Op het voetbalveld
rent een zwerm jongens
achter, voor en naast de bal.
Een opgeschoten been schiet uit
en raakt het ronde monster.
Langs wegglijdende jongensbenen
suist de kogel in volle kracht
over het helle groene gras.
Dan landt het kleinood
-schijnbaar toevallig-
in het doel.
Goal!
-
Geweest

Stil kwamen ze samen, die ene dag.
Een voor een hebben ze hun helden herdacht.De schoonmakers kwamen, die donderdag.
Ze hadden de veegmachines meegebracht. -
Kafka

Franz Kafka:
“Je hoeft je kamer niet uit. Blijf aan je tafel zitten luisteren.
Luisteren is niet eens nodig, je hoeft slechts te wachten.
En niet eens wachten, het enige wat je moet doen is stil en alleen zijn. Dan zal de wereld vanzelf aan je verschijnen en onthuld worden, ze heeft geen keus, ze zal zich in volle glorie aan je openbaren.” -
H.N. Werkman

Op 10 april 1945, drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland, werd Hendrik Nicolaas Werkman geëxecuteerd door de Duitsers. Werkman had vanaf 1923 een kleine uitgeverij waarin hij zijn ‘druksels’ fabriceerde. Hij hanteerde de roller als een schilderskwast en experimenteerde met druktechnieken. De letters en cijfers uit de letterbak en eenvoudige uit karton uitgesneden vormen gebruikte hij als sjablonen voor zijn werkstukken. Met zijn unieke stijl hoorde Werkman nergens bij, al had hij zich wel aangesloten bij de Groningse kunstenaarsgroep ‘De Ploeg’. Ten tijde van de Duitse bezetting richtte hij de uitgeverij de Blauwe Schuit op. Onder deze naam gaf hij clandestien veertig druksels uit waaronder de Chassidische legenden, prenten gebaseerd op joodse verhalen. Dit was zijn vorm van verzet tegen het nazibewind. Wellicht was dit de aanleiding voor de onterechte arrestatie en zijn dood voor het vuurpeloton.







-
1973

Vakantieherinneringen
Ons zomerhuisje was een verbouwd kippenhok achter op het erf van oom Jan. Het blonk uit in eenvoud. Iedere zomervakantie vertrok mijn moeder met haar zeven kinderen en onze hond Tobias naar Brabant. Mijn vader bleef thuis want hij werkte de zomer door. Het huisje bestond uit vijf even grote kamers die een zomervakantie lang onderdak gaven aan ons gezin.
De keuken met zwart-wit vinyl waarop we hink-stap-sprongen, een grammofoon waarop we reclameplaatjes draaiden van Biotex. Er stond een zwarte tafel met aan de ene kant een lange zwarte bank en aan de andere kant gekleurde krukken. Iedere ochtend haalde ik bij mijn tante verse melk. De rauwe vette melk, nog lauw, moesten we eerst koken. Alle kinderen maakten zelf hun ontbijt; alles kon, zolang het maar pap was. Pap met beschuit, met brood, griesmeel, cornflakes of lammetjespap (met suiker en maïzena).
Achter de keuken lag de zitkamer met muffe sisalmatten en een kleine zwart-wit-tv. Op de strakke esthetische verantwoorde ‘less is more’ designbank die – ‘Het kreng kost godverdomme een vermogen, waarom kun je er dan niet op zitten?’- naar het zomerhuisje was gedegradeerd, keek ik op regenachtige dagen naar oude films. Ik hield van de niet erg knappe maar oh zo Engelse gentleman David Niven en wilde later net zo’n gedistingeerde man maar dan wel één zonder snor. Of ik keek naar de zoveelste herhaling van ‘Dr. Doolittle’ of ‘Een reis om de wereld in tachtig dagen’. De kleuren fantaseerde ik er zelf bij.
Links langs de kamers lag een lange betegelde gang. Elke ochtend schrokken je voeten wakker op de ijskoude vloer. Er waren twee slaapkamers voor de kinderen. De rode kamer voor de meisjes had twee stapelbedden, de verdeling was al bepaald, het kwam er op neer dat ik als jongste onderop lag en meeschudde met de zus boven mij. Omdat de groene kamer voor de jongens slechts één stapelbed had, begon de vakantie in die kamer steevast met een ruzie over wie er op het gewone bed mocht slapen.
De gang had één lange kast die voor mij schatten verborg. Ieder jaar was het spannend welke kleren dit jaar jou pasten, welke T-shirtjes je nu ging dragen en wat er lag wat je allang vergeten was en wat daarmee de glans van een nieuwe set kleren kreeg.
Maar natuurlijk waren we het meest buiten. We raceten op gammele oude fietsen met banden die ieder jaar opnieuw geplakt moesten. Links naast het huisje lag een grote zandbak, rechts naast het huisje de tuin met een altijd zwangere pruimenboom. Ook het boerenerf bood veel. In de schuren volgeladen met hooi leefden klittende en stinkende boerderijkatten die elk jaar een nieuw nestje hadden. Om het erf graasden weilanden lang koeien die als ze me aankeken, me vulden met melancholie.
De vakanties hadden een vertrouwd ritme van terugkerende dingen maar omdat mijn perspectief ieder jaar een jaar opschoof, beleefde ik telkens weer een vakantielange ontdekkingstocht.
-
vliegenzwam

Het bleek een enerverende zondag voor ons. In de voortuin vond mijn zoon samen met zijn vriendje onder de berk deze vliegenzwam. Samen hebben we gekeken of we ook kabouter Spillebeen konden vinden. Wel op enige afstand want die groeiende witte wratten zien er best eng uit.
Voorzichtig porden de jongens met een takje tussen de bladeren onder de zwam. En we hadden geluk. Het aardmannetje was van de rood-met-witte-stippen hoed gegleden en lag tussen de verkleurde bladeren, bij de knolvormig verdikte voet onder de afhangende ring op de steel.
Met naast zich in het bladerbed een rode puntmuts, prevelde de deerniswekkende blonde kabouter verward, strak naar boven starend met grote holle ogen, loze kreten voor zich uit. Het mannetje kwam extreem angstig over en bleek niet in staat zich te bewegen. We hielpen de zielige kabouter overeind en brachten hem naar binnen in de hoop hem te kunnen kalmeren.
Ik schonk hem een kopje thee en gelukkig wisten de jongens het ventje op te vrolijken met liedjes uit de oude doos. We hebben gezongen en gedanst tot het donker werd en Studio Sport begon. Met wat geld mee voor de bus hebben we Spillebeen tot aan de hoek van de straat uitgezwaaid nadat hij ons had beloofd om nooit meer te gaan wippen op een paddenstoel met rood-met-witte-stippen.

