Ga naar de inhoud
communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • kunst
  • workshop
  • communicatie
  • blog
  • Erfenis

    Erfenis

    foto: werk van Kara Walker  Titel: Gone, An Historical Romance of a Civil War as it Occurred Between the Dusky Thighs of One Young Negress and Her Heart | Jaar: 1994 | Materiaal: papier

    De Amerikaanse kunstenares Kara Walker vertelt verhaaltjes. In kitscherige taferelen zijn mensen in een gezellig samenzijn verwikkeld. Totdat je beter kijkt. Haar geknipte silhouetten leven in een vervlogen, romantische wereld. In techniek en in onderwerpskeuze refereert Kara Walker aan de 18e en 19e eeuw. Een tijd waarin machtsmisbruik tussen rassen hoogtij vierde. Zo ook in dit werk. Je ziet de stereotiepen van welgestelde 19e eeuwse blanken. De vrouw staat op het punt de man te kussen. Kennelijk is hij leuk genoeg. Een klein zwart meisje, clichématig afgebeeld met ronde billen en ronde lippen, is als een hond aangelijnd. En wat doen die extra benen bij deze flirt? Natuurlijk is de wrange geschiedenis van Amerika bij nagenoeg iedereen bekend. Geen moeite dus om als kijker het verhaaltje compleet te maken. Weg romantiek. Wat overblijft is de herinnering aan een pijnlijke episode uit de westerse geschiedenis.

    elsebeth

    16/03/2017
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst
  • cultuurbeleid

    cultuurbeleid
    Zo door de jaren heen is er al veel beleid gemaakt rondom cultuur. Kunst blijkt vooral iets te moeten dienen. Bijvoorbeeld wijkpolitiek (creatievelingen dienen te verbinden en arme wijken op te fleuren), de heilige markt (cultuurmakers zijn tegenwoordig cultuurondernemers), onderwijs (cultuureducatie maakt betrokken burgers), internationale betrekkingen (de koning neemt graag Introdans of een andere prachtige exponent van ‘onze’ Nederlandse cultuur mee bij de handelsreizen: kunst smeert de verkoop). Zolang het allemaal maar nut heeft.

    Uit het zicht geraakt, is de op zichzelf staande waarde van kunst en cultuur. Zoals die van ontspannen, beroeren, verbeelden, spiegelen, troosten, schudden, schoppen en zo meer. Het zijn die eigenschappen van kunst die ervoor zorgen dat een cultuur in beweging blijft. Wat mij betreft een essentieel onderdeel van een gezonde en vrije samenleving.

    Met de verkiezing in het verschiet, oreren de heren politici verbeten over de Nederlandse identiteit. Wat vooral gaat over wie ze er niet liever bij willen en welke Nederlandse folklore toch echt bewaard moet. Tot zover het vergezicht van de politici op het thema identiteit. Erachter schuilt teleurstellend weinig visie op wat die identiteit precies is en vormt. Kunst en cultuur is in partijprogramma’s bij- of geen zaak. (Waarbij opvalt dat de hardste schreeuwers het minst op hebben met cultuur). Wat bij bevreemdt, want hoe kun je kunst en cultuur los zien van identiteit?

    In het licht van al die zorgen over de ‘Nederlandse identiteit’ is het wrang hoe creatief Nederland de consequenties ervaart van eerder afbraakbeleid. Al zijn er nog banen in de culturele sector te verdelen, het zijn toch de creatieven in het culturele landschap die doormodderen met slecht betaalde klussen en stages. Het laatste treffend geïllustreerd door de enorme vraag naar stagiaires. Dat geeft een ontluisterend beeld van de stand van zaken in Nederland maar ook hoe serieus het beleidsbepalende deel van de sector zelf kunst en cultuur kennelijk neemt.

    Voor de komende kabinetsperiode wens ik dat het anders gaat. Ik hoop op een visie op de betekenis van cultuur in zijn volle breedte en met de juiste investeringen om kunst en cultuur in Nederland een serieuze plaats in onze maatschappij te geven. Een plek waar het mag borrelen, bruisen, kweken, bloeien, twijfelen, bespiegelen en innoveren, een plek die een samenleving doet leven.

    Onder deze groep vallen musea, theaters, schouwburgen, uitgeverijen, reclamebureaus, productiebedrijven, bibliotheken, boekwinkels, persbureaus, omroepen, monumentenzorg, bioscopen, circus, design et cetera.

    Enkele cijfers

    • Rutte I was in 2012 verantwoordelijk van een daling van de rijksuitgaven met 21 %.
    • In 2015 bedroeg de gehele cultuurbegroting van OCW 713 miljoen.
    • Het aantal banen in de hele economie groeide in de periode 2010 -2015 met 1,4 procent, in de culturele sector was er een daling van 14,3 %.
    • In 2010 waren er 162.830 banen in de culturele sector in 5.880.000 vte, in 2014 waren dat 141. 220 banen in 5 783.000 vte.
    • In 2010 waren er 960.000 zelfstandigen in de culturele sector, in 2014 zijn dat er 1.033.000. In de periode 2010- 2015 groeide het aantal zelfstandig met 14, 2 %. Ter vergelijking: in andere sectoren was dat gemiddeld 7,6 %.
    • In 2010 waren er 90.236 stagiaires actief, in 2014 waren dat er 107.770.
    • De bijdrage aan het bruto nationaal product schommelt al jaren op ongeveer op 2,25 procent, zo’n 600.000 euro.

    bronnen: rapport Cultureel Planbureau en ministerie Onderwijs, cultuur en wetenschap: publicatie Cultuur in beeld 2016

    Wat vinden de partijen?

    • Partij voor de Dieren is “voor het herstel van het hart van een vrije samenleving” en wil daarom structurele verhoging van het budget. Verder een vaste plek van cultuuronderwijs in de curriculum van scholen.
      “Mensen zijn creatieve wezens. Kunst en cultuur horen bij ons menszijn en zijn waardevol voor een open en bloeiende samenleving. De overheid kan een rol vervullen als subsidieverstrekker, opdrachtgever en hoeder van ons culturele klimaat en erfgoed.”
    • Groenlinks wil meer geld voor cultuur en kunst, talentontwikkeling en het behoud van erfgoed. GL vindt dat kinderen recht hebben op cultuur en wil ze al jong de mogelijkheid geven om kennis te maken met cultuur via onderwijs.
    • PvdA wil 100 miljoen extra voor cultuurbeleid, vooral voor betere arbeidvoorwaarden voor de makers en ten behoeve van talentontwikkeling. Cultuureducatie gericht op het vmbo en een vaste plek in het curriculum voor cultuuronderwijs.
    • D66 wil de schade herstellen van eerder beleid. Investeren in talentontwikkeling, cultuureducatie en vernieuwende uitingen en in aankoopfonds. In de volle breedte van het onderwijs een vaste plek voor cultuureducatie.
    • ]SP wil extra investeren in theaters, festivals, orkesten en musea. Kunst toegankelijk maken voor iedereen door meer kunst en cultuur in de openbare ruimte en 1 dag in de week gratis toegang in een rijksmuseum. Daarnaast bestrijden van de stille armoede onder kunstenaars door hun sociale zekerheid te verbeteren. Een popfonds en een Nationaal Historisch Museum. Verder cultuureducatie door vakkrachten en verdiepen door middel van doorlopende leerlijnen.
    • 50 + wil ook een cultuurkaart voor ouderen en cultuuronderwijs voor mensen die aan tweede jeugd beginnen.
    • CDA richt zich op verenigingsleven en topinstituten.
    • Denk vindt dat cultuur een brede cultuur moet dienen en iedereen moet aanspreken
    • VVD laat het aan de markt over, ook SGP vindt cultuur geen zaak van de overheid en de PVV wil geen geld naar kunst. 

    bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/03/programmawijzer-a1548620

    elsebeth

    08/03/2017
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst, maatschappij
  • billboard media

    billboard media

    Ik heb moeite met sociale media. Met goede moed heb ik de podia van diverse media betreden met de hoop op verrassing en verwondering. Het is leuk om op de hoogte te blijven van de bezigheden van uit het oog geraakte contacten. Meedoen vraagt weinig sociale vaardigheid, de online omgeving is eindeloos en ingericht op zoveel mogelijk deelnemers. De gedragscode van de platforms is overal min of meer hetzelfde: pluimpjes geven door middel van een kinderlijk duimpje omhoog. Toch ben ik op Facebook en Twitter afgeknapt. Het merendeel van de tijdlijn blijkt gevuld met commerciële aandachtvragerij en al scrollend komt er een oeverloze stroom zelfpromotie voorbij. Mensen blijken vooral het opgepoetste of sociaal wenselijke beeld van zichzelf te willen delen.

    Ondertussen ‘zit ik’ nog wel op LinkedIn en ook hier ‘like’ ik hier en daar wat. Mijn netwerk bestaat vooral uit mensen die net als ik in de culturele hoek werken. Nu vindt heel mijn netwerk cultuur bijzonder belangrijk en komen er veel berichten voorbij over onderzoeken, initiatieven die het belang van cultuur onderstrepen. Dat vinden we allemaal en huppakee, omhoog gaan de duimpjes. Sinds kort experimenteer ik met de ik-deel-plaatjes-app Instagram. Ook hier dien je te ‘liken’ en ‘likes’ uit te lokken, dit keer via het drukken op een hartje. Net zoals bij Spotify, Facebook en Google nemen de algoritmes het gauw over en hopla, daar krijg ik allerlei tips van te volgen lui die hetzelfde leuk vinden als ik. Dat is nu net een van die niet zo fijne dingen van sociale media. Je ziet alleen wat je wilt zien, je hoort alleen wat je al kent. Maar waar blijft die andere kijk?

    Gebruikers van sociale media streven naar een groot netwerk, want hoe meer volgers hoe beter voor het ego of het bedrijf. Zo representeren mensen zich vooral ten opzichte van een groot maar weinig divers publiek, waarbij ook het netwerk, de likes, de volgers een belangrijk onderdeel van de representatie zijn.

    Sociale media bestaat zo’n 20 jaar en inmiddels is de interactie steeds meer een marketingmiddel. Nu is marketing erop gericht mensen een bepaalde kant op te duwen met het doel geld te genereren. De waarde van sociaal contact is hieraan ondergeschikt. Het is jezelf in de markt zetten en wij -schapen- doen er allemaal aan mee. Daarom werkt het ook zo goed als marketingtool. Maar ondertussen gaan we onszelf als merk zien en is het ‘economisme’ onder onze huid gaan zitten. We begeven ons vrijwillig in een wereld vol billboards. Willen we dat echt?

    Mensen blijken een enorme informatiehonger te hebben en vinden het heerlijk om gevoed worden met nieuwe plaatjes, ideetjes, berichtjes. Helaas is de informatiestroom niet bij te benen, de berichtenomvang maakt mensen murw en onverschilliger. Zo weten we vaker wat een ander doet maar steeds minder wat de ander echt vindt, voelt en denkt.

    De hapklare brokken en de inhoudelijk wél interessante dingen staan naast elkaar. Maar omdat het medium oppervlakkig en snel is, blijft het beeld plat. Inhoud wordt al gauw weggedrukt door een volgend bericht. Rust en ruimte voor echt kijken, echt nadenken is er niet. De inhoudelijke kracht van mooie, diepgravende beelden en berichten komt niet tot bloei omdat bloei nou eenmaal tijd en aandacht vraagt. Met het makkelijk te behalen succes door likes verzandt de urgentie om inhoudelijk te zijn.

    Kortom, sociale media zijn interessant op het gebied van commercie en propaganda. Maar nuance en diepgang verliest terrein. Het zijn de kritische beschouwers, de onderzoekende denkers en de geduldige makers onder ons die we in de stroom gaan missen.

    Foto: Kunstenaarsduo Annie Hal en Daniel Mihalyo van Lead Pencil Studio maakten dit werk.
    Met het billboard nodigt Lead Pencil Studio kijkers uit te kijken naar het landschap i.p.v. naar een reclame-uiting.

    Titel: Non-Sign II
    Jaartal: 2010
    Materiaal: staal[

    elsebeth

    21/02/2017
    kunst, maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens
  • leugenvinding

    leugenvinding
    Het recht op informatie is een voorwaarde voor een vrije democratie en niet voor niets opgenomen in de Grondwet. Op dit moment buitelen meningen en feiten over elkaar heen en staat de informatievoorziening onder druk.

    De kerntaak van de pers is informeren over de gebeurtenissen in de wereld zodat mensen zich een mening kunnen vormen. Journalisten zoeken achter de ‘waarheid’ de feiten maar presenteren feiten ook als waarheid. De beroepsregels van de journalist (bijvoorbeeld hoor en wederhoor, meerdere bronnen gebruiken, feiten checken) dienen die waarheidsvinding. Toch blijft de gepresenteerde waarheid slechts een deel van het verhaal. Wat waar is, is niet meteen de hele waarheid. Omdat de blik van de journalist en het huis waaruit hij opereert de feiten rangschikt en kleurt, is zijn waarheid altijd subjectief. Elke journalist kiest het kader van zijn verhaal, de woorden die hij gebruikt en de feiten waarmee hij zijn verhaal stut.

    In het hedendaagse debat zien mensen elkaar vooral als tegenstanders, als vertegenwoordigers van kampen. In de woordenstrijd gebruiken de tegenstanders trucs om zo het debat te ondermijnen. Ongenuanceerd en met een beperkt kleurenpalet. Zo is er de vertegenwoordiger van het eigen gelijk die de journalistiek en de gepresenteerde feiten discutabel vindt en feiten als meningen framet. En horen we de vijanddenker die gebrachte feiten in diskrediet brengt door te stellen dat het slechts een deel van het verhaal is. Waarna hij vervolgens het verhaal met een mening complementeert en dat als waarheid presenteert. Dit zijn slechts enkele trucs die de informatievoorziening ondermijnen. Aan het eind van de strijd blijft de lezer in ongewisse en met een chaotisch wereldbeeld achter. Hoe kan hij zich dan nog een gefundeerde mening vormen?

    Aan de pers de taak deze trucs te pareren. Dit kan bijvoorbeeld door meer gericht te zijn op het duiden en het in perspectief plaatsen van feiten en minder op het naast elkaar zetten van meningen. Door de feiten van meer kanten te belichten, ook de kanten die buiten de eigen comfortzone en scope liggen. Door bij het brengen van een verhaal niet alleen te kijken hoe je duiding en context kunt staven met de feiten maar juist ook óf en hoe je feiten kunt ontkrachten. Door te durven zoeken naar de leugen binnen de waarheid. Hiermee kan een journalist niet alleen zijn vooringenomenheid voor zijn maar ook een verhaal brengen vanuit een breder perspectief. Met als doel sterker in zijn schoenen te staan bij de taak die hij dient: een genuanceerde informatievoorziening opdat een ieder de kans krijgt zich een onderbouwde mening te vormen.

    Foto: Mondriaan volgens Ursus Wehrli
    Uit Kunst aan de kant! van uitgeverij De Harmonie.

    elsebeth

    18/02/2017
    maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens, taal
  • werken in evenwicht

    werken in evenwicht

    Zesurige werkdag

    Wil je meer mensen aan het werk?  Een gelijke taakverdeling in het huishouden? Meer ruimte voor kind en familie? Meer groen en minder asfalt? Laten we dan eens vaart maken met het invoeren van een zesurige werkdag.

    Hoe het was

    Vanaf 1919 hebben we in Nederland de achturige werkdag. De sociaaldemocratische partij wilde hiermee een eind maken aan de lange werkdagen van de fabrieksarbeiders. Zij hadden werkdagen tot wel 16 uur met alleen een vrije dag op zondag. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de vijfdaagse werkweek de norm. In die tijd verdienden mannen buitenshuis de kost terwijl vrouwen – zodra ze trouwden- thuis moesten blijven. Tegenwoordig willen we dat anders doen. Het is tijd om de organisatie van werk en inkomen aan deze nieuwe wens aan te passen. Laten we de norm bijstellen tot werkdagen van zes uur in combinatie met flexibele werkweken.

    Gelijke kansen

    De voordelen van een zesurige werkdag zijn groot. Je helpt meer mensen aan een baan omdat je door het verkorten van de werkdag het beschikbare werk over meer mensen moet verdelen. Hiermee reageer je op de ontwikkeling dat er door automatisering en uitbesteding naar lagelonenlanden steeds minder banen voorhanden zijn. Verder maak je het voor ouders zoveel eenvoudiger om werk en gezin te combineren. Niet alleen is het voor meer mensen mogelijk om kinderen na school thuis op te vangen, ook kunnen beide ouders de maatschappelijke ladder beklimmen zonder dat ze in de knel komen met de zorg voor hun kinderen. Bovendien prikkel je gelijke beloning voor gelijk werk. Want als het de norm wordt dat twee deeltijders het inkomen van het gezin gaan verdienen, heeft de hele samenleving er profijt van als de beloning van vrouwen en mannen gelijk is.

    Organiseren zonder stress

    Maak het daarnaast mogelijk om werk verdeeld over de dagen in de week flexibel in te richten. Dat kan door thuiswerken te blijven faciliteren maar ook door in organisaties de werkdagen te verdelen in modules van 3 uur. Geef mensen de mogelijkheid om in blokken van bijvoorbeeld 6 tot 9, 9 tot 12 en zo verder te werken. Achter elkaar of als losse eenheden, net wat de organisatie en de werknemer het beste past. Dat heeft meerdere voordelen. De drukte in de spits neemt af omdat de werktijden over de dag zijn verspreid. Je hebt minder snelweg nodig om al het verkeer door te laten stromen en meer kans op een zitplaats in de trein.  Voor ouders is het een stuk eenvoudiger om de opvang van kinderen met elkaar af te stemmen. Voor een bedrijf is het ondanks de kortere werkdagen van de individuele werknemers mogelijk kantoor of fabriek 18 uur of langer op een dag te bemannen. Bovendien wisselen werknemers elkaar niet af maar werken ze een aantal uren gelijktijdig. Dat draagt bij aan een goede overdracht en de samenhang in het bedrijf.

    Evenwicht

    De invoering van een flexibele werkweek met werkdagen van zes uur zal wat aanpassing vragen van organisaties. Maar je geeft mensen autonomie omdat ze naar eigen inzicht hun leven kunnen organiseren. Dat scheelt veel organisatiestress en brengt bij veel mensen evenwicht in de verdeling van werk, gezin en vrije tijd. Uiteindelijk zal dat leiden tot een beter welzijn van vrouwen, mannen en kinderen.

     

    elsebeth

    15/11/2016
    maatschappij
    maatschappij, mens, sekse
Vorige pagina
1 2

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld