de hoofdrol. De actrice is de vijftig ruimschoots gepasseerd maar heeft een jong ogend lichaam vanwege allerlei gladtrekkende ingrepen. En ze speelt een succesvolle vrouw van midden veertig die jonger oogt vanwege allerlei gladtrekkende ingrepen. Dat wringt. Meer Hollywoodactrices passen hun lichaam aan. Waarom vinden die actrices dat nodig? Verkopen deze actrices minder films als ze er leeftijdsconform uitzien? Waarom eigenlijk? Wat doet het met beeldvorming over ouder wordende vrouwen? En, in hoeverre kantelt Reijn met de keuze voor Kidman nou echt de beeldvorming? Uiteindelijk pikt ze er slechts een klein aspect van het te herwinnen terrein uit, op een manier die — niet toevallig — goed verkoopt: sex sells. Oké – ik slik mijn teleurstelling weg – kleine stapjes. 

    eenduidige beeldvorming

    Het doet me verdriet dat een vrouw in de beeldvorming nog zo vaak wordt gereduceerd tot haar lichaam. Hou toch eens op, denk ik dan, want hier herken ik me totaal niet in. Ik vind het fantastisch dat mijn lichaam een kind heeft gedragen. Ik koester het, maar ik bén niet alleen lichaam. In de buitenwereld wordt mijn lichaam gezien als ‘vrouwelijk lichaam’ met een eigen betekenis. Ik weet hoe het wordt beoordeeld: op aantrekkelijkheid, op nut. En ik ken de afrekening als die eigenschappen niet meer gelden—als vrouw van ‘zekere’ leeftijd. Maar voor mij persoonlijk is mijn lichaam alleen voor mij van belang. Of ik gezond ben, kan bewegen, maken, denken, kijken, zingen, leven. 

    Waarom zie ik zo weinig gelaagde vrouwen terug in onze culturele uitingen? Ze zijn er wel, maar mondjesmaat. Miranda July doet dat voor een deel, maar ik denk vooral ook aan auteurs als Elisabeth Strout, Rachel Cusk, Anne Enright en Alice Munroe. Al vertellen ze wel verhalen met thema’s waar vooral vrouwen zich in herkennen. De vrouwelijke personages hebben dromen, wensen, ambities en dadendrang. Ze zijn goed én fout, net als echte mensen. Als we over de seksekloof van verhalen kijken heeft een mannelijk hoofdpersoon vaker een meerduidig karakter. Zijn lichaam speelt nauwelijks een rol en je kunt je met het personage identificeren, ongeacht je sekse. Dit is een artistieke vrijheid die vrouwen ook meer mogen innemen, wat mij betreft.

    Heb geduld, denk ik dan, kleine stapjes. Alleen verliezen die heel snel terrein. Een conservatieve wind hoeft maar even te waaien en we zijn weer terug bij af. 

    elsebeth

    30/01/2025
    maatschappij, media, mens
    kunst, maatschappij, sekse
  • Internationale mannendag

    Internationale mannendag

    Over communicatie

    Onlangs was het Internationale Vrouwendag. Mooie berichten kwamen voorbij op de sociale media met steunbetuigingen aan vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, femicide, onveiligheid op straat enzovoorts. Ik las een bericht van een politicus waarin hij aandacht vroeg voor de meisjes en vrouwen die op straat worden lastiggevallen met nafluiten en intimidatie. Ik las steunbetuigingen aan vrouwen en wat het voor vrouwen betekent om zich onveilig te voelen. Niets mis mee zou je denken.

    Mwah. Er viel me namelijk iets op in al die berichten. In geen van die alinea las ik de woorden ‘mannen’ en ‘jongens’. Nergens. Nergens stond: “Hoe gaan we ervoor zorgen dat jongens en mannen stoppen met het intimideren, nafluiten en ongevraagd betasten van meisjes en vrouwen? De berichten gingen over slachtoffer zijn, maar nergens over dader zijn.

    Voorkomen van gedrag

    Ik pleit voor een Internationale Mannendag, waarin we aandacht vragen voor de problemen die met name mannen veroorzaken: onveiligheid op straat, seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer, enzovoorts. Want in de kern is dit eerder een mannenprobleem dan een vrouwenprobleem. Pas als we het ook als zodanig gaan benoemen kunnen we gerichter beleid en wetten maken om dit gedrag te voorkomen. Over welke mannen hebben we het? Wat kenmerkt een pleger? Wat veroorzaakt deze problematiek?

    En bij een volgende campagne: spreek de plegers (en hun omstanders) directer en duidelijker aan op hún gedrag. Als je mannen niet direct bij dit onderwerp betrekt, denken ze dat de boodschap niet op hen is gerichtDe kunst in zo’n campagne is om dit negatieve gedrag op een constructieve manier te agenderen. Ik ben ervan overtuigd dat dit kan. En moet. Want zolang je de doelgroep niet bereikt, los je het probleem niet op.

    elsebeth

    25/03/2024
    column, maatschappij
    column, maatschappij, sekse
  • GROUNDHOG DAY

    GROUNDHOG DAY

    Op de een of andere manier is de tijd een lus, lijkt het wel. ‘k Verdiep me deze ochtend in het leven van voor de oorlog. Een tijd waarin de samenleving volledig verzuild was. Allemaal clubjes die tussen elkaar leefden maar wel allemaal in parallelle samenlevinkjes naast elkaar leefden met elk hun eigen vereniging, omroep, krant, godsdienst en tradities. Waarin het wij-zij denken vooral de eigen groep moet versterken, in een maatschappij waarin veel mensen arm waren en houvast zochten. Zo dansten de socialisten elk jaar rond de boom en vierden ze de arbeid in de optocht op 1 mei. Gingen de katholieke mensen alleen naar dito scholen, winkels enzovoorts. En de protestanten naar de hunne. Want ooh weeh, hoed u voor de ander.

    Daartussen kon antisemitisme gewoon bestaan, want toch van een hele andere club, die joden. De antisemitische denkwijze was ergens eeuwen geleden opgeborreld uit woede voor dat wat Jezus was aangedaan en jaar in jaar uit smeuïg aangedikt en opgediend. Zoveel haat is nergens goed voor. Nu zien we hoe moslims zo’n zelfde lot krijgen toebedeeld. De kracht van verhalen zou je cynisch kunnen stellen.

    Kerken gebruikten verbeeldingskracht wel meer om wiggen te drijven tussen mensen, zo zijn de meisjes bij voorbaat zondig want lekker en dus dienen ze te worden begrensd tot moeder de vrouw. Al drukt onze tijd je op de feiten: dat het niet de kerken, maar de mensen waren die die kerken bedachten en bestuurden.

    Nu de meesten onder ons na de grote bevrijding vanaf de jaren zestig – Hoera, geen thuisblijfplicht na het trouwen! Stromend genderwater in regenboogkleuren! Geen man in een jurk met een boekje die jou in je eigen huis de les leest: waar was u afgelopen zondag, zondaar! – dan eindelijk grotendeels van het juk van de kerk met hun mennekes (ooh arme vrome lieden met hun zelfverheerlijking) verlost zijn, gaan mensen doodleuk zich weer opsplitsen en verengen in allerlei clubjes en vechten ze elkaar de tent uit vanwege een piepklein kenmerk van hun identiteit dat ze tot grote proportie opblazen om daar vervolgens van alles aan vast te knopen. (Al ben ik er nog niet over uit of ‘ze’ vooral die ander opbreken in een klein brokje identiteit of zichzelf) Zoals daar zijn sekse, kleur, politieke gezindheid, klimaat en of de aarde nou rond is of plat. Zelfs de kerk maakt een comeback, hoorde ik iemand zeggen.

    Kom op bosmarmot: blijf uit je eigen schaduw! Vooruit!

    elsebeth

    22/10/2023
    column, maatschappij, mens
    column, maatschappij
  • Het sociale construct van gender

    Het sociale construct van gender
    Simone de Beauvoir schreef het al: “Je bent niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt”. En dat denk ik nou ook. Mannen en vrouwen verschillen niet zoveel. Ja, lichamelijk is er wel een verschil en dat zal ook op gedrag invloed hebben. Maar dat staat in geen enkele verhouding tot de grote kloof die door de eeuwen heen gecreëerd is tussen de twee. Gender is toch vooral een sociaal construct.

    Culturele spiegel

    Zo’n sociaal construct is een stapel eigenschappen en kenmerken die als een culturele spiegel zijn. Sommige eigenschappen zijn helder geformuleerd en andere vullen ongezien de ruimtes tussen de woorden. Het is een kader dat invloed heeft op wat je doet en laat, waar je kansen ziet en waar niet.

    Allerlei wetenschappelijk onderzoek laat zien dat verschillen in kunde en gedrag niet zo binair zijn, er is sprake van een as waarlangs sommige eigenschappen wat vaker voorkomen bij vrouwen en anderen bij mannen. Het drukst is het in het middengebied van de as. Wat blijkt, het verschil tussen mensen onderling is groter dan dat tussen vrouwen en mannen. De een houdt meer van koekjes en de ander van taart.

    Een vrouw is dus óók een sociaal construct. Hé, een man net zo goed. En hier mis ik wat mannelijk perspectief op de zaak. Mijn ervaring is dat vrouwen bij zelfreflectie meteen hun positie in de samenleving, hun rol ten opzichte van de ander onder de loep nemen. Onderwerp is wie ze zijn als persoon, moeder, vriendin, maar ook op wiens schouders ze staan en hoe dat invloed heeft op wie ze nu zijn. Ook mannen doen aan zelfonderzoek, maar mijmeren over wie ze zijn en doen in het grotere verband van een samenleving? Daar hoor ik ze zelden over. Welke rol de groep waartoe ze behoren in de geschiedenis heeft ingenomen en wat dat betekent voor hen, nu? Kortom, welke fundamenten er staan onder het huis waarin hij leeft. Ik constateer een enorme blinde vlek bij ‘de man’. Het is als de dode hoek van een vrachtwagenchauffeur.

    Onze geschiedenis kent vele dieptepunten, maar vrouwenhaat is er toch duidelijk een van. Sterker, het is nog steeds niet ver weg. Hoe verdrietig is het voor vrouwen in Afghanistan waar de misogynie zo openbaar en boosaardig is. Religie blijkt maar al te vaak een kanaal voor dit perverse gedrag van mannen. Maar ook in een kleinere vorm en dichterbij is het aanwezig, de treiterijen die vrouwelijke politici ervaren vanwege hun vrouw-zijn is slechts een van de vele voorbeelden.

