communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Vissen

    Vissen

    Ontmanteld

    Vanuit een grijze lucht miezert het al de hele dag. Anton heeft een dunne, doorzichtige poncho over zijn colbert aangetrokken maar is toch door en door nat geworden. Druppels water zakken langs de slierten van zijn haar langzaam naar beneden, voor ze uiteenspatten op zijn ogen. Regendruppels vallen tussen het boord van zijn overhemd en zijn nek.

    Al uren tuurt hij over het water naar zijn dobber. De vissen laten zich niet vangen vandaag. Hij trekt de hengel omhoog om te kijken of het aas nog leven heeft. De made spartelt vol levenslust aan het haakje.

    Misschien moet hij het toch maar eens vertellen, peinst hij. Straks als hij thuiskomt en met een doornat colbert uit zijn auto stapt, zal ze toch iets vermoeden, zou je denken. Het is al vreemd dat ze er tot nu toe niets over gezegd heeft. Waarom vraagt ze niets en luistert ze alleen maar? Zal ze ook vandaag glimlachend commentaar geven op zijn verhalen? Dat doet hem eraan denken dat hij nog het verhaal van de dag verzinnen moet. Iets over vergaderen met de raad van bestuur? Een leuke grap over Robert-Jan met zijn secretaresse?

    Anton haalt uit zijn aktetas de sandwich met gerookte zalm, rucola en roomkaas die hij bij het tankstation heeft gehaald. De koffie is nu echt koud. Hij kijkt op zijn horloge. Half twee. Hij moet nog even. Anton sjort zijn stropdas wat losser. ‘Hé, heeft hij beet?’

    elsebeth

    19/06/2019
    maatschappij, mens, taal, verhaal
  • Als herboren

    Als herboren

    An had het echt nodig: ‘me-time’. Dus had ze de stoute schoenen aangetrokken en een vakantie voor haarzelf alleen geboekt. Dochter Lieke ging die week naar ex Martin en zijn Chinese schone, en zij toog in haar Suzuki Alto richting de Franse Provence. Hier werd een klein dorp bevolkt door Nederlanders die zich wilden laven aan zon, goed eten en andere vrijgezelle dames en heren, al was natuurlijk niemand echt op zoek. De vakantiegangers konden zich inschrijven voor allerlei creatieve cursussen van Nederlandse kunstenaars die gul en bevlogen met hun talenten strooiden. Het kon niet anders of je kwam er als herboren vandaan.

    Er waren workshops zenzingen, ‘persoonlijk landschap’ schilderen en – nieuw dit jaar- blindboetseren; oftewel de innerlijke mens kwam ruimschoots aan bod. An had al een dag geschilderd in een geurend lavendelveld. Aangemoedigd door kunstenares Anne-Marie had ze als een ware Van Gogh haar eigen gekte durven omarmen en in een spannend kleurenspel op het witte doek gesymboliseerd. Ook spannend bleek het geblinddoekt portretboetseren. Ze werd gekoppeld aan een kleine man uit Heino, Evert. Eerst voorzichtig maar allengs steeds brutaler hadden ze elkaar op de tast verkend en in klei vastgelegd. An voelde zich al na twee dagen Frankrijk een ander mens, en vergat pardoes waarvoor ze was gekomen. ‘Hoezo me-time, he-time zul je bedoelen’, giechelde ze tegen kamergenote Margriet terwijl ze samen de buste bekeken die An van de bescheiden Evert had gemaakt.

    Later die week kwamen ze elkaar weer tegen bij de workshop ‘Als Herboren’. Trainer Joop vertelde de zes dames en drie heren dat ze vandaag contact gingen maken met het kind in henzelf. ‘Terug naar de tijd dat je je nog bij je moeder geborgen wist’, om daarna de moederbinding los te laten en een ‘volwassen relatie met jezelf’ aan te gaan. ‘Alleen dan kan je je echt verbinden met anderen’, meende Joop, ‘en kun je je blokkades op het gebied van intimiteit doorbreken.’ Na een aantal oefeningen waarbij de zongebruinde leerlingen met de ogen dicht hun adem naar het centrum van hun lichaam langs alle chakra’s hadden geleid, moesten ze in paren op de knieën tegenover elkaar gaan zitten. An zag hoe Margriet zich tegenover Evert manoeuvreerde terwijl zij met ene Gerdien uit Appelscha zat opgescheept.

    An noteerde hoe Margriet met haar haren schudde en haar ferme borstpartij pront naar voren stak. ‘Leg de handen tegen elkaar. Doe de ogen dicht en voel waar jullie handen elkaar raken’, verordonneerde Joop zachtjes. Vanuit haar ooghoeken bekeek An hoe Margriet met gesloten ogen, topzwaar vooroverhellend, haar ellebogen stevig tegen de onderarmen van Evert plantte. De paren moesten langzaam dichter naar elkaar toe schuifelen. ‘Maak contact met elkaar, maar blijf bij jezelf’, gaf Joop hun mee. Op het moment dat Everts hoofd weldadig in Margriets zachte boezem landde, landde An met beide benen op de grond.

    Ze stond op, knipoogde naar Gerdien, en zocht een zonnig plekje in de boomgaard. In het rulle zand ging ze liggen. Ze spreidde haar armen en voelde hoe de zon haar lichaam verwarmde terwijl de zachte wind een vleug lavendel meebracht, en zo was ze voor een moment helemaal alleen met zichzelf. ‘Ach’, bedacht ze zich ontspannen, ‘het is hier eigenlijk best goed toeven.’

    elsebeth

    01/05/2019
    feuilleton, verhaal
    taal, verhaal
  • Rituelen

    Rituelen

    De streekbus had ons aan het eind van de ochtend aan het begin van de dijkweg afgezet. Links zagen we markante dijkhuisjes met daarachter eentonige naoorlogse bouw. Rechts keken we uit over de uitgedijde rivier. Het had veel geregend de afgelopen weken, maar deze dag kleurde de hemel blauw en verwarmde de eerste lentezon onze bleke wangen.

    Motorrijders zigzagden in lange colonnes door het meanderende landschap. We zagen hoe ze bijna de grond raakten als ze door de bocht heen scheerden om –als dansers- in een zelfde soepele beweging de andere kant op te hellen. Hun blinkende helmen markeerden als speldenknopjes de route die wij nog moesten gaan.

    Waarom had ik me op de platte all stars aan deze wandeling gewaagd? De verre horizon leek Jan niet te deren. In mijn inmiddels lege rugzak had ik die ochtend vier pakjes vruchtensap, een rol biscuitjes en voor ieder een zakje chips ingepakt. Onze benen vonden een gelijkmatig ritme en in een rustgevende cadans wandelden we langs dorpjes en fruitvelden.

    Fietsende bejaarden – twee grijze haardossen, twee blauwe jassen, twee identiek groene fietsen – kwamen ons tegemoet. ‘Goedemiddag’. Zonder op of om te kijken liepen wij in een gestaag tempo door, we hadden een missie, mijn vriend voorop en ik – mijn blaren vervloekend – er vlak achter.

    De brug was inmiddels in zicht. Voor de tiende keer eindigde daar onze jaarlijkse wandeltocht. De rest van de groep zou hier op ons wachten. We kregen ze al in beeld. De laaghangende zon tekende een witte lijn langs vijf zwaaiende silhouetten. Boven op de brug begroetten we elkaar. Het was al weer een jaar geleden dat we met zijn allen bij elkaar waren geweest.

    Margot rolde een meterslange strook uit. Ze had van dunne lapjes stof een bont patchwork genaaid. Omstebeurt schreven we op de banier een letter van zijn naam. We hingen de lange lap over de reling van de brug en bonden de uiteindes stevig vast aan de spijlen. De vaandel wapperde een prachtig kleurenspel in de wind. Ook dit jaar danste Maarten met ons mee.

    elsebeth

    03/09/2018
    verbeelding, verhaal
    verhaal
  • Jeugdtrauma

    Jeugdtrauma

    Op het moment dat de pianist de laatste noot speelt, herkent Marieke hem. ‘Ja, het is Evert.’ Ze voelt onbehagen opkomen. Liever wil ze in de sfeer van zijn spel blijven hangen, maar de herinnering brengt haar bijna veertig jaar terug in de tijd.

    Ze was acht toen ze deze man, als jongen nog, voor het laatst heeft gezien. Evert verkoos zijn eigen gezelschap boven dat van anderen. De alsmaar neuriënde einzelgänger was bij de dorpelingen een favoriet mikpunt voor gedeeld ongenoegen.

    Het dorp lag verborgen tussen rivieren, het was zo’n plek waar je alleen kwam als je er wat te zoeken had en waar weinig was te vinden. Als er al een bezoeker kwam, kwam die meestal wat brengen. Iets waar hij zo snel mogelijk van af wilde.

    Marieke herinnerde zich één uitgesproken rotjoch: Geert. Geert wilde maar niet groeien dus deed hij er alles aan zijn omvang te vergroten. Hij had een aantal knechten om zich heen verzameld. Jongens met korsten op de knokkels, roze wangen en een gezonde eetlust.

    Natuurlijk was de miezerige Evert met zijn piekhaar en afwezige blik een geliefd knokobject. Er ging geen week voorbij of Evert werd in kreukels geslagen. Het leek hem niet te raken. Hij vouwde zich op als een egeltje met zijn hoofd tussen de schouders, veerde mee met het ritme van de vuisten en liet zich gewillig doodtrappen tot de jongens genoeg pret hadden gehad. Na gedane zaken stond hij op, klopte het vuil van zijn terlenka broek, hervatte onverstoorbaar zijn eigen melodie en slenterde verder, zijn blik gericht naar de wolken.

    Tot die 7de juli in 1974. De straten zijn verlaten als de dorpelingen voor de buis gespannen de verrichtingen volgen van het Nederlands elftal. De Hollandse jongens spelen in de finale tegen gastland West-Duitsland. Geert struint in zijn eentje over straat, hij is door zijn ouders het huis uit geschopt omdat ze het te vol vonden met hem erbij. Dan krijgt hij Evert in het vizier. Evert zit op een bankje te neuriën en houdt zijn blik gericht op het open venster waar een psychedelisch oranje-bruin-geel gestreept gordijn naar buiten wappert en Marieke luidkeels meezingt met Mouth and MacNeils ‘Ik zie een ster’. Evert schrikt op als Geert hem venijnig in zijn zij prikt en zijn hoofd als een hinderlijke vlieg voor Everts ogen beweegt.

    Dat blijkt de druppel voor Evert. De muzikant pakt de kleine, blonde kwelgeest bij de oren en klemt Geerts neus tussen zijn tanden. Marieke hoort Geert gillen en ziet nog net hoe Evert het dopje van de neus uitspuugt en onverstoorbaar een liedje neuriet terwijl hij vastberaden het dorp achter zich laat met zijn blik vooruit.

    Op de dag dat Nederland van Duitsland verliest, verliest Geert ieder gevoel van perspectief. Marieke hoort Geert nog steeds gillen.

    elsebeth

    03/09/2018
    maatschappij, verhaal
    maatschappij, verhaal
  • voorgerecht

    voorgerecht

    Het voorgerecht was nog niet eens opgediend toen het onderhuidse steekspel ontaardde in een ordinaire ruzie. Voordat An met haar man bij het restaurant gekomen was, wist ze haar ergernis nog weg te zuchten, een beproefde methode die ze had opgestoken bij de workshop ‘Betekenisvol communiceren’. Niet alleen de ‘ik-boodschap’ hadden de veelal vrouwelijke cursisten hier geoefend, ook kregen ze van coach Oscar tips hoe ze ‘de ander de ander’ moeten laten en hoe ze met de techniek ‘samenleven doe je zelf’ veel onnodige conflicten kunnen voorkomen.

    Na zo’n avond wurkshuppen had An de smaak te pakken en de technieken meteen thuis toegepast. ‘Martin’, had ze gezegd, ’ik kan niet in slaap vallen als ik je zo duidelijk hoor ademen’. Waarop Martin zelf de keuze maakte in de logeerkamer te slapen en zij tevreden de ander de ander liet en genoot van een verkwikkende nachtrust.

    Ook had Oscar haar geleerd dat irritatie slechts een duivelse uitwas is van het ‘ego’. ‘Onthoud dames en heer’, doceerde Oscar, ‘het ego wil alleen maar winnen, kostte wat het kost, en heeft niet het beste met je voor.’ En zo hadden ze geleerd dat als je blijft touwtrekken met je ego, je ego doorgaat tot jij er bij neervalt. ‘Touwtrekken doe je altijd met zijn tweeën, als je het touw laat vallen, valt er weinig te trekken.’

    An had Oscars adviezen opgezogen als een uitgedroogde spons. Wat een wijsheid bezat die man, en dat op zo’n jonge leeftijd. Zuchten, dat was de manier. Valt je iets naars in, iets onverkwikkelijks, iets waar je ego graag mee aan de haal gaat: zuchten. Zet al je ongerief op een wolkje, en zie hoe het grijze wolkje rustig wegdrijft in een zonovergoten stratosfeer.

    Die techniek was haar vaak goed van pas gekomen. Toen Martin tijdens het kinderfeestje van dochter Lieke vertelde dat hij een half jaar moest werken in Hongkong, had ze de boel de boel gelaten en was ze te midden van het feestgedruis languit op de bank gaan liggen om het ongemak van haar af te zuchten.

    Ook toen Martin twintig jaar jonger thuiskwam en besloot alleen op vakantie te gaan, had ze Martin bij Martin gelaten en tijdens een geleide fantasie haar ego’s ongenoegen op een wolkje gezet en die met grote kleurige ballonnen de hemel in gestuurd. En toen Martin vanmiddag kondig maakte een nieuw leven te beginnen in Alblasserdam met een Chinese schone, wist ze haar afgedankte jarenlange investering op een gitzwart wolkje te zetten en geroutineerd weg te blazen.

    Het was die ene opmerking, die ene opmerking die ’t hem deed. Die de deksel tilde van een bodemloze put vol wrok; woede die kennelijk de verkeerde kant op was gezucht. ‘An,’ had Martin iets te enthousiast gezegd, ‘ik heb het gevoel dat ik nu eindelijk eens aan het hoofdgerecht kan beginnen.’

    Afbeelding

    Kunstenaar: Adriaen Coorte
    Titel: Stilleven met asperges
    Datering: 1697
    Materiaal: olieverf op papier op paneel
    Waar: Rijksmuseum

    elsebeth

    25/10/2016
    feuilleton, verhaal
    verhaal

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld