communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Zicht op de binnenplaats

    Zicht op de binnenplaats

    Buren. Op de eerste lentedag komen ze weer tevoorschijn. Ik hoor ze. Ik ruik ze. De buurman steekt de barbecue aan, het stel in het bovenhuis achter – nog zonder kinderen – geeft een feestje, een buurvrouw houdt van zingen. Ik raak bekend met hun ritmes en gewoontes. Als ik alleen in mijn tuin zit, volg ik onbedoeld en met enige gêne hun gesprekken.

    Bij fotojournalist Jeff loopt zo’n zelfde situatie uit de hand. Het is bloedheet als hij met zijn been in het gips thuis zit. In zijn rolstoel achter het raam van zijn appartement in New York kijkt hij uit op een binnenplaats, waaraan een aantal woningblokken grenzen. De bewoners hebben de ramen van de huizen wijd open gezet en de fotograaf kan de dagelijkse gang van zijn buren goed volgen.

    Rear Window

    James Stewart speelt Jeff in de meesterlijke Hitchcock klassieker Rear Window, een veelvuldig geciteerde speelfilm uit 1954. Hij is getuige van een moord in zijn woonblok. Althans dat denkt hij, maar is dat wel zo? Ik weet het niet meer, ik heb de film meerdere keren gezien en ik vergeet elke keer weer hoe het afloopt. De film is zo goed, dat dát er weinig toe doet.

    Het verhaal speelt zich af op een oppervlakte van ongeveer vijfentwintig vierkante meter, het decor is een vrij letterlijke vertaling van een binnenplaats in Greenwich Village. Jeff kijkt uit op de tuintjes en de rommelige achterkanten van de woningen. De façades van de panden zijn uit het zicht. Zou hier dan het ongekuiste leven te zien zijn? Achter een smalle steeg vangt hij nog een glimp op van de drukte van de stad. Zijn enige contact met de buitenwereld is de telefoon en drie bezoekers: de verpleegster, een bevriende detective en zijn elegante vriendin Lisa, gespeeld door Grace Kelly.

    Perspectief

    Dit begrensde decor vormt het perspectief van de hoofdpersoon. Zijn blik vertelt het verhaal, letterlijk en figuurlijk: zijn kijkrichting, zijn karakter en zijn gemoedstoestand bepalen wat hij ziet. De setting staat vast en het camerastandpunt is beperkt. Weinig dynamisch zou je zeggen. Toch wel, deze ingrediënten gebruikt Hitchcock ,‘The Master of Suspense’, virtuoos in een gelaagde spanningsopbouw. Waarbij de grote vraag is: klopt het wat Jeff meent te zien?

    Meestal is de fotojournalist van huis, hij reist de wereld over voor zijn foto’s. Hij vreest het gevaar niet, zijn laatste opdracht leverde hem een gebroken been op. In zijn werk is Jeff als een fly on the wall onzichtbaar aanwezig. Thuis heeft zijn leven zich vernauwd tot de kleine biotoop van de binnenplaats. Ook hier kan hij – met zijn fototoestel met telelens- onopgemerkt observeren. Waar hij eerder in naam van de journalistiek het leven registreerde, wordt hij nu een voyeur die zijn verveling probeert te verdrijven.

    Zeventig jaar geleden vond men gluren nog ongepast – voor de zekerheid meld ik het even. Het voyeurisme van de hoofdpersoon gaf de film een ondeugende twist; hoe immoreel is hij eigenlijk zelf? Als je je bedenkt hoe dun tegenwoordig de scheidslijn tussen publiek en privé is, zien we dat nu anders. Sterker nog: wie ben je eigenlijk als je niet bekeken wordt?

    Herkenbare verhalen

    Aanvankelijk is de fotograaf slechts een afstandelijk waarnemer. Maar al snel raakt hij betrokken bij zijn onbekende buren en geeft hij ze namen. In eerste instantie lijkt er weinig te gebeuren op de binnenplaats, pas als hij inzoomt blijkt er van alles te spelen. Je ziet de levens van de buren met kleine en herkenbare verhalen, die ook de thema’s van het hoofdpersonage reflecteren. In het blok woont een pianist die hetzelfde liedje keer op keer speelt, vindt hij het ooit goed genoeg? Zijn buurvrouw is een danseres. Ze ontvangt mannen die ongegeneerd haar getrainde lichaam bewonderen, is dat hoe ‘Miss Torso’ hogerop wil of moet komen? Aan de overkant woont ‘Miss Lonely Heart, een vrouw alleen. Ze dekt voor twee. Heeft ze de liefde niet toegelaten en doet ze nu dan maar alsof? In een appartement naast hem komen ‘Newly Weds’ wonen die niet van elkaar af kunnen blijven. Het duurt niet lang of de gordijnen zijn steeds langer open en Jeff hoort hun eerste ruzie. Tegenover hem woont een handelsreiziger met zijn vrouw. Je ziet een huwelijk in zijn nadagen: een bedlegerige vrouw en een vaak afwezige man.

    Romantiek mag in een Hollywoodklassieker niet ontbreken. Jeff twijfelt of hij zich moet binden aan zijn ogenschijnlijk perfecte vriendin. Lisa’s wereld is mondain en zijn carrière – ergens op de wereld maar niet daar- vertegenwoordigt voor hem het echte avontuur. Als kijker denk je dat ze voor elkaar gemaakt zijn. Hij denkt van niet. Kijk je wel goed naar haar, Jeff?

    het kleine schuilt in het grote

    De setting vind ik prachtig. Je kijkt naar mensen die toevallig naast elkaar wonen. Wat ze in elk geval gemeen hebben is dat ze dezelfde binnenplaats delen. Maar dit kleine oppervlak is ook het toneel van grote contrasten. Je ziet mensen die vol in het leven staan naast mensen die verloren ogen. Mensen die pas in gezelschap opleven naast mensen die zichzelf prima vermaken. Er wonen succesvolle mensen wiens carrière al staat en mensen die er nog moeten komen. Mensen die de liefde willen vinden, anderen die elkaar hebben gevonden en degenen bij wie de vlam is gedoofd. Het bestaat allemaal naast elkaar. Hoe het leven kan zijn, klinkt door in verschillende toonsoorten. Deze schakering ontroert me.

    Nu de fotograaf nauwelijks afleiding heeft, gaat hij grote verhalen in het kleine zien. Waar is de ziekelijke vrouw ineens gebleven? Wat doet haar echtgenoot met die grote koffer? Heeft hij deze nodig voor zijn beroep of zeult hij daarin een lijk weg? Jeff bijt zich vast in een verhaal en ziet alleen de aanwijzingen die zijn beeld bevestigen. Is het tunnelvisie of klopt zijn intuïtie? Jeff is dynamiek gewend- hij wil wat meemaken. In hoeverre kleurt dat zijn blik? Ziet hij wat hij meent te zien omdat hij wil dat er wat bijzonders voorvalt of gebeurt het ook echt? Zijn bezoekers nemen zijn gedachtespinsels met een korreltje zout. Hij bijt zich steeds verder vast in zijn overtuiging en gaandeweg krijgt hij ze mee.

    Rear Window geeft niet alleen een mooi sfeerportret van een verdwenen tijd, de klassieker zet je ook over de huidige tijd aan het denken. De kernvraag in de film is: klopt het wat de hoofdpersoon meent te zien? Diezelfde vraag kun je stellen bij een fenomeen als complotdenken, dat na de isolatie in de coronaperiode zo’n vlucht heeft genomen, aangezwengeld door de informatiebubbels op sociale media en de opkomst van nepnieuws en AI. Deze actuele ontwikkelingen vragen veel van ons kritisch vermogen, een haast onmogelijke opgave. Waarheen sturen jouw overtuigingen jouw blik? Welke aanwijzingen bevestigen jouw kijk? Welke tekens heb je gemist? Is het zo simpel als het lijkt? Of ingewikkeld? Soms wel. Maar vaak ook niet. Ook Jeff heeft het niet altijd bij het rechte eind.

    In het volle licht

    Als Hitchcock alle ingrediënten heeft opgediend, versnelt het plot. Jeff intervenieert in de levens van zijn buren, met de hulp van zijn bezoekers en de telefoon. Waar aanvankelijk de taferelen binnenshuis plaatsvinden en de bewoners alleen gericht zijn op hun eigen bezigheden, maken ze nu onderling contact en worden ze zich bewust van wat er bij de buren gebeurt. Jeff blijft ook niet langer onopgemerkt bij de verdachte buurman. De gebeurtenissen stapelen zich op, de tijd gaat sneller en we bewegen richting een spannend slot. Nu zullen we het weten: heeft de buurman zijn vrouw omgebracht?

    Hoe Rear Window eindigt? Het is al even geleden dat ik de film heb gezien en zoals gezegd, ik weet het niet meer. Ik herinner me wel dat Lisa het avontuur niet schuwt (zie, de fotograaf en zijn elegante vriendin zijn voor elkaar geschapen). Ze gaat op onderzoek uit en ondertussen moet Jeff vanuit zijn stoel toezien hoe Lisa – niet echt voor de gelegenheid gekleed in een chique lichtgekleurde jurk – zichzelf in gevaar brengt, terwijl hij fysiek niet in staat is haar te helpen. Dat moet voor een mannelijk filmpersonage uit die tijd een harde dopper zijn. Ik weet nog dat het allemaal goed afloopt, het blijft tenslotte een Hollywoodfilm. Eentje die staat als een huis, ook na zeventig jaar.

    elsebeth

    26/05/2023
    kunst, maatschappij, taal, verbeelding
    film, kunst
  • Weemoed

    Weemoed

    Als ik langs een speeltuin loop en kijk naar de overgave van spelende kinderen, bekruipt weemoed me. Eerst de glimlach die het me ontlokt. Waarop ik me meteen een voorstelling maak van de angsten en verwachtingen die in die lijfjes huizen. En besef hoe het allemaal nog open ligt. Dat het verhaal nog zoveel kanten op kan. De ontroering die ik voel als ik me bedenk dat ze aan het begin staan van alles. Nog zo losgezongen zijn van ervaringen.

    Herinner je de tijd dat je tiener was, een jonge twintiger, toen alles mogelijk leek? Dat een ontmoeting een geheel eigen verhaal zou kunnen gaan leiden? De opwinding van het niet weten wat er ging gebeuren met de volle overtuiging dat die dag alle kanten op kon. Dat tomeloze verlangen naar eerste, nieuwe, waarachtige ervaringen. Hoe dat je vleugels gaf en alles omlijste met een sprankelend licht. Dat alles opzuigende van onbevangen zijn.

    Dat gevoel kan ik zo missen. En als ik in die weemoed beland, mis ik de overtuiging dat de relativering en mildheid die ouder worden meebrengt ook winst is. De opvattingen die ergens een midden hebben gevonden. Omdat je inmiddels wel weet dat alles twee kanten heeft. Of meer dan twee. Tot vervelends toe komt die nuance. Dan kan ik blij zijn dat ik ook boos blijf om dezelfde dingen als waar ik me eerder kwaad om maakte. Dat dat niet verandert.

    Ik merk dat ouder worden ook betekent dat ervaringen alvast beginnen te rollen naar een vakje in mijn brein. Dat het begin van een gebeurtenis vasthaakt aan een eerder moment met al de gevoelens en ideeën die je er toen bij had. Dat je aan het vergeten bent hoe het is om iets met nieuwe ogen te zien. Omdat het op iets lijkt wat je al kent. Erger nog: dat juist de herhaling tot tevredenheid stemt. En je moet bekennen dat het bekende je als een warm dekentje geborgenheid biedt. Voor je het weet trekt gezapigheid je in te comfortabel denken. En als je eenmaal op die plek bent beland, wacht de verveling je op.

    Is dat de reden dat mensen zich willen verliezen in extreme ervaringen? In een of andere verslaving? Een nieuwe liefde? Of dat anderen het juist zoeken in de soberheid? In het kleine, in het naar binnen gaan, naar het hier en nu, naar al die dingen? Zoom je uit of zoom je in?

    Uiteindelijk moet je jezelf nog weten te verrassen, denk ik. Maar hoe doe je dat dan? Als mij die weemoed bekruipt – ik moet bekennen dat me dat vaak gebeurt: zou dit nu de midlife crisis zijn?- voel ik me bevoorrecht dat ik in elk geval houd van dingen maken. Dat er op die plek nog steeds iets nieuws gebeurt. Een idee hebben, een gedachte, een beeld en daarop voort. Kennelijk is dat hetgeen me drijft en me op de been houdt. Je zult maar zonder komen te zitten.

    elsebeth

    06/06/2022
    mens, taal
  • In de herberg

    In de herberg

    In de herberg zie ik ze zitten om de grote tafel.Er zijn erbij die gewoon het woord nemen wanneer ze iets willen vertellen; ze worden niet onderbroken.Zij overschreeuwen zichzelf niet. Alsof dat nooit nodig is geweest en ze als vanzelf een plek in het geheel hebben. Daar hoeven ze niets voor te doen, ze zijn er.

    Ze hebben niets te verliezen, te winnen of te bewijzen, zo lijkt het wel. Hooguit ten opzichte van elkaar.

    Ik hoor een golf luid gelach waarbij ze slaan op tafels en knieën. Ze schudden achteloos de grappen die over hun rug gemaakt zijn, van hun schouders af. Het doet niets aan ze af. Dat denk ik te zien, althans.

    Dat vanzelfsprekende zelfvertrouwen, daar kan ik ze om benijden. Al weet je natuurlijk nooit zeker of het slechts spelers zijn in een thuiswedstrijd.

    elsebeth

    20/05/2022
    maatschappij, taal, verbeelding
  • Kussen met een dichter

    Kussen met een dichter

    Mijn eerste vriendje was een dichter. Zijn dag begon met de gang naar de supermarkt om zes halve liters te kopen. Elke dag sjokte hij de trap op met in elke hand een plastic tas met het allergoedkoopste bier dat hij kon vinden, want drinken was voor hem vooral een praktische aangelegenheid. Met een pils in het bereik, vleide hij zich neder en begon hij in sierlijk handschrift met waartoe hij op aarde was. Dichten, op rijm.

    In gesprekken en zijn gedichten haalde de dichter graag de grote zaken des levens aan. Veruit favoriet was de dood en alles wat daar bij komt kijken. Op de tweede plaats kwam verraad, op de voet gevolgd door liefde. De jongeman was nog lang geen dertig maar al wel een echte kunstenaar, dat moge duidelijk zijn. Hij was een vertegenwoordiger in ware gevoelens, daar had hij er veel van, zoveel dat er dagelijks een meter bier aan te pas moesten komen om al dat grote voelen tot normale proporties terug te brengen. Het was een secure aangelegenheid om voor zijn dichtkunst de juiste staat van zijn te bereiken. Zo at hij overdag liever niet, dat zou afbreuk doen aan zijn roes. Zijn eerste maaltijd van de dag was dan ook meteen zijn laatste. Die nuttigde hij vlak voor het slapen gaan, als de dag toch geen geniale invallen meer zou brengen.

    Geen idee wat ik in hem zag. Als excuus kan ik opvoeren dat ik jong was en dat er in mij een romantische ziel huist. Luchtig was ons samenzijn geenszins. De dichter hield van drama. En dus ook van ruzie. Dat bracht elke dag de nodige reuring. De hele affaire duurde hooguit twaalf maanden, maar leek jaren in beslag te nemen. Een einde maken aan deze verbintenis was lastig omdat hij met grote (en heel veel) woorden dreigde zich van het leven te beroven als ik daar onverhoopt toe zou besluiten. Ergens was ik gevleid dat hij kennelijk zoveel van me hield. (Op de zaken vooruitlopend: toen ik dan toch maar dit risico had genomen, trok hij met een net zo’n groot gevoelen drie weken later bij een kennis in)

    Op een zondag bezocht ik hem in een klein Twents stadje, waar hij op het huis van zijn moeder paste. Ik was dat weekend op bezoek geweest bij mijn ouders daar niet ver vandaan. Mijn moeder had me voor op mijn Arnhemse studentenkamer twee hoofdkussens meegeven. De moeder van de dichter had een luxe badkamer dus de dichter en ik gingen in bad. Het duurde niet lang voor er heibel ontstond. Ik werd het zat, stapte uit het water, kleedde me aan en vertrok richting station met de zware weekendtas en twee hoofdkussens. De dichter stapte ook uit bad en liep mij achterna, poedeltje naakt. Ik duwde hem de twee donzen hoofdkussens in de handen. En zo dwaalden we door de verlaten straten van een stadje in zondagse rust. De dichter belde ergens aan om de weg naar het station te vragen. Ik zag hem staan, in zijn kleine billen, geflankeerd door twee grote kussens. De bewoner deed gauw de deur weer dicht. Niet veel later kwam een politieauto rustig naast ons rijden. Of we even mee wilden komen. We werden apart ondervraagd op het bureau. Daarna brachten de agenten van dienst het jeugdige stel weer terug naar het ouderlijk huis van de dichter. Het water in het bad was inmiddels afgekoeld.

    elsebeth

    31/03/2022
    mens, taal
  • Ode aan de domheid

    Ode aan de domheid

    Als uitdaging dacht ik, laat ik een ode schrijven over iets wat ik niet bepaald waardeer: domheid. Er is zoveel aan domheid wat niet te verdedigen valt. De belangrijkste domper is gebrek aan nieuwsgierigheid. Al is het niet willen weten anders dan het niet kunnen weten en kan dat laatste nog wel rekenen op mijn begrip.

    Dom heeft een nare klank. Het is een van niet weten, foute keuzes maken en geen overzicht hebben. Niet bepaald aantrekkelijk. Maar laat dat nou net dat zijn waar mensen heel goed in thuis zijn. Ken jij iemand die het allemaal weet, alleen maar goede keuzes maakt en precies weet wat-ie doet? Ik ken ze wel die dóen alsof ze het weten en doordachte keuzes maken. Soms komen ze daarmee een heel eind. Maar eigenlijk zijn het hele vervelende mensen. En ongeloofwaardig bovendien. En dit zeg ik zonder een spoor van nijd.

    De intelligentie van mensen is een overschat fenomeen. Dat is ook wat me het meest verbaast aan complotdenkers. Er zijn dus mensen die denken dat er mensen zijn die precies weten wat ze doen. Een perfect plan bedenken, plannen en dat dan feilloos uitvoeren. Een mens kan veel, zeker ook met vereende krachten, maar dit is echt te veel eer. Alleen al omdat er bij het nemen van beslissingen hormonen of emoties in het spel zijn. Als in wie pist het verst. En dat brengt niet per se de meest gefundeerde argumenten naar boven.

    De ervaring leert dat er in samenwerking grootste dingen bereikt kunnen worden. Doch –  en dat herken je vast –  er ontstaat geheid gekissebis als een groep mensen intensief met elkaar optrekt; er is altijd wel iemand is die het aanlegt met het lief van de ander. Zie dan nog maar eens de neuzen dezelfde kant op te houden.

    Mensen overzien niet zover of zoveel. Dat reikt hooguit een paar jaar ver of drie aan elkaar grenzende onderwerpen. Op goed voorspelde vergezichten heb ik nog nooit iemand kunnen betrappen. Jij wel? De vraag is: is dat erg? Achter grootse dingen zit vaak denkkracht gemixt met een flinke dosis samenloop van omstandigheden. En dat kan een gelukkige of een ongelukkige zijn. En goed of fout uitpakken.

    Die gedachte relativeert. Een miskleun kan ook raak zijn. Je hoeft niet slim te zijn om iets moois voor elkaar te krijgen. Je kan rustig een oen, kluns of sukkel zijn. Eenieder is in staat is iets groots te verrichten, hoe klein het verschil ook is dat hij daarmee kan maken. Al overschat de mens graag hoe groot dat verschil dan wel is. Zo dom is-ie weer wel.

    elsebeth

    18/01/2022
    mens, taal
    column
  • Water

    Water

    Ik ben een zee van drijven, dobberen, golven, glijden, kolken, spiegelen, spugen. Zie hoe ik sla langs roestige bakens die fier staan en van geen wijken weten. Zestig procent water stroomt, beukt, botst, graaft geulen. Diep. Lang. Eindeloos. Mijn lijn is er een van baren, voeden, zorgen, dienen, steunen. Ik ben een haven.

    Ik ben een poel. Druppels vallen, kletteren, kaatsen mijn zachte huid. Ik voel het zilte zand weg spoelen.

    Ik ben een stroom. Tussen duinen houd ik me even stil. Ik luister. In de verte hoor ik vleugels blijmoedig klapperen.

    elsebeth

    14/01/2022
    kunst, taal
  • Ode aan de twijfel

    Ode aan de twijfel

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Bestaat er een waarheid die in woorden is te vangen? Eigenlijk niet en nooit volledig, is mijn stelligste overtuiging. De betekenis van een woord is omlijnd. Op dat moment. De strekking zal door de tand des tijds oprekken of een andere kleur krijgen – van plaats veranderen. Eigenlijk zijn woorden vloeibaar.

    Woorden verblijven vaak in groepjes. De onderlinge samenhang schept een beeld waarin meer betekenis besloten ligt. Er ontstaat context, al is er altijd een schemergebied tussen hoe jij de context ziet en ik. Welke woorden voor jou meer zwaarte hebben. Elkaar verstaan blijft toch gissen.

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Een wetenschapper hoef je deze vraag in elk geval niet te stellen. Anders dan de naam doet vermoeden, zeker weten doet de wetenschapper niet. Hij wil het ongekende vinden in onontgonnen gebied. Niet weten brengt onderzoeker het verst. Wetenschap is onderzoek dat niet af is als het gedaan is.

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Taal begrenst de waarheidsvinding, een deel blijft ongezien. Hoe gevarieerder de club die zoekt, hoe rijker de taal die het kijken stuurt. Het argument voor diversiteit in welk landschap dan ook.

    Antwoord

    Welk woord ontsluit het antwoord? En dan? Hoe aanschouw je het antwoord dat je vindt?

    Waar antwoorden niet verder reiken dan je denkraam, is het de verbeeldingskracht die ruimte schept. Het argument voor creativiteit en een vrije kavel waarop je mag experimenteren.

    Ik weet dat als ik het denk te weten, er een ongekend deel blijft bestaan. Niet zeker weten is onlosmakelijk met ons verbonden. Gelukkig maar, denk ik dan. Zonder twijfel zijn er geen vragen. Zonder vragen geen ontwikkeling. Wat als twijfel geen ruimte meer krijgt: waar blijf je dan?

    elsebeth

    08/01/2022
    taal
    column
  • Spullen

    Spullen

    Als je gaat verhuizen, ga je eerst door je spullen heen. Wat kan er mee, wat blijft achter of krijgt een nieuw adres? Sommige spullen gaan in de doos en komen daar eigenlijk niet meer uit. Je wilde ze meenemen want je dacht nog dat ze bij je horen maar dat blijkt niet zo te zijn. Helaas weet je dat pas nadat je de doos de trap af en twee trappen opgesjouwd hebt.

    Veel van mijn spullen gaan al een tijdje mee. Zo staat de bank waarop ik zit op een familieportret in zwart-wit. Op die foto zie ik mezelf zitten op schoot bij mijn oudste broer. Hij – een jochie nog – kijkt ernstig op de foto. Ongemakkelijk houdt hij mijn babylijfje vast, dat waarschijnlijk net daarvoor in zijn armen geduwd is. De bank stond lange tijd in de nette achterkamer – dat wil zeggen de kamer waar ook Sinterklaas mocht plaatsnemen en waar in de jaren ’70 de fuiven van mijn ouders plaatsvonden. De bank ging – in een ander stofje – nog met een verhuizing van het gezin mee en bij de volgende – zo’n vijfentwintig jaar geleden- kwam de bank bij mij terecht, ik had inmiddels zelf een woning waar plek was voor zo’n serieus meubelstuk. Intussen heeft ook mijn kind onder een dekentje zijn kinderziektes erop uitgezweet, hebben er de nodige amoureuze verwikkelingen op afgespeeld en bleek het voor kat 1, 2 en 3 een krabplek. Niettemin houdt de bank stand, met de hulp van meerdere metamorfoses in kekke bekleding.

    Sinds een paar jaar hangt achter de bank een borduurwerk van mijn oma. Het doek is een meter breed, ze moet er echt uren werk in hebben zitten. Ik kreeg het kunstige stuk omdat ze het maakte naar aanleiding van mijn /onze geboorte. De ontelbare steekjes stellen samen een kermis voor. Dat ze het beeld van botsauto’s, een draaimolen en een oliebollenkraam vond passen bij het uitgedijde gezin van haar dochter, vind ik getuigen van humor en een voorzienige blik. Mijn oma stierf toen ik nog een kind was. Elke keer als ik het borduurwerk zie, denk ik aan haar.

    Onder het borduurwerk staat een lange, lage kast. Ook dit vintage ‘item’ stond eerder in mijn ouderlijk huis, achter de bank. Stond het eerst in de sjieke kamer, na een verhuizing kwam het terecht op de overloop, de ruimte waar mijn moeder de was streek en vouwde. Dekbedhoezen werden opgeborgen op de plek waar voorheen mooi glaswerk stond. Nu is het fineer op de bovenkant beschadigd door het nog vochtige wasgoed dat wachtte op een strijkbout en komt er elke keer een zoete geur van net gewassen goed vrij op het moment dat ik een klemmend kastdeurtje met enige moeite opentrek.

    Ik heb ook zelf spullen op de kop getikt – ook nieuwe – en veel gemaakt. Een deel hiervan zal voor mijn zoon een tastbare herinnering worden aan mijn bestaan. Welke hiervan voor hem van betekenis zullen zijn is nog ongewis.

    Kortom, sommige spullen zijn kompanen geworden. Al wil ik soms wel eens een andere bank. Dat is het nadeel van al die giften en vondsten. De spullen verplichten ook. Ze kunnen niet naar de kringloop. Een weggooiactie zou voelen als een gebrek aan loyaliteit. Dus het blijft bij me, tot de dood ons scheidt. Of een brand. Of een tiny house.

    elsebeth

    21/12/2021
    mens, taal
  • Drijven

    Drijven

    Laatst las ik ergens dat je mensen hebt die het leven feitelijk beleven en mensen die het leven beleven als een verhaal. Ik behoor tot die laatste groep. Los van het typische van dit uitspraken dat het of of is en nooit en en, en ertussen, bedacht ik me dat ik de onverbeterlijk neiging heb om overal een verhaal van te maken. Met een context, een ontwikkeling en dat je dan op dit punt bent beland. En waar dat dan begon. Alsof in alles wat je meemaakt een narratief schuilt. Een verhaal waarin je toeschouwer en deelnemer tegelijk bent. De protagonist en de antagonist. Of de bijfiguur die het verhaal verder op gang gaat helpen. Of het muurbloempje.

    En dat alles speelt zich slechts in je hoofd af. Waar komt die neiging toch vandaan, vraag ik me af. Heeft het te maken met de christelijke cultuur waarin ik ben opgegroeid of door al die verhalen die ik gelezen, gehoord of gezien heb? Of is het dat wat mij mens tussen de mensen maakt?

    In Sapiens belicht Yuval Noah Harari hoe mensen zich verbinden door de verhalen die ze vertellen. Aan zichzelf maar ook aan elkaar. Hierdoor kunnen mensen die ver van elkaar vandaan wonen toch een gemeenschap zijn. Met gezamenlijke vrienden, vijanden of goden. Dat veronderstelt dat mensen in de kern verhalenvertellers zijn. Terwijl het slechts een verhaal is dat we aan onszelf vertellen. En morgen kan dat best een ander verhaal zijn.

    Maar wat nu, als ik geen verhaal maak van alles wat ik beleef en denk? De context vergeet en mijn belevenissen zonder verleden of verwachting bekijk? En elke keer opnieuw begin? In meditatie streef je daarnaar (al mag je op die plek niet streven en dat probeer ik dan ook na te streven). Dit is een plek waar je de rol als toeschouwer inneemt. Registreert en niet initieert of reageert. Niet hoeft deel te nemen. Een bevrijdend moment, waar het houvast van een verhaal even niet nodig is. Adem in en uit, op de plaats rust.

    Wat doe je dan als je wel positie moet nemen? En jouw houvast uit het zicht is? Ver weg van een horizon die zich alsmaar verplaatst. In dat verhaal bevinden veel mensen zich nu. Ronddwalend. Mensen die in een nieuwe verhalen houvast willen vinden. En soms afdrijven.

    Laat mij maar dobberen in een bootje waar ik mee wieg op het ritme van de golven, wetend dat er na morgen weer een morgen komt.

    elsebeth

    28/01/2021
    maatschappij, taal
    column
  • Onbenoemd maakt onbekend

    Onbenoemd maakt onbekend

    Arnhem kleurt oranje. Om de aandacht te vestigen op geweld tegen vrouwen. Dat je je veilig voelt op straat, dat je je thuis geborgen weet, dat je als vrouw overal kan komen zonder bang te zijn. Dat moet toch voor iedereen belangrijk zijn? In mijn woonplaats vond de aftrap plaats van deze actie, wat ik een goede actie van mijn stad vind! Heel goed dat er aandacht is voor geweld en intimidatie waar vrouwen mee te maken krijgen. Een belangrijke speler in dit geweld blijft echter onbenoemd.

    Een goede actie en toch heb ik ook een kritische noot. Dat gaat over het belang van taal en de wijze waarop je problemen benoemt. In dit soort campagnes gaat het nooit over de plegers. In de taal zijn vrouwen lijdend voorwerp. Bij het verwoorden van dit probleem lijkt het wel iets buitenaards wat vrouwen overkomt. Het blijft een abstract probleem als er wel de nadruk ligt op dat het vrouwen zijn die dit overkomt maar onbenoemd blijft dat het (veelal) mannen zijn die dit doen.

    In geen van de teksten hoor je of lees je wie hier verantwoordelijk voor is, wie de daders zijn. Want al plegen de meeste mannen geen geweld tegen vrouwen, het zijn meestal mannen die zich hier schuldig aan maken. We weten dat het mannen zijn uit alle milieus, achtergronden en leeftijden. En dat dit al zo lang gebeurt op zo’n grote schaal dat je kunt stellen dat het een probleem van en met mannen is.

    Laten we het beestje bij zijn naam noemen in de hoop dat dat ook de oplossing dichterbij brengt.

    In de teksten zijn de vrouwen de slachtoffers terwijl je in de omschrijving van het probleem mist dat de daders eigenlijk de zwakke partij zijn. We weten dat het veelal mannen zijn, alleen niet welke (en dus leren vrouwen – in elk geval een beetje- bang te zijn voor allemaal). Wie zijn deze mannen? Wat is er met deze mannen aan de hand waardoor ze op deze manier met het andere geslacht omgaan? Waar gaat het mis en wat brengt ze op het pad naar geweld? Kunnen deze mannen iets leren van al die mannen die niet gewelddadig zijn naar vrouwen? Kunnen mannen daar ook onderling alerter op zijn en elkaar meer op aanspreken als intimiderend of gewelddadig gedrag naar vrouwen zich voordoet? Is het voor de plegers eigenlijk wel duidelijk wanneer gedrag geweld of intimidatie is en dat dat niet mag?

    Is het geen tijd voor campagnes met de focus op de plegers in plaats van de slachtoffers? Ik ben ook wel benieuwd naar een onderzoek onder mannen om te ontrafelen hoe vaak het gebruik van geweld voorkomt bij deze groep. Welke vormen van geweld er zijn, welke triggers er zijn, of er situaties zijn waar ze geweld tegen vrouwen als acceptabel zien, of ze zelf vaak in situaties komen waarin ze zich niet durven uit te spreken i.v.m. groepscultuur of iets dergelijks, et cetera.

    Ik denk dat we dit probleem pas echt de wereld uit kunnen helpen als we ook durven en kunnen benoemen wat de aspecten zijn die vrouwenhaat veroorzaken of in stand houden.

    Hoe zie jij dat?

    elsebeth

    30/11/2020
    maatschappij, mens, taal
  • Vissen

    Vissen

    Ontmanteld

    Vanuit een grijze lucht miezert het al de hele dag. Anton heeft een dunne, doorzichtige poncho over zijn colbert aangetrokken maar is toch door en door nat geworden. Druppels water zakken langs de slierten van zijn haar langzaam naar beneden, voor ze uiteenspatten op zijn ogen. Regendruppels vallen tussen het boord van zijn overhemd en zijn nek.

    Al uren tuurt hij over het water naar zijn dobber. De vissen laten zich niet vangen vandaag. Hij trekt de hengel omhoog om te kijken of het aas nog leven heeft. De made spartelt vol levenslust aan het haakje.

    Misschien moet hij het toch maar eens vertellen, peinst hij. Straks als hij thuiskomt en met een doornat colbert uit zijn auto stapt, zal ze toch iets vermoeden, zou je denken. Het is al vreemd dat ze er tot nu toe niets over gezegd heeft. Waarom vraagt ze niets en luistert ze alleen maar? Zal ze ook vandaag glimlachend commentaar geven op zijn verhalen? Dat doet hem eraan denken dat hij nog het verhaal van de dag verzinnen moet. Iets over vergaderen met de raad van bestuur? Een leuke grap over Robert-Jan met zijn secretaresse?

    Anton haalt uit zijn aktetas de sandwich met gerookte zalm, rucola en roomkaas die hij bij het tankstation heeft gehaald. De koffie is nu echt koud. Hij kijkt op zijn horloge. Half twee. Hij moet nog even. Anton sjort zijn stropdas wat losser. ‘Hé, heeft hij beet?’

    elsebeth

    19/06/2019
    maatschappij, mens, taal, verhaal
  • Sculptuur

    Sculptuur

    elsebeth

    03/06/2019
    taal, verbeelding
  • Zinloos geweld

    Zinloos geweld

    Daarnet liep je vol levenslust.
    Ritsrats ritselde je door het hoge gras,
    langs de opgekomen tulpen en narcissen.
    Een ademtocht verder.

    Haar had je niet gezien.
    Ratsroets verdween je tussen haar scherpe nagels.
    Vele malen volgevreten,
    slechts hongerig naar spel.

     

    elsebeth

    25/04/2019
    kunst, taal, verbeelding
    kunst, taal
  • Krantenbericht

    Krantenbericht

    De burgemeester staat in de krant.
    Zij heeft een taartje in de hand.
    Mevrouw staat op hoge hakken in een wei,
    met een paar geiten zij aan zij.

    Achter een sierlijk wapperend lint,
    naast een verlegen lachend kind,
    poseert de deftige dame welopgevoed,
    in zomerse jurk en strooien hoed.

    Huppelend op één been – strik in het haar -,
    geeft het meisje de vrouw een lange schaar.
    Als mevrouw op het punt van knippen staat,
    heeft de fotograaf zijn camera paraat.

    Dan ziet de klas van meester Rik,
    met open mond en verschrikte blik,
    hoe een knobbelgans met overmoed
    landt op burgemeesters zomerhoed.

    Met bolle buik, in zomerbries,
    pikt de gulzige gans heel precies,
    het gebakje uit haar achtbare hand.
    Zo staat de burgemeester in de krant.

    Zo staat de burgemeester in de krant.

    elsebeth

    16/04/2019
    kunst, onderwijs, taal, verbeelding
  • Monroe

    Monroe

    Marilyn

    Een meisje is ze nog maar,
    als zij in haar een ster herkennen.
    En ze haar meenemen in hun zucht
    een groot publiek te verwennen.

    Haar rode lippen in een bevroren zoen,
    de zachte borsten in wellustig korset,
    speelt ze keer op keer dezelfde rol,
    op de set of thuis in bed.

    Een geharnaste vrouw is ze,
    als zij het meisje blijven herkennen.
    Ze blijft alleen in haar vlucht,
    wie zal haar ooit nog kennen.

    elsebeth

    01/02/2018
    taal, verbeelding
    sekse, taal
  • Opgroeien

    Opgroeien

    Elke dag was het vijftien kilometer heen en terug. Strakke benen kregen we van dat gefiets. Het geluid van onze hoge stemmen reikte tot waar de weilanden de horizon raakten.

    De soul van Stevie Wonder- Songs in the Key of Live- was favoriet. Maar vooral de stem van Philip Bailey van Earth, Wind and Fire kreeg navolging. We bezongen stille en rumoerige liefdes:  ‘Tempory is rising, I don’t wanna fê-ie-êl. Uh. Kissing and hugging and holding you tîght. Woaah. Reasons, the reasons that we he-a-er. The reasons that we fear. Ooowohhh. Be-a-ebie’. En met de ijle kitsch van Deniece Williams – ‘I just want to be frêê. Frieeeee’ – lieten we de bedompte sfeer van school mijlenver achter ons.

    We fietsten naar de thee met koekjes bij een van ons thuis. Thuiskomen betekende overal wat anders. Bij de ene vriendin veerde een eenzame moeder op bij eindelijk wat leven in huis. Bij een andere maakten we popcorn en vertrokken we zo gauw het kon naar boven om in een felgekleurde kamer bij het open raam te roken. Snelle, stiekeme hijsen van dungedraaide shaggies van Samson of Drum.

    In die tienerkamers luisterden we naar Adam Curry en bandjes van Ferry Maats Soul Show. We begrepen elkaar als we klaagden over familie, discussieerden over abortus en kernwapens en giechelden over jongens en alles wat daarbij komt kijken.

    foto: dubbelalbum van Stevie Wonder uit 1976.

    (In april krijgt Stevie Wonder de Key of life award. Deze oeuvreprijs krijgt hij van de American Society of Composers, Authors and Publishers (ASCAP))

    elsebeth

    16/03/2017
    erfgoed, kunst, taal, verbeelding
  • billboard media

    billboard media

    Ik heb moeite met sociale media. Met goede moed heb ik de podia van diverse media betreden met de hoop op verrassing en verwondering. Het is leuk om op de hoogte te blijven van de bezigheden van uit het oog geraakte contacten. Meedoen vraagt weinig sociale vaardigheid, de online omgeving is eindeloos en ingericht op zoveel mogelijk deelnemers. De gedragscode van de platforms is overal min of meer hetzelfde: pluimpjes geven door middel van een kinderlijk duimpje omhoog. Toch ben ik op Facebook en Twitter afgeknapt. Het merendeel van de tijdlijn blijkt gevuld met commerciële aandachtvragerij en al scrollend komt er een oeverloze stroom zelfpromotie voorbij. Mensen blijken vooral het opgepoetste of sociaal wenselijke beeld van zichzelf te willen delen.

    Ondertussen ‘zit ik’ nog wel op LinkedIn en ook hier ‘like’ ik hier en daar wat. Mijn netwerk bestaat vooral uit mensen die net als ik in de culturele hoek werken. Nu vindt heel mijn netwerk cultuur bijzonder belangrijk en komen er veel berichten voorbij over onderzoeken, initiatieven die het belang van cultuur onderstrepen. Dat vinden we allemaal en huppakee, omhoog gaan de duimpjes. Sinds kort experimenteer ik met de ik-deel-plaatjes-app Instagram. Ook hier dien je te ‘liken’ en ‘likes’ uit te lokken, dit keer via het drukken op een hartje. Net zoals bij Spotify, Facebook en Google nemen de algoritmes het gauw over en hopla, daar krijg ik allerlei tips van te volgen lui die hetzelfde leuk vinden als ik. Dat is nu net een van die niet zo fijne dingen van sociale media. Je ziet alleen wat je wilt zien, je hoort alleen wat je al kent. Maar waar blijft die andere kijk?

    Gebruikers van sociale media streven naar een groot netwerk, want hoe meer volgers hoe beter voor het ego of het bedrijf. Zo representeren mensen zich vooral ten opzichte van een groot maar weinig divers publiek, waarbij ook het netwerk, de likes, de volgers een belangrijk onderdeel van de representatie zijn.

    Sociale media bestaat zo’n 20 jaar en inmiddels is de interactie steeds meer een marketingmiddel. Nu is marketing erop gericht mensen een bepaalde kant op te duwen met het doel geld te genereren. De waarde van sociaal contact is hieraan ondergeschikt. Het is jezelf in de markt zetten en wij -schapen- doen er allemaal aan mee. Daarom werkt het ook zo goed als marketingtool. Maar ondertussen gaan we onszelf als merk zien en is het ‘economisme’ onder onze huid gaan zitten. We begeven ons vrijwillig in een wereld vol billboards. Willen we dat echt?

    Mensen blijken een enorme informatiehonger te hebben en vinden het heerlijk om gevoed worden met nieuwe plaatjes, ideetjes, berichtjes. Helaas is de informatiestroom niet bij te benen, de berichtenomvang maakt mensen murw en onverschilliger. Zo weten we vaker wat een ander doet maar steeds minder wat de ander echt vindt, voelt en denkt.

    De hapklare brokken en de inhoudelijk wél interessante dingen staan naast elkaar. Maar omdat het medium oppervlakkig en snel is, blijft het beeld plat. Inhoud wordt al gauw weggedrukt door een volgend bericht. Rust en ruimte voor echt kijken, echt nadenken is er niet. De inhoudelijke kracht van mooie, diepgravende beelden en berichten komt niet tot bloei omdat bloei nou eenmaal tijd en aandacht vraagt. Met het makkelijk te behalen succes door likes verzandt de urgentie om inhoudelijk te zijn.

    Kortom, sociale media zijn interessant op het gebied van commercie en propaganda. Maar nuance en diepgang verliest terrein. Het zijn de kritische beschouwers, de onderzoekende denkers en de geduldige makers onder ons die we in de stroom gaan missen.

    Foto: Kunstenaarsduo Annie Hal en Daniel Mihalyo van Lead Pencil Studio maakten dit werk.
    Met het billboard nodigt Lead Pencil Studio kijkers uit te kijken naar het landschap i.p.v. naar een reclame-uiting.

    Titel: Non-Sign II
    Jaartal: 2010
    Materiaal: staal[

    elsebeth

    21/02/2017
    kunst, maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens
  • leugenvinding

    leugenvinding
    Het recht op informatie is een voorwaarde voor een vrije democratie en niet voor niets opgenomen in de Grondwet. Op dit moment buitelen meningen en feiten over elkaar heen en staat de informatievoorziening onder druk.

    De kerntaak van de pers is informeren over de gebeurtenissen in de wereld zodat mensen zich een mening kunnen vormen. Journalisten zoeken achter de ‘waarheid’ de feiten maar presenteren feiten ook als waarheid. De beroepsregels van de journalist (bijvoorbeeld hoor en wederhoor, meerdere bronnen gebruiken, feiten checken) dienen die waarheidsvinding. Toch blijft de gepresenteerde waarheid slechts een deel van het verhaal. Wat waar is, is niet meteen de hele waarheid. Omdat de blik van de journalist en het huis waaruit hij opereert de feiten rangschikt en kleurt, is zijn waarheid altijd subjectief. Elke journalist kiest het kader van zijn verhaal, de woorden die hij gebruikt en de feiten waarmee hij zijn verhaal stut.

    In het hedendaagse debat zien mensen elkaar vooral als tegenstanders, als vertegenwoordigers van kampen. In de woordenstrijd gebruiken de tegenstanders trucs om zo het debat te ondermijnen. Ongenuanceerd en met een beperkt kleurenpalet. Zo is er de vertegenwoordiger van het eigen gelijk die de journalistiek en de gepresenteerde feiten discutabel vindt en feiten als meningen framet. En horen we de vijanddenker die gebrachte feiten in diskrediet brengt door te stellen dat het slechts een deel van het verhaal is. Waarna hij vervolgens het verhaal met een mening complementeert en dat als waarheid presenteert. Dit zijn slechts enkele trucs die de informatievoorziening ondermijnen. Aan het eind van de strijd blijft de lezer in ongewisse en met een chaotisch wereldbeeld achter. Hoe kan hij zich dan nog een gefundeerde mening vormen?

    Aan de pers de taak deze trucs te pareren. Dit kan bijvoorbeeld door meer gericht te zijn op het duiden en het in perspectief plaatsen van feiten en minder op het naast elkaar zetten van meningen. Door de feiten van meer kanten te belichten, ook de kanten die buiten de eigen comfortzone en scope liggen. Door bij het brengen van een verhaal niet alleen te kijken hoe je duiding en context kunt staven met de feiten maar juist ook óf en hoe je feiten kunt ontkrachten. Door te durven zoeken naar de leugen binnen de waarheid. Hiermee kan een journalist niet alleen zijn vooringenomenheid voor zijn maar ook een verhaal brengen vanuit een breder perspectief. Met als doel sterker in zijn schoenen te staan bij de taak die hij dient: een genuanceerde informatievoorziening opdat een ieder de kans krijgt zich een onderbouwde mening te vormen.

    Foto: Mondriaan volgens Ursus Wehrli
    Uit Kunst aan de kant! van uitgeverij De Harmonie.

    elsebeth

    18/02/2017
    maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens, taal
  • Beeldvorming

    Beeldvorming

    D.H. Lawrence:

    “De werkelijke moeilijkheid met vrouwen
    is dat ze voortdurend moeten blijven
    proberen zich aan te passen aan de theorieën
    die mannen er over ze op nahouden.”

    D.H. Lawrence is de schrijver van onder andere Lady Chatterley’s lover (1928). Dit boek veroorzaakte veel ophef omdat het ging over een adellijke dame die een (seksuele) relatie kreeg met de jachtopziener. De voor die tijd ongebruikelijke expliciete seksscènes en de relatie van mensen uit verschillende standen was aanleiding voor controverse rondom het boek. [

    Pablo Picasso schilderde dit werk op 50-jarige leeftijd.
    Zijn toen 22-jarige minnares Marie-Thèrése Walter stond model.

    titel: La Rêve
    materiaal: olieverf op doek
    jaar: 1932
    waar: privécollectie Steven Cohen

    elsebeth

    09/01/2017
    kunst, mens, taal, verbeelding
  • prullenbak

    prullenbak

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Ik heb hem nog maar pas ontdekt,
    linksboven onder mijn schedeldak,
    netjes door mijn haar bedekt.

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Alles wat ik niet horen of weten wil,
    t’ is zo handig, een groot gemak,
    gooi het weg en het is stil.

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Alles wat niet waar kan zijn,
    smijt ik met een flinke smak
    in ’t afvalputje van mijn brein

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Soms raakt hij over overvol.
    ‘k Pak gewoon de vuilniszak,
    en ’t klinkt weer lekker hol.

    elsebeth

    12/12/2016
    taal
  • wederhelft

    wederhelft
    Er was eens een tijd dat er een sterk geslacht was, waarin het vrouwelijke en het mannelijke met elkaar verenigd was. Met vier armen en vier benen en twee geslachten waren deze mensen onverwoestbaar. Oppergod Zeus wilde onverslaanbaar blijven dus maakte hij resoluut een einde aan dit overwinnaarsvolk. Hij sneed de mensen doormidden en zo kregen we de twee geslachten, de vrouwen en mannen, die eeuwig op zoek zijn naar hun wederhelft. Om samen weer heel te worden. Deze zoektocht is een bekende drijfveer en inspiratiebron voor velen.

    Maar waar moet je zoeken? Wie is die wederhelft dan? Is het die ander die hetzelfde is als jij en die je zonder woorden kan lezen? Of is het die ander die yin is waar jij yang bent, het zout is waar jij de peper bent? Hoeveel wederhelften heb je eigenlijk? Is het er maar één? Is het de persoon met wie je vrijt of zit je wederhelft in alle relaties die je hebt – in liefde en in vriendschap?

    Welke rol speelt taal in het vinden van die helft? Ken je het gevoel dat je die ander zo goed begrijpt tot je er achter komt dat datzelfde woord bij hem of haar iets compleet anders betekent dan bij jou? Blijk je het lang over iets totaal anders te hebben gehad. Weg symbiose. Vaak bepaalt de context -je bui, je persoonlijke geschiedenis, de mensen met wie je je omringt- , wat het woord voor jou betekent en niet het woordenboek.

    Vind je dan je wederhelft in de mensen die dezelfde waarden nastreven? Ik kan vriendschap voelen voor mensen waar ik veel in herken maar die nog meer van me verschillen. Zelfs in de waarden die we hebben. Een voorbeeld: een vriendin blijkt a. koningsgezind en heeft b. religieuze gevoelens. Daar heb ik weinig mee. Het gen ‘geloven in god’ is bij mij gemuteerd en het idee dat mensen door geboorte een levenslange positie verwerven vind ik volkomen absurd. Ach, geen punt. Ik waardeer het wel dat ze me laat zien dat er niet slechts één waarheid bestaat. Al zijn er ook grenzen aan welke andere waarheid je aankunt.

    Misschien willen we vooral naar een wederhelft blijven verlangen. Streven we naar eenheid opdat er altijd wat te vinden blijft. Zo blijven we anderen nodig hebben om zelf te kunnen groeien. Onbedoeld wellicht, had die oude Zeus het niet eens zo slecht bedacht.

    Dit beeld van Zeus staat bij Versailles

    elsebeth

    05/12/2016
    mens, taal
  • werkelijk?

    werkelijk?

    De werkelijkheid is zoals die is. Toch is de werkelijkheid niet vast van vorm en onveranderlijk. De werkelijkheid kan alle kleuren hebben, kan zwaar of licht zijn. De werkelijkheid speelt zich af in je eigen hoofd en is toch geen fantasie.

    De manier waarop jij de werkelijkheid beleeft zal anders zijn dan de manier waarop ik er tegenaan kijk. Dat wat jij voelt bij de werkelijkheid zal niet hetzelfde zijn als wat ik voel. Best vreemd want wat tussen ons ligt, is hetzelfde. Gelijkhebben doe je dan ook in je eentje. Al wil ik jou mijn gelijk brengen, jouw gelijk krijg ik niet want het blijft van jou. Dat maakt het streven naar gelijk een zinloze onderneming.

    De werkelijkheid verandert door dadenkracht of perspectief van vorm, en niet door denkkracht. Ondanks de kretologie ’als je het maar echt wil!’, blijft de werkelijkheid zoals die is, en beweegt die slechts mee in een rumoerige wereld. Al wil je nog zo hard dat de werkelijkheid zich vormt naar jouw wens, als je een andere werkelijkheid wilt, moet je van perspectief veranderen. Pas dan is de werkelijkheid niet meer zoals die was. En is die zoals die is.

    elsebeth

    01/11/2016
    taal, verbeelding
  • 1-0

    1-0

    Op het voetbalveld
    rent een zwerm jongens
    achter, voor en naast de bal.
    Een opgeschoten been schiet uit
    en raakt het ronde monster.
    Langs wegglijdende jongensbenen
    suist de kogel in volle kracht
    over het helle groene gras.
    Dan landt het kleinood
    -schijnbaar toevallig-
    in het doel.
    Goal!

    elsebeth

    23/10/2016
    taal
  • Geweest

    Geweest

    Stil kwamen ze samen, die ene dag.
    Een voor een hebben ze hun helden herdacht.

    De schoonmakers kwamen, die donderdag.
    Ze hadden de veegmachines meegebracht.

    elsebeth

    23/10/2016
    kunst, taal, verbeelding
    erfgoed
1 2
Volgende pagina

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld