communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Tante Til en tante Trut

    Tante Til en tante Trut

    Wat is het toch een gedoe, dat denken. Je kunt maar beter bezig blijven. Zoals mijn oom Jan ooit zei: “Anders haal je je muizenissen in je hoofd.” En daar had-ie een punt. Hij had dan ook geen rust in de kont. Laatst las ik over dagdromen en hoe je dan al snel aan het piekeren slaat. De kritische stem die altijd met je meekijkt, heet het in therapeutentaal. Waarschijnlijk ken jij hem ook. Nou, geloof me, ik ken haar goed.

    In mijn brein hoor ik liever tante Til dan tante Trut. Helaas is tante Trut nogal opdringerig, terwijl tante Til zoveel beter gezelschap is. Tante Til is als een rond en soepel wijntje, gelaagd met een vleugje bloesem. Ze is een lange struise dame en strooit haar kleine levenslesjes achteloos rond. Aan jou of je er wat mee doet of niet. Ze is gul in welgemeende schouderklopjes, en weet die ook echt te vinden. Ze heeft het nooit over fouten en haalt bij miskleunen haar schouders op, ‘’Ach, dat overkomt de beste”, zegt ze dan terwijl er alleen maar warmte doorklinkt in haar zachte stem. En – heel belangrijk – ze heeft zelfspot. We lachen wat af met elkaar.

    Nee, dan tante Trut, poeh, wat wil die graag gehoord worden. Zíj komt graag ongenodigd binnen walsen en steekt met een lijzige stem direct van wal, ze weet het altijd beter. Gesticulerend zet ze haar grote handen breed in haar zij om me ongevraagde adviezen te geven. Of me wat ‘sturing’ te geven. Als ik me met een warme kop koffie heb geïnstalleerd en wat voor me uitstaar terwijl tante Til een observatie met me deelt en ik daarop meanderend wegdobber in heerlijke luchtfietserij, hoor ik in de verte tante Trut al roepen. “Chopchop, ga eens wat doen.” En dan volgt er een preek, die ik al eerder hebt gehoord maar die me wel weer terug op mijn plaats zet. Want dat is nodig, stelt ze.

    Gelukkig weet ik wat te doen om tante Trut in het gareel te krijgen. Volgens mij houdt tante Trut niet zo van douchen. Of van creativiteit. Of van autorijden.

    Ken je dat ook? Dat je ontspannen in je gedachten reist tot je ineens opmerkt dat je al bij de afslag naar Deventer bent? Je zit in een ’flow’. Bij het creatieve proces kan ik ook in die staat van zijn belanden. Dat zijn de mooiste momenten. Er borrelen meters aan gedachten op en die zijn een stuk constructiever van aard. Er ontstaat gericht denken.

    Voor ik in de juiste stroom glij, is er wel wat werk nodig. Dat begint met tante Trut uit wandelen sturen. Met haar uit de buurt lukt het me het doel, de zin en de lust voor het doen ervan in te blijven zien. Tante Til kijkt bemoedigend op mijn schouder mee. Tijd stroomt.

    Tot ik weer tot zinnen kom. Oeps, daar heb je tante Trut weer.

    elsebeth

    10/02/2022
    verbeelding
    column, mens
  • Ode aan de domheid

    Ode aan de domheid

    Als uitdaging dacht ik, laat ik een ode schrijven over iets wat ik niet bepaald waardeer: domheid. Er is zoveel aan domheid wat niet te verdedigen valt. De belangrijkste domper is gebrek aan nieuwsgierigheid. Al is het niet willen weten anders dan het niet kunnen weten en kan dat laatste nog wel rekenen op mijn begrip.

    Dom heeft een nare klank. Het is een van niet weten, foute keuzes maken en geen overzicht hebben. Niet bepaald aantrekkelijk. Maar laat dat nou net dat zijn waar mensen heel goed in thuis zijn. Ken jij iemand die het allemaal weet, alleen maar goede keuzes maakt en precies weet wat-ie doet? Ik ken ze wel die dóen alsof ze het weten en doordachte keuzes maken. Soms komen ze daarmee een heel eind. Maar eigenlijk zijn het hele vervelende mensen. En ongeloofwaardig bovendien. En dit zeg ik zonder een spoor van nijd.

    De intelligentie van mensen is een overschat fenomeen. Dat is ook wat me het meest verbaast aan complotdenkers. Er zijn dus mensen die denken dat er mensen zijn die precies weten wat ze doen. Een perfect plan bedenken, plannen en dat dan feilloos uitvoeren. Een mens kan veel, zeker ook met vereende krachten, maar dit is echt te veel eer. Alleen al omdat er bij het nemen van beslissingen hormonen of emoties in het spel zijn. Als in wie pist het verst. En dat brengt niet per se de meest gefundeerde argumenten naar boven.

    De ervaring leert dat er in samenwerking grootste dingen bereikt kunnen worden. Doch –  en dat herken je vast –  er ontstaat geheid gekissebis als een groep mensen intensief met elkaar optrekt; er is altijd wel iemand is die het aanlegt met het lief van de ander. Zie dan nog maar eens de neuzen dezelfde kant op te houden.

    Mensen overzien niet zover of zoveel. Dat reikt hooguit een paar jaar ver of drie aan elkaar grenzende onderwerpen. Op goed voorspelde vergezichten heb ik nog nooit iemand kunnen betrappen. Jij wel? De vraag is: is dat erg? Achter grootse dingen zit vaak denkkracht gemixt met een flinke dosis samenloop van omstandigheden. En dat kan een gelukkige of een ongelukkige zijn. En goed of fout uitpakken.

    Die gedachte relativeert. Een miskleun kan ook raak zijn. Je hoeft niet slim te zijn om iets moois voor elkaar te krijgen. Je kan rustig een oen, kluns of sukkel zijn. Eenieder is in staat is iets groots te verrichten, hoe klein het verschil ook is dat hij daarmee kan maken. Al overschat de mens graag hoe groot dat verschil dan wel is. Zo dom is-ie weer wel.

    elsebeth

    18/01/2022
    mens, taal
    column
  • Water

    Water

    Ik ben een zee van drijven, dobberen, golven, glijden, kolken, spiegelen, spugen. Zie hoe ik sla langs roestige bakens die fier staan en van geen wijken weten. Zestig procent water stroomt, beukt, botst, graaft geulen. Diep. Lang. Eindeloos. Mijn lijn is er een van baren, voeden, zorgen, dienen, steunen. Ik ben een haven.

    Ik ben een poel. Druppels vallen, kletteren, kaatsen mijn zachte huid. Ik voel het zilte zand weg spoelen.

    Ik ben een stroom. Tussen duinen houd ik me even stil. Ik luister. In de verte hoor ik vleugels blijmoedig klapperen.

    elsebeth

    14/01/2022
    kunst, taal
  • Ode aan de twijfel

    Ode aan de twijfel

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Bestaat er een waarheid die in woorden is te vangen? Eigenlijk niet en nooit volledig, is mijn stelligste overtuiging. De betekenis van een woord is omlijnd. Op dat moment. De strekking zal door de tand des tijds oprekken of een andere kleur krijgen – van plaats veranderen. Eigenlijk zijn woorden vloeibaar.

    Woorden verblijven vaak in groepjes. De onderlinge samenhang schept een beeld waarin meer betekenis besloten ligt. Er ontstaat context, al is er altijd een schemergebied tussen hoe jij de context ziet en ik. Welke woorden voor jou meer zwaarte hebben. Elkaar verstaan blijft toch gissen.

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Een wetenschapper hoef je deze vraag in elk geval niet te stellen. Anders dan de naam doet vermoeden, zeker weten doet de wetenschapper niet. Hij wil het ongekende vinden in onontgonnen gebied. Niet weten brengt onderzoeker het verst. Wetenschap is onderzoek dat niet af is als het gedaan is.

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Taal begrenst de waarheidsvinding, een deel blijft ongezien. Hoe gevarieerder de club die zoekt, hoe rijker de taal die het kijken stuurt. Het argument voor diversiteit in welk landschap dan ook.

    Antwoord

    Welk woord ontsluit het antwoord? En dan? Hoe aanschouw je het antwoord dat je vindt?

    Waar antwoorden niet verder reiken dan je denkraam, is het de verbeeldingskracht die ruimte schept. Het argument voor creativiteit en een vrije kavel waarop je mag experimenteren.

    Ik weet dat als ik het denk te weten, er een ongekend deel blijft bestaan. Niet zeker weten is onlosmakelijk met ons verbonden. Gelukkig maar, denk ik dan. Zonder twijfel zijn er geen vragen. Zonder vragen geen ontwikkeling. Wat als twijfel geen ruimte meer krijgt: waar blijf je dan?

    elsebeth

    08/01/2022
    taal
    column
  • Spullen

    Spullen

    Als je gaat verhuizen, ga je eerst door je spullen heen. Wat kan er mee, wat blijft achter of krijgt een nieuw adres? Sommige spullen gaan in de doos en komen daar eigenlijk niet meer uit. Je wilde ze meenemen want je dacht nog dat ze bij je horen maar dat blijkt niet zo te zijn. Helaas weet je dat pas nadat je de doos de trap af en twee trappen opgesjouwd hebt.

    Veel van mijn spullen gaan al een tijdje mee. Zo staat de bank waarop ik zit op een familieportret in zwart-wit. Op die foto zie ik mezelf zitten op schoot bij mijn oudste broer. Hij – een jochie nog – kijkt ernstig op de foto. Ongemakkelijk houdt hij mijn babylijfje vast, dat waarschijnlijk net daarvoor in zijn armen geduwd is. De bank stond lange tijd in de nette achterkamer – dat wil zeggen de kamer waar ook Sinterklaas mocht plaatsnemen en waar in de jaren ’70 de fuiven van mijn ouders plaatsvonden. De bank ging – in een ander stofje – nog met een verhuizing van het gezin mee en bij de volgende – zo’n vijfentwintig jaar geleden- kwam de bank bij mij terecht, ik had inmiddels zelf een woning waar plek was voor zo’n serieus meubelstuk. Intussen heeft ook mijn kind onder een dekentje zijn kinderziektes erop uitgezweet, hebben er de nodige amoureuze verwikkelingen op afgespeeld en bleek het voor kat 1, 2 en 3 een krabplek. Niettemin houdt de bank stand, met de hulp van meerdere metamorfoses in kekke bekleding.

    Sinds een paar jaar hangt achter de bank een borduurwerk van mijn oma. Het doek is een meter breed, ze moet er echt uren werk in hebben zitten. Ik kreeg het kunstige stuk omdat ze het maakte naar aanleiding van mijn /onze geboorte. De ontelbare steekjes stellen samen een kermis voor. Dat ze het beeld van botsauto’s, een draaimolen en een oliebollenkraam vond passen bij het uitgedijde gezin van haar dochter, vind ik getuigen van humor en een voorzienige blik. Mijn oma stierf toen ik nog een kind was. Elke keer als ik het borduurwerk zie, denk ik aan haar.

    Onder het borduurwerk staat een lange, lage kast. Ook dit vintage ‘item’ stond eerder in mijn ouderlijk huis, achter de bank. Stond het eerst in de sjieke kamer, na een verhuizing kwam het terecht op de overloop, de ruimte waar mijn moeder de was streek en vouwde. Dekbedhoezen werden opgeborgen op de plek waar voorheen mooi glaswerk stond. Nu is het fineer op de bovenkant beschadigd door het nog vochtige wasgoed dat wachtte op een strijkbout en komt er elke keer een zoete geur van net gewassen goed vrij op het moment dat ik een klemmend kastdeurtje met enige moeite opentrek.

    Ik heb ook zelf spullen op de kop getikt – ook nieuwe – en veel gemaakt. Een deel hiervan zal voor mijn zoon een tastbare herinnering worden aan mijn bestaan. Welke hiervan voor hem van betekenis zullen zijn is nog ongewis.

    Kortom, sommige spullen zijn kompanen geworden. Al wil ik soms wel eens een andere bank. Dat is het nadeel van al die giften en vondsten. De spullen verplichten ook. Ze kunnen niet naar de kringloop. Een weggooiactie zou voelen als een gebrek aan loyaliteit. Dus het blijft bij me, tot de dood ons scheidt. Of een brand. Of een tiny house.

    elsebeth

    21/12/2021
    mens, taal
  • Boekbespreking

    Boekbespreking

    De Tweede Plaats – Rachel Cusk

    “Ik vraag me af, Jeffers, of ware kunstenaars mensen zijn die er al heel vroeg in geslaagd zijn hun innerlijke realiteit af te werpen of te marginaliseren, wat misschien verklaart hoe iemand met een deel van zichzelf zoveel over het leven kan weten, terwijl hij met een ander deel helemaal niets begrijpt.”

    De Tweede Plaats van Rachel Cusk gaat over zoveel meer maar deze vraag licht ik er uit. De behoefte om zo’n kunstenaar te mystificeren vind ik interessant. Alsof er achter schoonheid alleen maar pure waarachtigheid glanst. Terwijl de menselijke maat – hoe dan ook- bij alles de grondtoon is. Dat bijvoorbeeld een fenomeen als kunst toch een glimp naar iets wat ons daarboven verheft kan laten zien, zal voor velen herkenbaar zijn, denk ik. Deze tegenstelling beschrijft Cusk (onder andere) in dit verhaal.

    M., een vrouwelijk auteur, nodigt gelauwerd kunstenaar L. uit in het gastenverblijf bij haar en haar echtgenoot thuis. Zijn werk heeft haar diep geraakt. Ze denkt daarom een intieme verwantschap ‘als broer en zus” te herkennen. In een lange monoloog aan ene Jeffers beschrijft ze het bezoek van de grote kunstenaar.

    L., inmiddels op leeftijd, komt niet alleen. Hij heeft – onaangekondigd- zijn jonge vriendin meegenomen.

    De gastvrouw ondervindt dat de man los staat van wat hij maakt.

    Er ontstaat maar geen uitwisseling tussen de man en zijn omgeving.

    “ – hij had mijn verhaal aandachtig aangehoord, daar was ik van overtuigd. Maar het spel van empathie, als we elkaar aansporen om onze wonden te tonen, dat vertikte hij te spelen.”

    Tot haar teleurstelling wil hij niet haar maar wel haar echtgenoot en dochter schilderen. Haar echtgenoot is een autonome man die geen ijdelheid kent. In het portret zet hij de man klein en boers neer.

    De kunstenaar lijkt sowieso geen echte interesse te hebben in anderen. Het leeftijdsverschil tussen de kunstenaar en diens hedendaagse vriendin is groot. Door het generatieverschil kan hij haar gewoon bekijken als een fenomeen van haar tijd en en omdat de afstand te groot is om een brug te slaan, hoeft hij die moeite niet te nemen.

    De faam van de kunstenaar is eerder verbleekt dan zijn portemonnee heeft begrepen. Hij blijkt vanwege geldgebrek haar uitnodiging te hebben aangenomen. Daarom noemt hij zichzelf –koketterend- een bedelaar.

    Zij: “Zo zag ik helemaal niet, en dat zei ik dan ook. In de eerste plaats had hij het geluk niet in een vrouwenlichaam te zijn geboren: hij kon zijn eigen vrijheid niet zien, want hij kon zich niet indenken hoe die vrijheid hem in de basis ontzegd had kunnen zijn. Bedelen was een vrijheid op zich, het impliceerde in elk geval gelijkwaardigheid met behoeftigheid.”

    De man is een lul en toch maakt hij prachtig werk.

    De nuance in wie een kunstenaar is en wat diens kunst betekent, heeft Rachel Cusk prachtig in woorden gevangen: leestip dus!

     

    elsebeth

    11/10/2021
    verbeelding
  • Zoekend

    Zoekend

    Tijdens mijn rondje park vielen me een paar dingen op:

    – Ik passeerde drie keer een Tinder (of iets gelijksoortigs) date, te herkennen aan:
    • De afstand tussen de wandelaars: die bleef hetzelfde. Hun lichamen zijn nog losse entiteiten. Zodra mensen meer bekend zijn met elkaar, lopen hun vormen meer in elkaar over.
    • Het ongemak en/of alertheid die je al van verre ziet. Dit soort menselijk tasten en willen ontroert me en voert me in gedachten weg naar hoe mensen zoveel hetzelfde verlangen en het vaak ook op dezelfde manier proberen te vinden.
    • De vlagen van gesprekjes die ik opving: zij die vraagt en knikt en hij die vertelt met zinnen als: Ik ga graag …. , wat ik echt gaaf vind … en ik werk bij… (een karakteristieke dialoogverdeling van een eerste date)
    – Een man met lange grijze haren op een bankje. Hij speelde een vrolijk wijsje op zijn fluit- een witte blokfluit om precies te zijn. Dat paste sprookjesachtig goed bij het nevelige licht van vandaag.
    – Vervolgens zag ik een zwaan die duidelijk naar iets op zoek is.

    elsebeth

    10/10/2021
    mens
  • Scheurgedichtjes

    Scheurgedichtjes

    elsebeth

    13/09/2021
    verbeelding
  • Keurslijf

    Keurslijf

    Vroeger op de middelbare school had je de mooie en de lelijke meisjes. De mooie waren de ‘populairen’. Je leerde al jong dat er een tweedeling bestaat in mooie vrouwen en lelijke. Een beeld dat ook films en literatuur je nadrukkelijk voorschotelden. Al is wat mooi en lelijk is aan verandering onderhevig, ook tegenwoordig is deze dwingende scheidslijn nog steeds wijdverbreid. En zijn de kanalen waarin meisjes en jongens deze boodschap horen uitgebreid.

    Deze tweedeling lijkt het enige te zijn wat er voor een meisje toedoet. Daaruit volgt dat je er alles aan moet doen om tot die eerste groep te behoren. Want in de ogen van de ander dien je allereerst aantrekkelijk te zijn voor je eventueel als intelligent, kundig of met wat voor kwaliteit dan ook in beeld komt. Je moet jezelf goed weten te kleden om zo je ‘persoonlijkheid’ op een attractieve manier te presenteren.

    Bij mannen kan een gebrek aan stijl en een onevenwichtige fysiek extra cachet geven, hij kan maar zo met met hele belangrijke dingen bezig zijn dat hij zich geen tijd verdoet met looks. Of hij is zo slim dat hij er krom van trekt. Bij vrouwen heb je eerder een slecht karakter als je je uiterlijk verwaarloost. Of ben je mentaal niet helemaal in orde.

    Als je als vrouw na je vijftigste je jeugdigheid verliest en daarmee de gangbare norm van schoonheid, blijft er weinig reden over om jouw plek in de maatschappij in te mogen nemen. Gechargeerd gezegd. We zeggen niet zo gauw over vrouwen met mooie grijze haren, dat we ze gedistingeerd vinden, terwijl we dat bij mannen wel degelijk als een attractieve kwaliteit zien. Ook omdat we bij mannen intellect, kunde of maatschappelijk succes als aantrekkelijk ervaren. (Wat voor hen net zo goed een keurslijf is)

    Uiteindelijk gaat het over macht en aan wie willen we die geven. En waarom? Welke ruimte mag wie innemen? Als vrouwen het schoonheidslabel dienen te behalen want anders tellen ze niet mee, ondermijn je ze aan alle kanten. Daar zit een lange traditie achter waar we met zijn allen nog aan meedoen. Een breder scala aan schoonheidsnormen zou helpen om dit te doorbreken. Waarderen van kennis en levenservaring ongeacht sekse ook.

    elsebeth

    19/06/2021
    maatschappij, mens
  • Poort

    Poort

    Vandaag ben ik volledig uitgefoeterd. Het zit zo. Ik ging met mijn moeder naar een uitspanning. En toen we onze consumptie hadden genuttigd, haalde ik mijn auto op om die het terrein van de uitbater op te rijden. Zo hoefde mijn moeder minder ver te lopen.

    Maar voor ik het terrein op kon, moest ik door een poort rijden. Die poort was half dicht. Ik probeerde de andere poortdeur te openen. Daar zat echter geen beweging in. Dan maar zo proberen, dacht ik. Dus toen ben ik heel rustig en precies met mijn auto door dat ene poortgat gereden. Dat lukte, al gingen wel de zijspiegels soepeltjes naar binnen om na het passeren weer terug te springen. Al met al prima gedaan, vond ik zelf.

    Doodgemoedereerd reed ik de parkeerplaats van het terrein op terwijl uit het etablissement een wild zwaaiende man spurtte. Ik dacht, dit is misschien de eigenaar die niet wil dat ik het terrein oprijd omdat hij niet weet met welk doel ik dat doe. Op mijn gezicht moet de verwondering over zoveel misbaar te lezen zijn geweest.

    Toen ik was uitgestapt, begon hij te schreeuwen. Je maakt mijn hydraulische poort kapot, bulderde hij. Je moet betalen, riep hij. Maar het waren alleen mijn spiegels die de poort raakten, mompelde ik. De auto ging er precies doorheen, probeerde ik nog. Wat ik wel niet dacht, sneerde hij. En snuivend dat hij mijn kenteken zou noteren, stoof hij naar binnen.

    Dit alles gebeurde in luttele seconden. Andere terrasgangers waren opgestaan om deze rel beter te kunnen volgen. Was mijn auto niet enorm beschadigd, vroegen ze? Nee, zei ik, alleen de spiegels klapten in en uit. Ik liep naar mijn moeder die verbouwereerd het schouwspel volgde. Daar kwam de vrouw die ons had bediend aangerend met een briefje waarop mijn kenteken stond en met het vinnige verzoek mijn naam en telefoonnummer te noteren. Dat ze me gingen bellen als er ook maar iets kapot was. En waarom ik niet gewoon gevraagd had de poort te openen? Geen moment aan gedacht, dacht ik. Nog nooit gehoord van hydraulische poorten, zei ik. Ik noteerde beduusd mijn gegevens.

    Natrillend liepen mijn moeder en ik voorzichtig naar de auto, terwijl de vrouw die getrouwd is met die hele boze man (dat wist mijn moeder me te vertellen want ze komt hier al een heel leven, ook toen de vader van de vrouw van de man met een kort lontje deze uitspanning runde) met een afstandsbediening de poortdeur open deed.

    In de auto terug concludeerden we dat dit best wel een belevenis was.

    elsebeth

    12/06/2021
    mens
  • Drijven

    Drijven

    Laatst las ik ergens dat je mensen hebt die het leven feitelijk beleven en mensen die het leven beleven als een verhaal. Ik behoor tot die laatste groep. Los van het typische van dit uitspraken dat het of of is en nooit en en, en ertussen, bedacht ik me dat ik de onverbeterlijk neiging heb om overal een verhaal van te maken. Met een context, een ontwikkeling en dat je dan op dit punt bent beland. En waar dat dan begon. Alsof in alles wat je meemaakt een narratief schuilt. Een verhaal waarin je toeschouwer en deelnemer tegelijk bent. De protagonist en de antagonist. Of de bijfiguur die het verhaal verder op gang gaat helpen. Of het muurbloempje.

    En dat alles speelt zich slechts in je hoofd af. Waar komt die neiging toch vandaan, vraag ik me af. Heeft het te maken met de christelijke cultuur waarin ik ben opgegroeid of door al die verhalen die ik gelezen, gehoord of gezien heb? Of is het dat wat mij mens tussen de mensen maakt?

    In Sapiens belicht Yuval Noah Harari hoe mensen zich verbinden door de verhalen die ze vertellen. Aan zichzelf maar ook aan elkaar. Hierdoor kunnen mensen die ver van elkaar vandaan wonen toch een gemeenschap zijn. Met gezamenlijke vrienden, vijanden of goden. Dat veronderstelt dat mensen in de kern verhalenvertellers zijn. Terwijl het slechts een verhaal is dat we aan onszelf vertellen. En morgen kan dat best een ander verhaal zijn.

    Maar wat nu, als ik geen verhaal maak van alles wat ik beleef en denk? De context vergeet en mijn belevenissen zonder verleden of verwachting bekijk? En elke keer opnieuw begin? In meditatie streef je daarnaar (al mag je op die plek niet streven en dat probeer ik dan ook na te streven). Dit is een plek waar je de rol als toeschouwer inneemt. Registreert en niet initieert of reageert. Niet hoeft deel te nemen. Een bevrijdend moment, waar het houvast van een verhaal even niet nodig is. Adem in en uit, op de plaats rust.

    Wat doe je dan als je wel positie moet nemen? En jouw houvast uit het zicht is? Ver weg van een horizon die zich alsmaar verplaatst. In dat verhaal bevinden veel mensen zich nu. Ronddwalend. Mensen die in een nieuwe verhalen houvast willen vinden. En soms afdrijven.

    Laat mij maar dobberen in een bootje waar ik mee wieg op het ritme van de golven, wetend dat er na morgen weer een morgen komt.

    elsebeth

    28/01/2021
    maatschappij, taal
    column
  • Onbenoemd maakt onbekend

    Onbenoemd maakt onbekend

    Arnhem kleurt oranje. Om de aandacht te vestigen op geweld tegen vrouwen. Dat je je veilig voelt op straat, dat je je thuis geborgen weet, dat je als vrouw overal kan komen zonder bang te zijn. Dat moet toch voor iedereen belangrijk zijn? In mijn woonplaats vond de aftrap plaats van deze actie, wat ik een goede actie van mijn stad vind! Heel goed dat er aandacht is voor geweld en intimidatie waar vrouwen mee te maken krijgen. Een belangrijke speler in dit geweld blijft echter onbenoemd.

    Een goede actie en toch heb ik ook een kritische noot. Dat gaat over het belang van taal en de wijze waarop je problemen benoemt. In dit soort campagnes gaat het nooit over de plegers. In de taal zijn vrouwen lijdend voorwerp. Bij het verwoorden van dit probleem lijkt het wel iets buitenaards wat vrouwen overkomt. Het blijft een abstract probleem als er wel de nadruk ligt op dat het vrouwen zijn die dit overkomt maar onbenoemd blijft dat het (veelal) mannen zijn die dit doen.

    In geen van de teksten hoor je of lees je wie hier verantwoordelijk voor is, wie de daders zijn. Want al plegen de meeste mannen geen geweld tegen vrouwen, het zijn meestal mannen die zich hier schuldig aan maken. We weten dat het mannen zijn uit alle milieus, achtergronden en leeftijden. En dat dit al zo lang gebeurt op zo’n grote schaal dat je kunt stellen dat het een probleem van en met mannen is.

    Laten we het beestje bij zijn naam noemen in de hoop dat dat ook de oplossing dichterbij brengt.

    In de teksten zijn de vrouwen de slachtoffers terwijl je in de omschrijving van het probleem mist dat de daders eigenlijk de zwakke partij zijn. We weten dat het veelal mannen zijn, alleen niet welke (en dus leren vrouwen – in elk geval een beetje- bang te zijn voor allemaal). Wie zijn deze mannen? Wat is er met deze mannen aan de hand waardoor ze op deze manier met het andere geslacht omgaan? Waar gaat het mis en wat brengt ze op het pad naar geweld? Kunnen deze mannen iets leren van al die mannen die niet gewelddadig zijn naar vrouwen? Kunnen mannen daar ook onderling alerter op zijn en elkaar meer op aanspreken als intimiderend of gewelddadig gedrag naar vrouwen zich voordoet? Is het voor de plegers eigenlijk wel duidelijk wanneer gedrag geweld of intimidatie is en dat dat niet mag?

    Is het geen tijd voor campagnes met de focus op de plegers in plaats van de slachtoffers? Ik ben ook wel benieuwd naar een onderzoek onder mannen om te ontrafelen hoe vaak het gebruik van geweld voorkomt bij deze groep. Welke vormen van geweld er zijn, welke triggers er zijn, of er situaties zijn waar ze geweld tegen vrouwen als acceptabel zien, of ze zelf vaak in situaties komen waarin ze zich niet durven uit te spreken i.v.m. groepscultuur of iets dergelijks, et cetera.

    Ik denk dat we dit probleem pas echt de wereld uit kunnen helpen als we ook durven en kunnen benoemen wat de aspecten zijn die vrouwenhaat veroorzaken of in stand houden.

    Hoe zie jij dat?

    elsebeth

    30/11/2020
    maatschappij, mens, taal
  • Afvalheffing

    Afvalheffing

    Andijviestamppot

    Gisteravond aten we een eenvoudige andijviestamppot. De aardappels zaten in een zak van gecoat papier met daarin een ‘zichtnetje’ gemaakt van plastic. De andijvie was in een folie verpakt. De worstjes van de bioslager zaten in een plastic zakje. Het bereiden van zo’n eenvoudige maaltijd bleek toch ingewikkelder dan ik dacht. Het gecoate papier: in welke afvalbak moet dat? Papier of plastic? Nou, bij het papier dan maar, op goed geluk. Ik trok het dunne netje eraf en gooide dat in de plastic bak, net als het folie en het plastic zakje.

    Afvalstroom

    In mijn keuken heb ik ruimte gemaakt voor vier bakken afval: Rest, Groen, Plastic en Papier. In de kelder verzamel ik het glas en het chemisch afval. Het lukt me om in mijn tweepersoons huishouden per maand slechts één zak restafval van dertig liter te verzamelen. Dat kan ik niet zeggen over de hoeveelheid plastic die ons huishouden verbruikt. Elke twee weken staat er een grijze container vol met plastic aan de straat.

    Wereldverbeteraar

    Terug bij het afval van het maaltje Hollandse kost.  Bij de recyclefabriek zal het dunne plastic van het netje eruit gevist worden. Het folie ook. Het plastic zakje niet. Ruim een derde van de plastic afvalstroom is niet goed genoeg om te recyclen en wordt alsnog verbrand, lees ik in het Nrc. (Hergebruik van plastic is sowieso de oplossing niet nu de olieprijs laag is en er bij producenten weinig vraag naar recyclede plastic korrels is.) Zucht. Ik word hier moedeloos van. Ik krijg het gevoel dat ik als burger in mijn eentje de wereld moet redden. Samen met alle andere burgers, dat dan weer wel. Maar dat dat niet voor alle burgers even makkelijk is, is ook bekend, dus ik denk niet dat dit de snelste weg vooruit is.

    Waarom verwachten we van bedrijven en supermarkten – zij die ons overstelpen met al dit afval-  niet veel meer om deze aanhoudende stroom afval te verminderen?

    Afvalheffing

    Stel eisen aan de verpakkingen die bedrijven gebruiken. Je kunt dit zelfs op Europees niveau in handelsverdragen vastleggen, net zoals je daarin afspreekt dat spullen niet giftig of onveilig mogen zijn. Ook op landelijk niveau mag je van de voedselfabrieken en supermarkten meer verwachten. Geld is een belangrijke motivatie – zo niet, de enige- bij deze bedrijven. Hef daarom een afvalbelasting om deze sectoren te prikkelen beter na te denken en met vriendelijker oplossingen te komen. Belast in elk geval het gebruik van fossiele grondstoffen bij de verpakkingsmaterialen om ze te stimuleren meer werk te maken van het verpakken van zoveel mogelijk producten in materialen die weer aangroeien. Alsjeblieft geen chipszakken meer van folie met een metalen coating. Er zijn inmiddels ook bio-coatings gemaakt van zetmeel of suiker, als het dan toch moet. Ook liever geen kauwgomstrips van plastic en iets metaligs: kauwgom kan ook in een papieren rol. Gooi alle verpakkingen die niet hoeven eruit. Aardappels waar de modder nog aanzit blijven langer goed. Die rare dunne plastic netjes rondom mandarijnen en sinaasappels zijn niet nodig. En als het dan toch niet anders kan: er zijn duurzame alternatieven. Het kán echt anders. Sterker nog, ik leef lang genoeg om te weten dat het ooit anders was. Het moet ook anders. Dus hop, doen! Toe!

    elsebeth

    23/10/2020
    verbeelding
  • Echt waar?

    Echt waar?

    Informatieoorlog (deel 2)

    Wat is waar? Welk bericht klopt wel, welke een beetje en welke helemaal niet? Je hoort het op het journaal: in de westerse democratieën zijn er grote zorgen over nepnieuws. Waarom? Omdat het kunnen vinden van betrouwbare informatie een belangrijke voorwaarde is voor een gezonde democratie. Want alleen zo vorm je je een gefundeerde mening die je een kapstok biedt bij het kiezen. En dat weten onzichtbare vijanden ook, heb ik van horen zeggen (Zijn ze er eigenlijk wel als je ze niet ziet?). Zij hebben baat bij verwarring. Zo las ik ook dat een grote rol voor het verspreiden van nepnieuws wordt toebedeeld aan sociale media en internetplatforms. Hier kunnen trollen van Russen, Chinezen en nationalisten kennelijk hun hart ophalen. Want wat blijkt? Onware berichten verspreiden zich zes keer sneller dan betrouwbare berichten. Dat stemt mij niet vrolijk.

    En het roept bij mij de vraag op: Welke rol spelen de traditionele media zoals publieke omroep en dagbladen eigenlijk als het gaat om het brengen van betrouwbare informatie? Is er nog wat aan te verbeteren? De berichtgeving over corona gebruik ik als testcase.

    Stelling

    Mijn stelling van de dag is: traditionele media zijn medeverantwoordelijk voor het groeiende wantrouwen over nieuws en feiten. Misschien kun jij me op andere gedachten brengen? Belangrijke oorzaak is de inmiddels jarenlange trend dat ook bij deze media het vermarkten van informatie steeds belangrijker is geworden. Hoe dat zover gekomen is? Terwijl op het internet lezers het ‘nieuws’ gratis voor het oprapen vonden, vrijelijk gedeeld via de sociale media, moesten kranten en andere media ook hun publiek bereiken én geld verdienen. En wat deden de meesten? Ze gingen dezelfde trucs gebruiken. Koppen en feiten zo verpakken dat de klikbereidheid van lezers zo groot mogelijk is. Dus wat je nu ziet, is dat de nieuwsmedia – de een wat meer dan de ander- voortdurend hypes voeden omdat rellerigheid nou eenmaal meer lezers trekt. Hijgerig noem ik het. Dan mag de inhoud op een andere manier tot stand zijn gekomen – netjes volgens de journalistieke regels, maar als je in vorm steeds meer gaat lijken op dat wat je niet bent, dan kun je het een lezer niet kwalijk nemen dat hij het verschil niet ziet. Zeker als je daarin meeneemt dat er inmiddels een hele generatie is, die niet anders weet.

    Corona

    Neem corona. Ook hierin sturen de media het narratief. Op sociale media komt een stortvloed aan informatie voorbij: bange mensen die berichten delen over aard, wetenschappelijke bevindingen en aanpak van deze crisis. Het gaat alle kanten op. En het duurt niet lang of je ziet de zelfbenoemde waarheidvinders in de traditionele berichtgeving verschijnen. Voorts hebben we het nu al maanden over de maatregelen, wel of niet mondkapjes en over wat de maatregelen betekenen voor alle gedupeerde groepen. Handig voor elke afzonderlijke club want als je luid in de media bent, gaan ze het in Den Haag ook horen en misschien voor jou wel een uitzondering maken. Het mechanisme is een soort perpetuum mobile: het houdt elkaar in stand. De traditionele media doen daar vrolijk aan mee want ook zij dienen het volk en schrijven wat het volk wil horen. Want een onvertogen woord kan je zomaar lezers kosten. Lezers die allemaal zitten met hun eigen stukje ellende rondom dit virus. Het treft namelijk elke groep. Je zou kunnen zeggen, bij elkaar zijn al die groepjes één grote groep: de samenleving. En die pandemie blijft nog wel even een feit. Wij – van de samenleving – moeten er mee om zien te gaan.

    Oorzaak-gevolg

    Welke verantwoordelijkheid kan de media hier nemen? Er zijn erbij die ook veel goed doen, hier en daar gaan ze zelfs de diepte in. Dat geeft hoop. Maar kunnen ze bij de krant, aan tafel van de talkshow en het journaal toch wat vaker wat verder kijken? En daarmee het narratief in de samenleving ook af en toe een andere kant opsturen? Bijvoorbeeld: die pandemie heeft een oorzaak. Wat gebeurt op dat vlak? Zijn landen, organisaties al bezig om in de toekomst dit soort uitbraken te voorkomen? Is dat wel mogelijk? Wat is daarvoor nodig? Hoe kunnen we deze ramp gebruiken om – figuurlijk gesproken- ik zeg het er maar even bij – de zolder op te ruimen? Welke ideeën leven er? Persoonlijk ben ik reuze benieuwd. Ik kan niet wachten tot we alle kansen pakken om deze crisis om te buigen naar een betere wereld. Ik wil wel helpen al weet ik nog niet hoe. Jij?

    [/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”]

    [vc_column_text]Tip: deze boeiende documentaire van VPRO Tegenlicht Aan het front van de informatieoorlog is het bekijken waard. [/vc_column_text]

    [sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Adres onbekend
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    11/10/2020
    maatschappij
    maatschappij, media
  • Adres onbekend

    Adres onbekend

    Informatie-oorlog

    De Netflix documentaire The Social Dilemma en de serie Why We Hate, te zien via NPO Start/Plus, belichten de macht van de internetreuzen en hun invloed op onze omgangsvormen, de samenleving en democratie. (De ironie van het laten zien van eerstgenoemde via de blijf-nog-even-bij-me streamingdienst kan na het bekijken van de documentaire niemand ontgaan) De documentaires gaan in op vragen als: Wat voor gevolgen hebben bedrijven als Facebook, Google en consorten op onze samenleving en de democratie? Hoe gaan we om met informatie en het duiden daarvan? En in het verlengde daarvan: Wat is er geworden van het internet?

    Het internet zou aanvankelijk een plaats voor vrije geluiden zijn, waar informatie voor alle mensen wereldwijd toegankelijk zou zijn, een wereldwijde ontmoetingsplaats waar mensen van verschillend komaf zich als gelijken konden bewegen: Wat is daar van terecht gekomen? Hoe gedragen we ons op de weg? Wie geven we voorrang en wie halen we in? Wat blijft achter?

    Clusterbom

    Op het internet is een clusterbom aan informatie ontploft. Haastige verkeersdeelnemers zijn op weg naar een onbekend adres. Ze gedragen zich alsof ze in hun eentje in een auto zitten en vertonen – onbespied gewaand- soortelijk gedrag. Toeterend en scheldend vinden ze hun weg. Verkopers gebruiken alle middelen om mensen bij hun kraampje te laten stoppen. De weggebruikers parkeren hier even en nuttigen wat hapklare brokken informatie. Hap-slik-like-weg. In de berm wonen predikers die zieltjes willen winnen voor hun eigen zaak, aplomb gepresenteerd als de enige waarheid. In het veld naast de weg liggen bij elkaar geharkte hoopjes. Harde schreeuwers rapen uit zo’n bultje data stukjes informatie bij elkaar om het met een wetenschappelijk sausje als één gerecht te serveren, terwijl het vooral een politiek belang moet dienen, welke dat ook mag zijn. Niet waarheidsvinding of horizonverbreding is hier het doel. Hier is de horizon zo dichtbij dat je de – vlak voor je neus- hoge flat waar duizend verschillende gekleurde vlaggen wapperen, kan missen.  Denk je anders? Dan ben je verdacht, niet oké en eigenlijk een NSB-er, links vuilnis, dom, een hoer of een varken.

    Internet is uitgegroeid tot een plek die onderdak biedt aan een benauwd bolwerk van gelijkhebberigen. Waar degene die het hardste ronkt, het grootste gehoor krijgt. Waar de blik van de verkeersdeelnemer zich verder vernauwt.

    Is het nog mogelijk dit tij te keren? En zo ja, wat is daar voor nodig? Minder macht leggen bij de grote sociale platforms voor wie winst maken leidend is, dat is duidelijk. Maar hoe dan wel? Hoe geef je – in een feitenvrij – wereldwijd web vorm aan een wirwar van allerlei soorten informatie? En bovenal: hoe zorgen we ervoor dat informatie niet langer politiek gekleurd is?[/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Echt waar? 
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    10/10/2020
    maatschappij, mens, verbeelding
    maatschappij, mens
  • Modern sprookje

    Modern sprookje

    Sprookjes bestaan niet, toch?
    Maar stel dit is een sprookje, welk verhaal vertelt het dan?

    elsebeth

    26/08/2020
    verbeelding
  • Interieur

    Interieur

    Op televisie laat een stel trots hun interieur zien. Je ziet dat ze met veel aandacht en zorg de woning helemaal naar eigen smaak hebben ingericht. Hier zijn spullen geen stoelen meer, ook een vaasje dat nog van oma is geweest, is een ’item’ geworden. Producten die de identiteit van de trotse eigenaren net zo’n gouden glansje meegeven als het goed zelf. Hier pronken de bewoners met hun bedoening en ben je als kijker uitgenodigd bij hen binnen te kijken. Hier toont een koppel enthousiast hun goed uitgelichte en opgepoetste boeltje.

    In de kamer naast me krijgt mijn zoon thuisonderwijs. Op zijn computer annex extra lichaamsdeel annex thuishonk – is nu ineens zijn docent Maatschappijleer. Als ik even meekijk hoe dat nou gaat, dat digitale onderwijs, krijg ik onbedoeld een inkijkje in het leven van deze mij onbekende man. Uit de foto’s op het dressoir blijkt de alsmaar pratende leraar een uitgebreide familie te hebben – zie ik het goed: is hij al grootvader? Achter hem staat een rijtje boeken en hangen kleine olieverfschilderijen als de stille getuigen van zijn persoonlijkheid.

    Vanwege deze sociaal barre tijd, raadt mijn zus de app Houseparty aan. Zo komen we na een hele dag binnenzitten, even bij elkaar over de vloer. Mijn zus, onopgemaakt, met provisorisch samengebonden haar, hangt zonder leesbril dicht voor de camera, als we proberen uit te vissen hoe deze app werkt. Mijn zwager had vorige week nog naar de kapper gewild maar werd ingehaald door snel opeenvolgende maatregelen. Onwennig kijken we naar onszelf en naar elkaar en zwaaien maar wat.

    Als het begint te schemeren gaan in de huizen aan de overkant van de straat de lichten aan. Vanaf mijn bank zie ik de silhouetten van mijn overburen bewegen. De twee zussen die een leven lang al in deze buurt wonen; naast hun het ondernemende stel met tiener en daarnaast het nog maar pas begonnen gezin met baby en dreumes. Mensen in verschillende fases van hun leven met andere verwachtingen en zorgen. Vanaf deze afstand kan ik me daar alleen maar een voorstelling van maken.

    Thuis op de bank met ‘verkoudheidsklachten’ voel ik me Jeff uit Rear Window, mijn favoriete film van Hitchcock. Hier bespiedt een oorlogsfotograaf met gebroken been zijn buren door het nauwe kader van zijn venster. Wat doet zijn isolatie met zijn beoordelingsvermogen? Speelt datgene in zijn hoofd zich ook daadwerkelijk in het echte leven af? Ik krijg weer zin om deze film te zien, waar het spannend doch overzichtelijk is, waar het bruist en waar de boef – voor hij nog meer kwaad kan berokkenen- gepakt wordt.

    elsebeth

    26/03/2020
    verbeelding
  • Otto II van Gelre

    Otto II van Gelre

    Tijd van steden en staten: Arnhem 1000 -1500

    Wie is de baas?

    Tegenwoordig kennen we gemeentes, provincies en landen bestuurd door volksvertegenwoordigers. Deze mensen zijn door de burgers gekozen en mogen beslissen over de manier waarop we met elkaar omgaan. In de middeleeuwen bestond Europa uit een heleboel gewesten. Deze kleine gebieden werden door een landsheer bestuurd. Vaak was zo’n lokale vorst landsheer van meerdere gewesten. In de tijd van steden en staten (1000 -1500) was Arnhem onderdeel van het belangrijke en zelfstandige hertogdom Gelre, een gebied dat meerdere gewesten besloeg in Nederland en Duitsland. De landsheer van dit hertogdom was de hertog van Gelre, hij bezat huizen en land. Boeren mochten het land in bruikleen gebruiken in ruil voor de opbrengst; een klein deel mochten ze zelf houden. 

    De stedenstichter

    Op een binnenmuur van het Duivelshuis staat in het Latijns deze tekst te lezen: 

    “Ik, Otto graaf van Gelre en Zutphen, heb, na vooraf geraadpleegd te hebben mijn vrienden, edelen en dienstmannen, krachtens keizerlijke en koninklijke machtiging en bijzondere vergunning, van het vlek Arnhem een stad gemaakt en daaraan alle vrijheid verleend met ongeschonden bezit van het hare.“
    Ao DOo -13 juli 1233. 

    Op vijftiende jarige leeftijd werd graaf Otto II in 1233 de baas van Gelre. Op 13 juli van dat jaar verleende hij stadsrechten aan Arnhem. Arnhem was niet de enige stad die hij stichtte: in totaal verleende de landsheer aan totaal 29 steden in Gelre stadsrechten. Daaraan dankte Otto de bijnaam ‘Stedenstichter’. 

    Otto de Lamme

    Otto II leefde van 1214 tot 1271. Vanwege een klompvoet had hij nog andere bijnamen: ‘de Lamme’ , ‘de hinkende’ en ‘met de paardenvoet’. Hij liep moeilijk, maar dat weerhield hem niet om mee te doen met allerlei activiteiten die een man van zijn statuur paste. Met de jacht – een bezigheid van vorsten en edelen; met het in die eeuw geliefde steekspel: de tegenpartij met een lange stok van een paard duwen. Of met de oorlogen die tussen de landsheren voortdurend uitbarstten in de honger naar meer land en macht. 

    Handelroutes

    Het gebied waarover Otto II regeerde was als een lappendeken verspreid over vier kwartieren: het Overkwartier langs de Maas bij Roermond, het Betuwekwartier tussen Lek en Waal, het Veluwekwartier met de Nederrijn en het graafschap Zutphen met de rivieren de IJssel en Berkel. Otto II bedacht dat deze rivieren belangrijke handelsroutes zijn. Daarnaast liep de handelsroute tussen Antwerpen en Keulen voor een deel door zijn territorium. Hij probeerde de gebieden aan elkaar te rijgen. Dat deed hij door de handelsreizigers te beschermen maar ook door goed aan hen te verdienen door tol te heffen. De tol- en belastingopbrengsten gebruikte hij om strategisch gelegen grondgebied langs de rivieren aan te kopen want hij wist dat hij door het bezit van alle grond langs de rivieren bijna onbeperkte macht kan uitoefenen. Gelre groeide hierdoor uit tot een groot zelfstandig gewest. 

    Otto was graaf van Gelre van 22 oktober 1229 tot zijn dood in 1271. Hij werd begraven in het klooster ‘s-Gravendaal bij Goch. Maar toen in 1807 de kerk werd afgebroken is zijn stoffelijk overschot met dat van de andere Gelderse vorsten naar Arnhem overgebracht en daar begraven. Waar is onbekend. 

    Bronnen:

    • Ach lieve tijd : 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en … / [onder red. van P.R.A. van Iddekinge … et al./ Uitgeverij Waanders Zwolle 1983
    • De historie van het oude Gelre onder eigen vorsten, (tot 1543) / door G. Prop/ Uitgeverij W.J. Thieme Zutphen, 1963
    • Arnhem : het leven in een middeleeuwse stad / door W. Jappe Alberts / Uitgeverij De Bataafsche Leeuw Dieren, cop. 1983
    • http://arneym.nl/index.html

    elsebeth

    03/03/2020
    erfgoed, onderwijs
  • Zalig kerstfeest

    Zalig kerstfeest

    Kerst staat voor verbinden, toch? Daarom wilde An het dit jaar anders doen. Vastbesloten een echt kerstspektakel aan te richten had ze haar ex Martin uitgenodigd met zijn vrouw Mulan en Martins tweede leg, peuter Milan. Zo omzeilde ze voor dochter Lieke de jaarlijkse waar-ben-ik-wanneer-deze kerst-stress en bovendien, ze had een uitstekend nahuwelijk met Martin dus dit moest kunnen. Ook vriend Gerard maakte geen bezwaar; de lieve schat maakte nooit bezwaar.

    De organisatie van dit festijn begon al in september want ze wilde de sinterklaasgekte voor zijn. En het leuke was: zo dachten heel wat winkelketens er ook over. In een groot tuincentrum had ze op 15 september nieuwe ballen in een prachtig kleurenpalet kunnen kopen die wat haar betreft het feest van liefde en ontmoeting van de juiste sfeer konden voorzien. 24 september had ze tafellinnen gevonden in een wereldwinkel die uit exotische oorden armlastige arbeiders stimuleerde om voor iets meer dan weinig de westerse mens te bedienen. Het prachtig kleurrijke tafelkleed met bijpassende servetten gedecoreerd met handgeborduurde tafereeltjes van kerstmannen in arrensleeën, zouden de kerstpret vast vergroten. En op 15 oktober had ze een bijzonder kerstservies gekocht in een winkel met producten van lokale creatieven, waar personeel met afstand tot de arbeidsmarkt een werkend bestaan kon oefenen. Nee, aan de spullen zou het niet liggen dit jaar. Om ook de rest van de wereld te memoreren in het diner had ze een thema bedacht: een reis rond de wereld. Het ging een helemaal hippe streetfood-parade worden met pulled pork en chrispy chicken, roasted sweat potato, caesar salad, quasadillas, en – speciaal voor Mulan- duckdelight.

    En toen was het dan eindelijk 25 december. An voelde zich als een klein meisje dat jarig was. Veel te vroeg wakker van de opwinding. Gerard lag naast haar in diepe rust; die man kende geen stress. Het lijstje in haar hoofd maalde als een carrousel rond. Want er kwam nogal wat logistiek bij kijken. Eerst het varkensvlees in de oven… had ze het tafelkleed wel uit de was gehaald… had Gerard gisteren de houtblokken wel naar binnen gehaald … waarom was Lieke vorige week ineens vegetariër geworden… straks Gerard even vragen of hij de afvalbak van groente en fruit kon schoonmaken – die bak ging zo stinken… ze kon net zo goed al opstaan… van slapen kwam het toch niet meer.

    Om twaalf uur was ze er klaar voor. De koelkast puilde uit met hapjes en snapjes die enkel nog hoefden te worden opgewarmd in de oven of even kort op het vuur opgebakken. De gasten verwachtte ze om vier uur. Lieke had zich verschanst achter haar telefoon en An had nog even de tijd om te douchen, wat te tutten en haar zijden kerstjurk aan te trekken.

    Daar kwamen Martin, Mulan en Milan dan eindelijk. Milan zag een beetje pips. “Hij lag te slapen in de auto dus we zijn een extra rondje gaan rijden”, zei Mulan terwijl ze buggy, peuter en twee tassen naar binnen droeg. Lieke keek op van haar telefoon – “Mwoi” – en tikte vliegensvlug verder op het kleine beeldscherm. Martin had een uitklapbaar campingbedje bij zich en droeg een kerstmuts. Het feest kon beginnen.

    Eerst maar eens een glaasje glühwein om te acclimatiseren. De gasten gingen zitten bij het knisperende haardvuur. Gerard schonk de warme wijn voor de volwassenen en frambozenlimonade voor Milan en Lieke in de kristallen glazen. Heerlijk, kon An even zitten. Gerard, de lieve schat, serveerde er ook een klein borrelhapje bij: toastjes met hummus, brie en guacamole en vegetarische Duitse woarstjes voor de kinderen. Mulan bewonderde ondertussen de kerstversiering en Martin deed een verstopspelletje met Milan door zijn gezicht achter het geborduurde servet te houden en er weer boven: “Kiekeboe!” Ja, hier deed ze het voor. Dit beloofde een fijn kerstfeest te worden. Eerst nog een glaasje Glühwein besloot An, voor ze de gerechtjes zou gaan afmaken. An voelde zich ontspannen en rozig. Ze trok het zachte bankdekentje met een automatische beweging over zich heen.

    An deed haar ogen weer open toen Martin het campingbedje inklapte en Mulan de luiertas inpakte. Milan lag naast haar te slapen op de bank. Op tafel zag ze de resten van het kerstdiner. Haar maag begon te knorren. Gerard keek haar liefdevol aan: “Zo, dat was een flinke tuk, die je daar maakte.” Martin en Mulan lachten: “Dat had je kennelijk even nodig!” Lieke keek op van haar telefoon: “Hé mam, die gebakken aardappeltjes waren echt lekker.” Het haardvuur smeulde en de klok wees kwart voor elf. Martin en Mulan zwaaiden een kushandje naar An, en Gerard liep met de slapende Milan in zijn armen achter ze aan. An hoorde het dichtslaan van een autodeur en de auto toeteren. “Volgend jaar weer?”, riep Gerard ze na.  An keek de kamer in. Ze geeuwde. Morgen de boel maar opruimen.

    Detail van de illustratie die Kees de Boer bij dit verhaal maakte. Dit verhaal over An’s kerstfeest is gepubliceerd in Santa Kerstglossy, een uitgave van Uitgeverij T. 

    elsebeth

    12/02/2020
    feuilleton
    verhaal
  • Zitten

    Zitten

    ‘Je moet daar in het leven staan waar je elkaar tegen komt.’ ‘Die man is echt wijs,’ verzuchtte An, lezend in ‘Leven Doe Ik Zelf’ van dr. Lang. ‘Houd eerst van wat je hebt en ontvang dan wat zich aandient.’ Ja, dat wilde ze wel. An was er aan toe. Een nieuwe man. Ze had haar ramen wagenwijd opengezet. Het was inmiddels een jaar geleden dat Martin met zijn Chinese schone naar Alblasserdam was verhuisd. Hij was druk doende met een tweede leg. Nu zij nog.

    Dus had ze begeven op de relatiemarkt; een opbieden en handelen dat zich vooral digitaal afspeelt. Even wat anders dan wat ze gewend was. Martin had ze gewoon op een feestje ontmoet. Na eindeloos kijken en wegkijken, durfden ze elkaar dan toch aan te spreken. Onmogelijk kon ze de schijn ophouden en al gauw was de vonk overgesprongen. Alsof ze haast hadden, waren ze binnen een jaar bij elkaar ingetrokken en aan een gezin begonnen.

    Maar dat was voorbij en nu was het tijd voor iets nieuws. An had geleerd dat als je tegenwoordig aan de man wilt, je het beste thuis kan blijven. Zorgvuldig had ze een foto geselecteerd die haar persoonlijkheid het best verbeeldt. In een zonovergoten landschap met een stralend blauwe hemel kijkt ze met een wijntje in haar hand vrolijk lachend naar de toeschouwer. Ze had zich ingeschreven op een datingsite. Daarop had ze ingevuld van welke muziek en films ze houdt en welk sterrenbeeld ze heeft. Ook moest ze haar lengte en gewicht invullen. Bij het één kwam iets bij en bij het ander ging iets af. ‘Niemand die het ziet,’ bedacht ze zich achter haar computer.

    Al snel stroomden de aanbiedingen binnen. Zij en Jan kwamen vlot tot een deet. Vrijdagavond acht uur, op neutraal terrein ergens tussen Amsterdam en Zutphen, met de gedachte dat als je elkaar vanaf het begin in het midden tegemoet komt, er eigenlijk niets meer mis kan gaan. Nou, dat kon dus wel. Jan was veel minder leuk dan ze uit de foto had afgeleid. Na dertig seconden voelde ze een lichte paniek opkomen. Hoe lang moest zo’n afspraakje eigenlijk duren? En nog belangrijker, wat als hij háár niet leuk vond?

    An werd een geoefend deter. Iedere week zat ze ergens in den lande op haar vrije avond tegenover een onbekend manspersoon, zonder het gewenste resultaat. Keer op keer stelde ze haar wensenlijstje bij: zonder vrouw, met inkomen; zonder overbodige haargroei; met eigen woning.

    Tot op die middag in mei haar hele wensenlijstje in het niets oploste. Ze stond in een meubelwinkel. Gerard ook. Ze vielen voor dezelfde bank en voor elkaar. De bank is acht weken later op An’s huisadres bezorgd, met Gerard als bonus erbij. Ze zijn gaan zitten en niet meer opgestaan. ‘Houden wat je hebt,’ zou dr. Lang zeggen.

    elsebeth

    22/10/2019
    feuilleton
  • Portret Nina Simone

    Portret Nina Simone

    Nina Simone

    De zang van Nina Simone vind ik prachtig.
    De gelaagdheid van emoties die zij haar muziek meegeeft, ontroert me keer op keer.

    Dus vandaar een portret van haar.

    Ik maak portretten in opdracht.
    Dit portret van Nina Simone is geschilderd met acryl op papier.

    elsebeth

    27/06/2019
    kunst, mens
  • Vissen

    Vissen

    Ontmanteld

    Vanuit een grijze lucht miezert het al de hele dag. Anton heeft een dunne, doorzichtige poncho over zijn colbert aangetrokken maar is toch door en door nat geworden. Druppels water zakken langs de slierten van zijn haar langzaam naar beneden, voor ze uiteenspatten op zijn ogen. Regendruppels vallen tussen het boord van zijn overhemd en zijn nek.

    Al uren tuurt hij over het water naar zijn dobber. De vissen laten zich niet vangen vandaag. Hij trekt de hengel omhoog om te kijken of het aas nog leven heeft. De made spartelt vol levenslust aan het haakje.

    Misschien moet hij het toch maar eens vertellen, peinst hij. Straks als hij thuiskomt en met een doornat colbert uit zijn auto stapt, zal ze toch iets vermoeden, zou je denken. Het is al vreemd dat ze er tot nu toe niets over gezegd heeft. Waarom vraagt ze niets en luistert ze alleen maar? Zal ze ook vandaag glimlachend commentaar geven op zijn verhalen? Dat doet hem eraan denken dat hij nog het verhaal van de dag verzinnen moet. Iets over vergaderen met de raad van bestuur? Een leuke grap over Robert-Jan met zijn secretaresse?

    Anton haalt uit zijn aktetas de sandwich met gerookte zalm, rucola en roomkaas die hij bij het tankstation heeft gehaald. De koffie is nu echt koud. Hij kijkt op zijn horloge. Half twee. Hij moet nog even. Anton sjort zijn stropdas wat losser. ‘Hé, heeft hij beet?’

    elsebeth

    19/06/2019
    maatschappij, mens, taal, verhaal
  • Sculptuur

    Sculptuur

    elsebeth

    03/06/2019
    taal, verbeelding
  • Herdenken

    Herdenken

    Stil

    Dit gedicht is een voorbeeldgedicht bij een les die ik maakte over herdenken. Het stergedicht heb ik een aantal jaar geleden ontworpen bij een van de lessenseries die ik heb ontwikkeld over de Tweede Wereldoorlog. Elk dorp of stad kent zijn eigen verhalen over wat er met mensen gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze historische gebeurtenissen waren onderwerp in de lessen voor kinderen tussen de 11 en 14 jaar.

    elsebeth

    06/05/2019
    maatschappij
    maatschappij, onderwijs, WOII
Vorige pagina
1 2 3 4
Volgende pagina

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld