communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Als herboren

    Als herboren

    An had het echt nodig: ‘me-time’. Dus had ze de stoute schoenen aangetrokken en een vakantie voor haarzelf alleen geboekt. Dochter Lieke ging die week naar ex Martin en zijn Chinese schone, en zij toog in haar Suzuki Alto richting de Franse Provence. Hier werd een klein dorp bevolkt door Nederlanders die zich wilden laven aan zon, goed eten en andere vrijgezelle dames en heren, al was natuurlijk niemand echt op zoek. De vakantiegangers konden zich inschrijven voor allerlei creatieve cursussen van Nederlandse kunstenaars die gul en bevlogen met hun talenten strooiden. Het kon niet anders of je kwam er als herboren vandaan.

    Er waren workshops zenzingen, ‘persoonlijk landschap’ schilderen en – nieuw dit jaar- blindboetseren; oftewel de innerlijke mens kwam ruimschoots aan bod. An had al een dag geschilderd in een geurend lavendelveld. Aangemoedigd door kunstenares Anne-Marie had ze als een ware Van Gogh haar eigen gekte durven omarmen en in een spannend kleurenspel op het witte doek gesymboliseerd. Ook spannend bleek het geblinddoekt portretboetseren. Ze werd gekoppeld aan een kleine man uit Heino, Evert. Eerst voorzichtig maar allengs steeds brutaler hadden ze elkaar op de tast verkend en in klei vastgelegd. An voelde zich al na twee dagen Frankrijk een ander mens, en vergat pardoes waarvoor ze was gekomen. ‘Hoezo me-time, he-time zul je bedoelen’, giechelde ze tegen kamergenote Margriet terwijl ze samen de buste bekeken die An van de bescheiden Evert had gemaakt.

    Later die week kwamen ze elkaar weer tegen bij de workshop ‘Als Herboren’. Trainer Joop vertelde de zes dames en drie heren dat ze vandaag contact gingen maken met het kind in henzelf. ‘Terug naar de tijd dat je je nog bij je moeder geborgen wist’, om daarna de moederbinding los te laten en een ‘volwassen relatie met jezelf’ aan te gaan. ‘Alleen dan kan je je echt verbinden met anderen’, meende Joop, ‘en kun je je blokkades op het gebied van intimiteit doorbreken.’ Na een aantal oefeningen waarbij de zongebruinde leerlingen met de ogen dicht hun adem naar het centrum van hun lichaam langs alle chakra’s hadden geleid, moesten ze in paren op de knieën tegenover elkaar gaan zitten. An zag hoe Margriet zich tegenover Evert manoeuvreerde terwijl zij met ene Gerdien uit Appelscha zat opgescheept.

    An noteerde hoe Margriet met haar haren schudde en haar ferme borstpartij pront naar voren stak. ‘Leg de handen tegen elkaar. Doe de ogen dicht en voel waar jullie handen elkaar raken’, verordonneerde Joop zachtjes. Vanuit haar ooghoeken bekeek An hoe Margriet met gesloten ogen, topzwaar vooroverhellend, haar ellebogen stevig tegen de onderarmen van Evert plantte. De paren moesten langzaam dichter naar elkaar toe schuifelen. ‘Maak contact met elkaar, maar blijf bij jezelf’, gaf Joop hun mee. Op het moment dat Everts hoofd weldadig in Margriets zachte boezem landde, landde An met beide benen op de grond.

    Ze stond op, knipoogde naar Gerdien, en zocht een zonnig plekje in de boomgaard. In het rulle zand ging ze liggen. Ze spreidde haar armen en voelde hoe de zon haar lichaam verwarmde terwijl de zachte wind een vleug lavendel meebracht, en zo was ze voor een moment helemaal alleen met zichzelf. ‘Ach’, bedacht ze zich ontspannen, ‘het is hier eigenlijk best goed toeven.’

    elsebeth

    01/05/2019
    feuilleton, verhaal
    taal, verhaal
  • Zinloos geweld

    Zinloos geweld

    Daarnet liep je vol levenslust.
    Ritsrats ritselde je door het hoge gras,
    langs de opgekomen tulpen en narcissen.
    Een ademtocht verder.

    Haar had je niet gezien.
    Ratsroets verdween je tussen haar scherpe nagels.
    Vele malen volgevreten,
    slechts hongerig naar spel.

     

    elsebeth

    25/04/2019
    kunst, taal, verbeelding
    kunst, taal
  • Krantenbericht

    Krantenbericht

    De burgemeester staat in de krant.
    Zij heeft een taartje in de hand.
    Mevrouw staat op hoge hakken in een wei,
    met een paar geiten zij aan zij.

    Achter een sierlijk wapperend lint,
    naast een verlegen lachend kind,
    poseert de deftige dame welopgevoed,
    in zomerse jurk en strooien hoed.

    Huppelend op één been – strik in het haar -,
    geeft het meisje de vrouw een lange schaar.
    Als mevrouw op het punt van knippen staat,
    heeft de fotograaf zijn camera paraat.

    Dan ziet de klas van meester Rik,
    met open mond en verschrikte blik,
    hoe een knobbelgans met overmoed
    landt op burgemeesters zomerhoed.

    Met bolle buik, in zomerbries,
    pikt de gulzige gans heel precies,
    het gebakje uit haar achtbare hand.
    Zo staat de burgemeester in de krant.

    Zo staat de burgemeester in de krant.

    elsebeth

    16/04/2019
    kunst, onderwijs, taal, verbeelding
  • Kat

    Kat

    Interesse in deze poster?
    Neem dan contact op!

    elsebeth

    05/04/2019
    verbeelding
    kunst, taal
  • Hoogbegaafd

    Hoogbegaafd

    Ben je een ouder van of werk je met hoogbegaafde kinderen? In dit artikel geef ik een samenvatting van wat de huidige wetenschap verstaat onder hoogbegaafdheid en welke factoren volgens onderzoekers meespelen bij de ontwikkeling van hoogbegaafd talent.

    Intelligent

    Hoogbegaafde mensen hebben een hoge intelligentie. Maar als we het over intelligentie hebben, waar hebben we het dan over? Een intelligentietest gaat ervanuit dat intelligentie het vermogen is om eerder opgedane kennis op te halen en toe te passen en hoe snel je logische verbanden kunt leggen met nieuw aangeboden informatie. De intelligentie wordt in een quotiënt gevat: het IQ (intelligentie-quotiënt). Het gemiddelde IQ van mensen is 100, dat is het gemeten gemiddelde van een normgroep (de meeste mensen). Scoor je 110 punten dan is jouw intelligentie 10 punten hoger ten opzichte van de normgroep. Dat gemiddelde van de normgroep is niet altijd hetzelfde. Als iemand 50 jaar geleden tijdens een test een IQ had van 100 zou hij nu veel hoger of lager kunnen scoren terwijl er niets aan zijn intelligentie is verandert. De normgroep van 50 jaar geleden was namelijk een andere. Verder is een IQ-test een momentopname. Als je je dag niet hebt of faalangst hebt, is de kans groot dat je een lagere score haalt. Een goede tester houdt hier rekening mee.

    Efficiënte hersenen

    Met een IQ hoger dan 130 val je in de groep hoogintelligenten of hoogbegaafden. Als je over een hoge intelligentie beschikt, is de kans dus groot dat je moeilijke concepten kunt begrijpen en dat je een snelle denker bent. Ook het talent om verbanden te leggen tussen verschillende soorten informatie hoort hierbij. Wetenschappers denken dat een hoog IQ te maken heeft hoe efficiënt de hersenen werken. De bedrading in het hoofd (het neurale netwerk) zorgt ervoor dat je gegevens uit verschillende plekken combineert en hierop associeert. Bij een hoge intelligentie werkt dit systeem erg doelmatig waardoor je informatie handig opslaat en gegevens onderling makkelijk combineert en associeert.

    Anders denken

    Betekent hoogbegaafd zijn alleen dat je intelligenter bent dan gemiddeld? Of omvat het een breder gebied? Zelf ervaren hoogbegaafden vaak wat onderzoekers een andere manier van denken noemen. Het denkproces verloopt minder lineair dan bij mensen met een gemiddelde intelligentie en meer ruimtelijk. Het is alsof je vanuit verschillende lagen informatie en vaardigheden haalt en deze bij elkaar brengt. Als je hoogbegaafd bent, herken je je wellicht wel in deze eigenschappen: je legt relaties tussen gebieden die in eerste instantie niet iets met elkaar te maken hebben; je bekijkt graag meerdere opties, bent een creatieve denker, vaak kritisch ten opzichte van jezelf en ander, je neemt niet zomaar alles aan. Deze alerte en kritische houding is kenmerkend voor hoogbegaafden en heeft te maken met de efficiënt werkende hersenen. Het zorgt er ook voor dat je prikkels intens kan waarnemen. Zintuiglijke, cognitieve en emotionele indrukken pik je snel op en omdat je ze snel verwerkt, komen er ook veel prikkels bewust binnen. Het gevaar is wel dat je overprikkelt raakt.

    Hoogintelligent of hoogbegaafd?

    Wetenschappers maken een onderscheid tussen hoogintelligent en hoogbegaafd. Of en hoe iemand hoogbegaafd is, is afhankelijk van een aantal factoren. Een hoog IQ wordt door alle onderzoekers als kenmerkend beschouwd. Of je ook hoogbegaafd bent heeft volgens de onderzoekers te maken met een combinatie van intelligentie met andere eigenschappen. Hieronder een samenvatting van modellen van wetenschappers die intelligentie en hoogbegaafdheid hebben bestudeerd en onderzocht.

    Wetenschappelijke modellen

    Renzulli

    In de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte de Amerikaanse psycholoog Joseph Renzulli een model bestaande uit drie ringen. Hij gaat ervanuit dat iemand die hoogbegaafd is beschikt over een bovengemiddelde intelligentie, motivatie (vermogen om een taak te volbrengen) en creativiteit (creatief in het oplossen van problemen).

    Mönks

    Paar jaar later vulde de Nederlandse hoogleraar ontwikkelingspsychologie Franz Mönks het model van Renzulli aan. Hij plaatste de drie cirkels in een driehoekig kader. De driehoek staat voor de omgeving van de leerling: gezin, school en peers. Een omgeving kan een leerling stimuleren of juist tegenwerken in zijn ontwikkeling.

    Heller

    Het model van psycholoog Kurt Heller beschrijft de factoren die van belang zijn bij het wel of niet tot stand komen van prestaties op hoog niveau. Persoonskenmerken die niet cognitief zijn en omgevingsfactoren (moderatoren) hebben invloed op de begaafdheidsfactoren zoals intelligentie en creativiteit (predictoren). De wisselwerking daarvan bepaalt hoe en in welke domeinen (criteria) de hoogbegaafde presteert.

    Gagné

    Francois Gagné ontwikkelde het Gedifferentieerde model van gaven en competenties (Differentiated Model of Giftedness and Talent). Hierin beschrijft hij het proces van potentieel (gaven) naar prestaties (competenties). Hij gaat er vanuit dat een ieder op specifieke domeinen begaafd kan zijn en dat je deze gaven kan ontwikkelen in maatschappelijke relevante en gewaardeerde resultaten. Of en hoe je je talenten ontwikkelt hangt samen met persoonlijkheidskenmerken (fysiek en mentaal), omgeving en toeval.

    Fischer

    De Duitse onderwijswetenschapper Christian Fischer gebruikt de modellen van Mönks, Heller en Gagné als basis voor zijn Integrated Model of Giftedness and Learning (2007). Hierin verwerkt hij ook de theorie van Howard Gardner van de meervoudige intelligenties (Gardner onderscheidt acht type intelligenties). Ook in het model van Fischer zijn persoonlijkheids- en omgevingsfactoren van grote invloed op de prestaties van de hoogbegaafde leerling.

    Delphi

    Het Delphi-model is ontwikkeld door een groep hoogbegaafde hulpverleners, gespecialiseerd in hoogbegaafdheid. Het model is niet per se gericht op de prestaties van de hoogbegaafde maar beschrijft de hoogbegaafde in denken, voelen en doen: hoogintelligent, autonoom en met een rijk geschakeerd gevoelsleven. Ze zien de hoogbegaafde als een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Volgens hen is een hoogbegaafd persoon autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een intens levend, sensitief mens die plezier schept in het creëren.

    Ontwikkelen

    Wat al deze modellen gemeen hebben, is het inzicht dat de ontwikkeling van een hoogbegaafd mens niet vanzelf gaat. Een hoge intelligentie is één ding maar het hangt van veel andere factoren af of deze aanleg ook tot volle wasdom komt. Op sommige hiervan heb je invloed als ouder of leerkracht, andere niet. Zaak is juist om de elementen waar je als ouders en professionele opvoeders wel invloed op hebt, zo in te zetten dat een hoogbegaafd kind zich kan ontplooien.

    Bronnen:

    • https://talentstimuleren.nl/thema/begaafdheid/hoog-begaafdheid
    • Een andere kijk op hoogbegaafdheid, Althuizen en anderen, ISBN 978 90 8850 5591, uitgeverij SWP

    elsebeth

    25/03/2019
    maatschappij, onderwijs
    kind, maatschappij, onderwijs
  • Avegoor

    Avegoor

    De hel van Ellecom

    Landgoed Avegoor kent een rijke en zelfs koninklijke geschiedenis. Het prachtige landgoed aan de rand van de Veluwe was in bezit van verschillende eigenaren, totdat stadhouder Willem II het in 1648 aankocht. Het bleef tot 1800 in het bezit van de koninklijke familie. Zij gebruikten het landgoed als buitenverblijf voor de traditionele fazanten- en zwijnenjacht. Na de Franse tijd verkochten de Oranjes het landgoed aan de graaf van het naburige Middachten. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was Avegoor een vakantieoord van de Nederlandsche Bond van Personeel in Overheidsdienst. Vandaag de dag is in het landhuis een hotel-restaurant gevestigd. Bij de oprit naar het hotel herinnert de luisterkei van de Liberation Route nog aan het leed dat hier in de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden.

    Toen Nederland nog maar kort bezet was, liet de Duitse bezetter zijn oog vallen op Avegoor. Eind 1940 namen de Duitsers het landgoed met het statige pand in beslag. Ze richtten hier een opleidingskamp in voor de speciale legereenheid ‘Waffen SS’. Duitse en Nederlandse jongens kregen schietles en deden veel aan sport, zodat ze in korte tijd een goede SS-soldaat konden worden. De hoge Duitse officieren namen naast Avegoor ook huizen in beslag en woonden tussen de Ellecommers in.

    In 2005 vroeg de Oranjevereniging Ellecom aan kinderen uit het dorp om mensen die de oorlog als kind hadden meegemaakt te interviewen over hun ervaringen. Dertien Ellecommers vertelden hun verhaal aan de leerlingen van de Anne Frank school. “Al in het begin van de oorlog kregen de bewoners aan de Laan van Avegoor die geen kinderen hadden, de opdracht hun huis te verlaten. Ze moesten maar zien waar ze bleven,” vertelt één van hen. “In het begin mochten we ons niet met die mensen bemoeien.” Maar zoals dat gaat met kinderen: spelen kun je met iedereen, ongeacht taal of afkomst: “Al gauw speelden die kinderen met ons mee en het duurde niet lang of ze spraken netjes Nederlands tegen ons.”

    De SS-studenten woonden in barakken. De kinderen in het dorp zagen de soldaten oefenen op straat. “Ze hadden zwarte halve leren laarzen aan met ijzerbeslag onder de zolen. Dat ketste op de kinderkopjes van de weg.” “Als ze marcheerden liepen ze met zijn vieren naast elkaar en vlak achter elkaar. De rechtervoet van de één werd naast de linkervoet van zijn voorganger gezet. Je zag dan zo’n groen stampend blok over de weg lopen. Dat zag er best rot uit.”

    In het dorp zelf merkten de kinderen weinig van datgene wat er op Avegoor gebeurde. “Als je naar school ging zag je natuurlijk vaak dat gedoe rond Avegoor. Je zag wel officieren met hoge petten en allemaal zilveren dingen aan hun uniform door het dorp lopen. Maar soldaten eigenlijk weinig. Die zwartjassen, die laffe Landwach­ters en al dat andere vreemde spul, dat was veel beroerder.”

    In 1942 wilden de Duitsers op het landgoed een gymzaal bouwen en sportvelden aanleggen. Hiervoor lieten ze gevangengenomen joodse mannen komen. De 139 joodse dwangarbeiders uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag waren met de trein naar Dieren gebracht. Ze wisten niet wat hen te wachten stond. Op het station werden ze opgewacht door SS’ers met een geweer om de schouder. Deze duwden de joodse mannen hardhandig in een bus. Daar werden ze naar een vervallen leegstaand pand in Ellecom gebracht, Huize Irene. Eén van die joodse mannen was Max Deen. Hij vertelde in 2004 – toen hij 84 jaar was –  aan een journalist van De Gelderlander hoe dat ging. “Alles uitpakken en sorteren, de persoonsbewijzen inleveren. Kaalgeschoren werden we, de trap op geknuppeld. Een dag daarvoor zat ik nog in de nestwarmte van mijn ouderlijk huis.”

    Een Ellecommer herinnert zich hoe de joodse mannen ineens in het dorp opdoken: “Plotseling waren ze er, een grote groep kaalgeschoren mannen op klompen met gekke lange jassen aan en een davidsster op de borst. Een stel schreeuwende soldaten er omheen. Ze sjokten de hoofdingang van Avegoor binnen en werden naar het plantsoen gebracht. Daar moest ze ijzeren kiepkarren met zand vullen die dan over het smalspoor door een paard naar boven werden getrokken. Daar werd het paard er afgehaakt, iemand ging achter op zo’n kar staan en dan ging het naar beneden. Met een stuk hout tussen het frame en een wiel kon er geremd worden. De lege karren werden dan weer door paarden naar boven gebracht. Zo werd het glooiende plantsoen in een strak waterpas liggend grasveld veranderd. De grote massa zand werd zo verplaatst naar achter in de Els. Het werd de ondergrond voor de te bouwen turnhal. In nauwelijks drie maanden tijd was al het grondwerk voltooid.” De joodse dwangarbeiders moesten keihard werken, kregen nauwelijks te eten. De SS- studenten treiterden de mannen voortdurend. Als ze niet snel genoeg waren, kregen ze slaag. Max Deen vertelde erover: “Palestina noemde de SS die zolder.” Diezelfde SS liet ze graag heen en weer rennen. “Zolder op, zolder af, bed in, bed uit. Sport machen, noemden ze dat.”  De SS’ers pesten de joodse mannen door het zware werk dat ze hadden gedaan weer ongedaan te maken. Ze keken toe hoe de dorstige en hongerige mannen werkten terwijl ze zelf gebakjes aten en bier dronken. Al snel waren de joodse arbeiders uitgeput en uitgemergeld. Max Deen: “Na zes weken viel de eerste dode en waren er 36 mannen doodziek.”

    Iedere dag moesten de joodse mannen van hun slaapplaats naar het landgoed lopen. De Duitsers wilden niet dat de mensen in het dorp zagen hoe ze met deze mannen omgingen. Dus moesten de Ellecommers de gordijnen dicht doen als de afgepeigerde mannen voorbijkwamen. Maar toch vingen de Ellecommers wel eens een glimp op. “Tussen lege kisten door die bij Brinkhorst de groenteboer voor de deur stonden, zag ik ze voorbij sjokken. Ouwe gebogen mannen. Het was een naar gezicht. Maar veel erger waren die bewakers. Zij schreeuw­den. Ik kon ze niet verstaan. Maar ze schreeuwden. Ze schreeuwden tegen die mensen. Die bewakers hadden bolle koppen met een helm er omheen. En een geweer met een bajonet. En ze schreeuwden maar. En die mensen sjokten maar door. Op klompen. Gebogen. Met hun armen bungelend langs hun grijze jas.”

    “De weg werd afgezet en de mensen werden naar binnen gejaagd als de dwangarbeiders ’s morgen en ’s avonds over de straat moesten. Wie niet goed mee kon werd met knuppelslagen tot spoed gemaand. Een meisje op school, ik geloof Lies Hofman, kwam volledig overstuur op school toen ze gezien had hoe één van die mensen werd neergeknuppeld.”

    Dat mensen zo wreed konden zijn was voor de Ellecomse kinderen niet te behappen. “Met de komst van de joden vielen wij met een geweldige klap in een wereld die ons totaal onbekend was. Thuis moesten de gordijnen dicht en in stomme verbazing stond ik daar tussendoor te gluren naar wat zich buiten afspeelde.”

    Het bestaan van concentratiekampen, van martelingen, van Jodenvervolging, laat staan van gaskamers en massa-executies was ons volkomen onbekend. Ook onze ouders hadden daar geen flauw idee van. Anders hadden we er in een onbewaakt ogenblik wel eens over horen praten.”

    “Het kan niet waar zijn dat die bewakers ooit een moeder gehad hebben, zei mijn oma. Daar heb ik toen als kind vaak over nagedacht. Zouden ze in Duitsland iets hebben waar zulke wezens uit tevoorschijn kwamen? Een enge grot of een griezelig beest of zoiets.”

    Drie joodse mannen zijn in Ellecom overleden, vermoedelijk door uitputting, mishandeling en uithongering. Jacob de Lion, Alfred Tuvij en Meier Groot zijn door de Duitsers – uit het zicht voor de dorpsbewoners- begraven op de Bijzondere Begraafplaats Ellecom. Het hoofd van de school aan de Zutphensestraat hield bij één van de begrafenissen de leerlingen binnen, maar liet hen op tafels staan, zodat ze de stoet langs konden zien komen. De Duitsers ontdekten dat. “Niet lang daarna kwam een stel Duitse soldaten de schoolgang binnenstampen en werd de meester meegenomen. De volgende dag stond hij weer voor de klas. Ik heb er nooit een woord van hem over gehoord.”

    Na drie maanden zat het werk van de joodse dwangarbeiders erop. Max Deen: “Met een gemiddeld gewicht van 35 kilo werden we na elf weken op transport naar Westerbork gesteld.” Daarna werden de mannen naar een vernietigingskamp in Duitsland gebracht waar de meeste mannen alsnog zijn vermoord. In totaal hebben slechts 33 van 139 mannen de oorlog overleefd.

    Na de oorlog kwamen de joodse mannen die de oorlog hadden overleefd regelmatig terug naar het dorp om hun vrienden te herdenken. In 1948 legden de Ellecommers samen met een aantal overlevenden een herdenkingssteen over de graven van de drie overleden mannen. In 1989 maakte de Ellecomse beeldhouwer Harry de Leeuw het Joods Monument Ellecom. Dit staat bij Huize Irene.

    Max Deen kwam in 2004 terug op de zolder van Huize Irene waar hij en zijn 138 kameraden in de oorlog overnachtten. “Verdriet voel ik hier. Maar ik ben ook blij, omdat jullie me omgeven met liefde.


    Foto: Monument ter herinnering aan de joden die hier geleden hebben en de drie mannen die gestorven zijn. Ontworpen door Harry de Leeuw. Dit artikel heb ik geschreven voor de lesbrief Avegoor bij de Liberation Route.

    Bronnen:

    • Terugblik ’40-’45, maandblad van de documentatiegroep ’40-’45, 46e jaargang nr. 9
    • De Gelderlander van 15-10-2004, ‘Erger dan Ellecom kon de hel op aarde niet zijn’, Harry van der Ploeg
    • Ellecommers in de oorlog, uitgave van Oranjevereniging Ellecom, 2005

    elsebeth

    05/02/2019
    erfgoed, mens, onderwijs
    erfgoed, onderwijs, taal, WOII
  • Rituelen

    Rituelen

    De streekbus had ons aan het eind van de ochtend aan het begin van de dijkweg afgezet. Links zagen we markante dijkhuisjes met daarachter eentonige naoorlogse bouw. Rechts keken we uit over de uitgedijde rivier. Het had veel geregend de afgelopen weken, maar deze dag kleurde de hemel blauw en verwarmde de eerste lentezon onze bleke wangen.

    Motorrijders zigzagden in lange colonnes door het meanderende landschap. We zagen hoe ze bijna de grond raakten als ze door de bocht heen scheerden om –als dansers- in een zelfde soepele beweging de andere kant op te hellen. Hun blinkende helmen markeerden als speldenknopjes de route die wij nog moesten gaan.

    Waarom had ik me op de platte all stars aan deze wandeling gewaagd? De verre horizon leek Jan niet te deren. In mijn inmiddels lege rugzak had ik die ochtend vier pakjes vruchtensap, een rol biscuitjes en voor ieder een zakje chips ingepakt. Onze benen vonden een gelijkmatig ritme en in een rustgevende cadans wandelden we langs dorpjes en fruitvelden.

    Fietsende bejaarden – twee grijze haardossen, twee blauwe jassen, twee identiek groene fietsen – kwamen ons tegemoet. ‘Goedemiddag’. Zonder op of om te kijken liepen wij in een gestaag tempo door, we hadden een missie, mijn vriend voorop en ik – mijn blaren vervloekend – er vlak achter.

    De brug was inmiddels in zicht. Voor de tiende keer eindigde daar onze jaarlijkse wandeltocht. De rest van de groep zou hier op ons wachten. We kregen ze al in beeld. De laaghangende zon tekende een witte lijn langs vijf zwaaiende silhouetten. Boven op de brug begroetten we elkaar. Het was al weer een jaar geleden dat we met zijn allen bij elkaar waren geweest.

    Margot rolde een meterslange strook uit. Ze had van dunne lapjes stof een bont patchwork genaaid. Omstebeurt schreven we op de banier een letter van zijn naam. We hingen de lange lap over de reling van de brug en bonden de uiteindes stevig vast aan de spijlen. De vaandel wapperde een prachtig kleurenspel in de wind. Ook dit jaar danste Maarten met ons mee.

    elsebeth

    03/09/2018
    verbeelding, verhaal
    verhaal
  • Jeugdtrauma

    Jeugdtrauma

    Op het moment dat de pianist de laatste noot speelt, herkent Marieke hem. ‘Ja, het is Evert.’ Ze voelt onbehagen opkomen. Liever wil ze in de sfeer van zijn spel blijven hangen, maar de herinnering brengt haar bijna veertig jaar terug in de tijd.

    Ze was acht toen ze deze man, als jongen nog, voor het laatst heeft gezien. Evert verkoos zijn eigen gezelschap boven dat van anderen. De alsmaar neuriënde einzelgänger was bij de dorpelingen een favoriet mikpunt voor gedeeld ongenoegen.

    Het dorp lag verborgen tussen rivieren, het was zo’n plek waar je alleen kwam als je er wat te zoeken had en waar weinig was te vinden. Als er al een bezoeker kwam, kwam die meestal wat brengen. Iets waar hij zo snel mogelijk van af wilde.

    Marieke herinnerde zich één uitgesproken rotjoch: Geert. Geert wilde maar niet groeien dus deed hij er alles aan zijn omvang te vergroten. Hij had een aantal knechten om zich heen verzameld. Jongens met korsten op de knokkels, roze wangen en een gezonde eetlust.

    Natuurlijk was de miezerige Evert met zijn piekhaar en afwezige blik een geliefd knokobject. Er ging geen week voorbij of Evert werd in kreukels geslagen. Het leek hem niet te raken. Hij vouwde zich op als een egeltje met zijn hoofd tussen de schouders, veerde mee met het ritme van de vuisten en liet zich gewillig doodtrappen tot de jongens genoeg pret hadden gehad. Na gedane zaken stond hij op, klopte het vuil van zijn terlenka broek, hervatte onverstoorbaar zijn eigen melodie en slenterde verder, zijn blik gericht naar de wolken.

    Tot die 7de juli in 1974. De straten zijn verlaten als de dorpelingen voor de buis gespannen de verrichtingen volgen van het Nederlands elftal. De Hollandse jongens spelen in de finale tegen gastland West-Duitsland. Geert struint in zijn eentje over straat, hij is door zijn ouders het huis uit geschopt omdat ze het te vol vonden met hem erbij. Dan krijgt hij Evert in het vizier. Evert zit op een bankje te neuriën en houdt zijn blik gericht op het open venster waar een psychedelisch oranje-bruin-geel gestreept gordijn naar buiten wappert en Marieke luidkeels meezingt met Mouth and MacNeils ‘Ik zie een ster’. Evert schrikt op als Geert hem venijnig in zijn zij prikt en zijn hoofd als een hinderlijke vlieg voor Everts ogen beweegt.

    Dat blijkt de druppel voor Evert. De muzikant pakt de kleine, blonde kwelgeest bij de oren en klemt Geerts neus tussen zijn tanden. Marieke hoort Geert gillen en ziet nog net hoe Evert het dopje van de neus uitspuugt en onverstoorbaar een liedje neuriet terwijl hij vastberaden het dorp achter zich laat met zijn blik vooruit.

    Op de dag dat Nederland van Duitsland verliest, verliest Geert ieder gevoel van perspectief. Marieke hoort Geert nog steeds gillen.

    elsebeth

    03/09/2018
    maatschappij, verhaal
    maatschappij, verhaal
  • Cindy Sherman

    Cindy Sherman

    Identiteiten

    Al decennia lang maakt de Amerikaanse fotografe Cindy Sherman zelfportretten zonder haar identiteit aan de kijker prijs te geven. Humorvol houdt ze mannen én vrouwen een spiegel voor en laat ze zien welke clichés er leven over vrouwen.

    In haar eerste serie foto’s uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, Untitled Film Stills, is Sherman een actrice die verschillende rollen speelt,  van stereotiepe huisvrouw tot filmster tot minnares.  Ze uit daarmee haar frustratie over de rolmodellen die vrouwen krijgen toebedeeld en stelt daarmee de verwachtingen waaraan vrouwen moeten voldoen aan de kaak.

    Na drie jaar – ‘she ran out of clichés’-  verandert de fotografe van onderwerp. In haar ‘Fairy Tale Disasters’ laat ze haar fascinatie voor horror zien. Met gruwelbeelden van vervormde (plastic) lichamen brengt ze een onsmakelijke fantasiewereld tot leven.

    De volgende serie die ze maakte heet History Portraits. Hierin refereert ze aan bekende schilderijen. Zonder het werk van de meesters exact na te spelen geeft ze een herkenbare interpretatie. Aangeplakte plastic lichaamsdelen werken vervreemdend en benadrukken de rol die de geportretteerde heeft.

    In een volgende serie parodieert ze de porno-industrie. Poppen met plastic genitaliën in obscene poses figureren in haar Sex Pictures.  Het ontneemt je meteen de lust.

    In haar serie Metro Pictures is ze zelf weer model van haar foto’s. Ze maakt portretten van hedendaagse Amerikaanse vrouwen. We zien onder andere dé gescheiden vrouw, dé personal trainer, dé makelaar. En net zoals in de reallife soap, de vrouwen lijken net echt.

    Tegenwoordig toont Sherman via haar Instagramaccount selfies waarbij ze door gebruik te maken van fotobewerkings-apps kan kiezen wie, wat en hoe ze is. Daar gebruikt ze onder andere Facetune voor. Delen van het gezicht zijn vergroot, verkleind of vervormd. Ze toont – zoals zovelen – het plaatje dat ze wil laten zien van ‘zichzelf’ aan de wereld.  Ze laat daarmee ook zien hoe mensen in de (sociale) media een beeldtaal gebruiken die refereert aan dat wat ze al kennen. Met als gevolg dat we elkaar bevestigen in de stereotypes die we gebruiken om de wereld om heen te duiden en tegelijk de samenleving met dezelfde tonen blijven kleuren.

    Foto’s van Cindy Sherman uit de volgende series:

    • Untitled Film Stills
    • Fairy Tale Disasters
    • Metro Pictures
    • History Portraits
    • Sex Pictures
    • Selfies

    elsebeth

    20/05/2018
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst, maatschappij, media, sekse
  • Monroe

    Monroe

    Marilyn

    Een meisje is ze nog maar,
    als zij in haar een ster herkennen.
    En ze haar meenemen in hun zucht
    een groot publiek te verwennen.

    Haar rode lippen in een bevroren zoen,
    de zachte borsten in wellustig korset,
    speelt ze keer op keer dezelfde rol,
    op de set of thuis in bed.

    Een geharnaste vrouw is ze,
    als zij het meisje blijven herkennen.
    Ze blijft alleen in haar vlucht,
    wie zal haar ooit nog kennen.

    elsebeth

    01/02/2018
    taal, verbeelding
    sekse, taal
  • Modigliani’s vrouwen

    Modigliani’s vrouwen

    Modigliani, wat heeft hij met deze vrouwen? En wat hebben ze met hem? Verveeld, een tikje chagrijnig kijken ze de schilder aan. Afwachtend, niet bereid zich echt over te geven. Hebben ze er wel zin in? De armen hangen daar waar ze toevallig terecht zijn gekomen. Met ronde schouders boven een verlengd lichaam, alsof ze net nog opgevouwen in een doosje zaten en net iets te ver zijn uitgetrokken. Loom – de accu nog op de oplader- trekken ze pruilend een lange neus naar hun portrettist. Misschien omdat ze de knappe Italiaanse machismo schilder niet voor zichzelf alleen hadden, terwijl ze dat wel stiekem hoopten. Amedeo Modigliani leefde van 1884 tot 1920. Opgegroeid in Italië, vertrok hij op 20-jarige leeftijd naar Parijs; de plek waar hét allemaal gebeurde. Hij leefde intens: beminde veel vrouwen, dronk een hoop en gebruikte graag opium. Zijn slechte gezondheid bleek niet bestand tegen deze levensstijl; hij stierf jong op 35-jarige leeftijd.

    elsebeth

    24/01/2018
    kunst, verbeelding
    kunst
  • De strijd der seksen

    De strijd der seksen

    Foto: Tamara in een groene Bugatti is geschilderd in 1929. Het is een zelfportret van Tamara de Lempicka. Ze schilderde dit autoportret voor een Duits vrouwenblad om de onafhankelijkheid van de vrouw te eren.

    Vrouw versus man

    In de strijd der seksen is de ongelijke maatschappelijk positie van de man ten opzichte van die van de vrouw een terugkerend onderwerp van gesprek. Ongelijkheid in inkomen en invloed zijn thema’s waar de vrouw zich om bekommert. Al jaren. De man wat minder. Hij ziet de strijd voor vrouwenrechten als een vrouwenzaak. Dat is spijtig want zolang hij zich weinig betrokken voelt bij dit onderwerp duurt de maatschappelijke ongelijkheid nog even voort. Hoe is dat zo gegroeid?

    Met een vrouw kun je eindeloos praten over de man. Zij duikt in zijn psyche en neemt de tijd om zijn drijfveren en passies te duiden. Als hij zo zegt en zus doet, wat bedoelt hij daar dan mee? En waarom laat hij dit terwijl hij dat wel doet? Hoe kan het dat hij niet hetzelfde ziet als ik? De vrouw kijkt vaak met grote verbazing naar het gedrag van man en interpreteert er met wisselend plezier op los. Het gesprek varieert in mildheid, de toon is soms wat verongelijkt, al treedt er met het stijgen der jaren ook een gelatenheid op.

    Wanneer de man ook deelneemt aan een gesprek over de seksen komt het maar niet tot een uitwisseling van ideeën. Man voelt zich snel aangevallen, schiet al gauw in verdedigende rol en lijkt te denken dat de beste verdediging de aanval is. Daartoe hanteert de man verschillende tactieken. De volgende drie komen vaak voor:

    1. Man scheldt vrouw uit voor feminist (oftewel hij verwijt haar dat ze gelijkheid wil voor man en vrouw en komt daar mee weg want feminisme is synoniem voor tuinbroeken en haren op de benen en dat is pas echt not done). Hier toont man wel een vreemde gedachtekronkel want hij denkt dat een feminist de man niet het beste gunt. Maar waarom zou je als je de vrouw ook het beste gunt, daarmee de man te kort willen doen? Een taart kun je toch ook in gelijke stukken verdelen?
    2. Man verwijt vrouw een gebrek aan humor (en dat heeft hij dus wel). En doet het onderwerp meteen af tot een non-issue waar alleen wat om te ginnegappen valt.
    3. Man maakt het heel persoonlijk door te veronderstellen dat zij hem zojuist verantwoordelijk heeft gesteld voor al het door de man veroorzaakte leed op de wereld. En welke vrouw wil dat nou?

    Zo blijft zo’n gesprek hangen in het meegaan ofwel ontkrachten van eerder genoemde gesprekstactieken. En krijg je maar niet een dialoog over dit onderwerp op gang. En blijft alles nog langer bij het oude.

    Op een feestje kwam Saoedi Arabië ter sprake. Een man in het gezelschap sprak mij aan – wat ik nou wilde doen aan de inferieure positie van vrouwen daar. Hij verwachtte dat ik daar actie in zou ondernemen. Het ging toch om mijn “zusters aldaar”. Ik vergat hem aan te spreken op de positie van zwarte mannen in de VS, is dat dan een zaak waar hij als man zich tegenaan dient te bemoeien?

    Gelukkig schiet niet iedere man meteen in een kramp als het over de vrouw gaat. Soms komt er wel een gesprek op gang over vrouwenrecht, rolverdeling, het liefdesspel, vrouwengedrag. Maar al gauw blijkt menig man niet diep na te denken over de motieven en ambities van een vrouw. Ziet hij haar liever als een raadsel? Al wil man wel, het lukt hem maar niet om vrouw echt serieus te nemen. En hoe kun je hem dit kwalijk nemen? Het beeld dat man van vrouw heeft, krijgt hij al van jongs af aan voorgeschoteld. Net zoals zij al vroeg leert wat een vrouw is en wat een man doet.

    De gemiddelde man is niet gewend om zijn eigen perspectief te onderzoeken en te beschouwen. Zoals hij de wereld ziet, is ook hoe de wereld is. De positie van de man in de maatschappij, de rolverdeling van man en vrouw: het is niet iets wat hij bespiegelt. Hoe het zo gekomen is en wat ook de rol van de man daarin is, lijkt voor hem moeilijke kost te zijn. Hier ligt het perspectief van man en vrouw vaak zo ver uiteen dat het wisselen van ideeën en gevoelens over dit onderwerp een brug te ver is.

    Als hij denkt dat hij het niet meer uithoudt zonder vrouw, voelt een man zich zwak. En zonder een vrouw in zijn leven, raakt een man het besef kwijt van kracht en van verschil, dat nu juist de grondslag van mannelijkheid is.
    Dit is de patstelling waar Chip, een personage uit Jonathans Franzens ‘De Correcties’ zich in gevangen voelt en wat volgens hem de sleutel is van misogynie.
    Wat vrouwen doen -volgens hem- is het hebben van succes gelijk stellen met het hebben van een man en zich mislukt voelen als ze er geen hebben.

    Zien en gezien

    De man heeft eeuwenlang bepaald hoe we de wereld duiden. In de wetenschap, de kunsten, de politiek: als je terugkijkt naar de geschiedenis is er altijd wel ergens een man aan het woord. Hij heeft ook de vrouw beschreven, geschilderd en onderzocht, zij vertegenwoordigde schoonheid, lust en kuisheid. Haar eigen stem bleef buiten beeld. De man bezag de vrouw als een fenomeen, met een blik waarmee hij het verschil in plaats van het gedeelde bescheen. Hij zag haar als een mislukte versie van hemzelf, zij was labiel en passief terwijl hij sterk en doortastend was. Hij besloot welk deel zij kreeg en wat zij wel en niet kon denken en doen. Omdat vrouw kinderen baarde, bleven voor haar veel deuren dicht.

    D.H. Lawrence:
    “De werkelijke moeilijkheid met vrouwen is dat ze voortdurend moeten blijven proberen zich aan te passen aan de theorieën die mannen er over ze op nahouden.”

    Vorige generaties hebben een duidelijk onderscheid tussen een mannelijke en vrouwelijke identiteit neergezet. Met als gevolg dat we in onze cultuur allerlei verschillen zien tussen de seksen en vrouw en man andere rechten en plichten toedichten. Voor de vrouw en nog meer voor de man is het lastig om vooringenomenheid over sekse niet mee te laten spelen in de vraag in hoeverre iemand iets te zeggen heeft, deskundig is en een geldig perspectief heeft op de werkelijkheid.

    De maatschappelijk structuren zijn geënt en nog steeds gericht op een traditioneel manbeeld. Nog steeds kiezen mensen voor ‘sterke leiders’ en zien ze mannen als Trump, Poetin en Erdogan als de personificaties daarvan. Wat deze mannen met elkaar gemeen hebben is dat ze eendimensionaal zijn en alles wat in hun buurt groeit afbranden, omdat ze vrezen dat het licht van een ander hun eigen ego in de schaduw zet. Ze oogsten bewondering omdat of ondanks ze gevaarlijk zijn. Voorbeelden van mensen die succesvol zijn terwijl ze ook ruimte overlaten voor anderen en andere ideeën, zie je helaas nog weinig in het openbare leven. Nog steeds zijn we gewoon de eerste vorm serieuzer te nemen.

    Toch ben ik optimistisch gestemd. Inmiddels zijn er vanuit de wetenschap steeds meer geluiden te horen waaruit blijkt dat iedereen beter af is bij maatschappelijke gelijkheid; dat opent de poort tot zoveel meer welzijn, welvaart en geluk voor jong en oud. De verhoudingen tussen man en vrouw veranderen geleidelijk. De vrouw roert zich en nu de vrouw stukje bij beetje meer zichtbaar is in de publieke ruimte, begint ook menig man de eigen identiteit te onderzoeken en vraagtekens te zetten bij wat er van hem wordt verwacht. Past de toebedeelde rol hem wel? Al heeft de man nog veel angst om de hem bekende wereld los te laten, hij komt langzaam maar zeker in beweging. Toch blijft het zoeken naar een vrijere vorm waarin hij man kan zijn (en zij vrouw genoeg) een weerbarstig proces. Het zijn nog steeds kleine stapjes vooruit en dan weer een stap terug. Ik denk dat we pas echt grote stappen zetten als we de gelijkwaardigheid der seksen als een strijd zien van vrouw én man, van mensen dus. Zodat we eindelijk bestaande maatschappelijke structuren durven op te geven voor iets wat zoveel beter en mooier is. Ik kan niet wachten tot het zover is.


    Verder kijken:

    • Een aanstekelijk verhaal van Michael Kimmel over gendergelijkheid.
    • Waarom feminisme geen vies woord is,  volgens Chimamanda Ngozi Adichie.

    elsebeth

    05/10/2017
    maatschappij, mens
    maatschappij, sekse
  • Heb ik contact?

    Heb ik contact?

    Smartwise

    Jongeren van nu zijn niet hetzelfde als die van tien jaar geleden. Recent onderzoek wijst uit dat kinderen zich anders bewegen in hun sociale wereld. Ze ontmoeten elkaar minder in levende lijve en meer online, gaan minder vaak uit en beginnen later met seks. Kortom, sinds de opkomst van sociale media en smartphone is er een hoop veranderd voor jongeren. Het kan niet anders of dit heeft gevolgen voor het onderwijs.

    Old school

    Vanwege de lange ontwikkeltijden en de behoudende cultuur bij veel onderwijsinstellingen en educatieve uitgeverijen springt het huidige lesmateriaal nog niet op deze ontwikkelingen in. Ook het generatieverschil tussen onderwijsmakers en leerlingen speelt mee. We zijn gewend te leren via (vooral) geschreven teksten die in een herkenbare vorm zijn opgebouwd waarbij het duidelijk is wanneer je moet stampen, studeren of begrijpen. Tegenwoordig komt informatie van alle kanten en zeker niet alleen via school of het dagblad bij de ouders thuis. Jongeren vinden op zoveel meer plekken informatie die ze binnen een sociale context met elkaar delen. Het gevolg is dat hun wereld groot is terwijl hun perspectief nog klein is.

    Bottom-up

    De huidige lesmethodes hebben een formele lesopbouw waarbij je kennis stapelt. Je geeft niet meteen alle informatie prijs, maar bouwt steen voor steen de lesstof op. Het is een lineair proces: eerst dit, dan dat. Elke jaargang zoomt de stof verder in op de onderwerpen en pas aan het eind van de schoolcarrière heeft de leerling het gewenste peil bereikt. Deze bottom-up opbouw van een methode is tegenovergesteld aan de informele manier waarop jongeren informatie verzamelen. Voor hen bestaat kennis vergaren niet langer uit het stapelen van informatie, maar maken ze eerder een construct uit naast elkaar bestaande bronnen die ook nog eens verschillend van gewicht zijn.

    Het onderwijs speelt hier niet, nauwelijks of pas vrij laat in hun schoolcarrière op in. Het zou zich veel meer en ook eerder moeten richten op het ordenen en duiden van informatie. Nu gebeurt dat vaak pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Dat het leren duiden van informatie pas zo laat aan de orde komt, heeft onder andere te maken met hoe we de leraar zien als deskundige en als filter. Dat heeft op zijn beurt weer te maken met die bottom-up benadering. Het komt niet uit als een onderwerp te veel uitwaaiert, want dan kom je in de knel met je stapsgewijze programma. Terwijl ondertussen de invloed van de leraar niet veel verder reikt dan de drempel van zijn klas, omdat de leerlingen op andere plekken ongefilterd informatie krijgen te zien of te horen die zich al dan niet mengt met dat wat ze in de schoolbanken hebben gehoord.

    Top-down

    Het is echt tijd om over te gaan van de bottom-up naar een top-down benadering. Laat leerlingen bij de start zien wat het onderwerp behelst in de hele leergang en toon ze welke thema’s aan het onderwerp verwant zijn. Zodat ze, wanneer ze in hun sociale omgeving met allerlei (maatschappelijke) onderwerpen in aanraking komen, zien dat deze ook binnen de lesstof van school terugkomen. Dat het echte leven en school in elkaars verlengde liggen. Wat zich momenteel – in de ogen van de scholier- op verschillende planeten lijkt af te spelen, waardoor hij denkt dat schoolstof niet iets is wat je in het leven kunt toepassen, hetgeen zijn motivatie geen goed doet. Laat leerlingen dus de horizon zien en geef ze ook zicht op hoe ze die gaan of kunnen bereiken. Hoe, wanneer, in welke stappen en in welke snelheid ze die gaan bereiken is aan leerling en docent. Bijkomend voordeel van zo’n top-down benadering is dat je al in de aanpak differentieert naar niveau en bijvoorbeeld de slimme of gemotiveerde leerling de kans geeft stappen over te slaan of te versnellen.

    Daarnaast is een top-down benadering zoveel praktischer als je overkoepelend wilt werken in vakken en projecten. Onderwerpen binnen de geografie zijn niet los te zien van onderwerpen binnen de geschiedenis (zoals kolonisatie, industrialisatie en urbanisatie) of biologie (zoals milieu), et cetera. Ook competenties als argumenteren, logisch denken, mediawijsheid en debatteren zijn niet alleen onderwerpen voor in de Nederlandse les, maar zouden verweven moeten zijn met alle vakken in de hele leergang. Sta open voor verschillende manieren waarop leerlingen de kennis kunnen vergaren en toepassen. Speel in op de verschillende leerstijlen. En zorg dat de wereld buiten school aansluit bij wat er binnen gebeurt.

    Deze ontwikkeling is nu gaande en ook toekomstige jongeren begeven zich steeds meer online in een voor hen levensechte digitale wereld. Wil je het contact met deze doelgroep houden, dan is het nodig om structureel te innoveren binnen het onderwijs. Dus niet talmen, er is werk aan de winkel.


    Verder lezen:

    • Zweeds experiment op school met nepnieuws-lessen
    • Psychologie hoogleraar Jean M. Twenge over de generatie iGen en de smartphone
    • Steeds later beginnen aan seks

    elsebeth

    12/09/2017
    maatschappij, mens, onderwijs
    maatschappij, media, mens, onderwijs
  • Opgroeien

    Opgroeien

    Elke dag was het vijftien kilometer heen en terug. Strakke benen kregen we van dat gefiets. Het geluid van onze hoge stemmen reikte tot waar de weilanden de horizon raakten.

    De soul van Stevie Wonder- Songs in the Key of Live- was favoriet. Maar vooral de stem van Philip Bailey van Earth, Wind and Fire kreeg navolging. We bezongen stille en rumoerige liefdes:  ‘Tempory is rising, I don’t wanna fê-ie-êl. Uh. Kissing and hugging and holding you tîght. Woaah. Reasons, the reasons that we he-a-er. The reasons that we fear. Ooowohhh. Be-a-ebie’. En met de ijle kitsch van Deniece Williams – ‘I just want to be frêê. Frieeeee’ – lieten we de bedompte sfeer van school mijlenver achter ons.

    We fietsten naar de thee met koekjes bij een van ons thuis. Thuiskomen betekende overal wat anders. Bij de ene vriendin veerde een eenzame moeder op bij eindelijk wat leven in huis. Bij een andere maakten we popcorn en vertrokken we zo gauw het kon naar boven om in een felgekleurde kamer bij het open raam te roken. Snelle, stiekeme hijsen van dungedraaide shaggies van Samson of Drum.

    In die tienerkamers luisterden we naar Adam Curry en bandjes van Ferry Maats Soul Show. We begrepen elkaar als we klaagden over familie, discussieerden over abortus en kernwapens en giechelden over jongens en alles wat daarbij komt kijken.

    foto: dubbelalbum van Stevie Wonder uit 1976.

    (In april krijgt Stevie Wonder de Key of life award. Deze oeuvreprijs krijgt hij van de American Society of Composers, Authors and Publishers (ASCAP))

    elsebeth

    16/03/2017
    erfgoed, kunst, taal, verbeelding
  • Erfenis

    Erfenis

    foto: werk van Kara Walker  Titel: Gone, An Historical Romance of a Civil War as it Occurred Between the Dusky Thighs of One Young Negress and Her Heart | Jaar: 1994 | Materiaal: papier

    De Amerikaanse kunstenares Kara Walker vertelt verhaaltjes. In kitscherige taferelen zijn mensen in een gezellig samenzijn verwikkeld. Totdat je beter kijkt. Haar geknipte silhouetten leven in een vervlogen, romantische wereld. In techniek en in onderwerpskeuze refereert Kara Walker aan de 18e en 19e eeuw. Een tijd waarin machtsmisbruik tussen rassen hoogtij vierde. Zo ook in dit werk. Je ziet de stereotiepen van welgestelde 19e eeuwse blanken. De vrouw staat op het punt de man te kussen. Kennelijk is hij leuk genoeg. Een klein zwart meisje, clichématig afgebeeld met ronde billen en ronde lippen, is als een hond aangelijnd. En wat doen die extra benen bij deze flirt? Natuurlijk is de wrange geschiedenis van Amerika bij nagenoeg iedereen bekend. Geen moeite dus om als kijker het verhaaltje compleet te maken. Weg romantiek. Wat overblijft is de herinnering aan een pijnlijke episode uit de westerse geschiedenis.

    elsebeth

    16/03/2017
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst
  • cultuurbeleid

    cultuurbeleid
    Zo door de jaren heen is er al veel beleid gemaakt rondom cultuur. Kunst blijkt vooral iets te moeten dienen. Bijvoorbeeld wijkpolitiek (creatievelingen dienen te verbinden en arme wijken op te fleuren), de heilige markt (cultuurmakers zijn tegenwoordig cultuurondernemers), onderwijs (cultuureducatie maakt betrokken burgers), internationale betrekkingen (de koning neemt graag Introdans of een andere prachtige exponent van ‘onze’ Nederlandse cultuur mee bij de handelsreizen: kunst smeert de verkoop). Zolang het allemaal maar nut heeft.

    Uit het zicht geraakt, is de op zichzelf staande waarde van kunst en cultuur. Zoals die van ontspannen, beroeren, verbeelden, spiegelen, troosten, schudden, schoppen en zo meer. Het zijn die eigenschappen van kunst die ervoor zorgen dat een cultuur in beweging blijft. Wat mij betreft een essentieel onderdeel van een gezonde en vrije samenleving.

    Met de verkiezing in het verschiet, oreren de heren politici verbeten over de Nederlandse identiteit. Wat vooral gaat over wie ze er niet liever bij willen en welke Nederlandse folklore toch echt bewaard moet. Tot zover het vergezicht van de politici op het thema identiteit. Erachter schuilt teleurstellend weinig visie op wat die identiteit precies is en vormt. Kunst en cultuur is in partijprogramma’s bij- of geen zaak. (Waarbij opvalt dat de hardste schreeuwers het minst op hebben met cultuur). Wat bij bevreemdt, want hoe kun je kunst en cultuur los zien van identiteit?

    In het licht van al die zorgen over de ‘Nederlandse identiteit’ is het wrang hoe creatief Nederland de consequenties ervaart van eerder afbraakbeleid. Al zijn er nog banen in de culturele sector te verdelen, het zijn toch de creatieven in het culturele landschap die doormodderen met slecht betaalde klussen en stages. Het laatste treffend geïllustreerd door de enorme vraag naar stagiaires. Dat geeft een ontluisterend beeld van de stand van zaken in Nederland maar ook hoe serieus het beleidsbepalende deel van de sector zelf kunst en cultuur kennelijk neemt.

    Voor de komende kabinetsperiode wens ik dat het anders gaat. Ik hoop op een visie op de betekenis van cultuur in zijn volle breedte en met de juiste investeringen om kunst en cultuur in Nederland een serieuze plaats in onze maatschappij te geven. Een plek waar het mag borrelen, bruisen, kweken, bloeien, twijfelen, bespiegelen en innoveren, een plek die een samenleving doet leven.

    Onder deze groep vallen musea, theaters, schouwburgen, uitgeverijen, reclamebureaus, productiebedrijven, bibliotheken, boekwinkels, persbureaus, omroepen, monumentenzorg, bioscopen, circus, design et cetera.

    Enkele cijfers

    • Rutte I was in 2012 verantwoordelijk van een daling van de rijksuitgaven met 21 %.
    • In 2015 bedroeg de gehele cultuurbegroting van OCW 713 miljoen.
    • Het aantal banen in de hele economie groeide in de periode 2010 -2015 met 1,4 procent, in de culturele sector was er een daling van 14,3 %.
    • In 2010 waren er 162.830 banen in de culturele sector in 5.880.000 vte, in 2014 waren dat 141. 220 banen in 5 783.000 vte.
    • In 2010 waren er 960.000 zelfstandigen in de culturele sector, in 2014 zijn dat er 1.033.000. In de periode 2010- 2015 groeide het aantal zelfstandig met 14, 2 %. Ter vergelijking: in andere sectoren was dat gemiddeld 7,6 %.
    • In 2010 waren er 90.236 stagiaires actief, in 2014 waren dat er 107.770.
    • De bijdrage aan het bruto nationaal product schommelt al jaren op ongeveer op 2,25 procent, zo’n 600.000 euro.

    bronnen: rapport Cultureel Planbureau en ministerie Onderwijs, cultuur en wetenschap: publicatie Cultuur in beeld 2016

    Wat vinden de partijen?

    • Partij voor de Dieren is “voor het herstel van het hart van een vrije samenleving” en wil daarom structurele verhoging van het budget. Verder een vaste plek van cultuuronderwijs in de curriculum van scholen.
      “Mensen zijn creatieve wezens. Kunst en cultuur horen bij ons menszijn en zijn waardevol voor een open en bloeiende samenleving. De overheid kan een rol vervullen als subsidieverstrekker, opdrachtgever en hoeder van ons culturele klimaat en erfgoed.”
    • Groenlinks wil meer geld voor cultuur en kunst, talentontwikkeling en het behoud van erfgoed. GL vindt dat kinderen recht hebben op cultuur en wil ze al jong de mogelijkheid geven om kennis te maken met cultuur via onderwijs.
    • PvdA wil 100 miljoen extra voor cultuurbeleid, vooral voor betere arbeidvoorwaarden voor de makers en ten behoeve van talentontwikkeling. Cultuureducatie gericht op het vmbo en een vaste plek in het curriculum voor cultuuronderwijs.
    • D66 wil de schade herstellen van eerder beleid. Investeren in talentontwikkeling, cultuureducatie en vernieuwende uitingen en in aankoopfonds. In de volle breedte van het onderwijs een vaste plek voor cultuureducatie.
    • ]SP wil extra investeren in theaters, festivals, orkesten en musea. Kunst toegankelijk maken voor iedereen door meer kunst en cultuur in de openbare ruimte en 1 dag in de week gratis toegang in een rijksmuseum. Daarnaast bestrijden van de stille armoede onder kunstenaars door hun sociale zekerheid te verbeteren. Een popfonds en een Nationaal Historisch Museum. Verder cultuureducatie door vakkrachten en verdiepen door middel van doorlopende leerlijnen.
    • 50 + wil ook een cultuurkaart voor ouderen en cultuuronderwijs voor mensen die aan tweede jeugd beginnen.
    • CDA richt zich op verenigingsleven en topinstituten.
    • Denk vindt dat cultuur een brede cultuur moet dienen en iedereen moet aanspreken
    • VVD laat het aan de markt over, ook SGP vindt cultuur geen zaak van de overheid en de PVV wil geen geld naar kunst. 

    bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/03/programmawijzer-a1548620

    elsebeth

    08/03/2017
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst, maatschappij
  • billboard media

    billboard media

    Ik heb moeite met sociale media. Met goede moed heb ik de podia van diverse media betreden met de hoop op verrassing en verwondering. Het is leuk om op de hoogte te blijven van de bezigheden van uit het oog geraakte contacten. Meedoen vraagt weinig sociale vaardigheid, de online omgeving is eindeloos en ingericht op zoveel mogelijk deelnemers. De gedragscode van de platforms is overal min of meer hetzelfde: pluimpjes geven door middel van een kinderlijk duimpje omhoog. Toch ben ik op Facebook en Twitter afgeknapt. Het merendeel van de tijdlijn blijkt gevuld met commerciële aandachtvragerij en al scrollend komt er een oeverloze stroom zelfpromotie voorbij. Mensen blijken vooral het opgepoetste of sociaal wenselijke beeld van zichzelf te willen delen.

    Ondertussen ‘zit ik’ nog wel op LinkedIn en ook hier ‘like’ ik hier en daar wat. Mijn netwerk bestaat vooral uit mensen die net als ik in de culturele hoek werken. Nu vindt heel mijn netwerk cultuur bijzonder belangrijk en komen er veel berichten voorbij over onderzoeken, initiatieven die het belang van cultuur onderstrepen. Dat vinden we allemaal en huppakee, omhoog gaan de duimpjes. Sinds kort experimenteer ik met de ik-deel-plaatjes-app Instagram. Ook hier dien je te ‘liken’ en ‘likes’ uit te lokken, dit keer via het drukken op een hartje. Net zoals bij Spotify, Facebook en Google nemen de algoritmes het gauw over en hopla, daar krijg ik allerlei tips van te volgen lui die hetzelfde leuk vinden als ik. Dat is nu net een van die niet zo fijne dingen van sociale media. Je ziet alleen wat je wilt zien, je hoort alleen wat je al kent. Maar waar blijft die andere kijk?

    Gebruikers van sociale media streven naar een groot netwerk, want hoe meer volgers hoe beter voor het ego of het bedrijf. Zo representeren mensen zich vooral ten opzichte van een groot maar weinig divers publiek, waarbij ook het netwerk, de likes, de volgers een belangrijk onderdeel van de representatie zijn.

    Sociale media bestaat zo’n 20 jaar en inmiddels is de interactie steeds meer een marketingmiddel. Nu is marketing erop gericht mensen een bepaalde kant op te duwen met het doel geld te genereren. De waarde van sociaal contact is hieraan ondergeschikt. Het is jezelf in de markt zetten en wij -schapen- doen er allemaal aan mee. Daarom werkt het ook zo goed als marketingtool. Maar ondertussen gaan we onszelf als merk zien en is het ‘economisme’ onder onze huid gaan zitten. We begeven ons vrijwillig in een wereld vol billboards. Willen we dat echt?

    Mensen blijken een enorme informatiehonger te hebben en vinden het heerlijk om gevoed worden met nieuwe plaatjes, ideetjes, berichtjes. Helaas is de informatiestroom niet bij te benen, de berichtenomvang maakt mensen murw en onverschilliger. Zo weten we vaker wat een ander doet maar steeds minder wat de ander echt vindt, voelt en denkt.

    De hapklare brokken en de inhoudelijk wél interessante dingen staan naast elkaar. Maar omdat het medium oppervlakkig en snel is, blijft het beeld plat. Inhoud wordt al gauw weggedrukt door een volgend bericht. Rust en ruimte voor echt kijken, echt nadenken is er niet. De inhoudelijke kracht van mooie, diepgravende beelden en berichten komt niet tot bloei omdat bloei nou eenmaal tijd en aandacht vraagt. Met het makkelijk te behalen succes door likes verzandt de urgentie om inhoudelijk te zijn.

    Kortom, sociale media zijn interessant op het gebied van commercie en propaganda. Maar nuance en diepgang verliest terrein. Het zijn de kritische beschouwers, de onderzoekende denkers en de geduldige makers onder ons die we in de stroom gaan missen.

    Foto: Kunstenaarsduo Annie Hal en Daniel Mihalyo van Lead Pencil Studio maakten dit werk.
    Met het billboard nodigt Lead Pencil Studio kijkers uit te kijken naar het landschap i.p.v. naar een reclame-uiting.

    Titel: Non-Sign II
    Jaartal: 2010
    Materiaal: staal[

    elsebeth

    21/02/2017
    kunst, maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens
  • leugenvinding

    leugenvinding
    Het recht op informatie is een voorwaarde voor een vrije democratie en niet voor niets opgenomen in de Grondwet. Op dit moment buitelen meningen en feiten over elkaar heen en staat de informatievoorziening onder druk.

    De kerntaak van de pers is informeren over de gebeurtenissen in de wereld zodat mensen zich een mening kunnen vormen. Journalisten zoeken achter de ‘waarheid’ de feiten maar presenteren feiten ook als waarheid. De beroepsregels van de journalist (bijvoorbeeld hoor en wederhoor, meerdere bronnen gebruiken, feiten checken) dienen die waarheidsvinding. Toch blijft de gepresenteerde waarheid slechts een deel van het verhaal. Wat waar is, is niet meteen de hele waarheid. Omdat de blik van de journalist en het huis waaruit hij opereert de feiten rangschikt en kleurt, is zijn waarheid altijd subjectief. Elke journalist kiest het kader van zijn verhaal, de woorden die hij gebruikt en de feiten waarmee hij zijn verhaal stut.

    In het hedendaagse debat zien mensen elkaar vooral als tegenstanders, als vertegenwoordigers van kampen. In de woordenstrijd gebruiken de tegenstanders trucs om zo het debat te ondermijnen. Ongenuanceerd en met een beperkt kleurenpalet. Zo is er de vertegenwoordiger van het eigen gelijk die de journalistiek en de gepresenteerde feiten discutabel vindt en feiten als meningen framet. En horen we de vijanddenker die gebrachte feiten in diskrediet brengt door te stellen dat het slechts een deel van het verhaal is. Waarna hij vervolgens het verhaal met een mening complementeert en dat als waarheid presenteert. Dit zijn slechts enkele trucs die de informatievoorziening ondermijnen. Aan het eind van de strijd blijft de lezer in ongewisse en met een chaotisch wereldbeeld achter. Hoe kan hij zich dan nog een gefundeerde mening vormen?

    Aan de pers de taak deze trucs te pareren. Dit kan bijvoorbeeld door meer gericht te zijn op het duiden en het in perspectief plaatsen van feiten en minder op het naast elkaar zetten van meningen. Door de feiten van meer kanten te belichten, ook de kanten die buiten de eigen comfortzone en scope liggen. Door bij het brengen van een verhaal niet alleen te kijken hoe je duiding en context kunt staven met de feiten maar juist ook óf en hoe je feiten kunt ontkrachten. Door te durven zoeken naar de leugen binnen de waarheid. Hiermee kan een journalist niet alleen zijn vooringenomenheid voor zijn maar ook een verhaal brengen vanuit een breder perspectief. Met als doel sterker in zijn schoenen te staan bij de taak die hij dient: een genuanceerde informatievoorziening opdat een ieder de kans krijgt zich een onderbouwde mening te vormen.

    Foto: Mondriaan volgens Ursus Wehrli
    Uit Kunst aan de kant! van uitgeverij De Harmonie.

    elsebeth

    18/02/2017
    maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens, taal
  • Beeldvorming

    Beeldvorming

    D.H. Lawrence:

    “De werkelijke moeilijkheid met vrouwen
    is dat ze voortdurend moeten blijven
    proberen zich aan te passen aan de theorieën
    die mannen er over ze op nahouden.”

    D.H. Lawrence is de schrijver van onder andere Lady Chatterley’s lover (1928). Dit boek veroorzaakte veel ophef omdat het ging over een adellijke dame die een (seksuele) relatie kreeg met de jachtopziener. De voor die tijd ongebruikelijke expliciete seksscènes en de relatie van mensen uit verschillende standen was aanleiding voor controverse rondom het boek. [

    Pablo Picasso schilderde dit werk op 50-jarige leeftijd.
    Zijn toen 22-jarige minnares Marie-Thèrése Walter stond model.

    titel: La Rêve
    materiaal: olieverf op doek
    jaar: 1932
    waar: privécollectie Steven Cohen

    elsebeth

    09/01/2017
    kunst, mens, taal, verbeelding
  • prullenbak

    prullenbak

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Ik heb hem nog maar pas ontdekt,
    linksboven onder mijn schedeldak,
    netjes door mijn haar bedekt.

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Alles wat ik niet horen of weten wil,
    t’ is zo handig, een groot gemak,
    gooi het weg en het is stil.

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Alles wat niet waar kan zijn,
    smijt ik met een flinke smak
    in ’t afvalputje van mijn brein

    In mijn hoofd staat een prullenbak.
    Soms raakt hij over overvol.
    ‘k Pak gewoon de vuilniszak,
    en ’t klinkt weer lekker hol.

    elsebeth

    12/12/2016
    taal
  • wederhelft

    wederhelft
    Er was eens een tijd dat er een sterk geslacht was, waarin het vrouwelijke en het mannelijke met elkaar verenigd was. Met vier armen en vier benen en twee geslachten waren deze mensen onverwoestbaar. Oppergod Zeus wilde onverslaanbaar blijven dus maakte hij resoluut een einde aan dit overwinnaarsvolk. Hij sneed de mensen doormidden en zo kregen we de twee geslachten, de vrouwen en mannen, die eeuwig op zoek zijn naar hun wederhelft. Om samen weer heel te worden. Deze zoektocht is een bekende drijfveer en inspiratiebron voor velen.

    Maar waar moet je zoeken? Wie is die wederhelft dan? Is het die ander die hetzelfde is als jij en die je zonder woorden kan lezen? Of is het die ander die yin is waar jij yang bent, het zout is waar jij de peper bent? Hoeveel wederhelften heb je eigenlijk? Is het er maar één? Is het de persoon met wie je vrijt of zit je wederhelft in alle relaties die je hebt – in liefde en in vriendschap?

    Welke rol speelt taal in het vinden van die helft? Ken je het gevoel dat je die ander zo goed begrijpt tot je er achter komt dat datzelfde woord bij hem of haar iets compleet anders betekent dan bij jou? Blijk je het lang over iets totaal anders te hebben gehad. Weg symbiose. Vaak bepaalt de context -je bui, je persoonlijke geschiedenis, de mensen met wie je je omringt- , wat het woord voor jou betekent en niet het woordenboek.

    Vind je dan je wederhelft in de mensen die dezelfde waarden nastreven? Ik kan vriendschap voelen voor mensen waar ik veel in herken maar die nog meer van me verschillen. Zelfs in de waarden die we hebben. Een voorbeeld: een vriendin blijkt a. koningsgezind en heeft b. religieuze gevoelens. Daar heb ik weinig mee. Het gen ‘geloven in god’ is bij mij gemuteerd en het idee dat mensen door geboorte een levenslange positie verwerven vind ik volkomen absurd. Ach, geen punt. Ik waardeer het wel dat ze me laat zien dat er niet slechts één waarheid bestaat. Al zijn er ook grenzen aan welke andere waarheid je aankunt.

    Misschien willen we vooral naar een wederhelft blijven verlangen. Streven we naar eenheid opdat er altijd wat te vinden blijft. Zo blijven we anderen nodig hebben om zelf te kunnen groeien. Onbedoeld wellicht, had die oude Zeus het niet eens zo slecht bedacht.

    Dit beeld van Zeus staat bij Versailles

    elsebeth

    05/12/2016
    mens, taal
  • werken in evenwicht

    werken in evenwicht

    Zesurige werkdag

    Wil je meer mensen aan het werk?  Een gelijke taakverdeling in het huishouden? Meer ruimte voor kind en familie? Meer groen en minder asfalt? Laten we dan eens vaart maken met het invoeren van een zesurige werkdag.

    Hoe het was

    Vanaf 1919 hebben we in Nederland de achturige werkdag. De sociaaldemocratische partij wilde hiermee een eind maken aan de lange werkdagen van de fabrieksarbeiders. Zij hadden werkdagen tot wel 16 uur met alleen een vrije dag op zondag. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de vijfdaagse werkweek de norm. In die tijd verdienden mannen buitenshuis de kost terwijl vrouwen – zodra ze trouwden- thuis moesten blijven. Tegenwoordig willen we dat anders doen. Het is tijd om de organisatie van werk en inkomen aan deze nieuwe wens aan te passen. Laten we de norm bijstellen tot werkdagen van zes uur in combinatie met flexibele werkweken.

    Gelijke kansen

    De voordelen van een zesurige werkdag zijn groot. Je helpt meer mensen aan een baan omdat je door het verkorten van de werkdag het beschikbare werk over meer mensen moet verdelen. Hiermee reageer je op de ontwikkeling dat er door automatisering en uitbesteding naar lagelonenlanden steeds minder banen voorhanden zijn. Verder maak je het voor ouders zoveel eenvoudiger om werk en gezin te combineren. Niet alleen is het voor meer mensen mogelijk om kinderen na school thuis op te vangen, ook kunnen beide ouders de maatschappelijke ladder beklimmen zonder dat ze in de knel komen met de zorg voor hun kinderen. Bovendien prikkel je gelijke beloning voor gelijk werk. Want als het de norm wordt dat twee deeltijders het inkomen van het gezin gaan verdienen, heeft de hele samenleving er profijt van als de beloning van vrouwen en mannen gelijk is.

    Organiseren zonder stress

    Maak het daarnaast mogelijk om werk verdeeld over de dagen in de week flexibel in te richten. Dat kan door thuiswerken te blijven faciliteren maar ook door in organisaties de werkdagen te verdelen in modules van 3 uur. Geef mensen de mogelijkheid om in blokken van bijvoorbeeld 6 tot 9, 9 tot 12 en zo verder te werken. Achter elkaar of als losse eenheden, net wat de organisatie en de werknemer het beste past. Dat heeft meerdere voordelen. De drukte in de spits neemt af omdat de werktijden over de dag zijn verspreid. Je hebt minder snelweg nodig om al het verkeer door te laten stromen en meer kans op een zitplaats in de trein.  Voor ouders is het een stuk eenvoudiger om de opvang van kinderen met elkaar af te stemmen. Voor een bedrijf is het ondanks de kortere werkdagen van de individuele werknemers mogelijk kantoor of fabriek 18 uur of langer op een dag te bemannen. Bovendien wisselen werknemers elkaar niet af maar werken ze een aantal uren gelijktijdig. Dat draagt bij aan een goede overdracht en de samenhang in het bedrijf.

    Evenwicht

    De invoering van een flexibele werkweek met werkdagen van zes uur zal wat aanpassing vragen van organisaties. Maar je geeft mensen autonomie omdat ze naar eigen inzicht hun leven kunnen organiseren. Dat scheelt veel organisatiestress en brengt bij veel mensen evenwicht in de verdeling van werk, gezin en vrije tijd. Uiteindelijk zal dat leiden tot een beter welzijn van vrouwen, mannen en kinderen.

     

    elsebeth

    15/11/2016
    maatschappij
    maatschappij, mens, sekse
  • werkelijk?

    werkelijk?

    De werkelijkheid is zoals die is. Toch is de werkelijkheid niet vast van vorm en onveranderlijk. De werkelijkheid kan alle kleuren hebben, kan zwaar of licht zijn. De werkelijkheid speelt zich af in je eigen hoofd en is toch geen fantasie.

    De manier waarop jij de werkelijkheid beleeft zal anders zijn dan de manier waarop ik er tegenaan kijk. Dat wat jij voelt bij de werkelijkheid zal niet hetzelfde zijn als wat ik voel. Best vreemd want wat tussen ons ligt, is hetzelfde. Gelijkhebben doe je dan ook in je eentje. Al wil ik jou mijn gelijk brengen, jouw gelijk krijg ik niet want het blijft van jou. Dat maakt het streven naar gelijk een zinloze onderneming.

    De werkelijkheid verandert door dadenkracht of perspectief van vorm, en niet door denkkracht. Ondanks de kretologie ’als je het maar echt wil!’, blijft de werkelijkheid zoals die is, en beweegt die slechts mee in een rumoerige wereld. Al wil je nog zo hard dat de werkelijkheid zich vormt naar jouw wens, als je een andere werkelijkheid wilt, moet je van perspectief veranderen. Pas dan is de werkelijkheid niet meer zoals die was. En is die zoals die is.

    elsebeth

    01/11/2016
    taal, verbeelding
  • voorgerecht

    voorgerecht

    Het voorgerecht was nog niet eens opgediend toen het onderhuidse steekspel ontaardde in een ordinaire ruzie. Voordat An met haar man bij het restaurant gekomen was, wist ze haar ergernis nog weg te zuchten, een beproefde methode die ze had opgestoken bij de workshop ‘Betekenisvol communiceren’. Niet alleen de ‘ik-boodschap’ hadden de veelal vrouwelijke cursisten hier geoefend, ook kregen ze van coach Oscar tips hoe ze ‘de ander de ander’ moeten laten en hoe ze met de techniek ‘samenleven doe je zelf’ veel onnodige conflicten kunnen voorkomen.

    Na zo’n avond wurkshuppen had An de smaak te pakken en de technieken meteen thuis toegepast. ‘Martin’, had ze gezegd, ’ik kan niet in slaap vallen als ik je zo duidelijk hoor ademen’. Waarop Martin zelf de keuze maakte in de logeerkamer te slapen en zij tevreden de ander de ander liet en genoot van een verkwikkende nachtrust.

    Ook had Oscar haar geleerd dat irritatie slechts een duivelse uitwas is van het ‘ego’. ‘Onthoud dames en heer’, doceerde Oscar, ‘het ego wil alleen maar winnen, kostte wat het kost, en heeft niet het beste met je voor.’ En zo hadden ze geleerd dat als je blijft touwtrekken met je ego, je ego doorgaat tot jij er bij neervalt. ‘Touwtrekken doe je altijd met zijn tweeën, als je het touw laat vallen, valt er weinig te trekken.’

    An had Oscars adviezen opgezogen als een uitgedroogde spons. Wat een wijsheid bezat die man, en dat op zo’n jonge leeftijd. Zuchten, dat was de manier. Valt je iets naars in, iets onverkwikkelijks, iets waar je ego graag mee aan de haal gaat: zuchten. Zet al je ongerief op een wolkje, en zie hoe het grijze wolkje rustig wegdrijft in een zonovergoten stratosfeer.

    Die techniek was haar vaak goed van pas gekomen. Toen Martin tijdens het kinderfeestje van dochter Lieke vertelde dat hij een half jaar moest werken in Hongkong, had ze de boel de boel gelaten en was ze te midden van het feestgedruis languit op de bank gaan liggen om het ongemak van haar af te zuchten.

    Ook toen Martin twintig jaar jonger thuiskwam en besloot alleen op vakantie te gaan, had ze Martin bij Martin gelaten en tijdens een geleide fantasie haar ego’s ongenoegen op een wolkje gezet en die met grote kleurige ballonnen de hemel in gestuurd. En toen Martin vanmiddag kondig maakte een nieuw leven te beginnen in Alblasserdam met een Chinese schone, wist ze haar afgedankte jarenlange investering op een gitzwart wolkje te zetten en geroutineerd weg te blazen.

    Het was die ene opmerking, die ene opmerking die ’t hem deed. Die de deksel tilde van een bodemloze put vol wrok; woede die kennelijk de verkeerde kant op was gezucht. ‘An,’ had Martin iets te enthousiast gezegd, ‘ik heb het gevoel dat ik nu eindelijk eens aan het hoofdgerecht kan beginnen.’

    Afbeelding

    Kunstenaar: Adriaen Coorte
    Titel: Stilleven met asperges
    Datering: 1697
    Materiaal: olieverf op papier op paneel
    Waar: Rijksmuseum

    elsebeth

    25/10/2016
    feuilleton, verhaal
    verhaal
Vorige pagina
1 2 3 4
Volgende pagina

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld