communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • communicatie
  • workshop
    • particulieren
    • organisaties
    • leerkrachten
    • leerlingen
  • kunst
  • blog
  • portfolio
  • Hoe goed te leven?

    Hoe goed te leven?


    Aristoteles stelde die vraag al tweeduizend jaar geleden. Zijn visie op moraal heeft talloze denkers beïnvloed. Voor hem was geluk het hoogste doel in het leven. Tot bloei komen door het potentieel dat in je zit te verwezenlijken, was volgens hem de route. Geluk stond voor hem voor gelukt zijn.

    Deugdethiek

    Om dat te bereiken, heb je deugden nodig. Hij onderscheidde twee soorten deugden die daarvoor nodig zijn. Intellectuele deugden zoals kennis, inzicht en gezond verstand. En karakterdeugden als rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing en wijsheid. Die ontwikkel je tijdens opvoeding en onderwijs. Rolmodellen wijzen je de weg, tot het een gewoonte wordt.

    Oordeelvermogen

    Oordeelsvermogen is de sleutel: inschatten of je het juiste doet op het juiste moment, de juiste plaats en op de juiste manier. Niet door regels routinematig toe te passen, maar door per situatie nieuwe afwegingen te maken. Elke deugd zit tussen twee uitersten. Een deugd als moed bijvoorbeeld beweegt zich tussen lafheid en roekeloosheid in. Wat het ene moment als laf gezien wordt, kan juist in een ander moment van moed getuigen. Een geoefend oordeelsvermogen helpt je om bij elke situatie de gulden middenweg te vinden.

    Moderne tijden

    Deugden zijn al eeuwenlang een inspiratiebron in verhalen en kunst. We zien personages met een dilemma, waarbij een deugd op de proef wordt gesteld. Vaak draait het plot om het vinden van de juiste weg. Eind goed, al goed.

    In veel moderne verhalen is de context veranderd. We leren hoofdpersonen kennen met een ronduit wankel moreel kompas. Soms zijn ze botweg slecht, toch leven we met ze mee en smullen we van de verdorvenheid van hun karakter. Denk aan Dexter, The Sopranos en – mijn favoriet – Mad Men: ook hier hebben de protagonisten dilemma’s, al bewegen die vooral tussen macht, geld en loyaliteit. De ‘juiste’ weg is inmiddels onbereikbaar.

    Misschien is de onderliggende vraag in deze verhalen: als wij ons zo graag inleven in hun worstelingen, wat zegt dat dan over de onze?

    elsebeth

    25/08/2025
    column, maatschappij, mens
    filosofie, kunst, maatschappij
  • Duurt eerlijk het langst?

    Duurt eerlijk het langst?

    We leren kinderen dat eerlijkheid loont. Toch verliest een klokkenluider haar baan en wint een liegende politicus stemmen. Hoe staat het heden ten dage met ons morele kompas?

    Al vroeg krijgen we te horen: niet jokken. Wees integer, oprecht en betrouwbaar: dan ben je goed bezig. Logisch, het is fijn samenleven op een plek waar mensen deugen en hun werk deugdelijk doen. Dus laten we dat dan doen, zou je zeggen. Spreek de waarheid en handel naar de feiten. Maar in de praktijk loont liegen vaak meer. Is het eigenlijk wel handig om eerlijk te zijn?

    Neem de buurman die gestolen spullen claimt bij de verzekering. Hij krijgt slechts een deel vergoed. De volgende keer verzint-ie er wat gestolen goed bij. Nu krijgt hij wel genoeg om de spullen te vervangen. “Als hij het doet, doe ik het ook – iedereen doet het.” Zie daar de geboorte van een fait accompli. De verzekeraar verhoogt de premie voor iedereen. Wie is hier de verliezer?

    We zeggen het een, doen wat anders

    Onze omgang met eerlijkheid is een vat vol tegenstrijdigheden. We zeggen dat we elkaar moeten vertrouwen, toch vormt wantrouwen de basis voor veel regels. We waarderen eerlijkheid hoog, maar belonen het zelden. We beweren op feiten te varen, maar voeden ons met meningenmachines. We stellen dat de waarheid altijd komt bovendrijven, terwijl we zagen aan de poten van instituties die aan waarheidsvinding doen. We roepen dat we eerlijk spel en gelijke verdeling willen, maar in de praktijk krijgen zij die veel hebben meer en zij die weinig hebben minder. Kortom, we zeggen het een en doen het ander.

    Vele tinten sjoemel

    Tussen eerlijk zijn en keihard bedriegen ligt een zee aan sjoemeltinten. We liegen allemaal wel een beetje, dat betekent niet meteen dat je geen integer mens bent. Een leugentje om bestwil – “die nieuwe jas staat je goed”, “nu even geen tijd, ben net onderweg”, “laten we gauw afspreken” – is nu eenmaal een smeuïg smeermiddel in het sociale verkeer. Vaak heb ik het niet eens door. En heb ik geen idee dat mijn visite mijn zelfgebakken taart met lange tanden heeft opgegeten.

    Ook in verhalen over onszelf zijn we niet helemaal zuiver. We kleuren ze net iets gunstiger (of ongunstiger als dat beter bij ons zelfbeeld past). We zijn bedreven in het bagatelliseren van ons aandeel als iets mis is gegaan. “Ach, de schade valt mee, het dak zit er nog op. Bovendien kon ik er niets aan doen. Ik kwam pas na de instructie binnen want jij gaf mij het verkeerde adres.” Omdat we liever wel eerlijk zijn dan niet, strooien we er een flinke snuf cognitieve dissonantie overheen.

    Het juiste antwoord vinden

    Wanneer ben je eigenlijk eerlijk? Is het de eerste reactie op een situatie, het eerste gevoel, of ontstaat eerlijkheid pas nadat er wat reflectie aan te pas gekomen is? Dat laatste, vermoed ik. Maar hoe vind je in die innerlijke poel van om aandacht vragende oprispingen het ‘juiste antwoord’? Introspectie is niet per se betrouwbaar. Ik ken de bekende groeven die bij reflectie als eerste boven komen drijven en steeds dieper worden maar al te goed. Water kiest de makkelijkste weg. Hoeveel kleine paadjes blijven onbetreden? Hoe dan ook vereist het oefening om je emoties, gevoelens en gedachten te onderscheiden en te duiden.

    Eerlijk zijn is moeilijk. Zelfbedrog ligt op de loer, vooral bij eigenschappen die botsen met je zelfbeeld. Niemand ziet zichzelf graag als een racist/seksist. Ontkennen en wegkijken is dan makkelijker. Jouw kant op redeneren helpt ook. Het is maar hoe je de feiten interpreteert.

    Waarheden verschillen en zijn nooit absoluut. Zo kunnen lieden op het ene eiland iets totaal anders zien dan de lui op een ander eiland. Ziet Jan in vier poten en een vlak een kruk, Piet ziet toch echt een tafel om aan te zitten. Kwestie van perspectief.

    Als je vaak genoeg liegt, wordt het vanzelf waar

    Allemaal huichelen we wel wat en dat is zelden berekenend. De meeste mensen willen deugen. Toch zijn mensen die bewust een loopje nemen met de waarheid verrassend succesvol, we hoeven alleen maar te kijken naar de mensen die momenteel het wereldtoneel domineren – ik noem geen namen, je kent ze wel. Als ze de leugen keer op keer opdienen, komen ze een heel eind.

    Wat als je een misleidend perspectief op de waarheid krijgt voorgeschoteld? Feiten zijn kwetsbaar in een wereld waar beeldvorming belangrijker is dan de banale waarheid. Je ziet hoe de politiek fictieve werkelijkheden optuigt om stemmen te winnen. “Nareis op nareis”. Het is een dunne scheidslijn tussen iets nog niet zeggen, feiten verdraaien of liegen. We zien op andere plekken in de wereld waar dat gewiebel op het morele kompas toe leidt.

    Wat gebeurt er met een samenleving als feiten en interpretaties door elkaar gaan lopen? Als betrouwbare bronnen verdwijnen? Dat je voortdurend alert moet zijn op propaganda, beeldvorming en framing. Hoe trek je dan nog conclusies? Wat gebeurt er als we geen gedeelde werkelijkheid meer hebben?

    Lange adem

    Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat betekent dat precies? Dat de weg naar succes langer is als je eerlijk bent, of dat eerlijkheid het langst standhoudt? 

    In onze samenleving boet eerlijkheid aan ontzag in. Dat vind ik lastig laveren. Hoe blijf je een eerlijk mens zonder jezelf en anderen kort te doen?

    Eerlijk zijn vraagt moed, het kan je duur komen te staan als je bijvoorbeeld een klokkenluider bent of fouten in een systeem aankaart. Het is balanceren: te veel eerlijkheid kan de situatie onbedoeld verslechteren. Ook tegenover jezelf vraagt het om evenwicht: het erkennen van onvolkomenheden kan in teveel zelftwijfel verzanden.

    Pleeg op tijd onderhoud

    Eerlijkheid gedijt alleen in een systeem waar veel kan, waar meerdere perspectieven naast elkaar mogen bestaan. Het is een deugd die onderhoud vergt. Als we dat nalaten, worden we wakker in een maatschappij die haar langste tijd heeft gehad.

    elsebeth

    25/08/2025
    maatschappij, mens
    maatschappij, mens
  • Kijken in een spiegel waarin je jezelf niet herkent 

    Kijken in een spiegel waarin je jezelf niet herkent 

    Of ik een vrouw ben, is voor mij geen vraag, maar het vraagt wel wat om me te verhouden tot de clichés over vrouwen. Van jongs af aan kreeg ik allerlei normen en waarden mee over hoe je als vrouw hoort te zijn. Niet alleen de rolmodellen om me heen, maar ook de representaties van vrouwen in tijdschriften, films, televisie en boeken hebben me gevormd. Die beelden brachten allerlei boodschappen met verwachtingen mee die zo vaak werden herhaald dat het wetten leken. Het dubbele is dat ik me er vaker niet dan wel in die beeldvorming herkende, maar er wel door ben beïnvloed. Alsof ik in een spiegel kijk waarin ik mezelf niet herken. 

    Er zijn veel vrouwbeelden in mijn jonge meisjes brein gegoten, te beginnen met slapende, bloedmooie meisjes. Passief tot ze worden wakker gekust door een prins.

    Welke rolmodellen kreeg ik nog meer voorgeschoteld? 

    1. De echtgenote. Je bent niets zonder een man: jouw verhaal is niet het hoofdverhaal. Leer koken. 
    2. De moeder. Offer jezelf op. Sta altijd klaar. Goed zo. 
    3. De droomvrouw. Wees aantrekkelijk en verzorgd. Weet, er is er maar één de ware: alle andere vrouwen tellen niet. Geef zijn verlangen vleugels.
    4. Het meisje. Wees braaf en niet uitgesproken. Lief zacht schepseltje, sla jouw grote ogen open en bewonder.  
    5. De engel. Wees zorgzaam en empathisch. Blijf te allen tijde aardig en warm. Luister (tot je een ons weegt). 
    6. De foute vrouw. Neem potjandorie geen ruimte in. Wees alsjeblieft niet té in wat dan ook. Wees niet zoals haar. Pek en veren is haar lot. 

    Ik blink in geen van deze rollen uit. Veel vrouwen niet, ik denk dat velen van ons de spagaat ervaren van de beelden die tot ons komen en hoe je die verenigt met wat je bent, kunt en wilt. 

    Welke boodschappen liggen onder die rolmodellen?

    • Relaties zijn prachtig (zolang jij bewondert en hij bepaalt) 
    • Jouw lichaam is van jou (maar heeft geen eigen wil)
    • Wees jezelf (zolang het gezellig blijft) 
    • Ambitie is prima (als je briljant, beeldschoon of ongevoelig bent)  

      Laat ik een concreet voorbeeld geven van mijn culturele opvoeding. In mijn puberteit las ik Turks Fruit van Jan Wolkers (Later zag ik ook de boekverfilming, dus de beelden van het boek en de film zijn door elkaar gaan lopen). Een scène is me bijgebleven. Ergens in het begin van het boek staat beschreven hoe de hoofdpersoon Erik bedpartners verzamelt; hij houdt een dagboekje bij van al zijn veroveringen door een plukje schaamhaar te knippen en in een logboek op te plakken – zijn trofeeën. In de boekverfilming zie je zijn seksuele activiteiten met een rits aan vrouwen achter elkaar gemonteerd. Vrolijke seks op het eerste gezicht, maar de vrouwen hebben allemaal iets treurigs, want ze zijn niet mooi, praten te veel of hebben iets raars. Het is duidelijk: ze zijn niet goed genoeg. Tot hij het kinderlijke type Olga treft – zijn ‘ware’ liefde. Als pubermeisje smulde ik van het taboedoorbrekende van het boek en de film, het beeld van het vrije leven. Maar wat ik nou met die vrouwbeelden moest? Ik vond ze ook vernederend. Wat voor een vrouw zou ik worden? Welke van de twee opties: de zielige of de ware? 

      Heel veel boeken en films kwamen met natte dromen van mannen. Niet dat ik die toen als zodanig herkende; ik interpreteerde ze als spiegels van de werkelijkheid. Wat je ook tot je nam aan cultuur, van tijdschrift, literatuur, film, televisie tot aan beeldende kunst: de Male Gaze (de camera zwenkt vanaf de hooggehakte kuiten naar ronde billen terwijl vrouwmens bevallig trippelt) was leidend. Talloze verhalen waarin vrouwelijke personages enkel in relatie staan tot de man: als geliefde, moeder of muze. Welke rol ze ook heeft, uiteindelijk is ze slechts een projectie van de man. Ze is niet echt iets. 

      ongemak

      Bij mij duurde het wel even voor ik me bewust werd van de implicaties van deze beelden. Omdat ze overal waren, was er geen directe reden om er vragen bij te stellen. Kennelijk zit de wereld zo in elkaar, dacht ik. Maar ik probeerde wel mijn vinger te leggen op het ongemak dat ik erbij voelde. Soms staarde het seksisme me recht in het gezicht aan en was het makkelijk herkenbaar. Maar vaker was het onbesproken, onbewust en onduidelijk, dat je denkt hier klopt iets niet, maar je kunt er niet direct de vinger opleggen. Zie daar maar eens wegwijs in te raken. 

      Qua uiterlijke schijn kan ik me enigszins aanpassen, geen punt. Ik trek wat leuks aan, doe mascara op, stift mijn lippen – anders is het ook zo’n kleurloos gebeuren. Ik vind het ook leuk dat vrouwen zich wel mógen opsmukken, dat is mannen minder gegund. Maar ik scheer ook mijn benen, ondanks dat het onzinnig is. Ik wil niet onverzorgd overkomen; de boodschap dat vrouwenbenen glad dienen te zijn is luid en duidelijk overgekomen. Waarom alweer? Ooh ja, vrouwen moeten schoon, reukloos of zoet zijn. Reclames spelen daarop in, vaginageur is vies, menstruatie is blauw.  Boeren, niezen en scheten doe je liever niet. 

      Maar andere gedragscodes vind ik een stuk lastiger, omdat het gaat om wie ik ben. Ik vind het heerlijk om actief aan een gesprek deel te nemen, ideeën te opperen, perspectieven in te brengen en standpunten te bevragen. Meestal ben ik me onbewust van de ruis die mijn vrouw-zijn geeft; ik vergeet regelmatig dat de bril waardoor ik word bekeken bepalend is voor hoe mijn aanwezigheid wordt gelezen. Ik ben vaak teruggefloten. Als ik een idee inbreng, dat pas gehoor krijgt als een man het zegt. Als ik word aangesproken op toon. Ssst, nu niet, je doet zo moeilijk, wees niet zo ‘eigenwijs’. Blijf in je hok. 

      Helemaal loskomen van de verwachtingen die tijdens mijn vormende jaren zijn voorgeschoteld, lukt me niet. Maar ik heb altijd de hoop gehouden dat de jassen van vrouwen wat ruimer zouden gaan zitten. Voor een deel is dat gebeurd, je ziet meer actieve vrouwen in het publieke leven. De representatie in boeken, films en series is aan het verschuiven, al betekent dat vooralsnog dat er vooral nieuwe clichés bij komen, zoals de stoere seksuele vrijgevochten vrouw. Waar ik me ook niet in herken.

      Het leek de goede kant op te gaan. Maar ik had buiten de terreur van sociale media gerekend, gevuld met gepolijste vrouwen die van hun uiterlijk een businessmodel maken. Alsof ze verder niet iets hoeven te zijn. Je zult maar in deze tijd opgroeien. Het verbaast me niets dat veel meisjes zich niet herkennen in die spiegel. Zich niet thuis voelen bij die beelden. Dat ze liever non-binair zijn. Dat er een epidemie aan angststoornissen is bij jonge vrouwen. Hoe keren we dit? Laten we andere spiegelbeelden gaan maken. Liefst zo dat er echt wat te kiezen is. 

      De afbeeldingen zijn afkomstig uit een verzamelmap Libelle uit 1938.

      Deze tekst is onderdeel van mijn maandelijkse nieuwsbrief waarvoor je kunt inschrijven door jouw e-mailadres hier in te vullen.

      elsebeth

      12/07/2025
      Uncategorized
    1. Tijdspanne

      Tijdspanne
      Over hoe alles verandert en in een andere vorm terugkeert

      Vorig jaar overleed mijn moeder. Mijn vader leeft al dertig jaar niet meer. Veel vrienden hebben het ook meegemaakt of zitten er nog middenin. De rolverwisseling, ouders die meer zorg nodig hebben, tot het zelfstandig wonen niet meer gaat. Dan de laatste fase waarin ze steeds brozer worden, steeds meer (moeten) loslaten en ze houvast zoeken in het verleden. Toezien hoe onherroepelijk het leven uit ze wegebt. En dan het moment dat onze ouders geen ouderen meer zijn maar uit de tijd zijn gegaan. 

      Gekleurde herinneringen

      Wat blijft zijn de gekleurde herinneringen van ooggetuigen en ervaringsdeskundigen. En de sporen die onze ouders nalieten. De spullen die we hebben verdeeld, de foto’s waarop we niet iedereen herkennen, de gewoontes die we hebben overgenomen en bijgeschaafd, hun uitdrukkingen. Zo vaak voel ik mijn moeder terug in mijn gezicht als ik iets zeg of doe. Of zie ik haar oogopslag bij mijn broers of zussen. De herinnering aan mijn vader is inmiddels vager, sommige trekken zie ik doorschemeren bij mijn zoon en soms vang ik een geur op die hem terugbrengt. Na dertig jaar heeft mijn vaders verhaal steeds meer de omlijsting van een anekdote gekregen, geduid en verpakt. Zo gaat dat dan, zou mijn moeder zeggen. 

      Mijn zoon heeft zijn oma alleen als oudere vrouw gekend. Hij heeft gemist hoe haar ervaringen haar hebben gevormd. Haar tijdspanne met daarin de oorlog, het katholieke gezin waarin ze opgroeide, de tragische dood van haar dienstplichtige broer in Indonesië, de naoorlogse vrijheid van mogen studeren om vervolgens als getrouwde vrouw niet te mogen werken, haar huwelijk met mijn vader, het moederschap, het lege nest… Levensfases vol ervaringen in de periode 1931- 2024. Een leven waarin allerlei ontwikkelingen op het wereldtoneel haar levensloop beïnvloedden. 

      Transitie

      Transitie maakt vanzelfsprekend onderdeel van een levensloop. Het startpunt van mijn moeders leven verschilt hemelsbreed met die van mijn zoon. Zoals haar blik gevormd is door de pijlers van haar tijd, mijn perspectief door mijne, groeit mijn zoon op in een aanmerkelijk andere tijd. Voor hem is het moeilijk voor te stellen hoe haar jonge jaren écht waren. Enkel vergeelde foto’s en een paar voorwerpen die hun functie verloren hebben, herinneren aan het tijdsgewricht van haar generatie. Als mijn moeder vertelde over haar belevenissen, probeerde ze haar jonge jaren weer tot leven te wekken. Maar ondanks de details die ze als ervaringsdeskundige wist te vertellen, had de tijdgeest haar ingehaald. Haar levenservaringen waren uit de tijd, geduid en van context voorzien. Verworden tot anekdotes en verpakt in boeken, terugblikken en analyses.

      Brug

      Op de brug tussen haar tijd en die van mijn zoon sta ik in het midden. Ik kan me nog enigszins inleven in haar tijd. Hoe ze de wederopbouw meemaakte, de bevrijding van nauwe normen, de sociale mobiliteit; ze leefde in een tijd waar alles mogelijk leek. Een stukje daarvan kreeg ik mee, tot de donkere jaren ’80 waarin de contouren van deze tijd zichtbaar werden. Koude oorlog, wapenwedloop, werkeloosheid, Thatcher/Lubbers/Reagan, schoudervullingen en interieurs in de harde kleuren zwart, rood en wit. De intrede van het begrip ‘marktwerking’, waar we nu de gevolgen van ervaren. Een tijdgeest waarin welzijn een equivalent werd van welvaart en consumentisme. Ik kan nog getuigen hoe het hyperkapitalisme vanzelfsprekend werd. Kinderen van nu kennen niet anders. Tijdens de tijdspanne van mijn moeder is de brug vele malen overschilderd, gerenoveerd en inmiddels vervangen.

      Nu ben ik wees en sta ik niet meer in het midden. Mijn tijdslijn schuift gestaag door naar de andere kant van de brug. Daar denk ik daar liever niet aan. Veel vrienden liever ook niet. 

      grafiek

      Deze tekst is onderdeel van mijn maandelijkse nieuwsbrief waarvoor je kunt inschrijven door jouw e-mailadres hier in te vullen.

      elsebeth

      10/06/2025
      erfgoed, mens
    2. Tweeling

      Tweeling

      In het rariteitenkabinet, ergens geposteerd tussen de vrouw met de baard en de lilliputter, zit de tweeling naast elkaar. Wie is nou wie? Voor veel mensen is een tweeling een bijzonder fenomeen. Niet alleen zijn ze voor wetenschappers een prachtig observatieobject, ook de gewone eenling wil weten of mensen die sprekend op elkaar lijken ook hetzelfde zijn.

      Want hoe uniek ben je eigenlijk? Zie daar de tweeling. Het duo praat hetzelfde, beweegt hetzelfde, houdt van dezelfde dingen. En toch is er iets anders. Hoe intrigerend is dat?

      Eigenheid

      Enerzijds willen mensen uniek zijn, anderzijds niet al te anders dan de rest. Individualiteit is een basisbehoefte die gepaard gaat met het ontdekken van je identiteit. Al als peuter ontdek je dat je een eigen ‘ik’ hebt. Je gaat jezelf vergelijken met anderen en ontdekt wat bij jou past. Eenmaal opgegroeid kun je laten zien wie je bent en weet je het antwoord op allerlei vragen. Ben je man, vrouw of geen van beide? Waar val je op? Wat geloof je? En vertel eens: houd je meer van de Beatles of de Stones? Het antwoord bepaalt vaak of je ergens bij hoort of niet. De vraag die eronder ligt: wat is eigen aan jou?

      Hoe zit dat bij tweelingen? Als je zoveel op elkaar lijkt, wie ben je dan als individu? Als je vanaf de verwekking samen bent, hoe ontwikkel je dan jouw identiteit?

      “Ben je eeneiig?” “Ooit wel”, zeg ik dan. “Heel even, jij?”

      Wederhelft

      Als ‘helft’ van hoor ik de bezoekers van het kabinet verzuchten, met een zweem van verlangen in hun stem: “Jullie zijn nooit alleen.” Voor de tweeling is de zoektocht naar die ene met wie je volledig kan versmelten, helemaal niet nodig. Adequaat communiceren gaat moeiteloos, een blik zegt alles, woorden zijn zelfs overbodig. “Jullie hebben toch telepathisch contact?” Lariekoek natuurlijk.

      De gezamenlijke geboorte garandeert een eeuwig vergelijk. Hoe vanzelfsprekend het voor de eenling is om op je eigen merites beoordeeld te worden, voor een tweeling is dat een ongewoon cadeautje. De zoektocht naar een eigen identiteit is een strijd, waarbij de ander ook in de weg staat. Overal ligt rivaliteit op de loer. Hoe onderscheid je je van die ander en ontwikkel je je eigenheid terwijl je over dezelfde talenten beschikt? Dat is best een lastige opgave. Veel tweelingen trekken het op een gegeven moment niet meer en breken met elkaar, voor altijd of voor even. Ik had het ook nodig om een tijdje los te zijn. Anders zat er weinig anders op dan een levenslange veroordeling tot elkaar, keurig gedresseerd in een rariteitenkabinet.

      Individu

      Hoe is het leven voor hen die het allemaal in hun eentje ontdekten? Die als kind niet altijd een speelkameraad voorhanden hadden? Die niet een eigen brabbeltaaltje hadden voor ze de taal van de wereld leerden kennen? Die niet al jong levensvragen – ook de taboes – aan elkaar toetsten? Maar vooral, hoe is het om een individu te zijn? Om dit te ontdekken stapte ik uit het rariteitenkabinet.

      Nature – Nurture

      Wie ben ík eigenlijk? Mijn zus heeft dezelfde genen, zijn we hetzelfde? Nou, toch niet helemaal. In de genen zijn eigenschappen latent aanwezig, maar de omstandigheden bepalen welke zich manifesteren. Voedsel, klimaat, opvoeding, gezin, ziekte — dergelijke factoren spelen een belangrijke rol. Uit onderzoek naar tweelingen die na de geboorte zijn gescheiden blijkt dat, gemiddeld genomen, de helft van onze eigenschappen zich openbaart vanwege omgevingsfactoren en de andere helft uitsluitend vanwege DNA. Al is bij sommige eigenschappen de genetische component sterker dan bij andere. Bijvoorbeeld, een kenmerk als IQ wordt voor 75 procent door de genen bepaald en slechts voor 25 procent beïnvloed door de omgeving.

      Als jij zus, dan ik zo

      Hoe jouw eigenschappen zich schikken gedurende jouw vormende jaren is afhankelijk van allerlei factoren. Mijn zus en ik groeiden op met dezelfde kenmerken in hetzelfde gezin. Wat typeert mij? Ook hier is regelmatig onderzoek naar gedaan – niet toevallig vaak door een helft van een tweeling. Wat blijkt, onbewust onderscheidt een tweeling zich al jong van elkaar. Ik gok vanaf het moment dat het ‘ik’ zich presenteert, dus vanaf de peutertijd. De interactie tussen elkaar, de rolverdeling, doet daarbij een flinke duit in het zakje. Waar de een de ene eigenschap accentueert, benadrukt de ander wat anders. Waar de een zus is, zoekt de ander de zo. Mensen in je omgeving doen ook mee. “Wat ben je [vul een willekeurige eigenschap in], dat zie ik je zus nog niet doen”, “Zij is duidelijk [eigenschap+er] dan jij”. Je gaat ernaar leven. Het vormt je.

      Spiegel

      Waar begint de een en eindigt de ander? Als ik oude foto’s bekijk, kan ik pas vanaf de kleutertijd onderscheiden wie wie is. Mijn moeder had een truc. De een droeg het ene jaar altijd blauw en de ander rood. Zo wisten mijn ouders in één oogopslag wie van het stel wie was. Wanneer mijn moeder de kleuren wisselde weet ik niet, dus voor mij blijft het gissen.

      Nog zoiets – je kent het vast wel, dat je je niet meer weet of je iets herinnert uit de eerste of tweede hand, vanwege een foto of anekdote. Van veel jeugdherinneringen weet ik niet zeker of het mijn eigen herinnering is. Had ik die jurk aan, of mijn zus? Maakte zij het mee, of ik? Het alsmaar samen zijn, het spiegelen, zorgde voor een vereenzelviging van herinneringen.

      Kijk, hoe schattig!

      Toen we jong waren kregen we vaak een bijzondere rol. In het kerkkoor, zongen wij de solo als duo. Wij ‘mochten’ het cadeau aanbieden namens de school tijdens de trouwerij van de leerkracht. Wij, de schattige want identieke meisjes. Gaandeweg drong het tot me door: ik ben alleen speciaal als koppel. Al sta ik in het volle licht: ik blijf ongezien.

      Mezelf zijn

      Ik ben een aantal jaar uit de buurt van het rariteitenkabinet gebleven. Ik ontdekte hoe heerlijk het is om een individu te zijn. Ik kon mijn ding doen zonder erbij stil te staan of mijn tweelingzus het al deed. Ik kon eigenschappen ontplooien die ik eerder minder ruimte gaf. Het gaf me individuele vrijheid.

      Maar al met al hoort mijn zus bij me en is ons tweelingschap onderdeel van mijn verhaal. Dus trekken we er weer regelmatig samen op uit. Dat mensen meteen aan het vergelijken slaan, vind ik nog steeds niet leuk. Maar het is een fact of life. Het is de kunst om eigenheid te ervaren zonder elkaar uit het oog te verliezen. Ondanks het spiegelend glas van het rariteitenkabinet.

      Deze tekst is onderdeel van mijn nieuwsbrief van april.

      elsebeth

      28/04/2025
      mens
    3. Lente

      Lente

      Laat ik jullie vertellen over Demeter. Wat heeft ze het druk. Het is weer die tijd van het jaar dat het koren op het veld zijn weg zoekt naar de zon. Geduldig tovert Demeter prachtige bloemen tevoorschijn. Zo eert ze het leven. Dat is in de winter wel anders, dan zit ze thuis te mokken, rouwend om haar jonge dochter, die ze zo moeilijk kan loslaten. Helemaal ongelijk heeft ze niet – iedere winter verliest ze haar oogappel aan een sombere man die het zonlicht schuwt. Welke moeder wenst haar kind niet wat beters toe? 


      Persephone

      Het verhaal gaat dat alles begint met Zeus, bij wie Demeter een dochter krijgt: Persephone. Met recht een mooie meid te noemen. Dat ziet Hades ook, de god van het dodenrijk valt meteen als een blok voor haar. Wanneer het lieve kind bloemen plukt in het veld, ontvoert hij haar naar de donkere onderwereld. (Ja ja, de goden schuwden het schaken van een minderjarige niet.)

      Demeter is plotsklaps haar meisje – kore in het Grieks – kwijt. Haar verdriet is ondraaglijk. Mismoedig ontvlucht ze het godenrijk. Zonder Demeters zorgzame aandacht verdort de aarde, niets wil meer groeien. De mensen lijden honger. Zeus ziet dit allemaal met lede ogen aan en concludeert: dit kan zo niet langer. Hij stuurt zijn zoon Hermes naar het schimmenrijk met de opdracht zijn dochter met haar moeder te herenigen. Maar voordat Persephone met Hermes mee naar boven gaat, eet ze zes pitten van een granaatappel die de sluwe Hades haar gegeven heeft. (Vrouwen en appels — wat is toch?) De regel is: als je iets eet uit het dodenrijk kun je niet meer terug. Wist zij veel. Hiermee is haar lot en dat van de aarde bezegeld. 

      Seizoenen

      Vanaf nu behoort Persephone zes maanden per jaar toe aan Hades. Daar heeft ze zich maar in te schikken. De overige maanden is ze bij haar moeder. De vreugde van hun hereniging zien we ieder jaar in de lente terug en duurt twee seizoenen. In de herfst daalt Persephone weer af naar het donkere onder en neemt ze haar plaats naast Hades in als godin van het dodenrijk. Demeter zich terug en de aarde wordt koud van haar verdriet.


      Onderdeel van mijn lentebrief op Substack.

      elsebeth

      25/03/2025
      verbeelding
    4. Over beeldvorming en lichaam en lust

      Over beeldvorming en lichaam en lust

      Feminisme gaat eigenlijk altijd over het innemen of terugwinnen van terrein. Terrein dat je niet gegund is of moest opgeven – alleen maar omdat je vrouw bent. Het vrouwelijk lichaam is zo’n terrein. Hoe haar lichaam oogt en wat het dient te doen en te voelen is — hoe gek het ook klinkt — onderwerp van debat. Laat ik dat duiden en nuanceren.  

      In de afgelopen weken ontstond er onder vrouwen een discussie naar aanleiding van de erotische film Babygirl van Halina Reijn. Of de film al dan niet feministisch is. De film, gemaakt door een vrouw, draait om een vrouwelijke ceo. Ze heeft een goed betaalde baan met macht en onderdanige seks met haar stagiair. Haar man weet haar niet tot het hoogtepunt te brengen, een dominante jonge god wel. Uit de reacties op de film bleek dat het als feministisch statement werd gezien dat Reijn de vrouw toont als lustvol wezen. 

      Lust

      Ook in een hit onder vrouwen, het geestige All Fours van Miranda July, geniet de vrouwelijke (naamloze) hoofdpersoon van seks. Het boek handelt over een vrouw van 45 die in het voorstadium van de overgang zit. Ze verwacht dat ze minder sexy en aantrekkelijk gevonden zal worden en dat brengt een seksuele revival bij haar op gang. In een seksuele herbezinning laat het hoofdpersonage los wat in de beeldvorming als typisch vrouwelijke seks wordt gezien, namelijk behagend, gericht op verbinding en liefde. Seks waarbij de vrouw haar lichaam als smakelijk object al dan niet bewust inzet om tot die intimiteit te komen.

      Haar ronde welvingen van bil, borstpartij en been, haar zachte, gladde huid en zoete geur. Bij veel vrouwen is zelfobjectivering onderdeel geworden van seksplezier. Al jong leren vrouwen — uit al die films, boeken, tijdschriften en talloze opmerkingen — dat ‘de man’ bepaalde lichaamsonderdelen als lustopwekkend ervaart. Nu de hoofdpersoon in All Fours denkt dat ze niet meer zo appetijtelijk is, krijgt haar seksualiteit een nieuwe dimensie. Wanneer ze het blote bovenlijf ziet van een jonge man met wie ze wandelt, brengt dat bij haar de ‘mannelijke’ seks van objectivering op gang. Terwijl ze fantaseert over wat dat smakelijke lichaam kan doen, raakt ze op drift. July beschrijft gloedvolle seks die getuigt van creativiteit, verbeeldingskracht en humor. Haar hoofdpersonage masturbeert erop los en minnespeelt volop met mensen van allerlei leeftijden en geslachten — aan werken komt ze niet meer toe. Een van de boodschappen in het boek is dat vrouwen zich willen verbinden met anderen, maar lust ook kunnen ervaren zonder die hang naar liefde. Al blijkt gaandeweg het verhaal dat dit niet helemaal lukt.

      Eva’s erfzonde

      Het tonen van vrouwen met zelfzuchtig seksueel plezier wordt als een feministisch statement gezien. Onze cultuur kent immers een lange geschiedenis van controle en onderdrukking van de vrouwelijke seksualiteit. Mannen vonden de lust van vrouwen zo bedreigend dat ze hele religies optuigden om haar vermeende seksuele drift in te dammen en te beheersen. Met de mythe van de vagina dentata (de vulva met tanden die mannen castreert) tot het scheppingsverhaal waarin Eva snoept van een sappige appel en vervolgens de hele erfzonde op haar schouders moet meezeulen; en dat terwijl ze slechts uit een rib van Adam voortkwam. Waarom is haar lust zo bedreigend? Nou, het lichaam van een vrouw dient de maatschappij. Ooh wee, als ze haar lichaam verliest aan promiscuïteit en lustigheid. Voor je het weet, weet je niet meer wie de vader is van haar vrucht en dan hebben we de poppen aan het dansen. 

      Voor de heersende macht (die al eeuwenlang in de handen van mannen ligt) werd het lichaam van de vrouw een politiek instrument en moesten de schoten van vrouwen van bovenaf bestuurd. Voor mannen werd seks een recht, voor vrouwen een plicht. Vrouw, wees vroom en dienstbaar. Die bemoeienis ging zover dat vrouwen sinds mensenheugenis moeten ervaren dat wat er in hun buik groeit wel hun verantwoordelijkheid is, maar ondertussen toch niet van hen is. De ontwikkelingen in de VS in de afgelopen jaren tonen hoe nauw de scheidslijn ligt tussen zelfbeschikking op dit vlak en politieke inmenging – en hoe snel het de verkeerde kant op rolt, een gevaarlijke ontwikkeling die ook Europa op dendert. 

      Het lichaam is politiek

      Omdat het vrouwelijk lichaam politiek terrein is, is het terugwinnen van het lichaam een onderwerp voor vrouwelijke kunstenaars. Zo zag ik vorig jaar in Museum Arnhem een tentoonstelling met recente aankopen. Een zaal was gevuld met ‘feministische’ kunst. Ik zag werk met vrouwelijke lichamen, referenties naar baarmoeders en vulva’s. Het zijn beelden die ik al ken, met dat verschil dat het nu was gemaakt door vrouwelijke kunstenaars. Ik snap waar het vandaan komt, maar ik vind daar ook wat van. De kunstenaar is van sekse veranderd, maar de beeldvorming kantelt niet mee. Nog steeds wordt haar lichaam getoond als een dienstbaar object. Musea kiezen vaak juist dit soort kunst als ze vrouwelijke kunstenaars uitlichten.

      Hoe zeer verlang ik naar de dag dat het bij een tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars niet draait om hun lichaam en wat dat lichaam doet en teweegbrengt. Helaas voelt het resetten van deze beeldvorming als ploeteren door de modder. De weg is lang en gaat in kleine stapjes. 

      ben ik mooi genoeg?

      In het verhaal van July werkt de hoofdpersoon zich op de sportschool uit de naad om te voorkomen dat haar ronde billen peervormig worden. Want alleen dan ben je in de ogen van de ander aantrekkelijk. In het echte leven zien we dat bij Babygirl terug. Hier speelt Hollywoodster Nicole Kidman de hoofdrol. De actrice is de vijftig ruimschoots gepasseerd maar heeft een jong ogend lichaam vanwege allerlei gladtrekkende ingrepen. En ze speelt een succesvolle vrouw van midden veertig die jonger oogt vanwege allerlei gladtrekkende ingrepen. Dat wringt. Meer Hollywoodactrices passen hun lichaam aan. Waarom vinden die actrices dat nodig? Verkopen deze actrices minder films als ze er leeftijdsconform uitzien? Waarom eigenlijk? Wat doet het met beeldvorming over ouder wordende vrouwen? En, in hoeverre kantelt Reijn met de keuze voor Kidman nou echt de beeldvorming? Uiteindelijk pikt ze er slechts een klein aspect van het te herwinnen terrein uit, op een manier die — niet toevallig — goed verkoopt: sex sells. Oké – ik slik mijn teleurstelling weg – kleine stapjes. 

      eenduidige beeldvorming

      Het doet me verdriet dat een vrouw in de beeldvorming nog zo vaak wordt gereduceerd tot haar lichaam. Hou toch eens op, denk ik dan, want hier herken ik me totaal niet in. Ik vind het fantastisch dat mijn lichaam een kind heeft gedragen. Ik koester het, maar ik bén niet alleen lichaam. In de buitenwereld wordt mijn lichaam gezien als ‘vrouwelijk lichaam’ met een eigen betekenis. Ik weet hoe het wordt beoordeeld: op aantrekkelijkheid, op nut. En ik ken de afrekening als die eigenschappen niet meer gelden—als vrouw van ‘zekere’ leeftijd. Maar voor mij persoonlijk is mijn lichaam alleen voor mij van belang. Of ik gezond ben, kan bewegen, maken, denken, kijken, zingen, leven. 

      Waarom zie ik zo weinig gelaagde vrouwen terug in onze culturele uitingen? Ze zijn er wel, maar mondjesmaat. Miranda July doet dat voor een deel, maar ik denk vooral ook aan auteurs als Elisabeth Strout, Rachel Cusk, Anne Enright en Alice Munroe. Al vertellen ze wel verhalen met thema’s waar vooral vrouwen zich in herkennen. De vrouwelijke personages hebben dromen, wensen, ambities en dadendrang. Ze zijn goed én fout, net als echte mensen. Als we over de seksekloof van verhalen kijken heeft een mannelijk hoofdpersoon vaker een meerduidig karakter. Zijn lichaam speelt nauwelijks een rol en je kunt je met het personage identificeren, ongeacht je sekse. Dit is een artistieke vrijheid die vrouwen ook meer mogen innemen, wat mij betreft.

      Heb geduld, denk ik dan, kleine stapjes. Alleen verliezen die heel snel terrein. Een conservatieve wind hoeft maar even te waaien en we zijn weer terug bij af. 

      elsebeth

      30/01/2025
      maatschappij, media, mens
      kunst, maatschappij, sekse
    5. Ordenen

      Ordenen

      STRUCTUUR

      Welke soort het ook is: het sorteert en schikt. Overal is het een jewelste van op- en verdelen. Talloze systemen en structuren zijn voorhanden, sterker nog: we zitten er letterlijk vol mee. Het zit verankerd in ons DNA. Neem de rij van Fibonacci: 0-1-1-2-3-5-8-13-21- enzovoort. Een wiskundige ordening die je terugvindt in allerlei biologische systemen: hoe planten en diersoorten groeien, hoe de blaadjes van een varen zich ontvouwen, hoe een bijenpopulatie toeneemt, in de structuur van een dennenappel, en ga zo maar door. Ook de meetkundige verhouding de gulden snede – al bekend in de Oudheid en door veel mensen als esthetisch ervaren- is hiervan afgeleid. En dit is dan maar één wiskundige structuur die in en om ons aanwezig is.

      TEGENSTELLING

      Als ik ga ordenen, begin ik vaak met sorteren op soort: geel bij geel en rood bij rood. Vervolgens zet ik het in tegenstellingen apart.  Klein of groot, licht of donker. Wel zo overzichtelijk. De volgende stap is rangschikken. Leg wat knopen of munten neer en vraag me het te organiseren. Geheid dat ik dat doe van klein naar groot, van licht naar donker of van minder waard naar meer.

      META

      Op metaniveau zie ik een samenleving die op allerlei manieren geschikt is. Of het nu een wereldje in het klein is of de samenleving als geheel: overal zie je het terug. Met tegenstellingen als jong of oud, vrouw of man, rijk of arm en of seks zus of seks zo. Omdat ordenen bij de mens zo ingebakken zit, willen we ook de dingen die zomaar gebeuren – de boze buitenwereld- terugbrengen tot een herkenbaar opdeelsysteem.

      SCHIKDRANG

      Kortom, ook in het grotere geheel heerst rangschikdrang. Maar al gauw komt het neer op: jij doet wel mee en jij niet. Het bepaalt tot welke tree van de maatschappelijke trap jij mag klimmen en telt tot welke groep je behoort mee. Jouw opleidingsniveau, sekse, kleur of religie doen ertoe. En niet onbelangrijk: aan die rangen zijn rechten en plichten verbonden, waarbij de hoogste rang meer rechten heeft en de laagste meer plichten.

      PIKORDE

      Vrijwel iedereen wil bij de bevoorrechten van de groep horen. Daardoor houdt zo’n systeem zichzelf in stand. Veel mensen streven naar een plekje op een hogere tree, want – is de gedachte – dan beschik je over meer geld, status en invloed op hoe je je leven kunt inrichten. 

      Velen geloven dat ze die plek bereiken door inspanning. Het credo luidt: “Kwaliteit komt altijd bovendrijven”. Maar is dat wel zo? Hoe beland je eigenlijk op de hoogste plek binnen de pikorde? Vaak moet je voldoen aan een aantal kwalificaties. Opvallend is dat die competenties meestal zijn bedacht door een beperkt deel van de groep, niet toevallig net dat deel dat zelf die kenmerken heeft.

      POSITIEVE DISCRIMINATIE

      Laat ik een voorbeeld geven van een rangorde waar onze maatschappij nog altijd diep mee doordrenkt is. Een tijd geleden bedacht een klein groepje mensen dat je om mee te mogen praten man, opgeleid en/of in het juiste nest geboren; het soort nest dat ze zelf maar al te goed kenden. Op een gegeven moment bleek het niet zo handig systeem, want wie niet aan die specifieke voorwaarden voldeed, deed niet mee. En dat waren er nogal wat. Vrouwen, bijvoorbeeld. Arbeiders. Mensen met een andere kleur. Bij elkaar opgeteld mocht een flink deel niet meepraten.

      KWALITEIT

      Die mensen werden het zat en gingen protesteren. Er kwam beweging op gang, al duurt veranderen lang. Stukje bij beetje zijn de eigenschappen waaraan je moet voldoen opgerekt. Toch hoor je voortdurend zorgen over de capaciteiten. Want krijg je met ‘al dat andere volk’ wel het beste? Je hoort ‘kwaliteit’ opvallend vaak in één adem met ‘positieve discriminatie’. Want is dat wel zo’n goed idee? Gaat het niet ten koste van kwaliteit? Komen mensen er dan wel op eigen kracht?

      Opvallend vaak zijn het de mensen die al een positie hebben die die vragen stellen. Op zichzelf is dat best ironisch: diezelfde groep heeft decennialang de vruchten heeft geplukt van positieve discriminatie, zonder dat het zo genoemd werd. En nu ze een beetje moesten opschikken, klinkt er gemor. Je kunt die brutale omdraaiing gerust zien als slimme framing.

      ZOOTJE ONGEREGELD

      Desalniettemin is het herschikken al een tijdje aan de gang. Het kolkt en gonst tegenwoordig. Met talloze op identiteit gebaseerde discussies die in de kern gaan over: ”Tel je mij ook mee?” Omdat sekse, etniciteit, seksuele geaardheid er al zo lang toe doet, zijn dit de lijnen waarlangs het debat zich afspeelt. 

      Best een ingewikkeld gedoe eigenlijk. In de samenlevende verzameling mensen zijn er steeds meer deelverzamelingen, in de hoop dat we straks minder soorten nodig hebben.

      Ondertussen blijf ik verlangen naar een tijd dat we minder namen nodig hebben om elkaar te schikken.

      elsebeth

      15/06/2024
      verbeelding
      maatschappij, mens
    6. Phi pffff

      Phi pffff

      Als het angstzweet je vroeger uitbrak bij de wiskundeles en sindsdien al jouw poortjes zich direct sluiten als er een wiskundige formule voorbijkomt, geef ik je een waarschuwing vooraf. Het organisatiesysteem dat ik beschrijf is door wiskundigen beschreven en uitgerekend. Wat blijkt: wiskunde staat helemaal niet ver van je af en is letterlijk in en om je heen te vinden. Sterker nog, in de natuur barst het van systemen die op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen lijken te hebben maar toch eenzelfde logica hebben. Mensen gebruiken deze patronen als leidraad en zetten ze in om allerlei vraagstukken op te lossen. 

      FIBONACCI-REEKS

      Een van de bekendste is deze reeks getallen: 0-1-1-2-3-5-8-13-21-34-55-89- et cetera. In de dertiende eeuw beschreef Fibonacci, een Italiaans wiskundige, deze ogenschijnlijk willekeurige ordening. Je vindt het terug in allerlei biologische systemen: in hoe planten en diersoorten groeien; hoe de blaadjes van een varen zich ontvouwen; hoe een bijenpopulatie groeit; in de structuur van een dennenappel en ga zo maar door. Deze rangschikking is evolutionair bijzonder succesvol.

      A+B=C | B+C=D | C+D=E | ET CETERA 

      Mensen passen deze reeks op allerlei manieren toe, bijvoorbeeld bij voorspellingen van economische trends of bevolkingsgroei. Het cijfert als volgt: als je de twee opvolgende getallen bij elkaar optelt, krijg je het volgende getal. En er is meer: als je een getal deelt door het voorgaande getal is de uitkomst ongeveer (de natuur voelt zich kennelijk meer thuis bij de rekkelijken dan de preciezen) 1,618…, dit getal wordt aangeduid met de Griekse letter phi (p).

      GULDEN SNEDE A + B STAAT TOT A ALS A STAAT TOT B 

      Omdat phi op zoveel plekken terug te zien is, zagen sommigen er het oog van God in – het gulden getal. Phi is ook de verhouding van de gulden snede, de Griek Euclides beschreef deze berekening zo’n driehonderd jaar voor Christus in zijn Elementen. Al eeuwenlang passen kunstenaars – waaronder Leonardo da Vinci – en ontwerpers deze verhouding toe in hun werk, je vindt de maatvoering terug in Romeinse gebouwen tot in de console van PlayStation.

      Hoe zit de gulden snede in elkaar? Als de korte zijde 1 is, is de lange kant 1 x phi. Een rechthoek uit de gulden snede is op te bouwen uit vierkanten waarvan de afmetingen van de vier zijden zijn als de opeenvolgende getallen van de Fibonacci-reeks. 

      MENSELIJKE VERHOUDINGEN

      De esthetiek van de gulden snede klopt voor mensen intuïtief. Niet zo gek als je je bedenkt dat je het overal om je heen terugziet. In planten, dieren en zelfs de verhoudingen in het menselijk lichaam komen aardig overeen met de gulden snede. Meet bijvoorbeeld de lengte en de breedte van jouw hoofd. Waarschijnlijk benadert dit de verhouding 1 staat tot 1,618 (denk rekkelijk). Of meet de verhoudingen in je armen: hand-onderarm-bovenarm: hoe verhouden die zich tot elkaar? Dikke kans dat je jezelf weet terug te brengen tot een fijne rekensom. Joh, wij, de dieren en planten hebben zoveel meer gemeen dan je denkt. Dat schept wat mij betreft wat perspectief op het grote geheel. Kortom, wiskunde oninteressant? 

      elsebeth

      14/06/2024
      column, kunst, onderwijs
      column, kunst, onderwijs
    7. De adem van het publiek

      De adem van het publiek

      Bestaat kunst ook zonder de ander: de kijker, luisteraar of lezer? En als het is gemaakt: Hoeveel moeite gaat de toehoorder doen? Wat vraag je van jouw publiek? Wat is de toeschouwer bereid voor jou te doen?

      John Cage

      In dit verband denk ik aan het muziekstuk van John Cage: 4’33”. Het getal refereert aan de minuten stilte die de pianist ten gehore brengt. Cage heeft publiek nodig voor dat werk: zonder de luisteraar zou het er niet zijn. In de beslotenheid van zijn werkkamer is het meditatie of een oefening in mindfulness; pas met publiek krijgt het zijn vorm. Dan pas klinken de geluiden die de uitvoerder en publiek veroorzaken als muziek. Dan pas wordt de toehoorder een luisteraar.

      Als Cage nog geen bekendheid had verworven, had hij kunnen roepen: “Joehoe, kom je luisteren naar een uitvoering waarbij de pianist stil blijft?” Maar dan waren alleen zijn familie en beste vrienden komen opdagen. Dat is ook wat waard, maar waarschijnlijk wilde hij meer. Er ook zijn brood mee verdienen.

      En als toeschouwers nodig zijn: Aan hoeveel heb je genoeg? Is een publiek van tien mensen genoeg? Eén? 4’33” bestaat net zo goed als alleen zijn familie komt luisteren. Of als het een duet is van de pianist en de luisteraar. Hetzelfde bij literatuur, dat is een een-tweetje tussen auteur en lezer.

      Verkoper

      Helaas is er een uitgever nodig om dat boek aan de man te brengen. Of – in Cage’s geval- de platenproducent, de concertzaal, de hele rataplan. Of de galeriehouder, curator, de subsidiegever.

      Daar gaat het wringen. Je betreedt de wereld van de verkoper. Hoe groter het publiek, hoe meer geld er valt te verdienen. Maar wat doet waardering met jouw ontwikkeling als kunstenaar? Dialoog kan jouw ontwikkeling stuwen, maar ook stilleggen omdat je niets anders meer durft te doen dan wat de toeschouwer al kent. Hoe blijf je vrij bewegen als de stem van het publiek zo luid klinkt?

      Vrijheid

      Cage heeft de weg naar de verkopers succesvol afgelegd, voor hij publiek voor dit stuk vond. Hij behield zijn durf. Hij verwierf status en dat gaf hem de ruimte om vrij te zijn. Wat een heerlijk privilege.

      elsebeth

      20/05/2024
      kunst, verbeelding
      column, kunst
    8. Wereldjes

      Wereldjes

      Laatst beleefde ik een open deur inzicht. Dat inzicht luidt: elke soort heeft zo zijn eigen wereldje. Daarmee doel ik niet op alle verschillende circuitjes en ons-kent-onderonsjes, maar denk ik aan die enorme verscheidenheid van dier- en plantenwereldjes, waar onderling ook van alles gaande is. Wat een fijn inzicht is het; het relativeert de boel enorm.

      Achtbaan

      Er is een onbevattelijk groot universum met ontelbare sterrenstelsels: geen idee wat er allemaal gebeurt, maar dat er van alles gebeurt, staat buiten kijf. Allerhande moleculen in verschillende combinaties van atomen zweven langs zwarte gaten en botsen bij het passeren tegen allerlei andere moleculen en ruimteschroot. Ontelbare lussen in een eeuwig rijdende achtbaan.

      (Toen ik een keer het intermenselijke verkeer niet meer overzag, kreeg ik de tip om in gedachten steeds verdere omtrekken te maken: vanaf het plafond, voorbij het dak, vanaf de Rijnbrug steeds verder de hoogte in tot ik ergens in een puntje tussen de sterren was beland. ‘Laat ze maar’, kreeg ik als advies mee. Dat lukte tot ik weer vaste grond onder de voeten kreeg en met de bus naar huis moest)

      Ook in het klein is overal ontzettend veel aan de hand. In verschillende spanwijdtes, van klein tot groot, in korte en lange levens. Al is wat kort of lang is maar net hoe je er tegenaan kijkt; welk ritme bij jouw soort hoort. Hoe dan ook, het leven ontpopt en doet. Het ontstaat en het sterft. Elke variatie met zijn eigen codes.

      Elkaar ruimte gunnen

      Of je nu in een roedel wolven bent of in een mierenkolonie: elk wereldje heeft zo zijn eigen gedoetjes, stel ik me zo voor. En dat is niet per se een pretje. Je zult maar toevallig de vleugelloze werkster zijn. Of een alsmaar uitdijende koningin. Stel je al die karakters en persoonlijkheden in zo’n mierenvolkje eens voor. Hoeveel ruimte gunnen zíj elkaar?

      Of stel je voor dat je bent geboren als een gierzwaluw en niet bepaald sportief. Die vogels vliegen weleens tien maanden achtereen. Ze doen werkelijk alles fladderend, zelfs het bedrijven van de liefde. Te kijk voor iedereen.

      Onderaards stelsel

      Of wat te denken van al dat sappige gefluister tussen bomen? Ook zij schijnen met elkaar te communiceren in een schimmig onderaards stelsel van verbonden draden. Wat wordt daar zoal besproken? Wat nou als de een de ander niet ligt? Er is daar – naar mijn weten- geen deur om hard achter je dicht te slaan als je het even gehad hebt met elkaar. Je zult maar die beuk zijn die in de schaduw van een andere boom verpietert; omdat net jij tussen die megalomane eik en breedgeschouderde tamme kastanje bent geland. Je hebt het er maar mee te doen. Vind daar maar eens de ruimte voor je eigen ontplooiing.

      Dus, ja…
      Of …

      Je hoeft er niets voor te doen

      Je bent een rode kater en je krijgt een bak liefde over je heen. Zomaar. Terwijl je de hele dag niets hoeft en doet, behalve af en toe verlekkerd zuchten terwijl je wat rekt en strekt. Zo kan het ook natuurlijk.

      elsebeth

      02/04/2024
      column
      column, maatschappij
    9. Internationale mannendag

      Internationale mannendag

      Over communicatie

      Onlangs was het Internationale Vrouwendag. Mooie berichten kwamen voorbij op de sociale media met steunbetuigingen aan vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, femicide, onveiligheid op straat enzovoorts. Ik las een bericht van een politicus waarin hij aandacht vroeg voor de meisjes en vrouwen die op straat worden lastiggevallen met nafluiten en intimidatie. Ik las steunbetuigingen aan vrouwen en wat het voor vrouwen betekent om zich onveilig te voelen. Niets mis mee zou je denken.

      Mwah. Er viel me namelijk iets op in al die berichten. In geen van die alinea las ik de woorden ‘mannen’ en ‘jongens’. Nergens. Nergens stond: “Hoe gaan we ervoor zorgen dat jongens en mannen stoppen met het intimideren, nafluiten en ongevraagd betasten van meisjes en vrouwen? De berichten gingen over slachtoffer zijn, maar nergens over dader zijn.

      Voorkomen van gedrag

      Ik pleit voor een Internationale Mannendag, waarin we aandacht vragen voor de problemen die met name mannen veroorzaken: onveiligheid op straat, seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer, enzovoorts. Want in de kern is dit eerder een mannenprobleem dan een vrouwenprobleem. Pas als we het ook als zodanig gaan benoemen kunnen we gerichter beleid en wetten maken om dit gedrag te voorkomen. Over welke mannen hebben we het? Wat kenmerkt een pleger? Wat veroorzaakt deze problematiek?

      En bij een volgende campagne: spreek de plegers (en hun omstanders) directer en duidelijker aan op hún gedrag. Als je mannen niet direct bij dit onderwerp betrekt, denken ze dat de boodschap niet op hen is gerichtDe kunst in zo’n campagne is om dit negatieve gedrag op een constructieve manier te agenderen. Ik ben ervan overtuigd dat dit kan. En moet. Want zolang je de doelgroep niet bereikt, los je het probleem niet op.

      elsebeth

      25/03/2024
      column, maatschappij
      column, maatschappij, sekse
    10. Culturele vorming

      Culturele vorming

      Ik neem je even mee terug naar de jaren zeventig. Plaats van handeling: een Twents dorp. Veel boerenland waar populieren groeiden en een klompenfabriek. Een plek waar handelaren van oudsher goed boerden, vanwege de ligging aan de Regge. Ik groeide op in een tijd waarin de verzuiling nog duidelijk aanwezig was; het kleine dorp had twee katholieke scholen, een hervormde én een School met de Bijbel. Ik zat op de Mariaschool, een school die nog maar kort niet meer alleen voor meisjes was.

      Meisje –> handwerkles

      Wij, de meisjes, kregen een keer per week handwerkles terwijl de jongens op zolder met een hamer en zaag aan de gang gingen. Ik leerde nauwgezet borduren, breien en haken. Tijdens de pauze sloop ik met mijn tweelingzus en paar vriendinnetjes naar boven waar we ons jaloers vergaapten aan de handigheidjes die de jongens kregen aangeleerd.

      De school stond naast de katholieke kerk. Mijn zus en ik zongen in het kinderkoor, we mochten regelmatig met onze “hoge blokfluitstemmetjes” voorzingen. “Uit vuur en ijzer, zuur en zout, zo wijd als licht, zo eeuwenoud, uit alles wordt een mens gebouwd en steeds opnieuw geboren.” Ik ging niet graag naar de mis maar hield wel van zingen. In de zesde klas ging helaas een rol in de musical aan mijn neus voorbij. Iets wat ik eigenlijk nu pas snap. Juf Anja wist namelijk dat mijn ouders wel het belang en lol van culturele vorming inzagen en dat ik al allerlei kansen kreeg op dat vlak. Het merendeel van mijn klasgenoten niet.

      Mijn ouders waren liefhebbers van cultuur en kunst, ze hadden het perspectief en de middelen. Dus ik kreeg algemene muzikale scholing en zat als kind ook jarenlang ‘op ballet’, mijn moeder reed ons in eerste instantie nog naar een naburig stadje totdat juf Corry in ons dorp één balletklasje met hooguit tien meisjes tussen de zes en veertien jaar kon vullen. Het lukte Corry dit een paar jaar vol te houden.

      Diepe indruk maakte de vertoning van Bambi op een groot scherm in het dorpshuis. Dat was de enige keer dat er in mijn kindertijd in de buurt een bioscoopfilm vertoond werd.

      Vrijplaats

      Ik herinner me vooral het grote geluk dat ik vond op de zolder van de Hervormde school. Gedurende een paar middagen mocht ik daar als katholiek kind naartoe. Het was de hemel op aarde. Hier was een heuse werkplaats, er stond een grote drukpers, er was klei, er was verf. Wat een weldaad. Alles kon hier, je kreeg de kans om vrij aan de slag te gaan en alles uit te proberen. Er zal wel een begeleider bij zijn geweest, er zal wel enige structuur in die ontdekkingstocht zijn geweest, dat kan niet anders. Maar wat een wereld opende zich voor mij daar op die zolder. Die vrijheid, die kansen, wat een ongekende rijkdom was dit voor mij als kind. Helaas was het allemaal van korte duur. Inmiddels snap ik wel waarom, het zal wel weer een centenkwestie geweest zijn. Niet rendabel genoeg voor sommige mensen.

      Maar wat gun ik iedereen zo’n zolder.

      elsebeth

      20/03/2024
      verbeelding
      column, kunst
    11. GROUNDHOG DAY

      GROUNDHOG DAY

      Op de een of andere manier is de tijd een lus, lijkt het wel. ‘k Verdiep me deze ochtend in het leven van voor de oorlog. Een tijd waarin de samenleving volledig verzuild was. Allemaal clubjes die tussen elkaar leefden maar wel allemaal in parallelle samenlevinkjes naast elkaar leefden met elk hun eigen vereniging, omroep, krant, godsdienst en tradities. Waarin het wij-zij denken vooral de eigen groep moet versterken, in een maatschappij waarin veel mensen arm waren en houvast zochten. Zo dansten de socialisten elk jaar rond de boom en vierden ze de arbeid in de optocht op 1 mei. Gingen de katholieke mensen alleen naar dito scholen, winkels enzovoorts. En de protestanten naar de hunne. Want ooh weeh, hoed u voor de ander.

      Daartussen kon antisemitisme gewoon bestaan, want toch van een hele andere club, die joden. De antisemitische denkwijze was ergens eeuwen geleden opgeborreld uit woede voor dat wat Jezus was aangedaan en jaar in jaar uit smeuïg aangedikt en opgediend. Zoveel haat is nergens goed voor. Nu zien we hoe moslims zo’n zelfde lot krijgen toebedeeld. De kracht van verhalen zou je cynisch kunnen stellen.

      Kerken gebruikten verbeeldingskracht wel meer om wiggen te drijven tussen mensen, zo zijn de meisjes bij voorbaat zondig want lekker en dus dienen ze te worden begrensd tot moeder de vrouw. Al drukt onze tijd je op de feiten: dat het niet de kerken, maar de mensen waren die die kerken bedachten en bestuurden.

      Nu de meesten onder ons na de grote bevrijding vanaf de jaren zestig – Hoera, geen thuisblijfplicht na het trouwen! Stromend genderwater in regenboogkleuren! Geen man in een jurk met een boekje die jou in je eigen huis de les leest: waar was u afgelopen zondag, zondaar! – dan eindelijk grotendeels van het juk van de kerk met hun mennekes (ooh arme vrome lieden met hun zelfverheerlijking) verlost zijn, gaan mensen doodleuk zich weer opsplitsen en verengen in allerlei clubjes en vechten ze elkaar de tent uit vanwege een piepklein kenmerk van hun identiteit dat ze tot grote proportie opblazen om daar vervolgens van alles aan vast te knopen. (Al ben ik er nog niet over uit of ‘ze’ vooral die ander opbreken in een klein brokje identiteit of zichzelf) Zoals daar zijn sekse, kleur, politieke gezindheid, klimaat en of de aarde nou rond is of plat. Zelfs de kerk maakt een comeback, hoorde ik iemand zeggen.

      Kom op bosmarmot: blijf uit je eigen schaduw! Vooruit!

      elsebeth

      22/10/2023
      column, maatschappij, mens
      column, maatschappij
    12. Het sociale construct van gender

      Het sociale construct van gender
      Simone de Beauvoir schreef het al: “Je bent niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt”. En dat denk ik nou ook. Mannen en vrouwen verschillen niet zoveel. Ja, lichamelijk is er wel een verschil en dat zal ook op gedrag invloed hebben. Maar dat staat in geen enkele verhouding tot de grote kloof die door de eeuwen heen gecreëerd is tussen de twee. Gender is toch vooral een sociaal construct.

      Culturele spiegel

      Zo’n sociaal construct is een stapel eigenschappen en kenmerken die als een culturele spiegel zijn. Sommige eigenschappen zijn helder geformuleerd en andere vullen ongezien de ruimtes tussen de woorden. Het is een kader dat invloed heeft op wat je doet en laat, waar je kansen ziet en waar niet.

      Allerlei wetenschappelijk onderzoek laat zien dat verschillen in kunde en gedrag niet zo binair zijn, er is sprake van een as waarlangs sommige eigenschappen wat vaker voorkomen bij vrouwen en anderen bij mannen. Het drukst is het in het middengebied van de as. Wat blijkt, het verschil tussen mensen onderling is groter dan dat tussen vrouwen en mannen. De een houdt meer van koekjes en de ander van taart.

      Een vrouw is dus óók een sociaal construct. Hé, een man net zo goed. En hier mis ik wat mannelijk perspectief op de zaak. Mijn ervaring is dat vrouwen bij zelfreflectie meteen hun positie in de samenleving, hun rol ten opzichte van de ander onder de loep nemen. Onderwerp is wie ze zijn als persoon, moeder, vriendin, maar ook op wiens schouders ze staan en hoe dat invloed heeft op wie ze nu zijn. Ook mannen doen aan zelfonderzoek, maar mijmeren over wie ze zijn en doen in het grotere verband van een samenleving? Daar hoor ik ze zelden over. Welke rol de groep waartoe ze behoren in de geschiedenis heeft ingenomen en wat dat betekent voor hen, nu? Kortom, welke fundamenten er staan onder het huis waarin hij leeft. Ik constateer een enorme blinde vlek bij ‘de man’. Het is als de dode hoek van een vrachtwagenchauffeur.

      Onze geschiedenis kent vele dieptepunten, maar vrouwenhaat is er toch duidelijk een van. Sterker, het is nog steeds niet ver weg. Hoe verdrietig is het voor vrouwen in Afghanistan waar de misogynie zo openbaar en boosaardig is. Religie blijkt maar al te vaak een kanaal voor dit perverse gedrag van mannen. Maar ook in een kleinere vorm en dichterbij is het aanwezig, de treiterijen die vrouwelijke politici ervaren vanwege hun vrouw-zijn is slechts een van de vele voorbeelden.

      Met elkaar veranderen

      Seksisme is als racisme. Dit jaar is de invloed van slavernij op wat mensen die in hun familie een geschiedenis hebben van tot slaafgemaakten onderwerp van gesprek. Deze pijn ijlt nog generaties na en dat niet alleen, de blik van onze voorouders heeft ook onze blik gekleurd. Bewustwording van dat wat was, benoemen, erkennen van dat wat nog speelt is een eerste stap in een veranderingsproces, wat een gezamenlijke weg moet zijn.

      Ik haal dit aan omdat een soortgelijk proces ook in het seksisme debat van belang is. Onderzoeken, erkennen, benoemen is essentieel. Maar omdat mannen zich niet verantwoordelijk willen voelen voor de capriolen van andere mannen, is praten over de rol van mannen in de geschiedenis en hoe dat nu nog reflecteert bij hen vaak taboe. De privileges die daarbij horen, het verschil in perspectief, hoe de kaarten zijn geschud. Ze schieten al gauw in het defensief. En dat begrijp ik ook wel. Het is lastig schakelen tussen jezelf als individu en het sociale construct waartoe je behoort. Zeker als je er niet direct een belang bij hebt. Maar dat belang hebben mensen wel degelijk allemaal. Pas als ook mannen meepraten over dit onderwerp, zich verantwoordelijk voelen voor verandering, kunnen we wat poorten afsluiten en nieuwe openen.

      elsebeth

      06/06/2023
      maatschappij, mens
      maatschappij, sekse
    13. Een kamer voor jezelf

      Een kamer voor jezelf

      In het essay Een kamer voor jezelf verwondert Virginia Woolf zich over de ergernis van mannen over vrouwen. Hele boeken hebben ze vol geschreven over vrouwen en wat ze wel en niet zijn. Vooral heel veel niet. Zij stelt dat mannen dubbel zo groot willen zijn omdat dat de macht vasthoudt. Ze kunnen zich alleen zo groot voelen als dat wat er om hen heen is klein is. Daarom willen ze vrouwen als inferieur zien, alleen zo kunnen ze dat beeld van zichzelf in stand houden, denken ze. Vrouwen fungeren als een spiegel om henzelf groter in te reflecteren. Het essay is van een eeuw geleden maar een aantal van deze mechanismes zien we nu nog steeds.

      Grootspraak

      Wat Woolf niet beschrijft is dat vrouwen daaraan meewerken. Vrouwen die mannen een hand boven het hoofd houden, excuses geven, ach het zijn mannen, zo zijn ze, en zo meer. Willen vrouwen mannen graag overschatten, vraag ik me dan af? Terwijl dat toch voor beide seksen geen pretje is, lijkt me. Mannen die zichzelf voortdurend moeten overschreeuwen om aan verwachtingen te voldoen. Niet voor niets plegen zoveel meer mannen dan vrouwen zelfmoord, hebben zovelen problemen met een verslaving enzovoorts. Me dunkt dat het hen behoorlijk wat kost om zich zo groot te maken. Terwijl ze in een normaal formaat ook bestaansrecht hebben. En meteen zoveel leuker zijn.

      Maar ik herken dit ook, het is moeilijk om iets kritisch over mannen te zeggen. Omdat je gewend bent dat je dan op een of andere wijze wordt ondermijnd, geridiculiseerd, je bent een zeur, seksloos en zo meer. Maar ook omdat je nou eenmaal met mannen leeft, bevriend met ze bent. Mannen waar je van houdt of waar je mee kan lachen of praten. Het voelt dan zo lullig om kritisch te zijn op de rol /positie van mannen in het grotere geheel.

      Meten met twee maten

      Ergens is dat raar want als mannen in onze cultuur iets goed kunnen is het kritisch zijn op vrouwen, er zit regelmatig weinig tussen een onrealistisch fenomeen en een bitch zijn. Ze doen het dus zelf wel. En toch voelen veel vrouwen zich bezwaard als zij mannen een spiegel voorhouden. Terwijl de kritiek eigenlijk alleen gaat over wat mannen in een patriarchale samenleving elkaar en vrouwen aandoen. Het gaat niet om de individuele man, je beste vriend, je zoon, je broer, de man die je na staat en die je op de eerste plaats gewoon als mens ziet.

      Benoemen is nog steeds lastig, en is een van de redenen waarom de weg naar gelijkheid tussen de seksen om zo’n enorme lange adem vraagt.

      Jezelf groter willen maken ten opzichte van die ander is een menselijke karaktertrek. Uiteindelijk heeft dat weinig van doen met de natuur van mannen (hoop ik, maar ben er ook niet zeker van) maar meer met wie de macht heeft en wil behouden en wie niet.

      Dat schept ook weer perspectief.

      elsebeth

      06/06/2023
      maatschappij, mens, verbeelding
      maatschappij, sekse
    14. Zicht op de binnenplaats

      Zicht op de binnenplaats

      Buren. Op de eerste lentedag komen ze weer tevoorschijn. Ik hoor ze. Ik ruik ze. De buurman steekt de barbecue aan, het stel in het bovenhuis achter – nog zonder kinderen – geeft een feestje, een buurvrouw houdt van zingen. Ik raak bekend met hun ritmes en gewoontes. Als ik alleen in mijn tuin zit, volg ik onbedoeld en met enige gêne hun gesprekken.

      Bij fotojournalist Jeff loopt zo’n zelfde situatie uit de hand. Het is bloedheet als hij met zijn been in het gips thuis zit. In zijn rolstoel achter het raam van zijn appartement in New York kijkt hij uit op een binnenplaats, waaraan een aantal woningblokken grenzen. De bewoners hebben de ramen van de huizen wijd open gezet en de fotograaf kan de dagelijkse gang van zijn buren goed volgen.

      Rear Window

      James Stewart speelt Jeff in de meesterlijke Hitchcock klassieker Rear Window, een veelvuldig geciteerde speelfilm uit 1954. Hij is getuige van een moord in zijn woonblok. Althans dat denkt hij, maar is dat wel zo? Ik weet het niet meer, ik heb de film meerdere keren gezien en ik vergeet elke keer weer hoe het afloopt. De film is zo goed, dat dát er weinig toe doet.

      Het verhaal speelt zich af op een oppervlakte van ongeveer vijfentwintig vierkante meter, het decor is een vrij letterlijke vertaling van een binnenplaats in Greenwich Village. Jeff kijkt uit op de tuintjes en de rommelige achterkanten van de woningen. De façades van de panden zijn uit het zicht. Zou hier dan het ongekuiste leven te zien zijn? Achter een smalle steeg vangt hij nog een glimp op van de drukte van de stad. Zijn enige contact met de buitenwereld is de telefoon en drie bezoekers: de verpleegster, een bevriende detective en zijn elegante vriendin Lisa, gespeeld door Grace Kelly.

      Perspectief

      Dit begrensde decor vormt het perspectief van de hoofdpersoon. Zijn blik vertelt het verhaal, letterlijk en figuurlijk: zijn kijkrichting, zijn karakter en zijn gemoedstoestand bepalen wat hij ziet. De setting staat vast en het camerastandpunt is beperkt. Weinig dynamisch zou je zeggen. Toch wel, deze ingrediënten gebruikt Hitchcock ,‘The Master of Suspense’, virtuoos in een gelaagde spanningsopbouw. Waarbij de grote vraag is: klopt het wat Jeff meent te zien?

      Meestal is de fotojournalist van huis, hij reist de wereld over voor zijn foto’s. Hij vreest het gevaar niet, zijn laatste opdracht leverde hem een gebroken been op. In zijn werk is Jeff als een fly on the wall onzichtbaar aanwezig. Thuis heeft zijn leven zich vernauwd tot de kleine biotoop van de binnenplaats. Ook hier kan hij – met zijn fototoestel met telelens- onopgemerkt observeren. Waar hij eerder in naam van de journalistiek het leven registreerde, wordt hij nu een voyeur die zijn verveling probeert te verdrijven.

      Zeventig jaar geleden vond men gluren nog ongepast – voor de zekerheid meld ik het even. Het voyeurisme van de hoofdpersoon gaf de film een ondeugende twist; hoe immoreel is hij eigenlijk zelf? Als je je bedenkt hoe dun tegenwoordig de scheidslijn tussen publiek en privé is, zien we dat nu anders. Sterker nog: wie ben je eigenlijk als je niet bekeken wordt?

      Herkenbare verhalen

      Aanvankelijk is de fotograaf slechts een afstandelijk waarnemer. Maar al snel raakt hij betrokken bij zijn onbekende buren en geeft hij ze namen. In eerste instantie lijkt er weinig te gebeuren op de binnenplaats, pas als hij inzoomt blijkt er van alles te spelen. Je ziet de levens van de buren met kleine en herkenbare verhalen, die ook de thema’s van het hoofdpersonage reflecteren. In het blok woont een pianist die hetzelfde liedje keer op keer speelt, vindt hij het ooit goed genoeg? Zijn buurvrouw is een danseres. Ze ontvangt mannen die ongegeneerd haar getrainde lichaam bewonderen, is dat hoe ‘Miss Torso’ hogerop wil of moet komen? Aan de overkant woont ‘Miss Lonely Heart, een vrouw alleen. Ze dekt voor twee. Heeft ze de liefde niet toegelaten en doet ze nu dan maar alsof? In een appartement naast hem komen ‘Newly Weds’ wonen die niet van elkaar af kunnen blijven. Het duurt niet lang of de gordijnen zijn steeds langer open en Jeff hoort hun eerste ruzie. Tegenover hem woont een handelsreiziger met zijn vrouw. Je ziet een huwelijk in zijn nadagen: een bedlegerige vrouw en een vaak afwezige man.

      Romantiek mag in een Hollywoodklassieker niet ontbreken. Jeff twijfelt of hij zich moet binden aan zijn ogenschijnlijk perfecte vriendin. Lisa’s wereld is mondain en zijn carrière – ergens op de wereld maar niet daar- vertegenwoordigt voor hem het echte avontuur. Als kijker denk je dat ze voor elkaar gemaakt zijn. Hij denkt van niet. Kijk je wel goed naar haar, Jeff?

      het kleine schuilt in het grote

      De setting vind ik prachtig. Je kijkt naar mensen die toevallig naast elkaar wonen. Wat ze in elk geval gemeen hebben is dat ze dezelfde binnenplaats delen. Maar dit kleine oppervlak is ook het toneel van grote contrasten. Je ziet mensen die vol in het leven staan naast mensen die verloren ogen. Mensen die pas in gezelschap opleven naast mensen die zichzelf prima vermaken. Er wonen succesvolle mensen wiens carrière al staat en mensen die er nog moeten komen. Mensen die de liefde willen vinden, anderen die elkaar hebben gevonden en degenen bij wie de vlam is gedoofd. Het bestaat allemaal naast elkaar. Hoe het leven kan zijn, klinkt door in verschillende toonsoorten. Deze schakering ontroert me.

      Nu de fotograaf nauwelijks afleiding heeft, gaat hij grote verhalen in het kleine zien. Waar is de ziekelijke vrouw ineens gebleven? Wat doet haar echtgenoot met die grote koffer? Heeft hij deze nodig voor zijn beroep of zeult hij daarin een lijk weg? Jeff bijt zich vast in een verhaal en ziet alleen de aanwijzingen die zijn beeld bevestigen. Is het tunnelvisie of klopt zijn intuïtie? Jeff is dynamiek gewend- hij wil wat meemaken. In hoeverre kleurt dat zijn blik? Ziet hij wat hij meent te zien omdat hij wil dat er wat bijzonders voorvalt of gebeurt het ook echt? Zijn bezoekers nemen zijn gedachtespinsels met een korreltje zout. Hij bijt zich steeds verder vast in zijn overtuiging en gaandeweg krijgt hij ze mee.

      Rear Window geeft niet alleen een mooi sfeerportret van een verdwenen tijd, de klassieker zet je ook over de huidige tijd aan het denken. De kernvraag in de film is: klopt het wat de hoofdpersoon meent te zien? Diezelfde vraag kun je stellen bij een fenomeen als complotdenken, dat na de isolatie in de coronaperiode zo’n vlucht heeft genomen, aangezwengeld door de informatiebubbels op sociale media en de opkomst van nepnieuws en AI. Deze actuele ontwikkelingen vragen veel van ons kritisch vermogen, een haast onmogelijke opgave. Waarheen sturen jouw overtuigingen jouw blik? Welke aanwijzingen bevestigen jouw kijk? Welke tekens heb je gemist? Is het zo simpel als het lijkt? Of ingewikkeld? Soms wel. Maar vaak ook niet. Ook Jeff heeft het niet altijd bij het rechte eind.

      In het volle licht

      Als Hitchcock alle ingrediënten heeft opgediend, versnelt het plot. Jeff intervenieert in de levens van zijn buren, met de hulp van zijn bezoekers en de telefoon. Waar aanvankelijk de taferelen binnenshuis plaatsvinden en de bewoners alleen gericht zijn op hun eigen bezigheden, maken ze nu onderling contact en worden ze zich bewust van wat er bij de buren gebeurt. Jeff blijft ook niet langer onopgemerkt bij de verdachte buurman. De gebeurtenissen stapelen zich op, de tijd gaat sneller en we bewegen richting een spannend slot. Nu zullen we het weten: heeft de buurman zijn vrouw omgebracht?

      Hoe Rear Window eindigt? Het is al even geleden dat ik de film heb gezien en zoals gezegd, ik weet het niet meer. Ik herinner me wel dat Lisa het avontuur niet schuwt (zie, de fotograaf en zijn elegante vriendin zijn voor elkaar geschapen). Ze gaat op onderzoek uit en ondertussen moet Jeff vanuit zijn stoel toezien hoe Lisa – niet echt voor de gelegenheid gekleed in een chique lichtgekleurde jurk – zichzelf in gevaar brengt, terwijl hij fysiek niet in staat is haar te helpen. Dat moet voor een mannelijk filmpersonage uit die tijd een harde dopper zijn. Ik weet nog dat het allemaal goed afloopt, het blijft tenslotte een Hollywoodfilm. Eentje die staat als een huis, ook na zeventig jaar.

      elsebeth

      26/05/2023
      kunst, maatschappij, taal, verbeelding
      film, kunst
    15. Netwerk

      Netwerk

      Hoe alles met elkaar verbonden is en elementen op elkaar inspelen. Hoe je van hier naar daar gaat en welke routes je daarvoor neemt. De keuzes die je neemt en waar die dan toe leiden.

      De andere weg terug als die ene weg allang is afgesloten.

      Welk middel je gebruikt om te communiceren, wat daarvoor nodig is en wat er gebeurt als dat hapert en de verbinding stilvalt.

      De samenhang tussen het een en het ander. De connectie die je legt en de verbanden die je ziet, ook als die er helemaal niet blijken te zijn. Waar paden samenkomen of uiteenvallen. Op welk punt je bent als je het overzicht verliest.

      De mensen die je kent, of juist niet terwijl je ze wel zou moeten kennen. Zij die je verder helpen en zij die je stil doen staan.

      Je directe kring en hoe die uitwaaiert in allemaal naaste kringetjes, die dan jouw verderop kring is. Waar je wel eens van hoort, maar die je verder niet kent.

      elsebeth

      23/05/2023
      kunst, mens
    16. Mondriaans werkelijkheid

      Mondriaans werkelijkheid

      Gisteren was ik met mijn museumvriend naar een expo over Mondriaan in Winterswijk. Mondriaan voldoet aan het beeld van de kunstenaar bij wie al van jongs af aan duidelijk is dat dit is wie hij is. Iemand die vanaf jonge leeftijd wilde tekenen, schilderen. Het onontkoombaar talent spat er van af en hij doet er alles aan om dit verder te ontwikkelen.

      Wat maakt zijn werk goed? Waaraan zie je dat? Ik denk aan de trefzekerheid van dat wat hij doet, het kijken, het maken van keuzes en daar consequent in zijn. Oké, op de tentoonstelling zie je alleen die werken die bewaard zijn, de tekeningen en schilderijen die hij op jonge leeftijd heeft gemaakt en wilde bewaren; al die mislukte pogingen, het geploeter en gezoek, wat er toch echt geweest moet zijn: dat krijg je niet te zien. Zijn successen vormen ons beeld over hem als wonderkind. We zagen schilderijen uit zijn jonge jaren, en die zijn allemaal raak. Je ziet het schilderplezier ook. De lol van dat wat er gebeurt als je verf op het doek zet, de wereld die ontstaat, de keuzes die het je laat. Bij dat plezier gaat het eigenlijk niet zozeer om het onderwerp: het gaat om verf, vlak, kleur, toets, contrast, compositie.

      De gang naar het latere abstracte werk ligt al in het werk besloten. Al bleef het tafereeltje herkenbaar, hij bracht de werkelijkheid terug naar vorm. Je ziet hoe graag hij een beeld met het zetten van consequent gerichte toetsen opbouwt – als het niet zo revolutionair zou zijn geweest, is het niet meer dan logisch dat hij naar dat abstractieniveau is gegaan. Je ziet hoe hij zoekt naar de vorm, afbakenen en kadering is leidend. Wat ontstaat er als je jezelf beperkt? Hoe creëer je dan spanning? Hoe ontstaat een beeld dat de blik vangt, stuurt en vasthoudt? Het vraagt wat om zo consequent te zijn in je keuzes terwijl je zo’n enorm palet tot je beschikking hebt.

      In Mondriaans vroegere werk zie je een interpretatie van de werkelijkheid, met de in die tijd gangbare romantische blik. In zijn latere werk abstraheert hij de werkelijkheid zodanig dat er een geheel nieuwe werkelijkheid ontstaat, één die alleen maar op dat doek bestaat en nergens anders te vinden is. Zie hier de revolutie. <

      Tegenwoordig kleurt Mondriaans weergave van de werkelijkheid ook de echte wereld. Zoals in Winterswijk waar tot vervelends toe het blokschema van Mondriaan te zien is, ze zijn duidelijk trots op hun oude inwoner. Op de prullenbak een plakplastic schilderij van Mondriaan, in de etalages Mondriaan behang. Als het zou kunnen, zou hij zich omdraaien in zijn graf, met dat voorbehoud dat ik niet weet hoe de man zou aankijken tegen de commerciële uitingen die in deze tijd zo met ons leven zijn verweven.

      De schematische werkelijkheid zoals Mondriaan het toonde op het schildersdoek, is inmiddels onderdeel van onze vocabulaire. Mondriaan en zijn kunstenaarsvrienden hebben een referentiekader geschapen dat niet meer weg is te denken. Het conceptmatig denken in de kunsten is gemeengoed. In de jaren ’80 kwamen Mondriaan en de zijnen zelfs de huiskamer binnen, waar mensen hun interieur gingen inrichten met veel wit, grijs en zwart, en accenten in primaire kleuren: nou ja, dat had voor mij niet echt gehoeven.

      (gezien: Villa Mondriaan in Winterswijk, Mondriaan: de familie (nog te zien tot 27 oktober 2023)

      elsebeth

      08/05/2023
      kunst, maatschappij
    17. Weemoed

      Weemoed

      Als ik langs een speeltuin loop en kijk naar de overgave van spelende kinderen, bekruipt weemoed me. Eerst de glimlach die het me ontlokt. Waarop ik me meteen een voorstelling maak van de angsten en verwachtingen die in die lijfjes huizen. En besef hoe het allemaal nog open ligt. Dat het verhaal nog zoveel kanten op kan. De ontroering die ik voel als ik me bedenk dat ze aan het begin staan van alles. Nog zo losgezongen zijn van ervaringen.

      Herinner je de tijd dat je tiener was, een jonge twintiger, toen alles mogelijk leek? Dat een ontmoeting een geheel eigen verhaal zou kunnen gaan leiden? De opwinding van het niet weten wat er ging gebeuren met de volle overtuiging dat die dag alle kanten op kon. Dat tomeloze verlangen naar eerste, nieuwe, waarachtige ervaringen. Hoe dat je vleugels gaf en alles omlijste met een sprankelend licht. Dat alles opzuigende van onbevangen zijn.

      Dat gevoel kan ik zo missen. En als ik in die weemoed beland, mis ik de overtuiging dat de relativering en mildheid die ouder worden meebrengt ook winst is. De opvattingen die ergens een midden hebben gevonden. Omdat je inmiddels wel weet dat alles twee kanten heeft. Of meer dan twee. Tot vervelends toe komt die nuance. Dan kan ik blij zijn dat ik ook boos blijf om dezelfde dingen als waar ik me eerder kwaad om maakte. Dat dat niet verandert.

      Ik merk dat ouder worden ook betekent dat ervaringen alvast beginnen te rollen naar een vakje in mijn brein. Dat het begin van een gebeurtenis vasthaakt aan een eerder moment met al de gevoelens en ideeën die je er toen bij had. Dat je aan het vergeten bent hoe het is om iets met nieuwe ogen te zien. Omdat het op iets lijkt wat je al kent. Erger nog: dat juist de herhaling tot tevredenheid stemt. En je moet bekennen dat het bekende je als een warm dekentje geborgenheid biedt. Voor je het weet trekt gezapigheid je in te comfortabel denken. En als je eenmaal op die plek bent beland, wacht de verveling je op.

      Is dat de reden dat mensen zich willen verliezen in extreme ervaringen? In een of andere verslaving? Een nieuwe liefde? Of dat anderen het juist zoeken in de soberheid? In het kleine, in het naar binnen gaan, naar het hier en nu, naar al die dingen? Zoom je uit of zoom je in?

      Uiteindelijk moet je jezelf nog weten te verrassen, denk ik. Maar hoe doe je dat dan? Als mij die weemoed bekruipt – ik moet bekennen dat me dat vaak gebeurt: zou dit nu de midlife crisis zijn?- voel ik me bevoorrecht dat ik in elk geval houd van dingen maken. Dat er op die plek nog steeds iets nieuws gebeurt. Een idee hebben, een gedachte, een beeld en daarop voort. Kennelijk is dat hetgeen me drijft en me op de been houdt. Je zult maar zonder komen te zitten.

      elsebeth

      06/06/2022
      mens, taal
    18. In de herberg

      In de herberg

      In de herberg zie ik ze zitten om de grote tafel.Er zijn erbij die gewoon het woord nemen wanneer ze iets willen vertellen; ze worden niet onderbroken.Zij overschreeuwen zichzelf niet. Alsof dat nooit nodig is geweest en ze als vanzelf een plek in het geheel hebben. Daar hoeven ze niets voor te doen, ze zijn er.

      Ze hebben niets te verliezen, te winnen of te bewijzen, zo lijkt het wel. Hooguit ten opzichte van elkaar.

      Ik hoor een golf luid gelach waarbij ze slaan op tafels en knieën. Ze schudden achteloos de grappen die over hun rug gemaakt zijn, van hun schouders af. Het doet niets aan ze af. Dat denk ik te zien, althans.

      Dat vanzelfsprekende zelfvertrouwen, daar kan ik ze om benijden. Al weet je natuurlijk nooit zeker of het slechts spelers zijn in een thuiswedstrijd.

      elsebeth

      20/05/2022
      maatschappij, taal, verbeelding
    19. Handelingsonbekwaam

      Handelingsonbekwaam
      Wanneer is het de verkeerde kant opgegaan? Was het toen de dienstensector groter werd? Heeft het te maken met het neoliberalisme? Of werd het zaadje eerder gelegd tijdens de christen en sociaal democratie, de tijd waarin langzaam maar zeker het werkwoord ‘besturen’ meer ruimte kreeg dan ‘doen’? Feit is dat onze samenleving lijdt aan handelingsonbekwaamheid.

      Moderne fabriek

      Met de schaalvergroting van organisaties (want ooh zo efficiënt) ontstonden er allerlei extra bestuurslagen, bedacht door bestuurders die denken dat je enkel door te besturen de wereld draaiende houdt. Want dat is wat zíj graag doen, het is een kwestie van perspectief. Scholen, ziekenhuizen, gemeentes en andere organisaties kregen er een hoop leidinggevenden bij, die allemaal wat te managen wilden. Gevolg is dat steeds meer werknemers gebukt gaan onder het juk van de bestuurder die ijverig nieuwe procedures en mallen bedenkt waarin de door hem bestuurde mens zich moet voegen. Want is de gedachte, de werknemer is een machine met knopjes en hendels: de kantoortuin is een moderne fabriek. Ondertussen moet er van alles gemeten en bijgesteld. De administratieve last is enorm.

      Denken én doen

      In organisaties is denken en doen steeds verder uit elkaar gegroeid. Je hebt de mensen die mogen nadenken over hoe je iets doet en de mensen die handen en voeten moeten geven aan dat wat anderen hebben bedacht. Gaandeweg kregen zij die denken én doen steeds minder ruimte. Dit zijn de mensen die op een zeker abstract niveau met enig overzicht kunnen denken en die visie, idee en plan ook daadwerkelijk in handelen omzetten. Een vanzelfsprekend handelen dat voortvloeit uit kennis en kunde. Gaandeweg is de bewegingsruimte van leraren, verplegers, artsen en al die andere slimme doeners behoorlijk ingeperkt.

      Van deze groep is de autonomie afgepakt. Zij moeten zich voegen in steeds weer nieuwe regeltjes en rapportages en luisteren naar managers die meer verdienen en minder weten. Al is het verschil in inkomen waarschijnlijk niet eens het grootste pijnpunt. Echt wrang is dat de bedenkers van weer een nieuw protocol zich niet bewust zijn hoeveel wantrouwen hieruit spreekt tegenover mensen die heus zelf weten hoe ze hun eigen vak goed moeten uitoefenen. Niet voor niets zijn managers de meest gehate collega’s.

      Het marginaliseren van de slimme doeners heeft grote gevolgen voor onze samenleving, het is funest kun je rustig stellen. Bij deze beroepskrachten is niet alleen de autonomie afgepakt, ook kreeg hun vak minder status en is hun inkomen ergens blijven steken. Hierdoor kiezen steeds minder mensen voor dit werk, gaan ze liever wat anders doen en komen we ze nu te kort.

      Zet daarbij de trend dat academici het werk doen dat een hbo-er eerder deed, waardoor slimme doeners nog meer op een zijspoor zijn beland. Steeds meer mensen kiezen voor een universitaire studie. Niet voor niets, het geeft de meeste kans op een baan waarin je autonomie behoudt. Stilaan zijn academici overal.

      Rookgordijn

      Onderzoeken is het nieuwe doen. Een academicus leert heel wat, maar snel handelen staat niet per se bovenaan het lijstje. Je kunt je bij heel wat banen afvragen of op die plek een academicus de beste keuze is. Toetsen, monitoren en theorieën in modellen, procedures of adviezen vatten: dat kun je rustig aan ze overlaten, maar er komt maar weinig concreets uit de handen. Wel zijn er veel commissies die onderzoek doen naar prangende kwesties. En dat blijkt – ook voor de politiek- een handig middel om verantwoordelijkheid te spreiden, uit te stellen en vervolgens af te stellen.

      Zo is het zover gekomen dat onze samenleving lijdt aan handelingsonbekwaamheid. En dat het kan gebeuren dat er – onderzoek na onderzoek – nooit wat wordt aangepakt. Ondanks de aanwezigheid van bruisende ideeën en daadkrachtige creativiteit van al die slimme doeners die popelen om gewoon te doen waar zij goed in zijn.

      elsebeth

      04/05/2022
      maatschappij, onderwijs
    20. Kussen met een dichter

      Kussen met een dichter

      Mijn eerste vriendje was een dichter. Zijn dag begon met de gang naar de supermarkt om zes halve liters te kopen. Elke dag sjokte hij de trap op met in elke hand een plastic tas met het allergoedkoopste bier dat hij kon vinden, want drinken was voor hem vooral een praktische aangelegenheid. Met een pils in het bereik, vleide hij zich neder en begon hij in sierlijk handschrift met waartoe hij op aarde was. Dichten, op rijm.

      In gesprekken en zijn gedichten haalde de dichter graag de grote zaken des levens aan. Veruit favoriet was de dood en alles wat daar bij komt kijken. Op de tweede plaats kwam verraad, op de voet gevolgd door liefde. De jongeman was nog lang geen dertig maar al wel een echte kunstenaar, dat moge duidelijk zijn. Hij was een vertegenwoordiger in ware gevoelens, daar had hij er veel van, zoveel dat er dagelijks een meter bier aan te pas moesten komen om al dat grote voelen tot normale proporties terug te brengen. Het was een secure aangelegenheid om voor zijn dichtkunst de juiste staat van zijn te bereiken. Zo at hij overdag liever niet, dat zou afbreuk doen aan zijn roes. Zijn eerste maaltijd van de dag was dan ook meteen zijn laatste. Die nuttigde hij vlak voor het slapen gaan, als de dag toch geen geniale invallen meer zou brengen.

      Geen idee wat ik in hem zag. Als excuus kan ik opvoeren dat ik jong was en dat er in mij een romantische ziel huist. Luchtig was ons samenzijn geenszins. De dichter hield van drama. En dus ook van ruzie. Dat bracht elke dag de nodige reuring. De hele affaire duurde hooguit twaalf maanden, maar leek jaren in beslag te nemen. Een einde maken aan deze verbintenis was lastig omdat hij met grote (en heel veel) woorden dreigde zich van het leven te beroven als ik daar onverhoopt toe zou besluiten. Ergens was ik gevleid dat hij kennelijk zoveel van me hield. (Op de zaken vooruitlopend: toen ik dan toch maar dit risico had genomen, trok hij met een net zo’n groot gevoelen drie weken later bij een kennis in)

      Op een zondag bezocht ik hem in een klein Twents stadje, waar hij op het huis van zijn moeder paste. Ik was dat weekend op bezoek geweest bij mijn ouders daar niet ver vandaan. Mijn moeder had me voor op mijn Arnhemse studentenkamer twee hoofdkussens meegeven. De moeder van de dichter had een luxe badkamer dus de dichter en ik gingen in bad. Het duurde niet lang voor er heibel ontstond. Ik werd het zat, stapte uit het water, kleedde me aan en vertrok richting station met de zware weekendtas en twee hoofdkussens. De dichter stapte ook uit bad en liep mij achterna, poedeltje naakt. Ik duwde hem de twee donzen hoofdkussens in de handen. En zo dwaalden we door de verlaten straten van een stadje in zondagse rust. De dichter belde ergens aan om de weg naar het station te vragen. Ik zag hem staan, in zijn kleine billen, geflankeerd door twee grote kussens. De bewoner deed gauw de deur weer dicht. Niet veel later kwam een politieauto rustig naast ons rijden. Of we even mee wilden komen. We werden apart ondervraagd op het bureau. Daarna brachten de agenten van dienst het jeugdige stel weer terug naar het ouderlijk huis van de dichter. Het water in het bad was inmiddels afgekoeld.

      elsebeth

      31/03/2022
      mens, taal
    21. Gezellig

      Gezellig

      Gezellige Amerikaanse televisieseries spelen zich vaak af in een kleine gemeenschap. Het kan een bedrijf zijn met werknemers, een appartement waar meerdere mensen wonen, of een dorp op het platteland. Zo’n serie draait dan om de perikelen rondom een dokterspraktijk, een politiebureau, een groep huisgenoten of een ondernemende familie. Niemand wordt vermoord dus het blijft ook gezellig.

      Het zijn kleine gemeenschappen waar iedereen elkaar goed kent en mensen van buiten liefdevol worden opgenomen. Niet altijd meteen door iedereen maar in elk geval wel door de hoofdpersoon want dat is een door en door goed mens die vaak ook nog iets bijzonders kan. De sfeer is er een van ons-kent-ons, gemeenschapszin en schouders eronder.

      Wat verder opvalt is dat de karakters voorspelbaar zijn, vaak draait het plot ook om precies die herkenbaarheid. Elke aflevering is er iets aan hand -ja, duh- en alle personages reageren daar op te voorziene wijze op. Dat is logisch zou je zeggen, maar de karakters maken door de seizoenen heen weinig tot geen ontwikkeling door, ondanks alles wat ze meemaken met elkaar. Er is ook vaak een amoureuze verwikkeling gaande – gaan ze nou wel of niet met elkaar? – mocht de hoofdpersoon niet al lang heel gelukkig getrouwd zijn.

      Er is ook altijd een niet zo leuk personage. Die is bijvoorbeeld jaloers van aard, onaantrekkelijk, of heeft een teveel aan geldingsdrang; het zijn personages die in de echte wereld niet zo lekker in de groep liggen. Maar daar niet! Want in die series gaat het juist om elkaar nemen zoals je bent. Dat hoort bij gezellig. Ook de niet leuke mensen zijn onderdeel van de gemeenschap. Al is die ene een ontzettende onaangenaam mens en hoop je als kijker echt dat ie dood gaat of uit de serie wordt geknikkerd, toch is ie er het volgende seizoen gewoon gezellig weer bij.

      En dat is dan ook meteen de moraal van het verhaal. Zo zien de Amerikanen de wereld graag, denk ik dan. Of zo willen ze dat de kijkers de wereld gaan zien. Ach, misschien is er wel wat voor te zeggen. Maar goed, ondanks al dat harde werken van die acteurs, zijn we nog niet zo ver.

      (De volgende bijdrage over de wereld op televisie handelt over Scandinavische crimi’s en de Scandinavische voorliefde voor verhalen over samenspannende elites die hele onaangename dingen doen, liefst met kwetsbare vrouwen)

      elsebeth

      24/03/2022
      maatschappij, media
    1 2 3 4
    Volgende pagina

    contact

    bel, app of schrijf

    06 50 83 42 51

    post [at] elsebethhoeven.nl

    Pontanuslaan 68 Arnhem

    socials

    linkedin
    instagram
    substack
    © 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld