communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • communicatie
  • workshop
    • particulieren
    • organisaties
    • leerkrachten
    • leerlingen
  • kunst
  • blog
  • portfolio
  • Hoe goed te leven?

    Hoe goed te leven?


    Aristoteles stelde die vraag al tweeduizend jaar geleden. Zijn visie op moraal heeft talloze denkers beïnvloed. Voor hem was geluk het hoogste doel in het leven. Tot bloei komen door het potentieel dat in je zit te verwezenlijken, was volgens hem de route. Geluk stond voor hem voor gelukt zijn.

    Deugdethiek

    Om dat te bereiken, heb je deugden nodig. Hij onderscheidde twee soorten deugden die daarvoor nodig zijn. Intellectuele deugden zoals kennis, inzicht en gezond verstand. En karakterdeugden als rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing en wijsheid. Die ontwikkel je tijdens opvoeding en onderwijs. Rolmodellen wijzen je de weg, tot het een gewoonte wordt.

    Oordeelvermogen

    Oordeelsvermogen is de sleutel: inschatten of je het juiste doet op het juiste moment, de juiste plaats en op de juiste manier. Niet door regels routinematig toe te passen, maar door per situatie nieuwe afwegingen te maken. Elke deugd zit tussen twee uitersten. Een deugd als moed bijvoorbeeld beweegt zich tussen lafheid en roekeloosheid in. Wat het ene moment als laf gezien wordt, kan juist in een ander moment van moed getuigen. Een geoefend oordeelsvermogen helpt je om bij elke situatie de gulden middenweg te vinden.

    Moderne tijden

    Deugden zijn al eeuwenlang een inspiratiebron in verhalen en kunst. We zien personages met een dilemma, waarbij een deugd op de proef wordt gesteld. Vaak draait het plot om het vinden van de juiste weg. Eind goed, al goed.

    In veel moderne verhalen is de context veranderd. We leren hoofdpersonen kennen met een ronduit wankel moreel kompas. Soms zijn ze botweg slecht, toch leven we met ze mee en smullen we van de verdorvenheid van hun karakter. Denk aan Dexter, The Sopranos en – mijn favoriet – Mad Men: ook hier hebben de protagonisten dilemma’s, al bewegen die vooral tussen macht, geld en loyaliteit. De ‘juiste’ weg is inmiddels onbereikbaar.

    Misschien is de onderliggende vraag in deze verhalen: als wij ons zo graag inleven in hun worstelingen, wat zegt dat dan over de onze?

    elsebeth

    25/08/2025
    column, maatschappij, mens
    filosofie, kunst, maatschappij
  • Duurt eerlijk het langst?

    Duurt eerlijk het langst?

    We leren kinderen dat eerlijkheid loont. Toch verliest een klokkenluider haar baan en wint een liegende politicus stemmen. Hoe staat het heden ten dage met ons morele kompas?

    Al vroeg krijgen we te horen: niet jokken. Wees integer, oprecht en betrouwbaar: dan ben je goed bezig. Logisch, het is fijn samenleven op een plek waar mensen deugen en hun werk deugdelijk doen. Dus laten we dat dan doen, zou je zeggen. Spreek de waarheid en handel naar de feiten. Maar in de praktijk loont liegen vaak meer. Is het eigenlijk wel handig om eerlijk te zijn?

    Neem de buurman die gestolen spullen claimt bij de verzekering. Hij krijgt slechts een deel vergoed. De volgende keer verzint-ie er wat gestolen goed bij. Nu krijgt hij wel genoeg om de spullen te vervangen. “Als hij het doet, doe ik het ook – iedereen doet het.” Zie daar de geboorte van een fait accompli. De verzekeraar verhoogt de premie voor iedereen. Wie is hier de verliezer?

    We zeggen het een, doen wat anders

    Onze omgang met eerlijkheid is een vat vol tegenstrijdigheden. We zeggen dat we elkaar moeten vertrouwen, toch vormt wantrouwen de basis voor veel regels. We waarderen eerlijkheid hoog, maar belonen het zelden. We beweren op feiten te varen, maar voeden ons met meningenmachines. We stellen dat de waarheid altijd komt bovendrijven, terwijl we zagen aan de poten van instituties die aan waarheidsvinding doen. We roepen dat we eerlijk spel en gelijke verdeling willen, maar in de praktijk krijgen zij die veel hebben meer en zij die weinig hebben minder. Kortom, we zeggen het een en doen het ander.

    Vele tinten sjoemel

    Tussen eerlijk zijn en keihard bedriegen ligt een zee aan sjoemeltinten. We liegen allemaal wel een beetje, dat betekent niet meteen dat je geen integer mens bent. Een leugentje om bestwil – “die nieuwe jas staat je goed”, “nu even geen tijd, ben net onderweg”, “laten we gauw afspreken” – is nu eenmaal een smeuïg smeermiddel in het sociale verkeer. Vaak heb ik het niet eens door. En heb ik geen idee dat mijn visite mijn zelfgebakken taart met lange tanden heeft opgegeten.

    Ook in verhalen over onszelf zijn we niet helemaal zuiver. We kleuren ze net iets gunstiger (of ongunstiger als dat beter bij ons zelfbeeld past). We zijn bedreven in het bagatelliseren van ons aandeel als iets mis is gegaan. “Ach, de schade valt mee, het dak zit er nog op. Bovendien kon ik er niets aan doen. Ik kwam pas na de instructie binnen want jij gaf mij het verkeerde adres.” Omdat we liever wel eerlijk zijn dan niet, strooien we er een flinke snuf cognitieve dissonantie overheen.

    Het juiste antwoord vinden

    Wanneer ben je eigenlijk eerlijk? Is het de eerste reactie op een situatie, het eerste gevoel, of ontstaat eerlijkheid pas nadat er wat reflectie aan te pas gekomen is? Dat laatste, vermoed ik. Maar hoe vind je in die innerlijke poel van om aandacht vragende oprispingen het ‘juiste antwoord’? Introspectie is niet per se betrouwbaar. Ik ken de bekende groeven die bij reflectie als eerste boven komen drijven en steeds dieper worden maar al te goed. Water kiest de makkelijkste weg. Hoeveel kleine paadjes blijven onbetreden? Hoe dan ook vereist het oefening om je emoties, gevoelens en gedachten te onderscheiden en te duiden.

    Eerlijk zijn is moeilijk. Zelfbedrog ligt op de loer, vooral bij eigenschappen die botsen met je zelfbeeld. Niemand ziet zichzelf graag als een racist/seksist. Ontkennen en wegkijken is dan makkelijker. Jouw kant op redeneren helpt ook. Het is maar hoe je de feiten interpreteert.

    Waarheden verschillen en zijn nooit absoluut. Zo kunnen lieden op het ene eiland iets totaal anders zien dan de lui op een ander eiland. Ziet Jan in vier poten en een vlak een kruk, Piet ziet toch echt een tafel om aan te zitten. Kwestie van perspectief.

    Als je vaak genoeg liegt, wordt het vanzelf waar

    Allemaal huichelen we wel wat en dat is zelden berekenend. De meeste mensen willen deugen. Toch zijn mensen die bewust een loopje nemen met de waarheid verrassend succesvol, we hoeven alleen maar te kijken naar de mensen die momenteel het wereldtoneel domineren – ik noem geen namen, je kent ze wel. Als ze de leugen keer op keer opdienen, komen ze een heel eind.

    Wat als je een misleidend perspectief op de waarheid krijgt voorgeschoteld? Feiten zijn kwetsbaar in een wereld waar beeldvorming belangrijker is dan de banale waarheid. Je ziet hoe de politiek fictieve werkelijkheden optuigt om stemmen te winnen. “Nareis op nareis”. Het is een dunne scheidslijn tussen iets nog niet zeggen, feiten verdraaien of liegen. We zien op andere plekken in de wereld waar dat gewiebel op het morele kompas toe leidt.

    Wat gebeurt er met een samenleving als feiten en interpretaties door elkaar gaan lopen? Als betrouwbare bronnen verdwijnen? Dat je voortdurend alert moet zijn op propaganda, beeldvorming en framing. Hoe trek je dan nog conclusies? Wat gebeurt er als we geen gedeelde werkelijkheid meer hebben?

    Lange adem

    Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat betekent dat precies? Dat de weg naar succes langer is als je eerlijk bent, of dat eerlijkheid het langst standhoudt? 

    In onze samenleving boet eerlijkheid aan ontzag in. Dat vind ik lastig laveren. Hoe blijf je een eerlijk mens zonder jezelf en anderen kort te doen?

    Eerlijk zijn vraagt moed, het kan je duur komen te staan als je bijvoorbeeld een klokkenluider bent of fouten in een systeem aankaart. Het is balanceren: te veel eerlijkheid kan de situatie onbedoeld verslechteren. Ook tegenover jezelf vraagt het om evenwicht: het erkennen van onvolkomenheden kan in teveel zelftwijfel verzanden.

    Pleeg op tijd onderhoud

    Eerlijkheid gedijt alleen in een systeem waar veel kan, waar meerdere perspectieven naast elkaar mogen bestaan. Het is een deugd die onderhoud vergt. Als we dat nalaten, worden we wakker in een maatschappij die haar langste tijd heeft gehad.

    elsebeth

    25/08/2025
    maatschappij, mens
    maatschappij, mens
  • Tijdspanne

    Tijdspanne
    Over hoe alles verandert en in een andere vorm terugkeert

    Vorig jaar overleed mijn moeder. Mijn vader leeft al dertig jaar niet meer. Veel vrienden hebben het ook meegemaakt of zitten er nog middenin. De rolverwisseling, ouders die meer zorg nodig hebben, tot het zelfstandig wonen niet meer gaat. Dan de laatste fase waarin ze steeds brozer worden, steeds meer (moeten) loslaten en ze houvast zoeken in het verleden. Toezien hoe onherroepelijk het leven uit ze wegebt. En dan het moment dat onze ouders geen ouderen meer zijn maar uit de tijd zijn gegaan. 

    Gekleurde herinneringen

    Wat blijft zijn de gekleurde herinneringen van ooggetuigen en ervaringsdeskundigen. En de sporen die onze ouders nalieten. De spullen die we hebben verdeeld, de foto’s waarop we niet iedereen herkennen, de gewoontes die we hebben overgenomen en bijgeschaafd, hun uitdrukkingen. Zo vaak voel ik mijn moeder terug in mijn gezicht als ik iets zeg of doe. Of zie ik haar oogopslag bij mijn broers of zussen. De herinnering aan mijn vader is inmiddels vager, sommige trekken zie ik doorschemeren bij mijn zoon en soms vang ik een geur op die hem terugbrengt. Na dertig jaar heeft mijn vaders verhaal steeds meer de omlijsting van een anekdote gekregen, geduid en verpakt. Zo gaat dat dan, zou mijn moeder zeggen. 

    Mijn zoon heeft zijn oma alleen als oudere vrouw gekend. Hij heeft gemist hoe haar ervaringen haar hebben gevormd. Haar tijdspanne met daarin de oorlog, het katholieke gezin waarin ze opgroeide, de tragische dood van haar dienstplichtige broer in Indonesië, de naoorlogse vrijheid van mogen studeren om vervolgens als getrouwde vrouw niet te mogen werken, haar huwelijk met mijn vader, het moederschap, het lege nest… Levensfases vol ervaringen in de periode 1931- 2024. Een leven waarin allerlei ontwikkelingen op het wereldtoneel haar levensloop beïnvloedden. 

    Transitie

    Transitie maakt vanzelfsprekend onderdeel van een levensloop. Het startpunt van mijn moeders leven verschilt hemelsbreed met die van mijn zoon. Zoals haar blik gevormd is door de pijlers van haar tijd, mijn perspectief door mijne, groeit mijn zoon op in een aanmerkelijk andere tijd. Voor hem is het moeilijk voor te stellen hoe haar jonge jaren écht waren. Enkel vergeelde foto’s en een paar voorwerpen die hun functie verloren hebben, herinneren aan het tijdsgewricht van haar generatie. Als mijn moeder vertelde over haar belevenissen, probeerde ze haar jonge jaren weer tot leven te wekken. Maar ondanks de details die ze als ervaringsdeskundige wist te vertellen, had de tijdgeest haar ingehaald. Haar levenservaringen waren uit de tijd, geduid en van context voorzien. Verworden tot anekdotes en verpakt in boeken, terugblikken en analyses.

    Brug

    Op de brug tussen haar tijd en die van mijn zoon sta ik in het midden. Ik kan me nog enigszins inleven in haar tijd. Hoe ze de wederopbouw meemaakte, de bevrijding van nauwe normen, de sociale mobiliteit; ze leefde in een tijd waar alles mogelijk leek. Een stukje daarvan kreeg ik mee, tot de donkere jaren ’80 waarin de contouren van deze tijd zichtbaar werden. Koude oorlog, wapenwedloop, werkeloosheid, Thatcher/Lubbers/Reagan, schoudervullingen en interieurs in de harde kleuren zwart, rood en wit. De intrede van het begrip ‘marktwerking’, waar we nu de gevolgen van ervaren. Een tijdgeest waarin welzijn een equivalent werd van welvaart en consumentisme. Ik kan nog getuigen hoe het hyperkapitalisme vanzelfsprekend werd. Kinderen van nu kennen niet anders. Tijdens de tijdspanne van mijn moeder is de brug vele malen overschilderd, gerenoveerd en inmiddels vervangen.

    Nu ben ik wees en sta ik niet meer in het midden. Mijn tijdslijn schuift gestaag door naar de andere kant van de brug. Daar denk ik daar liever niet aan. Veel vrienden liever ook niet. 

    grafiek

    Deze tekst is onderdeel van mijn maandelijkse nieuwsbrief waarvoor je kunt inschrijven door jouw e-mailadres hier in te vullen.

    elsebeth

    10/06/2025
    erfgoed, mens
  • Tweeling

    Tweeling

    In het rariteitenkabinet, ergens geposteerd tussen de vrouw met de baard en de lilliputter, zit de tweeling naast elkaar. Wie is nou wie? Voor veel mensen is een tweeling een bijzonder fenomeen. Niet alleen zijn ze voor wetenschappers een prachtig observatieobject, ook de gewone eenling wil weten of mensen die sprekend op elkaar lijken ook hetzelfde zijn.

    Want hoe uniek ben je eigenlijk? Zie daar de tweeling. Het duo praat hetzelfde, beweegt hetzelfde, houdt van dezelfde dingen. En toch is er iets anders. Hoe intrigerend is dat?

    Eigenheid

    Enerzijds willen mensen uniek zijn, anderzijds niet al te anders dan de rest. Individualiteit is een basisbehoefte die gepaard gaat met het ontdekken van je identiteit. Al als peuter ontdek je dat je een eigen ‘ik’ hebt. Je gaat jezelf vergelijken met anderen en ontdekt wat bij jou past. Eenmaal opgegroeid kun je laten zien wie je bent en weet je het antwoord op allerlei vragen. Ben je man, vrouw of geen van beide? Waar val je op? Wat geloof je? En vertel eens: houd je meer van de Beatles of de Stones? Het antwoord bepaalt vaak of je ergens bij hoort of niet. De vraag die eronder ligt: wat is eigen aan jou?

    Hoe zit dat bij tweelingen? Als je zoveel op elkaar lijkt, wie ben je dan als individu? Als je vanaf de verwekking samen bent, hoe ontwikkel je dan jouw identiteit?

    “Ben je eeneiig?” “Ooit wel”, zeg ik dan. “Heel even, jij?”

    Wederhelft

    Als ‘helft’ van hoor ik de bezoekers van het kabinet verzuchten, met een zweem van verlangen in hun stem: “Jullie zijn nooit alleen.” Voor de tweeling is de zoektocht naar die ene met wie je volledig kan versmelten, helemaal niet nodig. Adequaat communiceren gaat moeiteloos, een blik zegt alles, woorden zijn zelfs overbodig. “Jullie hebben toch telepathisch contact?” Lariekoek natuurlijk.

    De gezamenlijke geboorte garandeert een eeuwig vergelijk. Hoe vanzelfsprekend het voor de eenling is om op je eigen merites beoordeeld te worden, voor een tweeling is dat een ongewoon cadeautje. De zoektocht naar een eigen identiteit is een strijd, waarbij de ander ook in de weg staat. Overal ligt rivaliteit op de loer. Hoe onderscheid je je van die ander en ontwikkel je je eigenheid terwijl je over dezelfde talenten beschikt? Dat is best een lastige opgave. Veel tweelingen trekken het op een gegeven moment niet meer en breken met elkaar, voor altijd of voor even. Ik had het ook nodig om een tijdje los te zijn. Anders zat er weinig anders op dan een levenslange veroordeling tot elkaar, keurig gedresseerd in een rariteitenkabinet.

    Individu

    Hoe is het leven voor hen die het allemaal in hun eentje ontdekten? Die als kind niet altijd een speelkameraad voorhanden hadden? Die niet een eigen brabbeltaaltje hadden voor ze de taal van de wereld leerden kennen? Die niet al jong levensvragen – ook de taboes – aan elkaar toetsten? Maar vooral, hoe is het om een individu te zijn? Om dit te ontdekken stapte ik uit het rariteitenkabinet.

    Nature – Nurture

    Wie ben ík eigenlijk? Mijn zus heeft dezelfde genen, zijn we hetzelfde? Nou, toch niet helemaal. In de genen zijn eigenschappen latent aanwezig, maar de omstandigheden bepalen welke zich manifesteren. Voedsel, klimaat, opvoeding, gezin, ziekte — dergelijke factoren spelen een belangrijke rol. Uit onderzoek naar tweelingen die na de geboorte zijn gescheiden blijkt dat, gemiddeld genomen, de helft van onze eigenschappen zich openbaart vanwege omgevingsfactoren en de andere helft uitsluitend vanwege DNA. Al is bij sommige eigenschappen de genetische component sterker dan bij andere. Bijvoorbeeld, een kenmerk als IQ wordt voor 75 procent door de genen bepaald en slechts voor 25 procent beïnvloed door de omgeving.

    Als jij zus, dan ik zo

    Hoe jouw eigenschappen zich schikken gedurende jouw vormende jaren is afhankelijk van allerlei factoren. Mijn zus en ik groeiden op met dezelfde kenmerken in hetzelfde gezin. Wat typeert mij? Ook hier is regelmatig onderzoek naar gedaan – niet toevallig vaak door een helft van een tweeling. Wat blijkt, onbewust onderscheidt een tweeling zich al jong van elkaar. Ik gok vanaf het moment dat het ‘ik’ zich presenteert, dus vanaf de peutertijd. De interactie tussen elkaar, de rolverdeling, doet daarbij een flinke duit in het zakje. Waar de een de ene eigenschap accentueert, benadrukt de ander wat anders. Waar de een zus is, zoekt de ander de zo. Mensen in je omgeving doen ook mee. “Wat ben je [vul een willekeurige eigenschap in], dat zie ik je zus nog niet doen”, “Zij is duidelijk [eigenschap+er] dan jij”. Je gaat ernaar leven. Het vormt je.

    Spiegel

    Waar begint de een en eindigt de ander? Als ik oude foto’s bekijk, kan ik pas vanaf de kleutertijd onderscheiden wie wie is. Mijn moeder had een truc. De een droeg het ene jaar altijd blauw en de ander rood. Zo wisten mijn ouders in één oogopslag wie van het stel wie was. Wanneer mijn moeder de kleuren wisselde weet ik niet, dus voor mij blijft het gissen.

    Nog zoiets – je kent het vast wel, dat je je niet meer weet of je iets herinnert uit de eerste of tweede hand, vanwege een foto of anekdote. Van veel jeugdherinneringen weet ik niet zeker of het mijn eigen herinnering is. Had ik die jurk aan, of mijn zus? Maakte zij het mee, of ik? Het alsmaar samen zijn, het spiegelen, zorgde voor een vereenzelviging van herinneringen.

    Kijk, hoe schattig!

    Toen we jong waren kregen we vaak een bijzondere rol. In het kerkkoor, zongen wij de solo als duo. Wij ‘mochten’ het cadeau aanbieden namens de school tijdens de trouwerij van de leerkracht. Wij, de schattige want identieke meisjes. Gaandeweg drong het tot me door: ik ben alleen speciaal als koppel. Al sta ik in het volle licht: ik blijf ongezien.

    Mezelf zijn

    Ik ben een aantal jaar uit de buurt van het rariteitenkabinet gebleven. Ik ontdekte hoe heerlijk het is om een individu te zijn. Ik kon mijn ding doen zonder erbij stil te staan of mijn tweelingzus het al deed. Ik kon eigenschappen ontplooien die ik eerder minder ruimte gaf. Het gaf me individuele vrijheid.

    Maar al met al hoort mijn zus bij me en is ons tweelingschap onderdeel van mijn verhaal. Dus trekken we er weer regelmatig samen op uit. Dat mensen meteen aan het vergelijken slaan, vind ik nog steeds niet leuk. Maar het is een fact of life. Het is de kunst om eigenheid te ervaren zonder elkaar uit het oog te verliezen. Ondanks het spiegelend glas van het rariteitenkabinet.

    Deze tekst is onderdeel van mijn nieuwsbrief van april.

    elsebeth

    28/04/2025
    mens
  • Over beeldvorming en lichaam en lust

    Over beeldvorming en lichaam en lust

    Feminisme gaat eigenlijk altijd over het innemen of terugwinnen van terrein. Terrein dat je niet gegund is of moest opgeven – alleen maar omdat je vrouw bent. Het vrouwelijk lichaam is zo’n terrein. Hoe haar lichaam oogt en wat het dient te doen en te voelen is — hoe gek het ook klinkt — onderwerp van debat. Laat ik dat duiden en nuanceren.  

    In de afgelopen weken ontstond er onder vrouwen een discussie naar aanleiding van de erotische film Babygirl van Halina Reijn. Of de film al dan niet feministisch is. De film, gemaakt door een vrouw, draait om een vrouwelijke ceo. Ze heeft een goed betaalde baan met macht en onderdanige seks met haar stagiair. Haar man weet haar niet tot het hoogtepunt te brengen, een dominante jonge god wel. Uit de reacties op de film bleek dat het als feministisch statement werd gezien dat Reijn de vrouw toont als lustvol wezen. 

    Lust

    Ook in een hit onder vrouwen, het geestige All Fours van Miranda July, geniet de vrouwelijke (naamloze) hoofdpersoon van seks. Het boek handelt over een vrouw van 45 die in het voorstadium van de overgang zit. Ze verwacht dat ze minder sexy en aantrekkelijk gevonden zal worden en dat brengt een seksuele revival bij haar op gang. In een seksuele herbezinning laat het hoofdpersonage los wat in de beeldvorming als typisch vrouwelijke seks wordt gezien, namelijk behagend, gericht op verbinding en liefde. Seks waarbij de vrouw haar lichaam als smakelijk object al dan niet bewust inzet om tot die intimiteit te komen.

    Haar ronde welvingen van bil, borstpartij en been, haar zachte, gladde huid en zoete geur. Bij veel vrouwen is zelfobjectivering onderdeel geworden van seksplezier. Al jong leren vrouwen — uit al die films, boeken, tijdschriften en talloze opmerkingen — dat ‘de man’ bepaalde lichaamsonderdelen als lustopwekkend ervaart. Nu de hoofdpersoon in All Fours denkt dat ze niet meer zo appetijtelijk is, krijgt haar seksualiteit een nieuwe dimensie. Wanneer ze het blote bovenlijf ziet van een jonge man met wie ze wandelt, brengt dat bij haar de ‘mannelijke’ seks van objectivering op gang. Terwijl ze fantaseert over wat dat smakelijke lichaam kan doen, raakt ze op drift. July beschrijft gloedvolle seks die getuigt van creativiteit, verbeeldingskracht en humor. Haar hoofdpersonage masturbeert erop los en minnespeelt volop met mensen van allerlei leeftijden en geslachten — aan werken komt ze niet meer toe. Een van de boodschappen in het boek is dat vrouwen zich willen verbinden met anderen, maar lust ook kunnen ervaren zonder die hang naar liefde. Al blijkt gaandeweg het verhaal dat dit niet helemaal lukt.

    Eva’s erfzonde

    Het tonen van vrouwen met zelfzuchtig seksueel plezier wordt als een feministisch statement gezien. Onze cultuur kent immers een lange geschiedenis van controle en onderdrukking van de vrouwelijke seksualiteit. Mannen vonden de lust van vrouwen zo bedreigend dat ze hele religies optuigden om haar vermeende seksuele drift in te dammen en te beheersen. Met de mythe van de vagina dentata (de vulva met tanden die mannen castreert) tot het scheppingsverhaal waarin Eva snoept van een sappige appel en vervolgens de hele erfzonde op haar schouders moet meezeulen; en dat terwijl ze slechts uit een rib van Adam voortkwam. Waarom is haar lust zo bedreigend? Nou, het lichaam van een vrouw dient de maatschappij. Ooh wee, als ze haar lichaam verliest aan promiscuïteit en lustigheid. Voor je het weet, weet je niet meer wie de vader is van haar vrucht en dan hebben we de poppen aan het dansen. 

    Voor de heersende macht (die al eeuwenlang in de handen van mannen ligt) werd het lichaam van de vrouw een politiek instrument en moesten de schoten van vrouwen van bovenaf bestuurd. Voor mannen werd seks een recht, voor vrouwen een plicht. Vrouw, wees vroom en dienstbaar. Die bemoeienis ging zover dat vrouwen sinds mensenheugenis moeten ervaren dat wat er in hun buik groeit wel hun verantwoordelijkheid is, maar ondertussen toch niet van hen is. De ontwikkelingen in de VS in de afgelopen jaren tonen hoe nauw de scheidslijn ligt tussen zelfbeschikking op dit vlak en politieke inmenging – en hoe snel het de verkeerde kant op rolt, een gevaarlijke ontwikkeling die ook Europa op dendert. 

    Het lichaam is politiek

    Omdat het vrouwelijk lichaam politiek terrein is, is het terugwinnen van het lichaam een onderwerp voor vrouwelijke kunstenaars. Zo zag ik vorig jaar in Museum Arnhem een tentoonstelling met recente aankopen. Een zaal was gevuld met ‘feministische’ kunst. Ik zag werk met vrouwelijke lichamen, referenties naar baarmoeders en vulva’s. Het zijn beelden die ik al ken, met dat verschil dat het nu was gemaakt door vrouwelijke kunstenaars. Ik snap waar het vandaan komt, maar ik vind daar ook wat van. De kunstenaar is van sekse veranderd, maar de beeldvorming kantelt niet mee. Nog steeds wordt haar lichaam getoond als een dienstbaar object. Musea kiezen vaak juist dit soort kunst als ze vrouwelijke kunstenaars uitlichten.

    Hoe zeer verlang ik naar de dag dat het bij een tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars niet draait om hun lichaam en wat dat lichaam doet en teweegbrengt. Helaas voelt het resetten van deze beeldvorming als ploeteren door de modder. De weg is lang en gaat in kleine stapjes. 

    ben ik mooi genoeg?

    In het verhaal van July werkt de hoofdpersoon zich op de sportschool uit de naad om te voorkomen dat haar ronde billen peervormig worden. Want alleen dan ben je in de ogen van de ander aantrekkelijk. In het echte leven zien we dat bij Babygirl terug. Hier speelt Hollywoodster Nicole Kidman de hoofdrol. De actrice is de vijftig ruimschoots gepasseerd maar heeft een jong ogend lichaam vanwege allerlei gladtrekkende ingrepen. En ze speelt een succesvolle vrouw van midden veertig die jonger oogt vanwege allerlei gladtrekkende ingrepen. Dat wringt. Meer Hollywoodactrices passen hun lichaam aan. Waarom vinden die actrices dat nodig? Verkopen deze actrices minder films als ze er leeftijdsconform uitzien? Waarom eigenlijk? Wat doet het met beeldvorming over ouder wordende vrouwen? En, in hoeverre kantelt Reijn met de keuze voor Kidman nou echt de beeldvorming? Uiteindelijk pikt ze er slechts een klein aspect van het te herwinnen terrein uit, op een manier die — niet toevallig — goed verkoopt: sex sells. Oké – ik slik mijn teleurstelling weg – kleine stapjes. 

    eenduidige beeldvorming

    Het doet me verdriet dat een vrouw in de beeldvorming nog zo vaak wordt gereduceerd tot haar lichaam. Hou toch eens op, denk ik dan, want hier herken ik me totaal niet in. Ik vind het fantastisch dat mijn lichaam een kind heeft gedragen. Ik koester het, maar ik bén niet alleen lichaam. In de buitenwereld wordt mijn lichaam gezien als ‘vrouwelijk lichaam’ met een eigen betekenis. Ik weet hoe het wordt beoordeeld: op aantrekkelijkheid, op nut. En ik ken de afrekening als die eigenschappen niet meer gelden—als vrouw van ‘zekere’ leeftijd. Maar voor mij persoonlijk is mijn lichaam alleen voor mij van belang. Of ik gezond ben, kan bewegen, maken, denken, kijken, zingen, leven. 

    Waarom zie ik zo weinig gelaagde vrouwen terug in onze culturele uitingen? Ze zijn er wel, maar mondjesmaat. Miranda July doet dat voor een deel, maar ik denk vooral ook aan auteurs als Elisabeth Strout, Rachel Cusk, Anne Enright en Alice Munroe. Al vertellen ze wel verhalen met thema’s waar vooral vrouwen zich in herkennen. De vrouwelijke personages hebben dromen, wensen, ambities en dadendrang. Ze zijn goed én fout, net als echte mensen. Als we over de seksekloof van verhalen kijken heeft een mannelijk hoofdpersoon vaker een meerduidig karakter. Zijn lichaam speelt nauwelijks een rol en je kunt je met het personage identificeren, ongeacht je sekse. Dit is een artistieke vrijheid die vrouwen ook meer mogen innemen, wat mij betreft.

    Heb geduld, denk ik dan, kleine stapjes. Alleen verliezen die heel snel terrein. Een conservatieve wind hoeft maar even te waaien en we zijn weer terug bij af. 

    elsebeth

    30/01/2025
    maatschappij, media, mens
    kunst, maatschappij, sekse
  • GROUNDHOG DAY

    GROUNDHOG DAY

    Op de een of andere manier is de tijd een lus, lijkt het wel. ‘k Verdiep me deze ochtend in het leven van voor de oorlog. Een tijd waarin de samenleving volledig verzuild was. Allemaal clubjes die tussen elkaar leefden maar wel allemaal in parallelle samenlevinkjes naast elkaar leefden met elk hun eigen vereniging, omroep, krant, godsdienst en tradities. Waarin het wij-zij denken vooral de eigen groep moet versterken, in een maatschappij waarin veel mensen arm waren en houvast zochten. Zo dansten de socialisten elk jaar rond de boom en vierden ze de arbeid in de optocht op 1 mei. Gingen de katholieke mensen alleen naar dito scholen, winkels enzovoorts. En de protestanten naar de hunne. Want ooh weeh, hoed u voor de ander.

    Daartussen kon antisemitisme gewoon bestaan, want toch van een hele andere club, die joden. De antisemitische denkwijze was ergens eeuwen geleden opgeborreld uit woede voor dat wat Jezus was aangedaan en jaar in jaar uit smeuïg aangedikt en opgediend. Zoveel haat is nergens goed voor. Nu zien we hoe moslims zo’n zelfde lot krijgen toebedeeld. De kracht van verhalen zou je cynisch kunnen stellen.

    Kerken gebruikten verbeeldingskracht wel meer om wiggen te drijven tussen mensen, zo zijn de meisjes bij voorbaat zondig want lekker en dus dienen ze te worden begrensd tot moeder de vrouw. Al drukt onze tijd je op de feiten: dat het niet de kerken, maar de mensen waren die die kerken bedachten en bestuurden.

    Nu de meesten onder ons na de grote bevrijding vanaf de jaren zestig – Hoera, geen thuisblijfplicht na het trouwen! Stromend genderwater in regenboogkleuren! Geen man in een jurk met een boekje die jou in je eigen huis de les leest: waar was u afgelopen zondag, zondaar! – dan eindelijk grotendeels van het juk van de kerk met hun mennekes (ooh arme vrome lieden met hun zelfverheerlijking) verlost zijn, gaan mensen doodleuk zich weer opsplitsen en verengen in allerlei clubjes en vechten ze elkaar de tent uit vanwege een piepklein kenmerk van hun identiteit dat ze tot grote proportie opblazen om daar vervolgens van alles aan vast te knopen. (Al ben ik er nog niet over uit of ‘ze’ vooral die ander opbreken in een klein brokje identiteit of zichzelf) Zoals daar zijn sekse, kleur, politieke gezindheid, klimaat en of de aarde nou rond is of plat. Zelfs de kerk maakt een comeback, hoorde ik iemand zeggen.

    Kom op bosmarmot: blijf uit je eigen schaduw! Vooruit!

    elsebeth

    22/10/2023
    column, maatschappij, mens
    column, maatschappij
  • Het sociale construct van gender

    Het sociale construct van gender
    Simone de Beauvoir schreef het al: “Je bent niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt”. En dat denk ik nou ook. Mannen en vrouwen verschillen niet zoveel. Ja, lichamelijk is er wel een verschil en dat zal ook op gedrag invloed hebben. Maar dat staat in geen enkele verhouding tot de grote kloof die door de eeuwen heen gecreëerd is tussen de twee. Gender is toch vooral een sociaal construct.

    Culturele spiegel

    Zo’n sociaal construct is een stapel eigenschappen en kenmerken die als een culturele spiegel zijn. Sommige eigenschappen zijn helder geformuleerd en andere vullen ongezien de ruimtes tussen de woorden. Het is een kader dat invloed heeft op wat je doet en laat, waar je kansen ziet en waar niet.

    Allerlei wetenschappelijk onderzoek laat zien dat verschillen in kunde en gedrag niet zo binair zijn, er is sprake van een as waarlangs sommige eigenschappen wat vaker voorkomen bij vrouwen en anderen bij mannen. Het drukst is het in het middengebied van de as. Wat blijkt, het verschil tussen mensen onderling is groter dan dat tussen vrouwen en mannen. De een houdt meer van koekjes en de ander van taart.

    Een vrouw is dus óók een sociaal construct. Hé, een man net zo goed. En hier mis ik wat mannelijk perspectief op de zaak. Mijn ervaring is dat vrouwen bij zelfreflectie meteen hun positie in de samenleving, hun rol ten opzichte van de ander onder de loep nemen. Onderwerp is wie ze zijn als persoon, moeder, vriendin, maar ook op wiens schouders ze staan en hoe dat invloed heeft op wie ze nu zijn. Ook mannen doen aan zelfonderzoek, maar mijmeren over wie ze zijn en doen in het grotere verband van een samenleving? Daar hoor ik ze zelden over. Welke rol de groep waartoe ze behoren in de geschiedenis heeft ingenomen en wat dat betekent voor hen, nu? Kortom, welke fundamenten er staan onder het huis waarin hij leeft. Ik constateer een enorme blinde vlek bij ‘de man’. Het is als de dode hoek van een vrachtwagenchauffeur.

    Onze geschiedenis kent vele dieptepunten, maar vrouwenhaat is er toch duidelijk een van. Sterker, het is nog steeds niet ver weg. Hoe verdrietig is het voor vrouwen in Afghanistan waar de misogynie zo openbaar en boosaardig is. Religie blijkt maar al te vaak een kanaal voor dit perverse gedrag van mannen. Maar ook in een kleinere vorm en dichterbij is het aanwezig, de treiterijen die vrouwelijke politici ervaren vanwege hun vrouw-zijn is slechts een van de vele voorbeelden.

    Met elkaar veranderen

    Seksisme is als racisme. Dit jaar is de invloed van slavernij op wat mensen die in hun familie een geschiedenis hebben van tot slaafgemaakten onderwerp van gesprek. Deze pijn ijlt nog generaties na en dat niet alleen, de blik van onze voorouders heeft ook onze blik gekleurd. Bewustwording van dat wat was, benoemen, erkennen van dat wat nog speelt is een eerste stap in een veranderingsproces, wat een gezamenlijke weg moet zijn.

    Ik haal dit aan omdat een soortgelijk proces ook in het seksisme debat van belang is. Onderzoeken, erkennen, benoemen is essentieel. Maar omdat mannen zich niet verantwoordelijk willen voelen voor de capriolen van andere mannen, is praten over de rol van mannen in de geschiedenis en hoe dat nu nog reflecteert bij hen vaak taboe. De privileges die daarbij horen, het verschil in perspectief, hoe de kaarten zijn geschud. Ze schieten al gauw in het defensief. En dat begrijp ik ook wel. Het is lastig schakelen tussen jezelf als individu en het sociale construct waartoe je behoort. Zeker als je er niet direct een belang bij hebt. Maar dat belang hebben mensen wel degelijk allemaal. Pas als ook mannen meepraten over dit onderwerp, zich verantwoordelijk voelen voor verandering, kunnen we wat poorten afsluiten en nieuwe openen.

    elsebeth

    06/06/2023
    maatschappij, mens
    maatschappij, sekse
  • Een kamer voor jezelf

    Een kamer voor jezelf

    In het essay Een kamer voor jezelf verwondert Virginia Woolf zich over de ergernis van mannen over vrouwen. Hele boeken hebben ze vol geschreven over vrouwen en wat ze wel en niet zijn. Vooral heel veel niet. Zij stelt dat mannen dubbel zo groot willen zijn omdat dat de macht vasthoudt. Ze kunnen zich alleen zo groot voelen als dat wat er om hen heen is klein is. Daarom willen ze vrouwen als inferieur zien, alleen zo kunnen ze dat beeld van zichzelf in stand houden, denken ze. Vrouwen fungeren als een spiegel om henzelf groter in te reflecteren. Het essay is van een eeuw geleden maar een aantal van deze mechanismes zien we nu nog steeds.

    Grootspraak

    Wat Woolf niet beschrijft is dat vrouwen daaraan meewerken. Vrouwen die mannen een hand boven het hoofd houden, excuses geven, ach het zijn mannen, zo zijn ze, en zo meer. Willen vrouwen mannen graag overschatten, vraag ik me dan af? Terwijl dat toch voor beide seksen geen pretje is, lijkt me. Mannen die zichzelf voortdurend moeten overschreeuwen om aan verwachtingen te voldoen. Niet voor niets plegen zoveel meer mannen dan vrouwen zelfmoord, hebben zovelen problemen met een verslaving enzovoorts. Me dunkt dat het hen behoorlijk wat kost om zich zo groot te maken. Terwijl ze in een normaal formaat ook bestaansrecht hebben. En meteen zoveel leuker zijn.

    Maar ik herken dit ook, het is moeilijk om iets kritisch over mannen te zeggen. Omdat je gewend bent dat je dan op een of andere wijze wordt ondermijnd, geridiculiseerd, je bent een zeur, seksloos en zo meer. Maar ook omdat je nou eenmaal met mannen leeft, bevriend met ze bent. Mannen waar je van houdt of waar je mee kan lachen of praten. Het voelt dan zo lullig om kritisch te zijn op de rol /positie van mannen in het grotere geheel.

    Meten met twee maten

    Ergens is dat raar want als mannen in onze cultuur iets goed kunnen is het kritisch zijn op vrouwen, er zit regelmatig weinig tussen een onrealistisch fenomeen en een bitch zijn. Ze doen het dus zelf wel. En toch voelen veel vrouwen zich bezwaard als zij mannen een spiegel voorhouden. Terwijl de kritiek eigenlijk alleen gaat over wat mannen in een patriarchale samenleving elkaar en vrouwen aandoen. Het gaat niet om de individuele man, je beste vriend, je zoon, je broer, de man die je na staat en die je op de eerste plaats gewoon als mens ziet.

    Benoemen is nog steeds lastig, en is een van de redenen waarom de weg naar gelijkheid tussen de seksen om zo’n enorme lange adem vraagt.

    Jezelf groter willen maken ten opzichte van die ander is een menselijke karaktertrek. Uiteindelijk heeft dat weinig van doen met de natuur van mannen (hoop ik, maar ben er ook niet zeker van) maar meer met wie de macht heeft en wil behouden en wie niet.

    Dat schept ook weer perspectief.

    elsebeth

    06/06/2023
    maatschappij, mens, verbeelding
    maatschappij, sekse
  • Netwerk

    Netwerk

    Hoe alles met elkaar verbonden is en elementen op elkaar inspelen. Hoe je van hier naar daar gaat en welke routes je daarvoor neemt. De keuzes die je neemt en waar die dan toe leiden.

    De andere weg terug als die ene weg allang is afgesloten.

    Welk middel je gebruikt om te communiceren, wat daarvoor nodig is en wat er gebeurt als dat hapert en de verbinding stilvalt.

    De samenhang tussen het een en het ander. De connectie die je legt en de verbanden die je ziet, ook als die er helemaal niet blijken te zijn. Waar paden samenkomen of uiteenvallen. Op welk punt je bent als je het overzicht verliest.

    De mensen die je kent, of juist niet terwijl je ze wel zou moeten kennen. Zij die je verder helpen en zij die je stil doen staan.

    Je directe kring en hoe die uitwaaiert in allemaal naaste kringetjes, die dan jouw verderop kring is. Waar je wel eens van hoort, maar die je verder niet kent.

    elsebeth

    23/05/2023
    kunst, mens
  • Weemoed

    Weemoed

    Als ik langs een speeltuin loop en kijk naar de overgave van spelende kinderen, bekruipt weemoed me. Eerst de glimlach die het me ontlokt. Waarop ik me meteen een voorstelling maak van de angsten en verwachtingen die in die lijfjes huizen. En besef hoe het allemaal nog open ligt. Dat het verhaal nog zoveel kanten op kan. De ontroering die ik voel als ik me bedenk dat ze aan het begin staan van alles. Nog zo losgezongen zijn van ervaringen.

    Herinner je de tijd dat je tiener was, een jonge twintiger, toen alles mogelijk leek? Dat een ontmoeting een geheel eigen verhaal zou kunnen gaan leiden? De opwinding van het niet weten wat er ging gebeuren met de volle overtuiging dat die dag alle kanten op kon. Dat tomeloze verlangen naar eerste, nieuwe, waarachtige ervaringen. Hoe dat je vleugels gaf en alles omlijste met een sprankelend licht. Dat alles opzuigende van onbevangen zijn.

    Dat gevoel kan ik zo missen. En als ik in die weemoed beland, mis ik de overtuiging dat de relativering en mildheid die ouder worden meebrengt ook winst is. De opvattingen die ergens een midden hebben gevonden. Omdat je inmiddels wel weet dat alles twee kanten heeft. Of meer dan twee. Tot vervelends toe komt die nuance. Dan kan ik blij zijn dat ik ook boos blijf om dezelfde dingen als waar ik me eerder kwaad om maakte. Dat dat niet verandert.

    Ik merk dat ouder worden ook betekent dat ervaringen alvast beginnen te rollen naar een vakje in mijn brein. Dat het begin van een gebeurtenis vasthaakt aan een eerder moment met al de gevoelens en ideeën die je er toen bij had. Dat je aan het vergeten bent hoe het is om iets met nieuwe ogen te zien. Omdat het op iets lijkt wat je al kent. Erger nog: dat juist de herhaling tot tevredenheid stemt. En je moet bekennen dat het bekende je als een warm dekentje geborgenheid biedt. Voor je het weet trekt gezapigheid je in te comfortabel denken. En als je eenmaal op die plek bent beland, wacht de verveling je op.

    Is dat de reden dat mensen zich willen verliezen in extreme ervaringen? In een of andere verslaving? Een nieuwe liefde? Of dat anderen het juist zoeken in de soberheid? In het kleine, in het naar binnen gaan, naar het hier en nu, naar al die dingen? Zoom je uit of zoom je in?

    Uiteindelijk moet je jezelf nog weten te verrassen, denk ik. Maar hoe doe je dat dan? Als mij die weemoed bekruipt – ik moet bekennen dat me dat vaak gebeurt: zou dit nu de midlife crisis zijn?- voel ik me bevoorrecht dat ik in elk geval houd van dingen maken. Dat er op die plek nog steeds iets nieuws gebeurt. Een idee hebben, een gedachte, een beeld en daarop voort. Kennelijk is dat hetgeen me drijft en me op de been houdt. Je zult maar zonder komen te zitten.

    elsebeth

    06/06/2022
    mens, taal
  • Kussen met een dichter

    Kussen met een dichter

    Mijn eerste vriendje was een dichter. Zijn dag begon met de gang naar de supermarkt om zes halve liters te kopen. Elke dag sjokte hij de trap op met in elke hand een plastic tas met het allergoedkoopste bier dat hij kon vinden, want drinken was voor hem vooral een praktische aangelegenheid. Met een pils in het bereik, vleide hij zich neder en begon hij in sierlijk handschrift met waartoe hij op aarde was. Dichten, op rijm.

    In gesprekken en zijn gedichten haalde de dichter graag de grote zaken des levens aan. Veruit favoriet was de dood en alles wat daar bij komt kijken. Op de tweede plaats kwam verraad, op de voet gevolgd door liefde. De jongeman was nog lang geen dertig maar al wel een echte kunstenaar, dat moge duidelijk zijn. Hij was een vertegenwoordiger in ware gevoelens, daar had hij er veel van, zoveel dat er dagelijks een meter bier aan te pas moesten komen om al dat grote voelen tot normale proporties terug te brengen. Het was een secure aangelegenheid om voor zijn dichtkunst de juiste staat van zijn te bereiken. Zo at hij overdag liever niet, dat zou afbreuk doen aan zijn roes. Zijn eerste maaltijd van de dag was dan ook meteen zijn laatste. Die nuttigde hij vlak voor het slapen gaan, als de dag toch geen geniale invallen meer zou brengen.

    Geen idee wat ik in hem zag. Als excuus kan ik opvoeren dat ik jong was en dat er in mij een romantische ziel huist. Luchtig was ons samenzijn geenszins. De dichter hield van drama. En dus ook van ruzie. Dat bracht elke dag de nodige reuring. De hele affaire duurde hooguit twaalf maanden, maar leek jaren in beslag te nemen. Een einde maken aan deze verbintenis was lastig omdat hij met grote (en heel veel) woorden dreigde zich van het leven te beroven als ik daar onverhoopt toe zou besluiten. Ergens was ik gevleid dat hij kennelijk zoveel van me hield. (Op de zaken vooruitlopend: toen ik dan toch maar dit risico had genomen, trok hij met een net zo’n groot gevoelen drie weken later bij een kennis in)

    Op een zondag bezocht ik hem in een klein Twents stadje, waar hij op het huis van zijn moeder paste. Ik was dat weekend op bezoek geweest bij mijn ouders daar niet ver vandaan. Mijn moeder had me voor op mijn Arnhemse studentenkamer twee hoofdkussens meegeven. De moeder van de dichter had een luxe badkamer dus de dichter en ik gingen in bad. Het duurde niet lang voor er heibel ontstond. Ik werd het zat, stapte uit het water, kleedde me aan en vertrok richting station met de zware weekendtas en twee hoofdkussens. De dichter stapte ook uit bad en liep mij achterna, poedeltje naakt. Ik duwde hem de twee donzen hoofdkussens in de handen. En zo dwaalden we door de verlaten straten van een stadje in zondagse rust. De dichter belde ergens aan om de weg naar het station te vragen. Ik zag hem staan, in zijn kleine billen, geflankeerd door twee grote kussens. De bewoner deed gauw de deur weer dicht. Niet veel later kwam een politieauto rustig naast ons rijden. Of we even mee wilden komen. We werden apart ondervraagd op het bureau. Daarna brachten de agenten van dienst het jeugdige stel weer terug naar het ouderlijk huis van de dichter. Het water in het bad was inmiddels afgekoeld.

    elsebeth

    31/03/2022
    mens, taal
  • Ode aan de domheid

    Ode aan de domheid

    Als uitdaging dacht ik, laat ik een ode schrijven over iets wat ik niet bepaald waardeer: domheid. Er is zoveel aan domheid wat niet te verdedigen valt. De belangrijkste domper is gebrek aan nieuwsgierigheid. Al is het niet willen weten anders dan het niet kunnen weten en kan dat laatste nog wel rekenen op mijn begrip.

    Dom heeft een nare klank. Het is een van niet weten, foute keuzes maken en geen overzicht hebben. Niet bepaald aantrekkelijk. Maar laat dat nou net dat zijn waar mensen heel goed in thuis zijn. Ken jij iemand die het allemaal weet, alleen maar goede keuzes maakt en precies weet wat-ie doet? Ik ken ze wel die dóen alsof ze het weten en doordachte keuzes maken. Soms komen ze daarmee een heel eind. Maar eigenlijk zijn het hele vervelende mensen. En ongeloofwaardig bovendien. En dit zeg ik zonder een spoor van nijd.

    De intelligentie van mensen is een overschat fenomeen. Dat is ook wat me het meest verbaast aan complotdenkers. Er zijn dus mensen die denken dat er mensen zijn die precies weten wat ze doen. Een perfect plan bedenken, plannen en dat dan feilloos uitvoeren. Een mens kan veel, zeker ook met vereende krachten, maar dit is echt te veel eer. Alleen al omdat er bij het nemen van beslissingen hormonen of emoties in het spel zijn. Als in wie pist het verst. En dat brengt niet per se de meest gefundeerde argumenten naar boven.

    De ervaring leert dat er in samenwerking grootste dingen bereikt kunnen worden. Doch –  en dat herken je vast –  er ontstaat geheid gekissebis als een groep mensen intensief met elkaar optrekt; er is altijd wel iemand is die het aanlegt met het lief van de ander. Zie dan nog maar eens de neuzen dezelfde kant op te houden.

    Mensen overzien niet zover of zoveel. Dat reikt hooguit een paar jaar ver of drie aan elkaar grenzende onderwerpen. Op goed voorspelde vergezichten heb ik nog nooit iemand kunnen betrappen. Jij wel? De vraag is: is dat erg? Achter grootse dingen zit vaak denkkracht gemixt met een flinke dosis samenloop van omstandigheden. En dat kan een gelukkige of een ongelukkige zijn. En goed of fout uitpakken.

    Die gedachte relativeert. Een miskleun kan ook raak zijn. Je hoeft niet slim te zijn om iets moois voor elkaar te krijgen. Je kan rustig een oen, kluns of sukkel zijn. Eenieder is in staat is iets groots te verrichten, hoe klein het verschil ook is dat hij daarmee kan maken. Al overschat de mens graag hoe groot dat verschil dan wel is. Zo dom is-ie weer wel.

    elsebeth

    18/01/2022
    mens, taal
    column
  • Spullen

    Spullen

    Als je gaat verhuizen, ga je eerst door je spullen heen. Wat kan er mee, wat blijft achter of krijgt een nieuw adres? Sommige spullen gaan in de doos en komen daar eigenlijk niet meer uit. Je wilde ze meenemen want je dacht nog dat ze bij je horen maar dat blijkt niet zo te zijn. Helaas weet je dat pas nadat je de doos de trap af en twee trappen opgesjouwd hebt.

    Veel van mijn spullen gaan al een tijdje mee. Zo staat de bank waarop ik zit op een familieportret in zwart-wit. Op die foto zie ik mezelf zitten op schoot bij mijn oudste broer. Hij – een jochie nog – kijkt ernstig op de foto. Ongemakkelijk houdt hij mijn babylijfje vast, dat waarschijnlijk net daarvoor in zijn armen geduwd is. De bank stond lange tijd in de nette achterkamer – dat wil zeggen de kamer waar ook Sinterklaas mocht plaatsnemen en waar in de jaren ’70 de fuiven van mijn ouders plaatsvonden. De bank ging – in een ander stofje – nog met een verhuizing van het gezin mee en bij de volgende – zo’n vijfentwintig jaar geleden- kwam de bank bij mij terecht, ik had inmiddels zelf een woning waar plek was voor zo’n serieus meubelstuk. Intussen heeft ook mijn kind onder een dekentje zijn kinderziektes erop uitgezweet, hebben er de nodige amoureuze verwikkelingen op afgespeeld en bleek het voor kat 1, 2 en 3 een krabplek. Niettemin houdt de bank stand, met de hulp van meerdere metamorfoses in kekke bekleding.

    Sinds een paar jaar hangt achter de bank een borduurwerk van mijn oma. Het doek is een meter breed, ze moet er echt uren werk in hebben zitten. Ik kreeg het kunstige stuk omdat ze het maakte naar aanleiding van mijn /onze geboorte. De ontelbare steekjes stellen samen een kermis voor. Dat ze het beeld van botsauto’s, een draaimolen en een oliebollenkraam vond passen bij het uitgedijde gezin van haar dochter, vind ik getuigen van humor en een voorzienige blik. Mijn oma stierf toen ik nog een kind was. Elke keer als ik het borduurwerk zie, denk ik aan haar.

    Onder het borduurwerk staat een lange, lage kast. Ook dit vintage ‘item’ stond eerder in mijn ouderlijk huis, achter de bank. Stond het eerst in de sjieke kamer, na een verhuizing kwam het terecht op de overloop, de ruimte waar mijn moeder de was streek en vouwde. Dekbedhoezen werden opgeborgen op de plek waar voorheen mooi glaswerk stond. Nu is het fineer op de bovenkant beschadigd door het nog vochtige wasgoed dat wachtte op een strijkbout en komt er elke keer een zoete geur van net gewassen goed vrij op het moment dat ik een klemmend kastdeurtje met enige moeite opentrek.

    Ik heb ook zelf spullen op de kop getikt – ook nieuwe – en veel gemaakt. Een deel hiervan zal voor mijn zoon een tastbare herinnering worden aan mijn bestaan. Welke hiervan voor hem van betekenis zullen zijn is nog ongewis.

    Kortom, sommige spullen zijn kompanen geworden. Al wil ik soms wel eens een andere bank. Dat is het nadeel van al die giften en vondsten. De spullen verplichten ook. Ze kunnen niet naar de kringloop. Een weggooiactie zou voelen als een gebrek aan loyaliteit. Dus het blijft bij me, tot de dood ons scheidt. Of een brand. Of een tiny house.

    elsebeth

    21/12/2021
    mens, taal
  • Zoekend

    Zoekend

    Tijdens mijn rondje park vielen me een paar dingen op:

    – Ik passeerde drie keer een Tinder (of iets gelijksoortigs) date, te herkennen aan:
    • De afstand tussen de wandelaars: die bleef hetzelfde. Hun lichamen zijn nog losse entiteiten. Zodra mensen meer bekend zijn met elkaar, lopen hun vormen meer in elkaar over.
    • Het ongemak en/of alertheid die je al van verre ziet. Dit soort menselijk tasten en willen ontroert me en voert me in gedachten weg naar hoe mensen zoveel hetzelfde verlangen en het vaak ook op dezelfde manier proberen te vinden.
    • De vlagen van gesprekjes die ik opving: zij die vraagt en knikt en hij die vertelt met zinnen als: Ik ga graag …. , wat ik echt gaaf vind … en ik werk bij… (een karakteristieke dialoogverdeling van een eerste date)
    – Een man met lange grijze haren op een bankje. Hij speelde een vrolijk wijsje op zijn fluit- een witte blokfluit om precies te zijn. Dat paste sprookjesachtig goed bij het nevelige licht van vandaag.
    – Vervolgens zag ik een zwaan die duidelijk naar iets op zoek is.

    elsebeth

    10/10/2021
    mens
  • Keurslijf

    Keurslijf

    Vroeger op de middelbare school had je de mooie en de lelijke meisjes. De mooie waren de ‘populairen’. Je leerde al jong dat er een tweedeling bestaat in mooie vrouwen en lelijke. Een beeld dat ook films en literatuur je nadrukkelijk voorschotelden. Al is wat mooi en lelijk is aan verandering onderhevig, ook tegenwoordig is deze dwingende scheidslijn nog steeds wijdverbreid. En zijn de kanalen waarin meisjes en jongens deze boodschap horen uitgebreid.

    Deze tweedeling lijkt het enige te zijn wat er voor een meisje toedoet. Daaruit volgt dat je er alles aan moet doen om tot die eerste groep te behoren. Want in de ogen van de ander dien je allereerst aantrekkelijk te zijn voor je eventueel als intelligent, kundig of met wat voor kwaliteit dan ook in beeld komt. Je moet jezelf goed weten te kleden om zo je ‘persoonlijkheid’ op een attractieve manier te presenteren.

    Bij mannen kan een gebrek aan stijl en een onevenwichtige fysiek extra cachet geven, hij kan maar zo met met hele belangrijke dingen bezig zijn dat hij zich geen tijd verdoet met looks. Of hij is zo slim dat hij er krom van trekt. Bij vrouwen heb je eerder een slecht karakter als je je uiterlijk verwaarloost. Of ben je mentaal niet helemaal in orde.

    Als je als vrouw na je vijftigste je jeugdigheid verliest en daarmee de gangbare norm van schoonheid, blijft er weinig reden over om jouw plek in de maatschappij in te mogen nemen. Gechargeerd gezegd. We zeggen niet zo gauw over vrouwen met mooie grijze haren, dat we ze gedistingeerd vinden, terwijl we dat bij mannen wel degelijk als een attractieve kwaliteit zien. Ook omdat we bij mannen intellect, kunde of maatschappelijk succes als aantrekkelijk ervaren. (Wat voor hen net zo goed een keurslijf is)

    Uiteindelijk gaat het over macht en aan wie willen we die geven. En waarom? Welke ruimte mag wie innemen? Als vrouwen het schoonheidslabel dienen te behalen want anders tellen ze niet mee, ondermijn je ze aan alle kanten. Daar zit een lange traditie achter waar we met zijn allen nog aan meedoen. Een breder scala aan schoonheidsnormen zou helpen om dit te doorbreken. Waarderen van kennis en levenservaring ongeacht sekse ook.

    elsebeth

    19/06/2021
    maatschappij, mens
  • Poort

    Poort

    Vandaag ben ik volledig uitgefoeterd. Het zit zo. Ik ging met mijn moeder naar een uitspanning. En toen we onze consumptie hadden genuttigd, haalde ik mijn auto op om die het terrein van de uitbater op te rijden. Zo hoefde mijn moeder minder ver te lopen.

    Maar voor ik het terrein op kon, moest ik door een poort rijden. Die poort was half dicht. Ik probeerde de andere poortdeur te openen. Daar zat echter geen beweging in. Dan maar zo proberen, dacht ik. Dus toen ben ik heel rustig en precies met mijn auto door dat ene poortgat gereden. Dat lukte, al gingen wel de zijspiegels soepeltjes naar binnen om na het passeren weer terug te springen. Al met al prima gedaan, vond ik zelf.

    Doodgemoedereerd reed ik de parkeerplaats van het terrein op terwijl uit het etablissement een wild zwaaiende man spurtte. Ik dacht, dit is misschien de eigenaar die niet wil dat ik het terrein oprijd omdat hij niet weet met welk doel ik dat doe. Op mijn gezicht moet de verwondering over zoveel misbaar te lezen zijn geweest.

    Toen ik was uitgestapt, begon hij te schreeuwen. Je maakt mijn hydraulische poort kapot, bulderde hij. Je moet betalen, riep hij. Maar het waren alleen mijn spiegels die de poort raakten, mompelde ik. De auto ging er precies doorheen, probeerde ik nog. Wat ik wel niet dacht, sneerde hij. En snuivend dat hij mijn kenteken zou noteren, stoof hij naar binnen.

    Dit alles gebeurde in luttele seconden. Andere terrasgangers waren opgestaan om deze rel beter te kunnen volgen. Was mijn auto niet enorm beschadigd, vroegen ze? Nee, zei ik, alleen de spiegels klapten in en uit. Ik liep naar mijn moeder die verbouwereerd het schouwspel volgde. Daar kwam de vrouw die ons had bediend aangerend met een briefje waarop mijn kenteken stond en met het vinnige verzoek mijn naam en telefoonnummer te noteren. Dat ze me gingen bellen als er ook maar iets kapot was. En waarom ik niet gewoon gevraagd had de poort te openen? Geen moment aan gedacht, dacht ik. Nog nooit gehoord van hydraulische poorten, zei ik. Ik noteerde beduusd mijn gegevens.

    Natrillend liepen mijn moeder en ik voorzichtig naar de auto, terwijl de vrouw die getrouwd is met die hele boze man (dat wist mijn moeder me te vertellen want ze komt hier al een heel leven, ook toen de vader van de vrouw van de man met een kort lontje deze uitspanning runde) met een afstandsbediening de poortdeur open deed.

    In de auto terug concludeerden we dat dit best wel een belevenis was.

    elsebeth

    12/06/2021
    mens
  • Onbenoemd maakt onbekend

    Onbenoemd maakt onbekend

    Arnhem kleurt oranje. Om de aandacht te vestigen op geweld tegen vrouwen. Dat je je veilig voelt op straat, dat je je thuis geborgen weet, dat je als vrouw overal kan komen zonder bang te zijn. Dat moet toch voor iedereen belangrijk zijn? In mijn woonplaats vond de aftrap plaats van deze actie, wat ik een goede actie van mijn stad vind! Heel goed dat er aandacht is voor geweld en intimidatie waar vrouwen mee te maken krijgen. Een belangrijke speler in dit geweld blijft echter onbenoemd.

    Een goede actie en toch heb ik ook een kritische noot. Dat gaat over het belang van taal en de wijze waarop je problemen benoemt. In dit soort campagnes gaat het nooit over de plegers. In de taal zijn vrouwen lijdend voorwerp. Bij het verwoorden van dit probleem lijkt het wel iets buitenaards wat vrouwen overkomt. Het blijft een abstract probleem als er wel de nadruk ligt op dat het vrouwen zijn die dit overkomt maar onbenoemd blijft dat het (veelal) mannen zijn die dit doen.

    In geen van de teksten hoor je of lees je wie hier verantwoordelijk voor is, wie de daders zijn. Want al plegen de meeste mannen geen geweld tegen vrouwen, het zijn meestal mannen die zich hier schuldig aan maken. We weten dat het mannen zijn uit alle milieus, achtergronden en leeftijden. En dat dit al zo lang gebeurt op zo’n grote schaal dat je kunt stellen dat het een probleem van en met mannen is.

    Laten we het beestje bij zijn naam noemen in de hoop dat dat ook de oplossing dichterbij brengt.

    In de teksten zijn de vrouwen de slachtoffers terwijl je in de omschrijving van het probleem mist dat de daders eigenlijk de zwakke partij zijn. We weten dat het veelal mannen zijn, alleen niet welke (en dus leren vrouwen – in elk geval een beetje- bang te zijn voor allemaal). Wie zijn deze mannen? Wat is er met deze mannen aan de hand waardoor ze op deze manier met het andere geslacht omgaan? Waar gaat het mis en wat brengt ze op het pad naar geweld? Kunnen deze mannen iets leren van al die mannen die niet gewelddadig zijn naar vrouwen? Kunnen mannen daar ook onderling alerter op zijn en elkaar meer op aanspreken als intimiderend of gewelddadig gedrag naar vrouwen zich voordoet? Is het voor de plegers eigenlijk wel duidelijk wanneer gedrag geweld of intimidatie is en dat dat niet mag?

    Is het geen tijd voor campagnes met de focus op de plegers in plaats van de slachtoffers? Ik ben ook wel benieuwd naar een onderzoek onder mannen om te ontrafelen hoe vaak het gebruik van geweld voorkomt bij deze groep. Welke vormen van geweld er zijn, welke triggers er zijn, of er situaties zijn waar ze geweld tegen vrouwen als acceptabel zien, of ze zelf vaak in situaties komen waarin ze zich niet durven uit te spreken i.v.m. groepscultuur of iets dergelijks, et cetera.

    Ik denk dat we dit probleem pas echt de wereld uit kunnen helpen als we ook durven en kunnen benoemen wat de aspecten zijn die vrouwenhaat veroorzaken of in stand houden.

    Hoe zie jij dat?

    elsebeth

    30/11/2020
    maatschappij, mens, taal
  • Adres onbekend

    Adres onbekend

    Informatie-oorlog

    De Netflix documentaire The Social Dilemma en de serie Why We Hate, te zien via NPO Start/Plus, belichten de macht van de internetreuzen en hun invloed op onze omgangsvormen, de samenleving en democratie. (De ironie van het laten zien van eerstgenoemde via de blijf-nog-even-bij-me streamingdienst kan na het bekijken van de documentaire niemand ontgaan) De documentaires gaan in op vragen als: Wat voor gevolgen hebben bedrijven als Facebook, Google en consorten op onze samenleving en de democratie? Hoe gaan we om met informatie en het duiden daarvan? En in het verlengde daarvan: Wat is er geworden van het internet?

    Het internet zou aanvankelijk een plaats voor vrije geluiden zijn, waar informatie voor alle mensen wereldwijd toegankelijk zou zijn, een wereldwijde ontmoetingsplaats waar mensen van verschillend komaf zich als gelijken konden bewegen: Wat is daar van terecht gekomen? Hoe gedragen we ons op de weg? Wie geven we voorrang en wie halen we in? Wat blijft achter?

    Clusterbom

    Op het internet is een clusterbom aan informatie ontploft. Haastige verkeersdeelnemers zijn op weg naar een onbekend adres. Ze gedragen zich alsof ze in hun eentje in een auto zitten en vertonen – onbespied gewaand- soortelijk gedrag. Toeterend en scheldend vinden ze hun weg. Verkopers gebruiken alle middelen om mensen bij hun kraampje te laten stoppen. De weggebruikers parkeren hier even en nuttigen wat hapklare brokken informatie. Hap-slik-like-weg. In de berm wonen predikers die zieltjes willen winnen voor hun eigen zaak, aplomb gepresenteerd als de enige waarheid. In het veld naast de weg liggen bij elkaar geharkte hoopjes. Harde schreeuwers rapen uit zo’n bultje data stukjes informatie bij elkaar om het met een wetenschappelijk sausje als één gerecht te serveren, terwijl het vooral een politiek belang moet dienen, welke dat ook mag zijn. Niet waarheidsvinding of horizonverbreding is hier het doel. Hier is de horizon zo dichtbij dat je de – vlak voor je neus- hoge flat waar duizend verschillende gekleurde vlaggen wapperen, kan missen.  Denk je anders? Dan ben je verdacht, niet oké en eigenlijk een NSB-er, links vuilnis, dom, een hoer of een varken.

    Internet is uitgegroeid tot een plek die onderdak biedt aan een benauwd bolwerk van gelijkhebberigen. Waar degene die het hardste ronkt, het grootste gehoor krijgt. Waar de blik van de verkeersdeelnemer zich verder vernauwt.

    Is het nog mogelijk dit tij te keren? En zo ja, wat is daar voor nodig? Minder macht leggen bij de grote sociale platforms voor wie winst maken leidend is, dat is duidelijk. Maar hoe dan wel? Hoe geef je – in een feitenvrij – wereldwijd web vorm aan een wirwar van allerlei soorten informatie? En bovenal: hoe zorgen we ervoor dat informatie niet langer politiek gekleurd is?[/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Echt waar? 
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    10/10/2020
    maatschappij, mens, verbeelding
    maatschappij, mens
  • Portret Nina Simone

    Portret Nina Simone

    Nina Simone

    De zang van Nina Simone vind ik prachtig.
    De gelaagdheid van emoties die zij haar muziek meegeeft, ontroert me keer op keer.

    Dus vandaar een portret van haar.

    Ik maak portretten in opdracht.
    Dit portret van Nina Simone is geschilderd met acryl op papier.

    elsebeth

    27/06/2019
    kunst, mens
  • Vissen

    Vissen

    Ontmanteld

    Vanuit een grijze lucht miezert het al de hele dag. Anton heeft een dunne, doorzichtige poncho over zijn colbert aangetrokken maar is toch door en door nat geworden. Druppels water zakken langs de slierten van zijn haar langzaam naar beneden, voor ze uiteenspatten op zijn ogen. Regendruppels vallen tussen het boord van zijn overhemd en zijn nek.

    Al uren tuurt hij over het water naar zijn dobber. De vissen laten zich niet vangen vandaag. Hij trekt de hengel omhoog om te kijken of het aas nog leven heeft. De made spartelt vol levenslust aan het haakje.

    Misschien moet hij het toch maar eens vertellen, peinst hij. Straks als hij thuiskomt en met een doornat colbert uit zijn auto stapt, zal ze toch iets vermoeden, zou je denken. Het is al vreemd dat ze er tot nu toe niets over gezegd heeft. Waarom vraagt ze niets en luistert ze alleen maar? Zal ze ook vandaag glimlachend commentaar geven op zijn verhalen? Dat doet hem eraan denken dat hij nog het verhaal van de dag verzinnen moet. Iets over vergaderen met de raad van bestuur? Een leuke grap over Robert-Jan met zijn secretaresse?

    Anton haalt uit zijn aktetas de sandwich met gerookte zalm, rucola en roomkaas die hij bij het tankstation heeft gehaald. De koffie is nu echt koud. Hij kijkt op zijn horloge. Half twee. Hij moet nog even. Anton sjort zijn stropdas wat losser. ‘Hé, heeft hij beet?’

    elsebeth

    19/06/2019
    maatschappij, mens, taal, verhaal
  • Avegoor

    Avegoor

    De hel van Ellecom

    Landgoed Avegoor kent een rijke en zelfs koninklijke geschiedenis. Het prachtige landgoed aan de rand van de Veluwe was in bezit van verschillende eigenaren, totdat stadhouder Willem II het in 1648 aankocht. Het bleef tot 1800 in het bezit van de koninklijke familie. Zij gebruikten het landgoed als buitenverblijf voor de traditionele fazanten- en zwijnenjacht. Na de Franse tijd verkochten de Oranjes het landgoed aan de graaf van het naburige Middachten. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was Avegoor een vakantieoord van de Nederlandsche Bond van Personeel in Overheidsdienst. Vandaag de dag is in het landhuis een hotel-restaurant gevestigd. Bij de oprit naar het hotel herinnert de luisterkei van de Liberation Route nog aan het leed dat hier in de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden.

    Toen Nederland nog maar kort bezet was, liet de Duitse bezetter zijn oog vallen op Avegoor. Eind 1940 namen de Duitsers het landgoed met het statige pand in beslag. Ze richtten hier een opleidingskamp in voor de speciale legereenheid ‘Waffen SS’. Duitse en Nederlandse jongens kregen schietles en deden veel aan sport, zodat ze in korte tijd een goede SS-soldaat konden worden. De hoge Duitse officieren namen naast Avegoor ook huizen in beslag en woonden tussen de Ellecommers in.

    In 2005 vroeg de Oranjevereniging Ellecom aan kinderen uit het dorp om mensen die de oorlog als kind hadden meegemaakt te interviewen over hun ervaringen. Dertien Ellecommers vertelden hun verhaal aan de leerlingen van de Anne Frank school. “Al in het begin van de oorlog kregen de bewoners aan de Laan van Avegoor die geen kinderen hadden, de opdracht hun huis te verlaten. Ze moesten maar zien waar ze bleven,” vertelt één van hen. “In het begin mochten we ons niet met die mensen bemoeien.” Maar zoals dat gaat met kinderen: spelen kun je met iedereen, ongeacht taal of afkomst: “Al gauw speelden die kinderen met ons mee en het duurde niet lang of ze spraken netjes Nederlands tegen ons.”

    De SS-studenten woonden in barakken. De kinderen in het dorp zagen de soldaten oefenen op straat. “Ze hadden zwarte halve leren laarzen aan met ijzerbeslag onder de zolen. Dat ketste op de kinderkopjes van de weg.” “Als ze marcheerden liepen ze met zijn vieren naast elkaar en vlak achter elkaar. De rechtervoet van de één werd naast de linkervoet van zijn voorganger gezet. Je zag dan zo’n groen stampend blok over de weg lopen. Dat zag er best rot uit.”

    In het dorp zelf merkten de kinderen weinig van datgene wat er op Avegoor gebeurde. “Als je naar school ging zag je natuurlijk vaak dat gedoe rond Avegoor. Je zag wel officieren met hoge petten en allemaal zilveren dingen aan hun uniform door het dorp lopen. Maar soldaten eigenlijk weinig. Die zwartjassen, die laffe Landwach­ters en al dat andere vreemde spul, dat was veel beroerder.”

    In 1942 wilden de Duitsers op het landgoed een gymzaal bouwen en sportvelden aanleggen. Hiervoor lieten ze gevangengenomen joodse mannen komen. De 139 joodse dwangarbeiders uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag waren met de trein naar Dieren gebracht. Ze wisten niet wat hen te wachten stond. Op het station werden ze opgewacht door SS’ers met een geweer om de schouder. Deze duwden de joodse mannen hardhandig in een bus. Daar werden ze naar een vervallen leegstaand pand in Ellecom gebracht, Huize Irene. Eén van die joodse mannen was Max Deen. Hij vertelde in 2004 – toen hij 84 jaar was –  aan een journalist van De Gelderlander hoe dat ging. “Alles uitpakken en sorteren, de persoonsbewijzen inleveren. Kaalgeschoren werden we, de trap op geknuppeld. Een dag daarvoor zat ik nog in de nestwarmte van mijn ouderlijk huis.”

    Een Ellecommer herinnert zich hoe de joodse mannen ineens in het dorp opdoken: “Plotseling waren ze er, een grote groep kaalgeschoren mannen op klompen met gekke lange jassen aan en een davidsster op de borst. Een stel schreeuwende soldaten er omheen. Ze sjokten de hoofdingang van Avegoor binnen en werden naar het plantsoen gebracht. Daar moest ze ijzeren kiepkarren met zand vullen die dan over het smalspoor door een paard naar boven werden getrokken. Daar werd het paard er afgehaakt, iemand ging achter op zo’n kar staan en dan ging het naar beneden. Met een stuk hout tussen het frame en een wiel kon er geremd worden. De lege karren werden dan weer door paarden naar boven gebracht. Zo werd het glooiende plantsoen in een strak waterpas liggend grasveld veranderd. De grote massa zand werd zo verplaatst naar achter in de Els. Het werd de ondergrond voor de te bouwen turnhal. In nauwelijks drie maanden tijd was al het grondwerk voltooid.” De joodse dwangarbeiders moesten keihard werken, kregen nauwelijks te eten. De SS- studenten treiterden de mannen voortdurend. Als ze niet snel genoeg waren, kregen ze slaag. Max Deen vertelde erover: “Palestina noemde de SS die zolder.” Diezelfde SS liet ze graag heen en weer rennen. “Zolder op, zolder af, bed in, bed uit. Sport machen, noemden ze dat.”  De SS’ers pesten de joodse mannen door het zware werk dat ze hadden gedaan weer ongedaan te maken. Ze keken toe hoe de dorstige en hongerige mannen werkten terwijl ze zelf gebakjes aten en bier dronken. Al snel waren de joodse arbeiders uitgeput en uitgemergeld. Max Deen: “Na zes weken viel de eerste dode en waren er 36 mannen doodziek.”

    Iedere dag moesten de joodse mannen van hun slaapplaats naar het landgoed lopen. De Duitsers wilden niet dat de mensen in het dorp zagen hoe ze met deze mannen omgingen. Dus moesten de Ellecommers de gordijnen dicht doen als de afgepeigerde mannen voorbijkwamen. Maar toch vingen de Ellecommers wel eens een glimp op. “Tussen lege kisten door die bij Brinkhorst de groenteboer voor de deur stonden, zag ik ze voorbij sjokken. Ouwe gebogen mannen. Het was een naar gezicht. Maar veel erger waren die bewakers. Zij schreeuw­den. Ik kon ze niet verstaan. Maar ze schreeuwden. Ze schreeuwden tegen die mensen. Die bewakers hadden bolle koppen met een helm er omheen. En een geweer met een bajonet. En ze schreeuwden maar. En die mensen sjokten maar door. Op klompen. Gebogen. Met hun armen bungelend langs hun grijze jas.”

    “De weg werd afgezet en de mensen werden naar binnen gejaagd als de dwangarbeiders ’s morgen en ’s avonds over de straat moesten. Wie niet goed mee kon werd met knuppelslagen tot spoed gemaand. Een meisje op school, ik geloof Lies Hofman, kwam volledig overstuur op school toen ze gezien had hoe één van die mensen werd neergeknuppeld.”

    Dat mensen zo wreed konden zijn was voor de Ellecomse kinderen niet te behappen. “Met de komst van de joden vielen wij met een geweldige klap in een wereld die ons totaal onbekend was. Thuis moesten de gordijnen dicht en in stomme verbazing stond ik daar tussendoor te gluren naar wat zich buiten afspeelde.”

    Het bestaan van concentratiekampen, van martelingen, van Jodenvervolging, laat staan van gaskamers en massa-executies was ons volkomen onbekend. Ook onze ouders hadden daar geen flauw idee van. Anders hadden we er in een onbewaakt ogenblik wel eens over horen praten.”

    “Het kan niet waar zijn dat die bewakers ooit een moeder gehad hebben, zei mijn oma. Daar heb ik toen als kind vaak over nagedacht. Zouden ze in Duitsland iets hebben waar zulke wezens uit tevoorschijn kwamen? Een enge grot of een griezelig beest of zoiets.”

    Drie joodse mannen zijn in Ellecom overleden, vermoedelijk door uitputting, mishandeling en uithongering. Jacob de Lion, Alfred Tuvij en Meier Groot zijn door de Duitsers – uit het zicht voor de dorpsbewoners- begraven op de Bijzondere Begraafplaats Ellecom. Het hoofd van de school aan de Zutphensestraat hield bij één van de begrafenissen de leerlingen binnen, maar liet hen op tafels staan, zodat ze de stoet langs konden zien komen. De Duitsers ontdekten dat. “Niet lang daarna kwam een stel Duitse soldaten de schoolgang binnenstampen en werd de meester meegenomen. De volgende dag stond hij weer voor de klas. Ik heb er nooit een woord van hem over gehoord.”

    Na drie maanden zat het werk van de joodse dwangarbeiders erop. Max Deen: “Met een gemiddeld gewicht van 35 kilo werden we na elf weken op transport naar Westerbork gesteld.” Daarna werden de mannen naar een vernietigingskamp in Duitsland gebracht waar de meeste mannen alsnog zijn vermoord. In totaal hebben slechts 33 van 139 mannen de oorlog overleefd.

    Na de oorlog kwamen de joodse mannen die de oorlog hadden overleefd regelmatig terug naar het dorp om hun vrienden te herdenken. In 1948 legden de Ellecommers samen met een aantal overlevenden een herdenkingssteen over de graven van de drie overleden mannen. In 1989 maakte de Ellecomse beeldhouwer Harry de Leeuw het Joods Monument Ellecom. Dit staat bij Huize Irene.

    Max Deen kwam in 2004 terug op de zolder van Huize Irene waar hij en zijn 138 kameraden in de oorlog overnachtten. “Verdriet voel ik hier. Maar ik ben ook blij, omdat jullie me omgeven met liefde.


    Foto: Monument ter herinnering aan de joden die hier geleden hebben en de drie mannen die gestorven zijn. Ontworpen door Harry de Leeuw. Dit artikel heb ik geschreven voor de lesbrief Avegoor bij de Liberation Route.

    Bronnen:

    • Terugblik ’40-’45, maandblad van de documentatiegroep ’40-’45, 46e jaargang nr. 9
    • De Gelderlander van 15-10-2004, ‘Erger dan Ellecom kon de hel op aarde niet zijn’, Harry van der Ploeg
    • Ellecommers in de oorlog, uitgave van Oranjevereniging Ellecom, 2005

    elsebeth

    05/02/2019
    erfgoed, mens, onderwijs
    erfgoed, onderwijs, taal, WOII
  • Cindy Sherman

    Cindy Sherman

    Identiteiten

    Al decennia lang maakt de Amerikaanse fotografe Cindy Sherman zelfportretten zonder haar identiteit aan de kijker prijs te geven. Humorvol houdt ze mannen én vrouwen een spiegel voor en laat ze zien welke clichés er leven over vrouwen.

    In haar eerste serie foto’s uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, Untitled Film Stills, is Sherman een actrice die verschillende rollen speelt,  van stereotiepe huisvrouw tot filmster tot minnares.  Ze uit daarmee haar frustratie over de rolmodellen die vrouwen krijgen toebedeeld en stelt daarmee de verwachtingen waaraan vrouwen moeten voldoen aan de kaak.

    Na drie jaar – ‘she ran out of clichés’-  verandert de fotografe van onderwerp. In haar ‘Fairy Tale Disasters’ laat ze haar fascinatie voor horror zien. Met gruwelbeelden van vervormde (plastic) lichamen brengt ze een onsmakelijke fantasiewereld tot leven.

    De volgende serie die ze maakte heet History Portraits. Hierin refereert ze aan bekende schilderijen. Zonder het werk van de meesters exact na te spelen geeft ze een herkenbare interpretatie. Aangeplakte plastic lichaamsdelen werken vervreemdend en benadrukken de rol die de geportretteerde heeft.

    In een volgende serie parodieert ze de porno-industrie. Poppen met plastic genitaliën in obscene poses figureren in haar Sex Pictures.  Het ontneemt je meteen de lust.

    In haar serie Metro Pictures is ze zelf weer model van haar foto’s. Ze maakt portretten van hedendaagse Amerikaanse vrouwen. We zien onder andere dé gescheiden vrouw, dé personal trainer, dé makelaar. En net zoals in de reallife soap, de vrouwen lijken net echt.

    Tegenwoordig toont Sherman via haar Instagramaccount selfies waarbij ze door gebruik te maken van fotobewerkings-apps kan kiezen wie, wat en hoe ze is. Daar gebruikt ze onder andere Facetune voor. Delen van het gezicht zijn vergroot, verkleind of vervormd. Ze toont – zoals zovelen – het plaatje dat ze wil laten zien van ‘zichzelf’ aan de wereld.  Ze laat daarmee ook zien hoe mensen in de (sociale) media een beeldtaal gebruiken die refereert aan dat wat ze al kennen. Met als gevolg dat we elkaar bevestigen in de stereotypes die we gebruiken om de wereld om heen te duiden en tegelijk de samenleving met dezelfde tonen blijven kleuren.

    Foto’s van Cindy Sherman uit de volgende series:

    • Untitled Film Stills
    • Fairy Tale Disasters
    • Metro Pictures
    • History Portraits
    • Sex Pictures
    • Selfies

    elsebeth

    20/05/2018
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst, maatschappij, media, sekse
  • De strijd der seksen

    De strijd der seksen

    Foto: Tamara in een groene Bugatti is geschilderd in 1929. Het is een zelfportret van Tamara de Lempicka. Ze schilderde dit autoportret voor een Duits vrouwenblad om de onafhankelijkheid van de vrouw te eren.

    Vrouw versus man

    In de strijd der seksen is de ongelijke maatschappelijk positie van de man ten opzichte van die van de vrouw een terugkerend onderwerp van gesprek. Ongelijkheid in inkomen en invloed zijn thema’s waar de vrouw zich om bekommert. Al jaren. De man wat minder. Hij ziet de strijd voor vrouwenrechten als een vrouwenzaak. Dat is spijtig want zolang hij zich weinig betrokken voelt bij dit onderwerp duurt de maatschappelijke ongelijkheid nog even voort. Hoe is dat zo gegroeid?

    Met een vrouw kun je eindeloos praten over de man. Zij duikt in zijn psyche en neemt de tijd om zijn drijfveren en passies te duiden. Als hij zo zegt en zus doet, wat bedoelt hij daar dan mee? En waarom laat hij dit terwijl hij dat wel doet? Hoe kan het dat hij niet hetzelfde ziet als ik? De vrouw kijkt vaak met grote verbazing naar het gedrag van man en interpreteert er met wisselend plezier op los. Het gesprek varieert in mildheid, de toon is soms wat verongelijkt, al treedt er met het stijgen der jaren ook een gelatenheid op.

    Wanneer de man ook deelneemt aan een gesprek over de seksen komt het maar niet tot een uitwisseling van ideeën. Man voelt zich snel aangevallen, schiet al gauw in verdedigende rol en lijkt te denken dat de beste verdediging de aanval is. Daartoe hanteert de man verschillende tactieken. De volgende drie komen vaak voor:

    1. Man scheldt vrouw uit voor feminist (oftewel hij verwijt haar dat ze gelijkheid wil voor man en vrouw en komt daar mee weg want feminisme is synoniem voor tuinbroeken en haren op de benen en dat is pas echt not done). Hier toont man wel een vreemde gedachtekronkel want hij denkt dat een feminist de man niet het beste gunt. Maar waarom zou je als je de vrouw ook het beste gunt, daarmee de man te kort willen doen? Een taart kun je toch ook in gelijke stukken verdelen?
    2. Man verwijt vrouw een gebrek aan humor (en dat heeft hij dus wel). En doet het onderwerp meteen af tot een non-issue waar alleen wat om te ginnegappen valt.
    3. Man maakt het heel persoonlijk door te veronderstellen dat zij hem zojuist verantwoordelijk heeft gesteld voor al het door de man veroorzaakte leed op de wereld. En welke vrouw wil dat nou?

    Zo blijft zo’n gesprek hangen in het meegaan ofwel ontkrachten van eerder genoemde gesprekstactieken. En krijg je maar niet een dialoog over dit onderwerp op gang. En blijft alles nog langer bij het oude.

    Op een feestje kwam Saoedi Arabië ter sprake. Een man in het gezelschap sprak mij aan – wat ik nou wilde doen aan de inferieure positie van vrouwen daar. Hij verwachtte dat ik daar actie in zou ondernemen. Het ging toch om mijn “zusters aldaar”. Ik vergat hem aan te spreken op de positie van zwarte mannen in de VS, is dat dan een zaak waar hij als man zich tegenaan dient te bemoeien?

    Gelukkig schiet niet iedere man meteen in een kramp als het over de vrouw gaat. Soms komt er wel een gesprek op gang over vrouwenrecht, rolverdeling, het liefdesspel, vrouwengedrag. Maar al gauw blijkt menig man niet diep na te denken over de motieven en ambities van een vrouw. Ziet hij haar liever als een raadsel? Al wil man wel, het lukt hem maar niet om vrouw echt serieus te nemen. En hoe kun je hem dit kwalijk nemen? Het beeld dat man van vrouw heeft, krijgt hij al van jongs af aan voorgeschoteld. Net zoals zij al vroeg leert wat een vrouw is en wat een man doet.

    De gemiddelde man is niet gewend om zijn eigen perspectief te onderzoeken en te beschouwen. Zoals hij de wereld ziet, is ook hoe de wereld is. De positie van de man in de maatschappij, de rolverdeling van man en vrouw: het is niet iets wat hij bespiegelt. Hoe het zo gekomen is en wat ook de rol van de man daarin is, lijkt voor hem moeilijke kost te zijn. Hier ligt het perspectief van man en vrouw vaak zo ver uiteen dat het wisselen van ideeën en gevoelens over dit onderwerp een brug te ver is.

    Als hij denkt dat hij het niet meer uithoudt zonder vrouw, voelt een man zich zwak. En zonder een vrouw in zijn leven, raakt een man het besef kwijt van kracht en van verschil, dat nu juist de grondslag van mannelijkheid is.
    Dit is de patstelling waar Chip, een personage uit Jonathans Franzens ‘De Correcties’ zich in gevangen voelt en wat volgens hem de sleutel is van misogynie.
    Wat vrouwen doen -volgens hem- is het hebben van succes gelijk stellen met het hebben van een man en zich mislukt voelen als ze er geen hebben.

    Zien en gezien

    De man heeft eeuwenlang bepaald hoe we de wereld duiden. In de wetenschap, de kunsten, de politiek: als je terugkijkt naar de geschiedenis is er altijd wel ergens een man aan het woord. Hij heeft ook de vrouw beschreven, geschilderd en onderzocht, zij vertegenwoordigde schoonheid, lust en kuisheid. Haar eigen stem bleef buiten beeld. De man bezag de vrouw als een fenomeen, met een blik waarmee hij het verschil in plaats van het gedeelde bescheen. Hij zag haar als een mislukte versie van hemzelf, zij was labiel en passief terwijl hij sterk en doortastend was. Hij besloot welk deel zij kreeg en wat zij wel en niet kon denken en doen. Omdat vrouw kinderen baarde, bleven voor haar veel deuren dicht.

    D.H. Lawrence:
    “De werkelijke moeilijkheid met vrouwen is dat ze voortdurend moeten blijven proberen zich aan te passen aan de theorieën die mannen er over ze op nahouden.”

    Vorige generaties hebben een duidelijk onderscheid tussen een mannelijke en vrouwelijke identiteit neergezet. Met als gevolg dat we in onze cultuur allerlei verschillen zien tussen de seksen en vrouw en man andere rechten en plichten toedichten. Voor de vrouw en nog meer voor de man is het lastig om vooringenomenheid over sekse niet mee te laten spelen in de vraag in hoeverre iemand iets te zeggen heeft, deskundig is en een geldig perspectief heeft op de werkelijkheid.

    De maatschappelijk structuren zijn geënt en nog steeds gericht op een traditioneel manbeeld. Nog steeds kiezen mensen voor ‘sterke leiders’ en zien ze mannen als Trump, Poetin en Erdogan als de personificaties daarvan. Wat deze mannen met elkaar gemeen hebben is dat ze eendimensionaal zijn en alles wat in hun buurt groeit afbranden, omdat ze vrezen dat het licht van een ander hun eigen ego in de schaduw zet. Ze oogsten bewondering omdat of ondanks ze gevaarlijk zijn. Voorbeelden van mensen die succesvol zijn terwijl ze ook ruimte overlaten voor anderen en andere ideeën, zie je helaas nog weinig in het openbare leven. Nog steeds zijn we gewoon de eerste vorm serieuzer te nemen.

    Toch ben ik optimistisch gestemd. Inmiddels zijn er vanuit de wetenschap steeds meer geluiden te horen waaruit blijkt dat iedereen beter af is bij maatschappelijke gelijkheid; dat opent de poort tot zoveel meer welzijn, welvaart en geluk voor jong en oud. De verhoudingen tussen man en vrouw veranderen geleidelijk. De vrouw roert zich en nu de vrouw stukje bij beetje meer zichtbaar is in de publieke ruimte, begint ook menig man de eigen identiteit te onderzoeken en vraagtekens te zetten bij wat er van hem wordt verwacht. Past de toebedeelde rol hem wel? Al heeft de man nog veel angst om de hem bekende wereld los te laten, hij komt langzaam maar zeker in beweging. Toch blijft het zoeken naar een vrijere vorm waarin hij man kan zijn (en zij vrouw genoeg) een weerbarstig proces. Het zijn nog steeds kleine stapjes vooruit en dan weer een stap terug. Ik denk dat we pas echt grote stappen zetten als we de gelijkwaardigheid der seksen als een strijd zien van vrouw én man, van mensen dus. Zodat we eindelijk bestaande maatschappelijke structuren durven op te geven voor iets wat zoveel beter en mooier is. Ik kan niet wachten tot het zover is.


    Verder kijken:

    • Een aanstekelijk verhaal van Michael Kimmel over gendergelijkheid.
    • Waarom feminisme geen vies woord is,  volgens Chimamanda Ngozi Adichie.

    elsebeth

    05/10/2017
    maatschappij, mens
    maatschappij, sekse
  • Heb ik contact?

    Heb ik contact?

    Smartwise

    Jongeren van nu zijn niet hetzelfde als die van tien jaar geleden. Recent onderzoek wijst uit dat kinderen zich anders bewegen in hun sociale wereld. Ze ontmoeten elkaar minder in levende lijve en meer online, gaan minder vaak uit en beginnen later met seks. Kortom, sinds de opkomst van sociale media en smartphone is er een hoop veranderd voor jongeren. Het kan niet anders of dit heeft gevolgen voor het onderwijs.

    Old school

    Vanwege de lange ontwikkeltijden en de behoudende cultuur bij veel onderwijsinstellingen en educatieve uitgeverijen springt het huidige lesmateriaal nog niet op deze ontwikkelingen in. Ook het generatieverschil tussen onderwijsmakers en leerlingen speelt mee. We zijn gewend te leren via (vooral) geschreven teksten die in een herkenbare vorm zijn opgebouwd waarbij het duidelijk is wanneer je moet stampen, studeren of begrijpen. Tegenwoordig komt informatie van alle kanten en zeker niet alleen via school of het dagblad bij de ouders thuis. Jongeren vinden op zoveel meer plekken informatie die ze binnen een sociale context met elkaar delen. Het gevolg is dat hun wereld groot is terwijl hun perspectief nog klein is.

    Bottom-up

    De huidige lesmethodes hebben een formele lesopbouw waarbij je kennis stapelt. Je geeft niet meteen alle informatie prijs, maar bouwt steen voor steen de lesstof op. Het is een lineair proces: eerst dit, dan dat. Elke jaargang zoomt de stof verder in op de onderwerpen en pas aan het eind van de schoolcarrière heeft de leerling het gewenste peil bereikt. Deze bottom-up opbouw van een methode is tegenovergesteld aan de informele manier waarop jongeren informatie verzamelen. Voor hen bestaat kennis vergaren niet langer uit het stapelen van informatie, maar maken ze eerder een construct uit naast elkaar bestaande bronnen die ook nog eens verschillend van gewicht zijn.

    Het onderwijs speelt hier niet, nauwelijks of pas vrij laat in hun schoolcarrière op in. Het zou zich veel meer en ook eerder moeten richten op het ordenen en duiden van informatie. Nu gebeurt dat vaak pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Dat het leren duiden van informatie pas zo laat aan de orde komt, heeft onder andere te maken met hoe we de leraar zien als deskundige en als filter. Dat heeft op zijn beurt weer te maken met die bottom-up benadering. Het komt niet uit als een onderwerp te veel uitwaaiert, want dan kom je in de knel met je stapsgewijze programma. Terwijl ondertussen de invloed van de leraar niet veel verder reikt dan de drempel van zijn klas, omdat de leerlingen op andere plekken ongefilterd informatie krijgen te zien of te horen die zich al dan niet mengt met dat wat ze in de schoolbanken hebben gehoord.

    Top-down

    Het is echt tijd om over te gaan van de bottom-up naar een top-down benadering. Laat leerlingen bij de start zien wat het onderwerp behelst in de hele leergang en toon ze welke thema’s aan het onderwerp verwant zijn. Zodat ze, wanneer ze in hun sociale omgeving met allerlei (maatschappelijke) onderwerpen in aanraking komen, zien dat deze ook binnen de lesstof van school terugkomen. Dat het echte leven en school in elkaars verlengde liggen. Wat zich momenteel – in de ogen van de scholier- op verschillende planeten lijkt af te spelen, waardoor hij denkt dat schoolstof niet iets is wat je in het leven kunt toepassen, hetgeen zijn motivatie geen goed doet. Laat leerlingen dus de horizon zien en geef ze ook zicht op hoe ze die gaan of kunnen bereiken. Hoe, wanneer, in welke stappen en in welke snelheid ze die gaan bereiken is aan leerling en docent. Bijkomend voordeel van zo’n top-down benadering is dat je al in de aanpak differentieert naar niveau en bijvoorbeeld de slimme of gemotiveerde leerling de kans geeft stappen over te slaan of te versnellen.

    Daarnaast is een top-down benadering zoveel praktischer als je overkoepelend wilt werken in vakken en projecten. Onderwerpen binnen de geografie zijn niet los te zien van onderwerpen binnen de geschiedenis (zoals kolonisatie, industrialisatie en urbanisatie) of biologie (zoals milieu), et cetera. Ook competenties als argumenteren, logisch denken, mediawijsheid en debatteren zijn niet alleen onderwerpen voor in de Nederlandse les, maar zouden verweven moeten zijn met alle vakken in de hele leergang. Sta open voor verschillende manieren waarop leerlingen de kennis kunnen vergaren en toepassen. Speel in op de verschillende leerstijlen. En zorg dat de wereld buiten school aansluit bij wat er binnen gebeurt.

    Deze ontwikkeling is nu gaande en ook toekomstige jongeren begeven zich steeds meer online in een voor hen levensechte digitale wereld. Wil je het contact met deze doelgroep houden, dan is het nodig om structureel te innoveren binnen het onderwijs. Dus niet talmen, er is werk aan de winkel.


    Verder lezen:

    • Zweeds experiment op school met nepnieuws-lessen
    • Psychologie hoogleraar Jean M. Twenge over de generatie iGen en de smartphone
    • Steeds later beginnen aan seks

    elsebeth

    12/09/2017
    maatschappij, mens, onderwijs
    maatschappij, media, mens, onderwijs
1 2
Volgende pagina

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2025 | elsebeth hoeven – tekst & beeld