    Met elkaar veranderen

    Seksisme is als racisme. Dit jaar is de invloed van slavernij op wat mensen die in hun familie een geschiedenis hebben van tot slaafgemaakten onderwerp van gesprek. Deze pijn ijlt nog generaties na en dat niet alleen, de blik van onze voorouders heeft ook onze blik gekleurd. Bewustwording van dat wat was, benoemen, erkennen van dat wat nog speelt is een eerste stap in een veranderingsproces, wat een gezamenlijke weg moet zijn.

    Ik haal dit aan omdat een soortgelijk proces ook in het seksisme debat van belang is. Onderzoeken, erkennen, benoemen is essentieel. Maar omdat mannen zich niet verantwoordelijk willen voelen voor de capriolen van andere mannen, is praten over de rol van mannen in de geschiedenis en hoe dat nu nog reflecteert bij hen vaak taboe. De privileges die daarbij horen, het verschil in perspectief, hoe de kaarten zijn geschud. Ze schieten al gauw in het defensief. En dat begrijp ik ook wel. Het is lastig schakelen tussen jezelf als individu en het sociale construct waartoe je behoort. Zeker als je er niet direct een belang bij hebt. Maar dat belang hebben mensen wel degelijk allemaal. Pas als ook mannen meepraten over dit onderwerp, zich verantwoordelijk voelen voor verandering, kunnen we wat poorten afsluiten en nieuwe openen.

    elsebeth

    06/06/2023
    maatschappij, mens
    maatschappij, sekse
  • Een kamer voor jezelf

    Een kamer voor jezelf

    In het essay Een kamer voor jezelf verwondert Virginia Woolf zich over de ergernis van mannen over vrouwen. Hele boeken hebben ze vol geschreven over vrouwen en wat ze wel en niet zijn. Vooral heel veel niet. Zij stelt dat mannen dubbel zo groot willen zijn omdat dat de macht vasthoudt. Ze kunnen zich alleen zo groot voelen als dat wat er om hen heen is klein is. Daarom willen ze vrouwen als inferieur zien, alleen zo kunnen ze dat beeld van zichzelf in stand houden, denken ze. Vrouwen fungeren als een spiegel om henzelf groter in te reflecteren. Het essay is van een eeuw geleden maar een aantal van deze mechanismes zien we nu nog steeds.

    Grootspraak

    Wat Woolf niet beschrijft is dat vrouwen daaraan meewerken. Vrouwen die mannen een hand boven het hoofd houden, excuses geven, ach het zijn mannen, zo zijn ze, en zo meer. Willen vrouwen mannen graag overschatten, vraag ik me dan af? Terwijl dat toch voor beide seksen geen pretje is, lijkt me. Mannen die zichzelf voortdurend moeten overschreeuwen om aan verwachtingen te voldoen. Niet voor niets plegen zoveel meer mannen dan vrouwen zelfmoord, hebben zovelen problemen met een verslaving enzovoorts. Me dunkt dat het hen behoorlijk wat kost om zich zo groot te maken. Terwijl ze in een normaal formaat ook bestaansrecht hebben. En meteen zoveel leuker zijn.

    Maar ik herken dit ook, het is moeilijk om iets kritisch over mannen te zeggen. Omdat je gewend bent dat je dan op een of andere wijze wordt ondermijnd, geridiculiseerd, je bent een zeur, seksloos en zo meer. Maar ook omdat je nou eenmaal met mannen leeft, bevriend met ze bent. Mannen waar je van houdt of waar je mee kan lachen of praten. Het voelt dan zo lullig om kritisch te zijn op de rol /positie van mannen in het grotere geheel.

    Meten met twee maten

    Ergens is dat raar want als mannen in onze cultuur iets goed kunnen is het kritisch zijn op vrouwen, er zit regelmatig weinig tussen een onrealistisch fenomeen en een bitch zijn. Ze doen het dus zelf wel. En toch voelen veel vrouwen zich bezwaard als zij mannen een spiegel voorhouden. Terwijl de kritiek eigenlijk alleen gaat over wat mannen in een patriarchale samenleving elkaar en vrouwen aandoen. Het gaat niet om de individuele man, je beste vriend, je zoon, je broer, de man die je na staat en die je op de eerste plaats gewoon als mens ziet.

    Benoemen is nog steeds lastig, en is een van de redenen waarom de weg naar gelijkheid tussen de seksen om zo’n enorme lange adem vraagt.

    Jezelf groter willen maken ten opzichte van die ander is een menselijke karaktertrek. Uiteindelijk heeft dat weinig van doen met de natuur van mannen (hoop ik, maar ben er ook niet zeker van) maar meer met wie de macht heeft en wil behouden en wie niet.

    Dat schept ook weer perspectief.

    elsebeth

    06/06/2023
    maatschappij, mens, verbeelding
    maatschappij, sekse
  • Zicht op de binnenplaats

    Zicht op de binnenplaats

    Buren. Op de eerste lentedag komen ze weer tevoorschijn. Ik hoor ze. Ik ruik ze. De buurman steekt de barbecue aan, het stel in het bovenhuis achter – nog zonder kinderen – geeft een feestje, een buurvrouw houdt van zingen. Ik raak bekend met hun ritmes en gewoontes. Als ik alleen in mijn tuin zit, volg ik onbedoeld en met enige gêne hun gesprekken.

    Bij fotojournalist Jeff loopt zo’n zelfde situatie uit de hand. Het is bloedheet als hij met zijn been in het gips thuis zit. In zijn rolstoel achter het raam van zijn appartement in New York kijkt hij uit op een binnenplaats, waaraan een aantal woningblokken grenzen. De bewoners hebben de ramen van de huizen wijd open gezet en de fotograaf kan de dagelijkse gang van zijn buren goed volgen.

    Rear Window

    James Stewart speelt Jeff in de meesterlijke Hitchcock klassieker Rear Window, een veelvuldig geciteerde speelfilm uit 1954. Hij is getuige van een moord in zijn woonblok. Althans dat denkt hij, maar is dat wel zo? Ik weet het niet meer, ik heb de film meerdere keren gezien en ik vergeet elke keer weer hoe het afloopt. De film is zo goed, dat dát er weinig toe doet.

    Het verhaal speelt zich af op een oppervlakte van ongeveer vijfentwintig vierkante meter, het decor is een vrij letterlijke vertaling van een binnenplaats in Greenwich Village. Jeff kijkt uit op de tuintjes en de rommelige achterkanten van de woningen. De façades van de panden zijn uit het zicht. Zou hier dan het ongekuiste leven te zien zijn? Achter een smalle steeg vangt hij nog een glimp op van de drukte van de stad. Zijn enige contact met de buitenwereld is de telefoon en drie bezoekers: de verpleegster, een bevriende detective en zijn elegante vriendin Lisa, gespeeld door Grace Kelly.

    Perspectief

    Dit begrensde decor vormt het perspectief van de hoofdpersoon. Zijn blik vertelt het verhaal, letterlijk en figuurlijk: zijn kijkrichting, zijn karakter en zijn gemoedstoestand bepalen wat hij ziet. De setting staat vast en het camerastandpunt is beperkt. Weinig dynamisch zou je zeggen. Toch wel, deze ingrediënten gebruikt Hitchcock ,‘The Master of Suspense’, virtuoos in een gelaagde spanningsopbouw. Waarbij de grote vraag is: klopt het wat Jeff meent te zien?

    Meestal is de fotojournalist van huis, hij reist de wereld over voor zijn foto’s. Hij vreest het gevaar niet, zijn laatste opdracht leverde hem een gebroken been op. In zijn werk is Jeff als een fly on the wall onzichtbaar aanwezig. Thuis heeft zijn leven zich vernauwd tot de kleine biotoop van de binnenplaats. Ook hier kan hij – met zijn fototoestel met telelens- onopgemerkt observeren. Waar hij eerder in naam van de journalistiek het leven registreerde, wordt hij nu een voyeur die zijn verveling probeert te verdrijven.

    Zeventig jaar geleden vond men gluren nog ongepast – voor de zekerheid meld ik het even. Het voyeurisme van de hoofdpersoon gaf de film een ondeugende twist; hoe immoreel is hij eigenlijk zelf? Als je je bedenkt hoe dun tegenwoordig de scheidslijn tussen publiek en privé is, zien we dat nu anders. Sterker nog: wie ben je eigenlijk als je niet bekeken wordt?

    Herkenbare verhalen

    Aanvankelijk is de fotograaf slechts een afstandelijk waarnemer. Maar al snel raakt hij betrokken bij zijn onbekende buren en geeft hij ze namen. In eerste instantie lijkt er weinig te gebeuren op de binnenplaats, pas als hij inzoomt blijkt er van alles te spelen. Je ziet de levens van de buren met kleine en herkenbare verhalen, die ook de thema’s van het hoofdpersonage reflecteren. In het blok woont een pianist die hetzelfde liedje keer op keer speelt, vindt hij het ooit goed genoeg? Zijn buurvrouw is een danseres. Ze ontvangt mannen die ongegeneerd haar getrainde lichaam bewonderen, is dat hoe ‘Miss Torso’ hogerop wil of moet komen? Aan de overkant woont ‘Miss Lonely Heart, een vrouw alleen. Ze dekt voor twee. Heeft ze de liefde niet toegelaten en doet ze nu dan maar alsof? In een appartement naast hem komen ‘Newly Weds’ wonen die niet van elkaar af kunnen blijven. Het duurt niet lang of de gordijnen zijn steeds langer open en Jeff hoort hun eerste ruzie. Tegenover hem woont een handelsreiziger met zijn vrouw. Je ziet een huwelijk in zijn nadagen: een bedlegerige vrouw en een vaak afwezige man.

    Romantiek mag in een Hollywoodklassieker niet ontbreken. Jeff twijfelt of hij zich moet binden aan zijn ogenschijnlijk perfecte vriendin. Lisa’s wereld is mondain en zijn carrière – ergens op de wereld maar niet daar- vertegenwoordigt voor hem het echte avontuur. Als kijker denk je dat ze voor elkaar gemaakt zijn. Hij denkt van niet. Kijk je wel goed naar haar, Jeff?

    het kleine schuilt in het grote

    De setting vind ik prachtig. Je kijkt naar mensen die toevallig naast elkaar wonen. Wat ze in elk geval gemeen hebben is dat ze dezelfde binnenplaats delen. Maar dit kleine oppervlak is ook het toneel van grote contrasten. Je ziet mensen die vol in het leven staan naast mensen die verloren ogen. Mensen die pas in gezelschap opleven naast mensen die zichzelf prima vermaken. Er wonen succesvolle mensen wiens carrière al staat en mensen die er nog moeten komen. Mensen die de liefde willen vinden, anderen die elkaar hebben gevonden en degenen bij wie de vlam is gedoofd. Het bestaat allemaal naast elkaar. Hoe het leven kan zijn, klinkt door in verschillende toonsoorten. Deze schakering ontroert me.

    Nu de fotograaf nauwelijks afleiding heeft, gaat hij grote verhalen in het kleine zien. Waar is de ziekelijke vrouw ineens gebleven? Wat doet haar echtgenoot met die grote koffer? Heeft hij deze nodig voor zijn beroep of zeult hij daarin een lijk weg? Jeff bijt zich vast in een verhaal en ziet alleen de aanwijzingen die zijn beeld bevestigen. Is het tunnelvisie of klopt zijn intuïtie? Jeff is dynamiek gewend- hij wil wat meemaken. In hoeverre kleurt dat zijn blik? Ziet hij wat hij meent te zien omdat hij wil dat er wat bijzonders voorvalt of gebeurt het ook echt? Zijn bezoekers nemen zijn gedachtespinsels met een korreltje zout. Hij bijt zich steeds verder vast in zijn overtuiging en gaandeweg krijgt hij ze mee.

    Rear Window geeft niet alleen een mooi sfeerportret van een verdwenen tijd, de klassieker zet je ook over de huidige tijd aan het denken. De kernvraag in de film is: klopt het wat de hoofdpersoon meent te zien? Diezelfde vraag kun je stellen bij een fenomeen als complotdenken, dat na de isolatie in de coronaperiode zo’n vlucht heeft genomen, aangezwengeld door de informatiebubbels op sociale media en de opkomst van nepnieuws en AI. Deze actuele ontwikkelingen vragen veel van ons kritisch vermogen, een haast onmogelijke opgave. Waarheen sturen jouw overtuigingen jouw blik? Welke aanwijzingen bevestigen jouw kijk? Welke tekens heb je gemist? Is het zo simpel als het lijkt? Of ingewikkeld? Soms wel. Maar vaak ook niet. Ook Jeff heeft het niet altijd bij het rechte eind.

    In het volle licht

    Als Hitchcock alle ingrediënten heeft opgediend, versnelt het plot. Jeff intervenieert in de levens van zijn buren, met de hulp van zijn bezoekers en de telefoon. Waar aanvankelijk de taferelen binnenshuis plaatsvinden en de bewoners alleen gericht zijn op hun eigen bezigheden, maken ze nu onderling contact en worden ze zich bewust van wat er bij de buren gebeurt. Jeff blijft ook niet langer onopgemerkt bij de verdachte buurman. De gebeurtenissen stapelen zich op, de tijd gaat sneller en we bewegen richting een spannend slot. Nu zullen we het weten: heeft de buurman zijn vrouw omgebracht?

    Hoe Rear Window eindigt? Het is al even geleden dat ik de film heb gezien en zoals gezegd, ik weet het niet meer. Ik herinner me wel dat Lisa het avontuur niet schuwt (zie, de fotograaf en zijn elegante vriendin zijn voor elkaar geschapen). Ze gaat op onderzoek uit en ondertussen moet Jeff vanuit zijn stoel toezien hoe Lisa – niet echt voor de gelegenheid gekleed in een chique lichtgekleurde jurk – zichzelf in gevaar brengt, terwijl hij fysiek niet in staat is haar te helpen. Dat moet voor een mannelijk filmpersonage uit die tijd een harde dopper zijn. Ik weet nog dat het allemaal goed afloopt, het blijft tenslotte een Hollywoodfilm. Eentje die staat als een huis, ook na zeventig jaar.

    elsebeth

    26/05/2023
    kunst, maatschappij, taal, verbeelding
    film, kunst
  • Mondriaans werkelijkheid

    Mondriaans werkelijkheid

    Gisteren was ik met mijn museumvriend naar een expo over Mondriaan in Winterswijk. Mondriaan voldoet aan het beeld van de kunstenaar bij wie al van jongs af aan duidelijk is dat dit is wie hij is. Iemand die vanaf jonge leeftijd wilde tekenen, schilderen. Het onontkoombaar talent spat er van af en hij doet er alles aan om dit verder te ontwikkelen.

    Wat maakt zijn werk goed? Waaraan zie je dat? Ik denk aan de trefzekerheid van dat wat hij doet, het kijken, het maken van keuzes en daar consequent in zijn. Oké, op de tentoonstelling zie je alleen die werken die bewaard zijn, de tekeningen en schilderijen die hij op jonge leeftijd heeft gemaakt en wilde bewaren; al die mislukte pogingen, het geploeter en gezoek, wat er toch echt geweest moet zijn: dat krijg je niet te zien. Zijn successen vormen ons beeld over hem als wonderkind. We zagen schilderijen uit zijn jonge jaren, en die zijn allemaal raak. Je ziet het schilderplezier ook. De lol van dat wat er gebeurt als je verf op het doek zet, de wereld die ontstaat, de keuzes die het je laat. Bij dat plezier gaat het eigenlijk niet zozeer om het onderwerp: het gaat om verf, vlak, kleur, toets, contrast, compositie.

    De gang naar het latere abstracte werk ligt al in het werk besloten. Al bleef het tafereeltje herkenbaar, hij bracht de werkelijkheid terug naar vorm. Je ziet hoe graag hij een beeld met het zetten van consequent gerichte toetsen opbouwt – als het niet zo revolutionair zou zijn geweest, is het niet meer dan logisch dat hij naar dat abstractieniveau is gegaan. Je ziet hoe hij zoekt naar de vorm, afbakenen en kadering is leidend. Wat ontstaat er als je jezelf beperkt? Hoe creëer je dan spanning? Hoe ontstaat een beeld dat de blik vangt, stuurt en vasthoudt? Het vraagt wat om zo consequent te zijn in je keuzes terwijl je zo’n enorm palet tot je beschikking hebt.

    In Mondriaans vroegere werk zie je een interpretatie van de werkelijkheid, met de in die tijd gangbare romantische blik. In zijn latere werk abstraheert hij de werkelijkheid zodanig dat er een geheel nieuwe werkelijkheid ontstaat, één die alleen maar op dat doek bestaat en nergens anders te vinden is. Zie hier de revolutie. <

    Tegenwoordig kleurt Mondriaans weergave van de werkelijkheid ook de echte wereld. Zoals in Winterswijk waar tot vervelends toe het blokschema van Mondriaan te zien is, ze zijn duidelijk trots op hun oude inwoner. Op de prullenbak een plakplastic schilderij van Mondriaan, in de etalages Mondriaan behang. Als het zou kunnen, zou hij zich omdraaien in zijn graf, met dat voorbehoud dat ik niet weet hoe de man zou aankijken tegen de commerciële uitingen die in deze tijd zo met ons leven zijn verweven.

    De schematische werkelijkheid zoals Mondriaan het toonde op het schildersdoek, is inmiddels onderdeel van onze vocabulaire. Mondriaan en zijn kunstenaarsvrienden hebben een referentiekader geschapen dat niet meer weg is te denken. Het conceptmatig denken in de kunsten is gemeengoed. In de jaren ’80 kwamen Mondriaan en de zijnen zelfs de huiskamer binnen, waar mensen hun interieur gingen inrichten met veel wit, grijs en zwart, en accenten in primaire kleuren: nou ja, dat had voor mij niet echt gehoeven.

    (gezien: Villa Mondriaan in Winterswijk, Mondriaan: de familie (nog te zien tot 27 oktober 2023)

    elsebeth

    08/05/2023
    kunst, maatschappij
  • In de herberg

    In de herberg

    In de herberg zie ik ze zitten om de grote tafel.Er zijn erbij die gewoon het woord nemen wanneer ze iets willen vertellen; ze worden niet onderbroken.Zij overschreeuwen zichzelf niet. Alsof dat nooit nodig is geweest en ze als vanzelf een plek in het geheel hebben. Daar hoeven ze niets voor te doen, ze zijn er.

    Ze hebben niets te verliezen, te winnen of te bewijzen, zo lijkt het wel. Hooguit ten opzichte van elkaar.

    Ik hoor een golf luid gelach waarbij ze slaan op tafels en knieën. Ze schudden achteloos de grappen die over hun rug gemaakt zijn, van hun schouders af. Het doet niets aan ze af. Dat denk ik te zien, althans.

    Dat vanzelfsprekende zelfvertrouwen, daar kan ik ze om benijden. Al weet je natuurlijk nooit zeker of het slechts spelers zijn in een thuiswedstrijd.

    elsebeth

    20/05/2022
    maatschappij, taal, verbeelding
  • Handelingsonbekwaam

    Handelingsonbekwaam
    Wanneer is het de verkeerde kant opgegaan? Was het toen de dienstensector groter werd? Heeft het te maken met het neoliberalisme? Of werd het zaadje eerder gelegd tijdens de christen en sociaal democratie, de tijd waarin langzaam maar zeker het werkwoord ‘besturen’ meer ruimte kreeg dan ‘doen’? Feit is dat onze samenleving lijdt aan handelingsonbekwaamheid.

    Moderne fabriek

    Met de schaalvergroting van organisaties (want ooh zo efficiënt) ontstonden er allerlei extra bestuurslagen, bedacht door bestuurders die denken dat je enkel door te besturen de wereld draaiende houdt. Want dat is wat zíj graag doen, het is een kwestie van perspectief. Scholen, ziekenhuizen, gemeentes en andere organisaties kregen er een hoop leidinggevenden bij, die allemaal wat te managen wilden. Gevolg is dat steeds meer werknemers gebukt gaan onder het juk van de bestuurder die ijverig nieuwe procedures en mallen bedenkt waarin de door hem bestuurde mens zich moet voegen. Want is de gedachte, de werknemer is een machine met knopjes en hendels: de kantoortuin is een moderne fabriek. Ondertussen moet er van alles gemeten en bijgesteld. De administratieve last is enorm.

    Denken én doen

    In organisaties is denken en doen steeds verder uit elkaar gegroeid. Je hebt de mensen die mogen nadenken over hoe je iets doet en de mensen die handen en voeten moeten geven aan dat wat anderen hebben bedacht. Gaandeweg kregen zij die denken én doen steeds minder ruimte. Dit zijn de mensen die op een zeker abstract niveau met enig overzicht kunnen denken en die visie, idee en plan ook daadwerkelijk in handelen omzetten. Een vanzelfsprekend handelen dat voortvloeit uit kennis en kunde. Gaandeweg is de bewegingsruimte van leraren, verplegers, artsen en al die andere slimme doeners behoorlijk ingeperkt.

    Van deze groep is de autonomie afgepakt. Zij moeten zich voegen in steeds weer nieuwe regeltjes en rapportages en luisteren naar managers die meer verdienen en minder weten. Al is het verschil in inkomen waarschijnlijk niet eens het grootste pijnpunt. Echt wrang is dat de bedenkers van weer een nieuw protocol zich niet bewust zijn hoeveel wantrouwen hieruit spreekt tegenover mensen die heus zelf weten hoe ze hun eigen vak goed moeten uitoefenen. Niet voor niets zijn managers de meest gehate collega’s.

    Het marginaliseren van de slimme doeners heeft grote gevolgen voor onze samenleving, het is funest kun je rustig stellen. Bij deze beroepskrachten is niet alleen de autonomie afgepakt, ook kreeg hun vak minder status en is hun inkomen ergens blijven steken. Hierdoor kiezen steeds minder mensen voor dit werk, gaan ze liever wat anders doen en komen we ze nu te kort.

    Zet daarbij de trend dat academici het werk doen dat een hbo-er eerder deed, waardoor slimme doeners nog meer op een zijspoor zijn beland. Steeds meer mensen kiezen voor een universitaire studie. Niet voor niets, het geeft de meeste kans op een baan waarin je autonomie behoudt. Stilaan zijn academici overal.

    Rookgordijn

    Onderzoeken is het nieuwe doen. Een academicus leert heel wat, maar snel handelen staat niet per se bovenaan het lijstje. Je kunt je bij heel wat banen afvragen of op die plek een academicus de beste keuze is. Toetsen, monitoren en theorieën in modellen, procedures of adviezen vatten: dat kun je rustig aan ze overlaten, maar er komt maar weinig concreets uit de handen. Wel zijn er veel commissies die onderzoek doen naar prangende kwesties. En dat blijkt – ook voor de politiek- een handig middel om verantwoordelijkheid te spreiden, uit te stellen en vervolgens af te stellen.

    Zo is het zover gekomen dat onze samenleving lijdt aan handelingsonbekwaamheid. En dat het kan gebeuren dat er – onderzoek na onderzoek – nooit wat wordt aangepakt. Ondanks de aanwezigheid van bruisende ideeën en daadkrachtige creativiteit van al die slimme doeners die popelen om gewoon te doen waar zij goed in zijn.

    elsebeth

    04/05/2022
    maatschappij, onderwijs
  • Gezellig

    Gezellig

    Gezellige Amerikaanse televisieseries spelen zich vaak af in een kleine gemeenschap. Het kan een bedrijf zijn met werknemers, een appartement waar meerdere mensen wonen, of een dorp op het platteland. Zo’n serie draait dan om de perikelen rondom een dokterspraktijk, een politiebureau, een groep huisgenoten of een ondernemende familie. Niemand wordt vermoord dus het blijft ook gezellig.

    Het zijn kleine gemeenschappen waar iedereen elkaar goed kent en mensen van buiten liefdevol worden opgenomen. Niet altijd meteen door iedereen maar in elk geval wel door de hoofdpersoon want dat is een door en door goed mens die vaak ook nog iets bijzonders kan. De sfeer is er een van ons-kent-ons, gemeenschapszin en schouders eronder.

    Wat verder opvalt is dat de karakters voorspelbaar zijn, vaak draait het plot ook om precies die herkenbaarheid. Elke aflevering is er iets aan hand -ja, duh- en alle personages reageren daar op te voorziene wijze op. Dat is logisch zou je zeggen, maar de karakters maken door de seizoenen heen weinig tot geen ontwikkeling door, ondanks alles wat ze meemaken met elkaar. Er is ook vaak een amoureuze verwikkeling gaande – gaan ze nou wel of niet met elkaar? – mocht de hoofdpersoon niet al lang heel gelukkig getrouwd zijn.

    Er is ook altijd een niet zo leuk personage. Die is bijvoorbeeld jaloers van aard, onaantrekkelijk, of heeft een teveel aan geldingsdrang; het zijn personages die in de echte wereld niet zo lekker in de groep liggen. Maar daar niet! Want in die series gaat het juist om elkaar nemen zoals je bent. Dat hoort bij gezellig. Ook de niet leuke mensen zijn onderdeel van de gemeenschap. Al is die ene een ontzettende onaangenaam mens en hoop je als kijker echt dat ie dood gaat of uit de serie wordt geknikkerd, toch is ie er het volgende seizoen gewoon gezellig weer bij.

    En dat is dan ook meteen de moraal van het verhaal. Zo zien de Amerikanen de wereld graag, denk ik dan. Of zo willen ze dat de kijkers de wereld gaan zien. Ach, misschien is er wel wat voor te zeggen. Maar goed, ondanks al dat harde werken van die acteurs, zijn we nog niet zo ver.

    (De volgende bijdrage over de wereld op televisie handelt over Scandinavische crimi’s en de Scandinavische voorliefde voor verhalen over samenspannende elites die hele onaangename dingen doen, liefst met kwetsbare vrouwen)

    elsebeth

    24/03/2022
    maatschappij, media
  • Keurslijf

    Keurslijf

    Vroeger op de middelbare school had je de mooie en de lelijke meisjes. De mooie waren de ‘populairen’. Je leerde al jong dat er een tweedeling bestaat in mooie vrouwen en lelijke. Een beeld dat ook films en literatuur je nadrukkelijk voorschotelden. Al is wat mooi en lelijk is aan verandering onderhevig, ook tegenwoordig is deze dwingende scheidslijn nog steeds wijdverbreid. En zijn de kanalen waarin meisjes en jongens deze boodschap horen uitgebreid.

    Deze tweedeling lijkt het enige te zijn wat er voor een meisje toedoet. Daaruit volgt dat je er alles aan moet doen om tot die eerste groep te behoren. Want in de ogen van de ander dien je allereerst aantrekkelijk te zijn voor je eventueel als intelligent, kundig of met wat voor kwaliteit dan ook in beeld komt. Je moet jezelf goed weten te kleden om zo je ‘persoonlijkheid’ op een attractieve manier te presenteren.

    Bij mannen kan een gebrek aan stijl en een onevenwichtige fysiek extra cachet geven, hij kan maar zo met met hele belangrijke dingen bezig zijn dat hij zich geen tijd verdoet met looks. Of hij is zo slim dat hij er krom van trekt. Bij vrouwen heb je eerder een slecht karakter als je je uiterlijk verwaarloost. Of ben je mentaal niet helemaal in orde.

    Als je als vrouw na je vijftigste je jeugdigheid verliest en daarmee de gangbare norm van schoonheid, blijft er weinig reden over om jouw plek in de maatschappij in te mogen nemen. Gechargeerd gezegd. We zeggen niet zo gauw over vrouwen met mooie grijze haren, dat we ze gedistingeerd vinden, terwijl we dat bij mannen wel degelijk als een attractieve kwaliteit zien. Ook omdat we bij mannen intellect, kunde of maatschappelijk succes als aantrekkelijk ervaren. (Wat voor hen net zo goed een keurslijf is)

    Uiteindelijk gaat het over macht en aan wie willen we die geven. En waarom? Welke ruimte mag wie innemen? Als vrouwen het schoonheidslabel dienen te behalen want anders tellen ze niet mee, ondermijn je ze aan alle kanten. Daar zit een lange traditie achter waar we met zijn allen nog aan meedoen. Een breder scala aan schoonheidsnormen zou helpen om dit te doorbreken. Waarderen van kennis en levenservaring ongeacht sekse ook.

    elsebeth

    19/06/2021
    maatschappij, mens
  • Drijven

    Drijven

    Laatst las ik ergens dat je mensen hebt die het leven feitelijk beleven en mensen die het leven beleven als een verhaal. Ik behoor tot die laatste groep. Los van het typische van dit uitspraken dat het of of is en nooit en en, en ertussen, bedacht ik me dat ik de onverbeterlijk neiging heb om overal een verhaal van te maken. Met een context, een ontwikkeling en dat je dan op dit punt bent beland. En waar dat dan begon. Alsof in alles wat je meemaakt een narratief schuilt. Een verhaal waarin je toeschouwer en deelnemer tegelijk bent. De protagonist en de antagonist. Of de bijfiguur die het verhaal verder op gang gaat helpen. Of het muurbloempje.

    En dat alles speelt zich slechts in je hoofd af. Waar komt die neiging toch vandaan, vraag ik me af. Heeft het te maken met de christelijke cultuur waarin ik ben opgegroeid of door al die verhalen die ik gelezen, gehoord of gezien heb? Of is het dat wat mij mens tussen de mensen maakt?

    In Sapiens belicht Yuval Noah Harari hoe mensen zich verbinden door de verhalen die ze vertellen. Aan zichzelf maar ook aan elkaar. Hierdoor kunnen mensen die ver van elkaar vandaan wonen toch een gemeenschap zijn. Met gezamenlijke vrienden, vijanden of goden. Dat veronderstelt dat mensen in de kern verhalenvertellers zijn. Terwijl het slechts een verhaal is dat we aan onszelf vertellen. En morgen kan dat best een ander verhaal zijn.

    Maar wat nu, als ik geen verhaal maak van alles wat ik beleef en denk? De context vergeet en mijn belevenissen zonder verleden of verwachting bekijk? En elke keer opnieuw begin? In meditatie streef je daarnaar (al mag je op die plek niet streven en dat probeer ik dan ook na te streven). Dit is een plek waar je de rol als toeschouwer inneemt. Registreert en niet initieert of reageert. Niet hoeft deel te nemen. Een bevrijdend moment, waar het houvast van een verhaal even niet nodig is. Adem in en uit, op de plaats rust.

    Wat doe je dan als je wel positie moet nemen? En jouw houvast uit het zicht is? Ver weg van een horizon die zich alsmaar verplaatst. In dat verhaal bevinden veel mensen zich nu. Ronddwalend. Mensen die in een nieuwe verhalen houvast willen vinden. En soms afdrijven.

    Laat mij maar dobberen in een bootje waar ik mee wieg op het ritme van de golven, wetend dat er na morgen weer een morgen komt.

    elsebeth

    28/01/2021
    maatschappij, taal
    column
  • Onbenoemd maakt onbekend

    Onbenoemd maakt onbekend

    Arnhem kleurt oranje. Om de aandacht te vestigen op geweld tegen vrouwen. Dat je je veilig voelt op straat, dat je je thuis geborgen weet, dat je als vrouw overal kan komen zonder bang te zijn. Dat moet toch voor iedereen belangrijk zijn? In mijn woonplaats vond de aftrap plaats van deze actie, wat ik een goede actie van mijn stad vind! Heel goed dat er aandacht is voor geweld en intimidatie waar vrouwen mee te maken krijgen. Een belangrijke speler in dit geweld blijft echter onbenoemd.

    Een goede actie en toch heb ik ook een kritische noot. Dat gaat over het belang van taal en de wijze waarop je problemen benoemt. In dit soort campagnes gaat het nooit over de plegers. In de taal zijn vrouwen lijdend voorwerp. Bij het verwoorden van dit probleem lijkt het wel iets buitenaards wat vrouwen overkomt. Het blijft een abstract probleem als er wel de nadruk ligt op dat het vrouwen zijn die dit overkomt maar onbenoemd blijft dat het (veelal) mannen zijn die dit doen.

    In geen van de teksten hoor je of lees je wie hier verantwoordelijk voor is, wie de daders zijn. Want al plegen de meeste mannen geen geweld tegen vrouwen, het zijn meestal mannen die zich hier schuldig aan maken. We weten dat het mannen zijn uit alle milieus, achtergronden en leeftijden. En dat dit al zo lang gebeurt op zo’n grote schaal dat je kunt stellen dat het een probleem van en met mannen is.

    Laten we het beestje bij zijn naam noemen in de hoop dat dat ook de oplossing dichterbij brengt.

    In de teksten zijn de vrouwen de slachtoffers terwijl je in de omschrijving van het probleem mist dat de daders eigenlijk de zwakke partij zijn. We weten dat het veelal mannen zijn, alleen niet welke (en dus leren vrouwen – in elk geval een beetje- bang te zijn voor allemaal). Wie zijn deze mannen? Wat is er met deze mannen aan de hand waardoor ze op deze manier met het andere geslacht omgaan? Waar gaat het mis en wat brengt ze op het pad naar geweld? Kunnen deze mannen iets leren van al die mannen die niet gewelddadig zijn naar vrouwen? Kunnen mannen daar ook onderling alerter op zijn en elkaar meer op aanspreken als intimiderend of gewelddadig gedrag naar vrouwen zich voordoet? Is het voor de plegers eigenlijk wel duidelijk wanneer gedrag geweld of intimidatie is en dat dat niet mag?

    Is het geen tijd voor campagnes met de focus op de plegers in plaats van de slachtoffers? Ik ben ook wel benieuwd naar een onderzoek onder mannen om te ontrafelen hoe vaak het gebruik van geweld voorkomt bij deze groep. Welke vormen van geweld er zijn, welke triggers er zijn, of er situaties zijn waar ze geweld tegen vrouwen als acceptabel zien, of ze zelf vaak in situaties komen waarin ze zich niet durven uit te spreken i.v.m. groepscultuur of iets dergelijks, et cetera.

    Ik denk dat we dit probleem pas echt de wereld uit kunnen helpen als we ook durven en kunnen benoemen wat de aspecten zijn die vrouwenhaat veroorzaken of in stand houden.

    Hoe zie jij dat?

    elsebeth

    30/11/2020
    maatschappij, mens, taal
  • Echt waar?

    Echt waar?

    Informatieoorlog (deel 2)

    Wat is waar? Welk bericht klopt wel, welke een beetje en welke helemaal niet? Je hoort het op het journaal: in de westerse democratieën zijn er grote zorgen over nepnieuws. Waarom? Omdat het kunnen vinden van betrouwbare informatie een belangrijke voorwaarde is voor een gezonde democratie. Want alleen zo vorm je je een gefundeerde mening die je een kapstok biedt bij het kiezen. En dat weten onzichtbare vijanden ook, heb ik van horen zeggen (Zijn ze er eigenlijk wel als je ze niet ziet?). Zij hebben baat bij verwarring. Zo las ik ook dat een grote rol voor het verspreiden van nepnieuws wordt toebedeeld aan sociale media en internetplatforms. Hier kunnen trollen van Russen, Chinezen en nationalisten kennelijk hun hart ophalen. Want wat blijkt? Onware berichten verspreiden zich zes keer sneller dan betrouwbare berichten. Dat stemt mij niet vrolijk.

    En het roept bij mij de vraag op: Welke rol spelen de traditionele media zoals publieke omroep en dagbladen eigenlijk als het gaat om het brengen van betrouwbare informatie? Is er nog wat aan te verbeteren? De berichtgeving over corona gebruik ik als testcase.

    Stelling

    Mijn stelling van de dag is: traditionele media zijn medeverantwoordelijk voor het groeiende wantrouwen over nieuws en feiten. Misschien kun jij me op andere gedachten brengen? Belangrijke oorzaak is de inmiddels jarenlange trend dat ook bij deze media het vermarkten van informatie steeds belangrijker is geworden. Hoe dat zover gekomen is? Terwijl op het internet lezers het ‘nieuws’ gratis voor het oprapen vonden, vrijelijk gedeeld via de sociale media, moesten kranten en andere media ook hun publiek bereiken én geld verdienen. En wat deden de meesten? Ze gingen dezelfde trucs gebruiken. Koppen en feiten zo verpakken dat de klikbereidheid van lezers zo groot mogelijk is. Dus wat je nu ziet, is dat de nieuwsmedia – de een wat meer dan de ander- voortdurend hypes voeden omdat rellerigheid nou eenmaal meer lezers trekt. Hijgerig noem ik het. Dan mag de inhoud op een andere manier tot stand zijn gekomen – netjes volgens de journalistieke regels, maar als je in vorm steeds meer gaat lijken op dat wat je niet bent, dan kun je het een lezer niet kwalijk nemen dat hij het verschil niet ziet. Zeker als je daarin meeneemt dat er inmiddels een hele generatie is, die niet anders weet.

    Corona

    Neem corona. Ook hierin sturen de media het narratief. Op sociale media komt een stortvloed aan informatie voorbij: bange mensen die berichten delen over aard, wetenschappelijke bevindingen en aanpak van deze crisis. Het gaat alle kanten op. En het duurt niet lang of je ziet de zelfbenoemde waarheidvinders in de traditionele berichtgeving verschijnen. Voorts hebben we het nu al maanden over de maatregelen, wel of niet mondkapjes en over wat de maatregelen betekenen voor alle gedupeerde groepen. Handig voor elke afzonderlijke club want als je luid in de media bent, gaan ze het in Den Haag ook horen en misschien voor jou wel een uitzondering maken. Het mechanisme is een soort perpetuum mobile: het houdt elkaar in stand. De traditionele media doen daar vrolijk aan mee want ook zij dienen het volk en schrijven wat het volk wil horen. Want een onvertogen woord kan je zomaar lezers kosten. Lezers die allemaal zitten met hun eigen stukje ellende rondom dit virus. Het treft namelijk elke groep. Je zou kunnen zeggen, bij elkaar zijn al die groepjes één grote groep: de samenleving. En die pandemie blijft nog wel even een feit. Wij – van de samenleving – moeten er mee om zien te gaan.

    Oorzaak-gevolg

    Welke verantwoordelijkheid kan de media hier nemen? Er zijn erbij die ook veel goed doen, hier en daar gaan ze zelfs de diepte in. Dat geeft hoop. Maar kunnen ze bij de krant, aan tafel van de talkshow en het journaal toch wat vaker wat verder kijken? En daarmee het narratief in de samenleving ook af en toe een andere kant opsturen? Bijvoorbeeld: die pandemie heeft een oorzaak. Wat gebeurt op dat vlak? Zijn landen, organisaties al bezig om in de toekomst dit soort uitbraken te voorkomen? Is dat wel mogelijk? Wat is daarvoor nodig? Hoe kunnen we deze ramp gebruiken om – figuurlijk gesproken- ik zeg het er maar even bij – de zolder op te ruimen? Welke ideeën leven er? Persoonlijk ben ik reuze benieuwd. Ik kan niet wachten tot we alle kansen pakken om deze crisis om te buigen naar een betere wereld. Ik wil wel helpen al weet ik nog niet hoe. Jij?

    [/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”]

    [vc_column_text]Tip: deze boeiende documentaire van VPRO Tegenlicht Aan het front van de informatieoorlog is het bekijken waard. [/vc_column_text]

    [sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Adres onbekend
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    11/10/2020
    maatschappij
    maatschappij, media
  • Adres onbekend

    Adres onbekend

    Informatie-oorlog

    De Netflix documentaire The Social Dilemma en de serie Why We Hate, te zien via NPO Start/Plus, belichten de macht van de internetreuzen en hun invloed op onze omgangsvormen, de samenleving en democratie. (De ironie van het laten zien van eerstgenoemde via de blijf-nog-even-bij-me streamingdienst kan na het bekijken van de documentaire niemand ontgaan) De documentaires gaan in op vragen als: Wat voor gevolgen hebben bedrijven als Facebook, Google en consorten op onze samenleving en de democratie? Hoe gaan we om met informatie en het duiden daarvan? En in het verlengde daarvan: Wat is er geworden van het internet?

    Het internet zou aanvankelijk een plaats voor vrije geluiden zijn, waar informatie voor alle mensen wereldwijd toegankelijk zou zijn, een wereldwijde ontmoetingsplaats waar mensen van verschillend komaf zich als gelijken konden bewegen: Wat is daar van terecht gekomen? Hoe gedragen we ons op de weg? Wie geven we voorrang en wie halen we in? Wat blijft achter?

    Clusterbom

    Op het internet is een clusterbom aan informatie ontploft. Haastige verkeersdeelnemers zijn op weg naar een onbekend adres. Ze gedragen zich alsof ze in hun eentje in een auto zitten en vertonen – onbespied gewaand- soortelijk gedrag. Toeterend en scheldend vinden ze hun weg. Verkopers gebruiken alle middelen om mensen bij hun kraampje te laten stoppen. De weggebruikers parkeren hier even en nuttigen wat hapklare brokken informatie. Hap-slik-like-weg. In de berm wonen predikers die zieltjes willen winnen voor hun eigen zaak, aplomb gepresenteerd als de enige waarheid. In het veld naast de weg liggen bij elkaar geharkte hoopjes. Harde schreeuwers rapen uit zo’n bultje data stukjes informatie bij elkaar om het met een wetenschappelijk sausje als één gerecht te serveren, terwijl het vooral een politiek belang moet dienen, welke dat ook mag zijn. Niet waarheidsvinding of horizonverbreding is hier het doel. Hier is de horizon zo dichtbij dat je de – vlak voor je neus- hoge flat waar duizend verschillende gekleurde vlaggen wapperen, kan missen.  Denk je anders? Dan ben je verdacht, niet oké en eigenlijk een NSB-er, links vuilnis, dom, een hoer of een varken.

    Internet is uitgegroeid tot een plek die onderdak biedt aan een benauwd bolwerk van gelijkhebberigen. Waar degene die het hardste ronkt, het grootste gehoor krijgt. Waar de blik van de verkeersdeelnemer zich verder vernauwt.

    Is het nog mogelijk dit tij te keren? En zo ja, wat is daar voor nodig? Minder macht leggen bij de grote sociale platforms voor wie winst maken leidend is, dat is duidelijk. Maar hoe dan wel? Hoe geef je – in een feitenvrij – wereldwijd web vorm aan een wirwar van allerlei soorten informatie? En bovenal: hoe zorgen we ervoor dat informatie niet langer politiek gekleurd is?[/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Echt waar? 
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    10/10/2020
    maatschappij, mens, verbeelding
    maatschappij, mens
  • Vissen

    Vissen

    Ontmanteld

    Vanuit een grijze lucht miezert het al de hele dag. Anton heeft een dunne, doorzichtige poncho over zijn colbert aangetrokken maar is toch door en door nat geworden. Druppels water zakken langs de slierten van zijn haar langzaam naar beneden, voor ze uiteenspatten op zijn ogen. Regendruppels vallen tussen het boord van zijn overhemd en zijn nek.

    Al uren tuurt hij over het water naar zijn dobber. De vissen laten zich niet vangen vandaag. Hij trekt de hengel omhoog om te kijken of het aas nog leven heeft. De made spartelt vol levenslust aan het haakje.

    Misschien moet hij het toch maar eens vertellen, peinst hij. Straks als hij thuiskomt en met een doornat colbert uit zijn auto stapt, zal ze toch iets vermoeden, zou je denken. Het is al vreemd dat ze er tot nu toe niets over gezegd heeft. Waarom vraagt ze niets en luistert ze alleen maar? Zal ze ook vandaag glimlachend commentaar geven op zijn verhalen? Dat doet hem eraan denken dat hij nog het verhaal van de dag verzinnen moet. Iets over vergaderen met de raad van bestuur? Een leuke grap over Robert-Jan met zijn secretaresse?

    Anton haalt uit zijn aktetas de sandwich met gerookte zalm, rucola en roomkaas die hij bij het tankstation heeft gehaald. De koffie is nu echt koud. Hij kijkt op zijn horloge. Half twee. Hij moet nog even. Anton sjort zijn stropdas wat losser. ‘Hé, heeft hij beet?’

    elsebeth

    19/06/2019
    maatschappij, mens, taal, verhaal
  • Herdenken

    Herdenken

    Stil

    Dit gedicht is een voorbeeldgedicht bij een les die ik maakte over herdenken. Het stergedicht heb ik een aantal jaar geleden ontworpen bij een van de lessenseries die ik heb ontwikkeld over de Tweede Wereldoorlog. Elk dorp of stad kent zijn eigen verhalen over wat er met mensen gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze historische gebeurtenissen waren onderwerp in de lessen voor kinderen tussen de 11 en 14 jaar.

    elsebeth

    06/05/2019
    maatschappij
    maatschappij, onderwijs, WOII
  • Hoogbegaafd

    Hoogbegaafd

    Ben je een ouder van of werk je met hoogbegaafde kinderen? In dit artikel geef ik een samenvatting van wat de huidige wetenschap verstaat onder hoogbegaafdheid en welke factoren volgens onderzoekers meespelen bij de ontwikkeling van hoogbegaafd talent.

    Intelligent

    Hoogbegaafde mensen hebben een hoge intelligentie. Maar als we het over intelligentie hebben, waar hebben we het dan over? Een intelligentietest gaat ervanuit dat intelligentie het vermogen is om eerder opgedane kennis op te halen en toe te passen en hoe snel je logische verbanden kunt leggen met nieuw aangeboden informatie. De intelligentie wordt in een quotiënt gevat: het IQ (intelligentie-quotiënt). Het gemiddelde IQ van mensen is 100, dat is het gemeten gemiddelde van een normgroep (de meeste mensen). Scoor je 110 punten dan is jouw intelligentie 10 punten hoger ten opzichte van de normgroep. Dat gemiddelde van de normgroep is niet altijd hetzelfde. Als iemand 50 jaar geleden tijdens een test een IQ had van 100 zou hij nu veel hoger of lager kunnen scoren terwijl er niets aan zijn intelligentie is verandert. De normgroep van 50 jaar geleden was namelijk een andere. Verder is een IQ-test een momentopname. Als je je dag niet hebt of faalangst hebt, is de kans groot dat je een lagere score haalt. Een goede tester houdt hier rekening mee.

    Efficiënte hersenen

    Met een IQ hoger dan 130 val je in de groep hoogintelligenten of hoogbegaafden. Als je over een hoge intelligentie beschikt, is de kans dus groot dat je moeilijke concepten kunt begrijpen en dat je een snelle denker bent. Ook het talent om verbanden te leggen tussen verschillende soorten informatie hoort hierbij. Wetenschappers denken dat een hoog IQ te maken heeft hoe efficiënt de hersenen werken. De bedrading in het hoofd (het neurale netwerk) zorgt ervoor dat je gegevens uit verschillende plekken combineert en hierop associeert. Bij een hoge intelligentie werkt dit systeem erg doelmatig waardoor je informatie handig opslaat en gegevens onderling makkelijk combineert en associeert.

    Anders denken

    Betekent hoogbegaafd zijn alleen dat je intelligenter bent dan gemiddeld? Of omvat het een breder gebied? Zelf ervaren hoogbegaafden vaak wat onderzoekers een andere manier van denken noemen. Het denkproces verloopt minder lineair dan bij mensen met een gemiddelde intelligentie en meer ruimtelijk. Het is alsof je vanuit verschillende lagen informatie en vaardigheden haalt en deze bij elkaar brengt. Als je hoogbegaafd bent, herken je je wellicht wel in deze eigenschappen: je legt relaties tussen gebieden die in eerste instantie niet iets met elkaar te maken hebben; je bekijkt graag meerdere opties, bent een creatieve denker, vaak kritisch ten opzichte van jezelf en ander, je neemt niet zomaar alles aan. Deze alerte en kritische houding is kenmerkend voor hoogbegaafden en heeft te maken met de efficiënt werkende hersenen. Het zorgt er ook voor dat je prikkels intens kan waarnemen. Zintuiglijke, cognitieve en emotionele indrukken pik je snel op en omdat je ze snel verwerkt, komen er ook veel prikkels bewust binnen. Het gevaar is wel dat je overprikkelt raakt.

    Hoogintelligent of hoogbegaafd?

    Wetenschappers maken een onderscheid tussen hoogintelligent en hoogbegaafd. Of en hoe iemand hoogbegaafd is, is afhankelijk van een aantal factoren. Een hoog IQ wordt door alle onderzoekers als kenmerkend beschouwd. Of je ook hoogbegaafd bent heeft volgens de onderzoekers te maken met een combinatie van intelligentie met andere eigenschappen. Hieronder een samenvatting van modellen van wetenschappers die intelligentie en hoogbegaafdheid hebben bestudeerd en onderzocht.

    Wetenschappelijke modellen

    Renzulli

    In de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte de Amerikaanse psycholoog Joseph Renzulli een model bestaande uit drie ringen. Hij gaat ervanuit dat iemand die hoogbegaafd is beschikt over een bovengemiddelde intelligentie, motivatie (vermogen om een taak te volbrengen) en creativiteit (creatief in het oplossen van problemen).

    Mönks

    Paar jaar later vulde de Nederlandse hoogleraar ontwikkelingspsychologie Franz Mönks het model van Renzulli aan. Hij plaatste de drie cirkels in een driehoekig kader. De driehoek staat voor de omgeving van de leerling: gezin, school en peers. Een omgeving kan een leerling stimuleren of juist tegenwerken in zijn ontwikkeling.

    Heller

    Het model van psycholoog Kurt Heller beschrijft de factoren die van belang zijn bij het wel of niet tot stand komen van prestaties op hoog niveau. Persoonskenmerken die niet cognitief zijn en omgevingsfactoren (moderatoren) hebben invloed op de begaafdheidsfactoren zoals intelligentie en creativiteit (predictoren). De wisselwerking daarvan bepaalt hoe en in welke domeinen (criteria) de hoogbegaafde presteert.

    Gagné

    Francois Gagné ontwikkelde het Gedifferentieerde model van gaven en competenties (Differentiated Model of Giftedness and Talent). Hierin beschrijft hij het proces van potentieel (gaven) naar prestaties (competenties). Hij gaat er vanuit dat een ieder op specifieke domeinen begaafd kan zijn en dat je deze gaven kan ontwikkelen in maatschappelijke relevante en gewaardeerde resultaten. Of en hoe je je talenten ontwikkelt hangt samen met persoonlijkheidskenmerken (fysiek en mentaal), omgeving en toeval.

    Fischer

    De Duitse onderwijswetenschapper Christian Fischer gebruikt de modellen van Mönks, Heller en Gagné als basis voor zijn Integrated Model of Giftedness and Learning (2007). Hierin verwerkt hij ook de theorie van Howard Gardner van de meervoudige intelligenties (Gardner onderscheidt acht type intelligenties). Ook in het model van Fischer zijn persoonlijkheids- en omgevingsfactoren van grote invloed op de prestaties van de hoogbegaafde leerling.

    Delphi

    Het Delphi-model is ontwikkeld door een groep hoogbegaafde hulpverleners, gespecialiseerd in hoogbegaafdheid. Het model is niet per se gericht op de prestaties van de hoogbegaafde maar beschrijft de hoogbegaafde in denken, voelen en doen: hoogintelligent, autonoom en met een rijk geschakeerd gevoelsleven. Ze zien de hoogbegaafde als een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Volgens hen is een hoogbegaafd persoon autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een intens levend, sensitief mens die plezier schept in het creëren.

    Ontwikkelen

    Wat al deze modellen gemeen hebben, is het inzicht dat de ontwikkeling van een hoogbegaafd mens niet vanzelf gaat. Een hoge intelligentie is één ding maar het hangt van veel andere factoren af of deze aanleg ook tot volle wasdom komt. Op sommige hiervan heb je invloed als ouder of leerkracht, andere niet. Zaak is juist om de elementen waar je als ouders en professionele opvoeders wel invloed op hebt, zo in te zetten dat een hoogbegaafd kind zich kan ontplooien.

    Bronnen:

    • https://talentstimuleren.nl/thema/begaafdheid/hoog-begaafdheid
    • Een andere kijk op hoogbegaafdheid, Althuizen en anderen, ISBN 978 90 8850 5591, uitgeverij SWP

    elsebeth

    25/03/2019
    maatschappij, onderwijs
    kind, maatschappij, onderwijs
  • Jeugdtrauma

    Jeugdtrauma

    Op het moment dat de pianist de laatste noot speelt, herkent Marieke hem. ‘Ja, het is Evert.’ Ze voelt onbehagen opkomen. Liever wil ze in de sfeer van zijn spel blijven hangen, maar de herinnering brengt haar bijna veertig jaar terug in de tijd.

    Ze was acht toen ze deze man, als jongen nog, voor het laatst heeft gezien. Evert verkoos zijn eigen gezelschap boven dat van anderen. De alsmaar neuriënde einzelgänger was bij de dorpelingen een favoriet mikpunt voor gedeeld ongenoegen.

    Het dorp lag verborgen tussen rivieren, het was zo’n plek waar je alleen kwam als je er wat te zoeken had en waar weinig was te vinden. Als er al een bezoeker kwam, kwam die meestal wat brengen. Iets waar hij zo snel mogelijk van af wilde.

    Marieke herinnerde zich één uitgesproken rotjoch: Geert. Geert wilde maar niet groeien dus deed hij er alles aan zijn omvang te vergroten. Hij had een aantal knechten om zich heen verzameld. Jongens met korsten op de knokkels, roze wangen en een gezonde eetlust.

    Natuurlijk was de miezerige Evert met zijn piekhaar en afwezige blik een geliefd knokobject. Er ging geen week voorbij of Evert werd in kreukels geslagen. Het leek hem niet te raken. Hij vouwde zich op als een egeltje met zijn hoofd tussen de schouders, veerde mee met het ritme van de vuisten en liet zich gewillig doodtrappen tot de jongens genoeg pret hadden gehad. Na gedane zaken stond hij op, klopte het vuil van zijn terlenka broek, hervatte onverstoorbaar zijn eigen melodie en slenterde verder, zijn blik gericht naar de wolken.

    Tot die 7de juli in 1974. De straten zijn verlaten als de dorpelingen voor de buis gespannen de verrichtingen volgen van het Nederlands elftal. De Hollandse jongens spelen in de finale tegen gastland West-Duitsland. Geert struint in zijn eentje over straat, hij is door zijn ouders het huis uit geschopt omdat ze het te vol vonden met hem erbij. Dan krijgt hij Evert in het vizier. Evert zit op een bankje te neuriën en houdt zijn blik gericht op het open venster waar een psychedelisch oranje-bruin-geel gestreept gordijn naar buiten wappert en Marieke luidkeels meezingt met Mouth and MacNeils ‘Ik zie een ster’. Evert schrikt op als Geert hem venijnig in zijn zij prikt en zijn hoofd als een hinderlijke vlieg voor Everts ogen beweegt.

    Dat blijkt de druppel voor Evert. De muzikant pakt de kleine, blonde kwelgeest bij de oren en klemt Geerts neus tussen zijn tanden. Marieke hoort Geert gillen en ziet nog net hoe Evert het dopje van de neus uitspuugt en onverstoorbaar een liedje neuriet terwijl hij vastberaden het dorp achter zich laat met zijn blik vooruit.

    Op de dag dat Nederland van Duitsland verliest, verliest Geert ieder gevoel van perspectief. Marieke hoort Geert nog steeds gillen.

    elsebeth

    03/09/2018
    maatschappij, verhaal
    maatschappij, verhaal
  • Cindy Sherman

    Cindy Sherman

    Identiteiten

    Al decennia lang maakt de Amerikaanse fotografe Cindy Sherman zelfportretten zonder haar identiteit aan de kijker prijs te geven. Humorvol houdt ze mannen én vrouwen een spiegel voor en laat ze zien welke clichés er leven over vrouwen.

    In haar eerste serie foto’s uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, Untitled Film Stills, is Sherman een actrice die verschillende rollen speelt,  van stereotiepe huisvrouw tot filmster tot minnares.  Ze uit daarmee haar frustratie over de rolmodellen die vrouwen krijgen toebedeeld en stelt daarmee de verwachtingen waaraan vrouwen moeten voldoen aan de kaak.

    Na drie jaar – ‘she ran out of clichés’-  verandert de fotografe van onderwerp. In haar ‘Fairy Tale Disasters’ laat ze haar fascinatie voor horror zien. Met gruwelbeelden van vervormde (plastic) lichamen brengt ze een onsmakelijke fantasiewereld tot leven.

    De volgende serie die ze maakte heet History Portraits. Hierin refereert ze aan bekende schilderijen. Zonder het werk van de meesters exact na te spelen geeft ze een herkenbare interpretatie. Aangeplakte plastic lichaamsdelen werken vervreemdend en benadrukken de rol die de geportretteerde heeft.

    In een volgende serie parodieert ze de porno-industrie. Poppen met plastic genitaliën in obscene poses figureren in haar Sex Pictures.  Het ontneemt je meteen de lust.

    In haar serie Metro Pictures is ze zelf weer model van haar foto’s. Ze maakt portretten van hedendaagse Amerikaanse vrouwen. We zien onder andere dé gescheiden vrouw, dé personal trainer, dé makelaar. En net zoals in de reallife soap, de vrouwen lijken net echt.

    Tegenwoordig toont Sherman via haar Instagramaccount selfies waarbij ze door gebruik te maken van fotobewerkings-apps kan kiezen wie, wat en hoe ze is. Daar gebruikt ze onder andere Facetune voor. Delen van het gezicht zijn vergroot, verkleind of vervormd. Ze toont – zoals zovelen – het plaatje dat ze wil laten zien van ‘zichzelf’ aan de wereld.  Ze laat daarmee ook zien hoe mensen in de (sociale) media een beeldtaal gebruiken die refereert aan dat wat ze al kennen. Met als gevolg dat we elkaar bevestigen in de stereotypes die we gebruiken om de wereld om heen te duiden en tegelijk de samenleving met dezelfde tonen blijven kleuren.

    Foto’s van Cindy Sherman uit de volgende series:

    • Untitled Film Stills
    • Fairy Tale Disasters
    • Metro Pictures
    • History Portraits
    • Sex Pictures
    • Selfies

    elsebeth

    20/05/2018
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst, maatschappij, media, sekse
  • De strijd der seksen

    De strijd der seksen

    Foto: Tamara in een groene Bugatti is geschilderd in 1929. Het is een zelfportret van Tamara de Lempicka. Ze schilderde dit autoportret voor een Duits vrouwenblad om de onafhankelijkheid van de vrouw te eren.

    Vrouw versus man

    In de strijd der seksen is de ongelijke maatschappelijk positie van de man ten opzichte van die van de vrouw een terugkerend onderwerp van gesprek. Ongelijkheid in inkomen en invloed zijn thema’s waar de vrouw zich om bekommert. Al jaren. De man wat minder. Hij ziet de strijd voor vrouwenrechten als een vrouwenzaak. Dat is spijtig want zolang hij zich weinig betrokken voelt bij dit onderwerp duurt de maatschappelijke ongelijkheid nog even voort. Hoe is dat zo gegroeid?

    Met een vrouw kun je eindeloos praten over de man. Zij duikt in zijn psyche en neemt de tijd om zijn drijfveren en passies te duiden. Als hij zo zegt en zus doet, wat bedoelt hij daar dan mee? En waarom laat hij dit terwijl hij dat wel doet? Hoe kan het dat hij niet hetzelfde ziet als ik? De vrouw kijkt vaak met grote verbazing naar het gedrag van man en interpreteert er met wisselend plezier op los. Het gesprek varieert in mildheid, de toon is soms wat verongelijkt, al treedt er met het stijgen der jaren ook een gelatenheid op.

    Wanneer de man ook deelneemt aan een gesprek over de seksen komt het maar niet tot een uitwisseling van ideeën. Man voelt zich snel aangevallen, schiet al gauw in verdedigende rol en lijkt te denken dat de beste verdediging de aanval is. Daartoe hanteert de man verschillende tactieken. De volgende drie komen vaak voor:

    1. Man scheldt vrouw uit voor feminist (oftewel hij verwijt haar dat ze gelijkheid wil voor man en vrouw en komt daar mee weg want feminisme is synoniem voor tuinbroeken en haren op de benen en dat is pas echt not done). Hier toont man wel een vreemde gedachtekronkel want hij denkt dat een feminist de man niet het beste gunt. Maar waarom zou je als je de vrouw ook het beste gunt, daarmee de man te kort willen doen? Een taart kun je toch ook in gelijke stukken verdelen?
    2. Man verwijt vrouw een gebrek aan humor (en dat heeft hij dus wel). En doet het onderwerp meteen af tot een non-issue waar alleen wat om te ginnegappen valt.
    3. Man maakt het heel persoonlijk door te veronderstellen dat zij hem zojuist verantwoordelijk heeft gesteld voor al het door de man veroorzaakte leed op de wereld. En welke vrouw wil dat nou?

    Zo blijft zo’n gesprek hangen in het meegaan ofwel ontkrachten van eerder genoemde gesprekstactieken. En krijg je maar niet een dialoog over dit onderwerp op gang. En blijft alles nog langer bij het oude.

    Op een feestje kwam Saoedi Arabië ter sprake. Een man in het gezelschap sprak mij aan – wat ik nou wilde doen aan de inferieure positie van vrouwen daar. Hij verwachtte dat ik daar actie in zou ondernemen. Het ging toch om mijn “zusters aldaar”. Ik vergat hem aan te spreken op de positie van zwarte mannen in de VS, is dat dan een zaak waar hij als man zich tegenaan dient te bemoeien?

    Gelukkig schiet niet iedere man meteen in een kramp als het over de vrouw gaat. Soms komt er wel een gesprek op gang over vrouwenrecht, rolverdeling, het liefdesspel, vrouwengedrag. Maar al gauw blijkt menig man niet diep na te denken over de motieven en ambities van een vrouw. Ziet hij haar liever als een raadsel? Al wil man wel, het lukt hem maar niet om vrouw echt serieus te nemen. En hoe kun je hem dit kwalijk nemen? Het beeld dat man van vrouw heeft, krijgt hij al van jongs af aan voorgeschoteld. Net zoals zij al vroeg leert wat een vrouw is en wat een man doet.

    De gemiddelde man is niet gewend om zijn eigen perspectief te onderzoeken en te beschouwen. Zoals hij de wereld ziet, is ook hoe de wereld is. De positie van de man in de maatschappij, de rolverdeling van man en vrouw: het is niet iets wat hij bespiegelt. Hoe het zo gekomen is en wat ook de rol van de man daarin is, lijkt voor hem moeilijke kost te zijn. Hier ligt het perspectief van man en vrouw vaak zo ver uiteen dat het wisselen van ideeën en gevoelens over dit onderwerp een brug te ver is.

    Als hij denkt dat hij het niet meer uithoudt zonder vrouw, voelt een man zich zwak. En zonder een vrouw in zijn leven, raakt een man het besef kwijt van kracht en van verschil, dat nu juist de grondslag van mannelijkheid is.
    Dit is de patstelling waar Chip, een personage uit Jonathans Franzens ‘De Correcties’ zich in gevangen voelt en wat volgens hem de sleutel is van misogynie.
    Wat vrouwen doen -volgens hem- is het hebben van succes gelijk stellen met het hebben van een man en zich mislukt voelen als ze er geen hebben.

    Zien en gezien

    De man heeft eeuwenlang bepaald hoe we de wereld duiden. In de wetenschap, de kunsten, de politiek: als je terugkijkt naar de geschiedenis is er altijd wel ergens een man aan het woord. Hij heeft ook de vrouw beschreven, geschilderd en onderzocht, zij vertegenwoordigde schoonheid, lust en kuisheid. Haar eigen stem bleef buiten beeld. De man bezag de vrouw als een fenomeen, met een blik waarmee hij het verschil in plaats van het gedeelde bescheen. Hij zag haar als een mislukte versie van hemzelf, zij was labiel en passief terwijl hij sterk en doortastend was. Hij besloot welk deel zij kreeg en wat zij wel en niet kon denken en doen. Omdat vrouw kinderen baarde, bleven voor haar veel deuren dicht.

    D.H. Lawrence:
    “De werkelijke moeilijkheid met vrouwen is dat ze voortdurend moeten blijven proberen zich aan te passen aan de theorieën die mannen er over ze op nahouden.”

    Vorige generaties hebben een duidelijk onderscheid tussen een mannelijke en vrouwelijke identiteit neergezet. Met als gevolg dat we in onze cultuur allerlei verschillen zien tussen de seksen en vrouw en man andere rechten en plichten toedichten. Voor de vrouw en nog meer voor de man is het lastig om vooringenomenheid over sekse niet mee te laten spelen in de vraag in hoeverre iemand iets te zeggen heeft, deskundig is en een geldig perspectief heeft op de werkelijkheid.

    De maatschappelijk structuren zijn geënt en nog steeds gericht op een traditioneel manbeeld. Nog steeds kiezen mensen voor ‘sterke leiders’ en zien ze mannen als Trump, Poetin en Erdogan als de personificaties daarvan. Wat deze mannen met elkaar gemeen hebben is dat ze eendimensionaal zijn en alles wat in hun buurt groeit afbranden, omdat ze vrezen dat het licht van een ander hun eigen ego in de schaduw zet. Ze oogsten bewondering omdat of ondanks ze gevaarlijk zijn. Voorbeelden van mensen die succesvol zijn terwijl ze ook ruimte overlaten voor anderen en andere ideeën, zie je helaas nog weinig in het openbare leven. Nog steeds zijn we gewoon de eerste vorm serieuzer te nemen.

    Toch ben ik optimistisch gestemd. Inmiddels zijn er vanuit de wetenschap steeds meer geluiden te horen waaruit blijkt dat iedereen beter af is bij maatschappelijke gelijkheid; dat opent de poort tot zoveel meer welzijn, welvaart en geluk voor jong en oud. De verhoudingen tussen man en vrouw veranderen geleidelijk. De vrouw roert zich en nu de vrouw stukje bij beetje meer zichtbaar is in de publieke ruimte, begint ook menig man de eigen identiteit te onderzoeken en vraagtekens te zetten bij wat er van hem wordt verwacht. Past de toebedeelde rol hem wel? Al heeft de man nog veel angst om de hem bekende wereld los te laten, hij komt langzaam maar zeker in beweging. Toch blijft het zoeken naar een vrijere vorm waarin hij man kan zijn (en zij vrouw genoeg) een weerbarstig proces. Het zijn nog steeds kleine stapjes vooruit en dan weer een stap terug. Ik denk dat we pas echt grote stappen zetten als we de gelijkwaardigheid der seksen als een strijd zien van vrouw én man, van mensen dus. Zodat we eindelijk bestaande maatschappelijke structuren durven op te geven voor iets wat zoveel beter en mooier is. Ik kan niet wachten tot het zover is.


    Verder kijken:

    • Een aanstekelijk verhaal van Michael Kimmel over gendergelijkheid.
    • Waarom feminisme geen vies woord is,  volgens Chimamanda Ngozi Adichie.

    elsebeth

    05/10/2017
    maatschappij, mens
    maatschappij, sekse
  • Heb ik contact?

    Heb ik contact?

    Smartwise

    Jongeren van nu zijn niet hetzelfde als die van tien jaar geleden. Recent onderzoek wijst uit dat kinderen zich anders bewegen in hun sociale wereld. Ze ontmoeten elkaar minder in levende lijve en meer online, gaan minder vaak uit en beginnen later met seks. Kortom, sinds de opkomst van sociale media en smartphone is er een hoop veranderd voor jongeren. Het kan niet anders of dit heeft gevolgen voor het onderwijs.

    Old school

    Vanwege de lange ontwikkeltijden en de behoudende cultuur bij veel onderwijsinstellingen en educatieve uitgeverijen springt het huidige lesmateriaal nog niet op deze ontwikkelingen in. Ook het generatieverschil tussen onderwijsmakers en leerlingen speelt mee. We zijn gewend te leren via (vooral) geschreven teksten die in een herkenbare vorm zijn opgebouwd waarbij het duidelijk is wanneer je moet stampen, studeren of begrijpen. Tegenwoordig komt informatie van alle kanten en zeker niet alleen via school of het dagblad bij de ouders thuis. Jongeren vinden op zoveel meer plekken informatie die ze binnen een sociale context met elkaar delen. Het gevolg is dat hun wereld groot is terwijl hun perspectief nog klein is.

    Bottom-up

    De huidige lesmethodes hebben een formele lesopbouw waarbij je kennis stapelt. Je geeft niet meteen alle informatie prijs, maar bouwt steen voor steen de lesstof op. Het is een lineair proces: eerst dit, dan dat. Elke jaargang zoomt de stof verder in op de onderwerpen en pas aan het eind van de schoolcarrière heeft de leerling het gewenste peil bereikt. Deze bottom-up opbouw van een methode is tegenovergesteld aan de informele manier waarop jongeren informatie verzamelen. Voor hen bestaat kennis vergaren niet langer uit het stapelen van informatie, maar maken ze eerder een construct uit naast elkaar bestaande bronnen die ook nog eens verschillend van gewicht zijn.

    Het onderwijs speelt hier niet, nauwelijks of pas vrij laat in hun schoolcarrière op in. Het zou zich veel meer en ook eerder moeten richten op het ordenen en duiden van informatie. Nu gebeurt dat vaak pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Dat het leren duiden van informatie pas zo laat aan de orde komt, heeft onder andere te maken met hoe we de leraar zien als deskundige en als filter. Dat heeft op zijn beurt weer te maken met die bottom-up benadering. Het komt niet uit als een onderwerp te veel uitwaaiert, want dan kom je in de knel met je stapsgewijze programma. Terwijl ondertussen de invloed van de leraar niet veel verder reikt dan de drempel van zijn klas, omdat de leerlingen op andere plekken ongefilterd informatie krijgen te zien of te horen die zich al dan niet mengt met dat wat ze in de schoolbanken hebben gehoord.

    Top-down

    Het is echt tijd om over te gaan van de bottom-up naar een top-down benadering. Laat leerlingen bij de start zien wat het onderwerp behelst in de hele leergang en toon ze welke thema’s aan het onderwerp verwant zijn. Zodat ze, wanneer ze in hun sociale omgeving met allerlei (maatschappelijke) onderwerpen in aanraking komen, zien dat deze ook binnen de lesstof van school terugkomen. Dat het echte leven en school in elkaars verlengde liggen. Wat zich momenteel – in de ogen van de scholier- op verschillende planeten lijkt af te spelen, waardoor hij denkt dat schoolstof niet iets is wat je in het leven kunt toepassen, hetgeen zijn motivatie geen goed doet. Laat leerlingen dus de horizon zien en geef ze ook zicht op hoe ze die gaan of kunnen bereiken. Hoe, wanneer, in welke stappen en in welke snelheid ze die gaan bereiken is aan leerling en docent. Bijkomend voordeel van zo’n top-down benadering is dat je al in de aanpak differentieert naar niveau en bijvoorbeeld de slimme of gemotiveerde leerling de kans geeft stappen over te slaan of te versnellen.

    Daarnaast is een top-down benadering zoveel praktischer als je overkoepelend wilt werken in vakken en projecten. Onderwerpen binnen de geografie zijn niet los te zien van onderwerpen binnen de geschiedenis (zoals kolonisatie, industrialisatie en urbanisatie) of biologie (zoals milieu), et cetera. Ook competenties als argumenteren, logisch denken, mediawijsheid en debatteren zijn niet alleen onderwerpen voor in de Nederlandse les, maar zouden verweven moeten zijn met alle vakken in de hele leergang. Sta open voor verschillende manieren waarop leerlingen de kennis kunnen vergaren en toepassen. Speel in op de verschillende leerstijlen. En zorg dat de wereld buiten school aansluit bij wat er binnen gebeurt.

    Deze ontwikkeling is nu gaande en ook toekomstige jongeren begeven zich steeds meer online in een voor hen levensechte digitale wereld. Wil je het contact met deze doelgroep houden, dan is het nodig om structureel te innoveren binnen het onderwijs. Dus niet talmen, er is werk aan de winkel.


    Verder lezen:

    • Zweeds experiment op school met nepnieuws-lessen
    • Psychologie hoogleraar Jean M. Twenge over de generatie iGen en de smartphone
    • Steeds later beginnen aan seks

    elsebeth

    12/09/2017
    maatschappij, mens, onderwijs
    maatschappij, media, mens, onderwijs
1 2
Volgende pagina

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld