communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • communicatie
  • workshop
    • particulieren
    • organisaties
    • leerkrachten
    • leerlingen
  • kunst
  • blog
  • portfolio
  • Echt waar?

    Echt waar?

    Informatieoorlog (deel 2)

    Wat is waar? Welk bericht klopt wel, welke een beetje en welke helemaal niet? Je hoort het op het journaal: in de westerse democratieën zijn er grote zorgen over nepnieuws. Waarom? Omdat het kunnen vinden van betrouwbare informatie een belangrijke voorwaarde is voor een gezonde democratie. Want alleen zo vorm je je een gefundeerde mening die je een kapstok biedt bij het kiezen. En dat weten onzichtbare vijanden ook, heb ik van horen zeggen (Zijn ze er eigenlijk wel als je ze niet ziet?). Zij hebben baat bij verwarring. Zo las ik ook dat een grote rol voor het verspreiden van nepnieuws wordt toebedeeld aan sociale media en internetplatforms. Hier kunnen trollen van Russen, Chinezen en nationalisten kennelijk hun hart ophalen. Want wat blijkt? Onware berichten verspreiden zich zes keer sneller dan betrouwbare berichten. Dat stemt mij niet vrolijk.

    En het roept bij mij de vraag op: Welke rol spelen de traditionele media zoals publieke omroep en dagbladen eigenlijk als het gaat om het brengen van betrouwbare informatie? Is er nog wat aan te verbeteren? De berichtgeving over corona gebruik ik als testcase.

    Stelling

    Mijn stelling van de dag is: traditionele media zijn medeverantwoordelijk voor het groeiende wantrouwen over nieuws en feiten. Misschien kun jij me op andere gedachten brengen? Belangrijke oorzaak is de inmiddels jarenlange trend dat ook bij deze media het vermarkten van informatie steeds belangrijker is geworden. Hoe dat zover gekomen is? Terwijl op het internet lezers het ‘nieuws’ gratis voor het oprapen vonden, vrijelijk gedeeld via de sociale media, moesten kranten en andere media ook hun publiek bereiken én geld verdienen. En wat deden de meesten? Ze gingen dezelfde trucs gebruiken. Koppen en feiten zo verpakken dat de klikbereidheid van lezers zo groot mogelijk is. Dus wat je nu ziet, is dat de nieuwsmedia – de een wat meer dan de ander- voortdurend hypes voeden omdat rellerigheid nou eenmaal meer lezers trekt. Hijgerig noem ik het. Dan mag de inhoud op een andere manier tot stand zijn gekomen – netjes volgens de journalistieke regels, maar als je in vorm steeds meer gaat lijken op dat wat je niet bent, dan kun je het een lezer niet kwalijk nemen dat hij het verschil niet ziet. Zeker als je daarin meeneemt dat er inmiddels een hele generatie is, die niet anders weet.

    Corona

    Neem corona. Ook hierin sturen de media het narratief. Op sociale media komt een stortvloed aan informatie voorbij: bange mensen die berichten delen over aard, wetenschappelijke bevindingen en aanpak van deze crisis. Het gaat alle kanten op. En het duurt niet lang of je ziet de zelfbenoemde waarheidvinders in de traditionele berichtgeving verschijnen. Voorts hebben we het nu al maanden over de maatregelen, wel of niet mondkapjes en over wat de maatregelen betekenen voor alle gedupeerde groepen. Handig voor elke afzonderlijke club want als je luid in de media bent, gaan ze het in Den Haag ook horen en misschien voor jou wel een uitzondering maken. Het mechanisme is een soort perpetuum mobile: het houdt elkaar in stand. De traditionele media doen daar vrolijk aan mee want ook zij dienen het volk en schrijven wat het volk wil horen. Want een onvertogen woord kan je zomaar lezers kosten. Lezers die allemaal zitten met hun eigen stukje ellende rondom dit virus. Het treft namelijk elke groep. Je zou kunnen zeggen, bij elkaar zijn al die groepjes één grote groep: de samenleving. En die pandemie blijft nog wel even een feit. Wij – van de samenleving – moeten er mee om zien te gaan.

    Oorzaak-gevolg

    Welke verantwoordelijkheid kan de media hier nemen? Er zijn erbij die ook veel goed doen, hier en daar gaan ze zelfs de diepte in. Dat geeft hoop. Maar kunnen ze bij de krant, aan tafel van de talkshow en het journaal toch wat vaker wat verder kijken? En daarmee het narratief in de samenleving ook af en toe een andere kant opsturen? Bijvoorbeeld: die pandemie heeft een oorzaak. Wat gebeurt op dat vlak? Zijn landen, organisaties al bezig om in de toekomst dit soort uitbraken te voorkomen? Is dat wel mogelijk? Wat is daarvoor nodig? Hoe kunnen we deze ramp gebruiken om – figuurlijk gesproken- ik zeg het er maar even bij – de zolder op te ruimen? Welke ideeën leven er? Persoonlijk ben ik reuze benieuwd. Ik kan niet wachten tot we alle kansen pakken om deze crisis om te buigen naar een betere wereld. Ik wil wel helpen al weet ik nog niet hoe. Jij?

    [/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”]

    [vc_column_text]Tip: deze boeiende documentaire van VPRO Tegenlicht Aan het front van de informatieoorlog is het bekijken waard. [/vc_column_text]

    [sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Adres onbekend
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    11/10/2020
    maatschappij
    maatschappij, media
  • Cindy Sherman

    Cindy Sherman

    Identiteiten

    Al decennia lang maakt de Amerikaanse fotografe Cindy Sherman zelfportretten zonder haar identiteit aan de kijker prijs te geven. Humorvol houdt ze mannen én vrouwen een spiegel voor en laat ze zien welke clichés er leven over vrouwen.

    In haar eerste serie foto’s uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, Untitled Film Stills, is Sherman een actrice die verschillende rollen speelt,  van stereotiepe huisvrouw tot filmster tot minnares.  Ze uit daarmee haar frustratie over de rolmodellen die vrouwen krijgen toebedeeld en stelt daarmee de verwachtingen waaraan vrouwen moeten voldoen aan de kaak.

    Na drie jaar – ‘she ran out of clichés’-  verandert de fotografe van onderwerp. In haar ‘Fairy Tale Disasters’ laat ze haar fascinatie voor horror zien. Met gruwelbeelden van vervormde (plastic) lichamen brengt ze een onsmakelijke fantasiewereld tot leven.

    De volgende serie die ze maakte heet History Portraits. Hierin refereert ze aan bekende schilderijen. Zonder het werk van de meesters exact na te spelen geeft ze een herkenbare interpretatie. Aangeplakte plastic lichaamsdelen werken vervreemdend en benadrukken de rol die de geportretteerde heeft.

    In een volgende serie parodieert ze de porno-industrie. Poppen met plastic genitaliën in obscene poses figureren in haar Sex Pictures.  Het ontneemt je meteen de lust.

    In haar serie Metro Pictures is ze zelf weer model van haar foto’s. Ze maakt portretten van hedendaagse Amerikaanse vrouwen. We zien onder andere dé gescheiden vrouw, dé personal trainer, dé makelaar. En net zoals in de reallife soap, de vrouwen lijken net echt.

    Tegenwoordig toont Sherman via haar Instagramaccount selfies waarbij ze door gebruik te maken van fotobewerkings-apps kan kiezen wie, wat en hoe ze is. Daar gebruikt ze onder andere Facetune voor. Delen van het gezicht zijn vergroot, verkleind of vervormd. Ze toont – zoals zovelen – het plaatje dat ze wil laten zien van ‘zichzelf’ aan de wereld.  Ze laat daarmee ook zien hoe mensen in de (sociale) media een beeldtaal gebruiken die refereert aan dat wat ze al kennen. Met als gevolg dat we elkaar bevestigen in de stereotypes die we gebruiken om de wereld om heen te duiden en tegelijk de samenleving met dezelfde tonen blijven kleuren.

    Foto’s van Cindy Sherman uit de volgende series:

    • Untitled Film Stills
    • Fairy Tale Disasters
    • Metro Pictures
    • History Portraits
    • Sex Pictures
    • Selfies

    elsebeth

    20/05/2018
    kunst, maatschappij, mens, verbeelding
    kunst, maatschappij, media, sekse
  • Heb ik contact?

    Heb ik contact?

    Smartwise

    Jongeren van nu zijn niet hetzelfde als die van tien jaar geleden. Recent onderzoek wijst uit dat kinderen zich anders bewegen in hun sociale wereld. Ze ontmoeten elkaar minder in levende lijve en meer online, gaan minder vaak uit en beginnen later met seks. Kortom, sinds de opkomst van sociale media en smartphone is er een hoop veranderd voor jongeren. Het kan niet anders of dit heeft gevolgen voor het onderwijs.

    Old school

    Vanwege de lange ontwikkeltijden en de behoudende cultuur bij veel onderwijsinstellingen en educatieve uitgeverijen springt het huidige lesmateriaal nog niet op deze ontwikkelingen in. Ook het generatieverschil tussen onderwijsmakers en leerlingen speelt mee. We zijn gewend te leren via (vooral) geschreven teksten die in een herkenbare vorm zijn opgebouwd waarbij het duidelijk is wanneer je moet stampen, studeren of begrijpen. Tegenwoordig komt informatie van alle kanten en zeker niet alleen via school of het dagblad bij de ouders thuis. Jongeren vinden op zoveel meer plekken informatie die ze binnen een sociale context met elkaar delen. Het gevolg is dat hun wereld groot is terwijl hun perspectief nog klein is.

    Bottom-up

    De huidige lesmethodes hebben een formele lesopbouw waarbij je kennis stapelt. Je geeft niet meteen alle informatie prijs, maar bouwt steen voor steen de lesstof op. Het is een lineair proces: eerst dit, dan dat. Elke jaargang zoomt de stof verder in op de onderwerpen en pas aan het eind van de schoolcarrière heeft de leerling het gewenste peil bereikt. Deze bottom-up opbouw van een methode is tegenovergesteld aan de informele manier waarop jongeren informatie verzamelen. Voor hen bestaat kennis vergaren niet langer uit het stapelen van informatie, maar maken ze eerder een construct uit naast elkaar bestaande bronnen die ook nog eens verschillend van gewicht zijn.

    Het onderwijs speelt hier niet, nauwelijks of pas vrij laat in hun schoolcarrière op in. Het zou zich veel meer en ook eerder moeten richten op het ordenen en duiden van informatie. Nu gebeurt dat vaak pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Dat het leren duiden van informatie pas zo laat aan de orde komt, heeft onder andere te maken met hoe we de leraar zien als deskundige en als filter. Dat heeft op zijn beurt weer te maken met die bottom-up benadering. Het komt niet uit als een onderwerp te veel uitwaaiert, want dan kom je in de knel met je stapsgewijze programma. Terwijl ondertussen de invloed van de leraar niet veel verder reikt dan de drempel van zijn klas, omdat de leerlingen op andere plekken ongefilterd informatie krijgen te zien of te horen die zich al dan niet mengt met dat wat ze in de schoolbanken hebben gehoord.

    Top-down

    Het is echt tijd om over te gaan van de bottom-up naar een top-down benadering. Laat leerlingen bij de start zien wat het onderwerp behelst in de hele leergang en toon ze welke thema’s aan het onderwerp verwant zijn. Zodat ze, wanneer ze in hun sociale omgeving met allerlei (maatschappelijke) onderwerpen in aanraking komen, zien dat deze ook binnen de lesstof van school terugkomen. Dat het echte leven en school in elkaars verlengde liggen. Wat zich momenteel – in de ogen van de scholier- op verschillende planeten lijkt af te spelen, waardoor hij denkt dat schoolstof niet iets is wat je in het leven kunt toepassen, hetgeen zijn motivatie geen goed doet. Laat leerlingen dus de horizon zien en geef ze ook zicht op hoe ze die gaan of kunnen bereiken. Hoe, wanneer, in welke stappen en in welke snelheid ze die gaan bereiken is aan leerling en docent. Bijkomend voordeel van zo’n top-down benadering is dat je al in de aanpak differentieert naar niveau en bijvoorbeeld de slimme of gemotiveerde leerling de kans geeft stappen over te slaan of te versnellen.

    Daarnaast is een top-down benadering zoveel praktischer als je overkoepelend wilt werken in vakken en projecten. Onderwerpen binnen de geografie zijn niet los te zien van onderwerpen binnen de geschiedenis (zoals kolonisatie, industrialisatie en urbanisatie) of biologie (zoals milieu), et cetera. Ook competenties als argumenteren, logisch denken, mediawijsheid en debatteren zijn niet alleen onderwerpen voor in de Nederlandse les, maar zouden verweven moeten zijn met alle vakken in de hele leergang. Sta open voor verschillende manieren waarop leerlingen de kennis kunnen vergaren en toepassen. Speel in op de verschillende leerstijlen. En zorg dat de wereld buiten school aansluit bij wat er binnen gebeurt.

    Deze ontwikkeling is nu gaande en ook toekomstige jongeren begeven zich steeds meer online in een voor hen levensechte digitale wereld. Wil je het contact met deze doelgroep houden, dan is het nodig om structureel te innoveren binnen het onderwijs. Dus niet talmen, er is werk aan de winkel.


    Verder lezen:

    • Zweeds experiment op school met nepnieuws-lessen
    • Psychologie hoogleraar Jean M. Twenge over de generatie iGen en de smartphone
    • Steeds later beginnen aan seks

    elsebeth

    12/09/2017
    maatschappij, mens, onderwijs
    maatschappij, media, mens, onderwijs
  • billboard media

    billboard media

    Ik heb moeite met sociale media. Met goede moed heb ik de podia van diverse media betreden met de hoop op verrassing en verwondering. Het is leuk om op de hoogte te blijven van de bezigheden van uit het oog geraakte contacten. Meedoen vraagt weinig sociale vaardigheid, de online omgeving is eindeloos en ingericht op zoveel mogelijk deelnemers. De gedragscode van de platforms is overal min of meer hetzelfde: pluimpjes geven door middel van een kinderlijk duimpje omhoog. Toch ben ik op Facebook en Twitter afgeknapt. Het merendeel van de tijdlijn blijkt gevuld met commerciële aandachtvragerij en al scrollend komt er een oeverloze stroom zelfpromotie voorbij. Mensen blijken vooral het opgepoetste of sociaal wenselijke beeld van zichzelf te willen delen.

    Ondertussen ‘zit ik’ nog wel op LinkedIn en ook hier ‘like’ ik hier en daar wat. Mijn netwerk bestaat vooral uit mensen die net als ik in de culturele hoek werken. Nu vindt heel mijn netwerk cultuur bijzonder belangrijk en komen er veel berichten voorbij over onderzoeken, initiatieven die het belang van cultuur onderstrepen. Dat vinden we allemaal en huppakee, omhoog gaan de duimpjes. Sinds kort experimenteer ik met de ik-deel-plaatjes-app Instagram. Ook hier dien je te ‘liken’ en ‘likes’ uit te lokken, dit keer via het drukken op een hartje. Net zoals bij Spotify, Facebook en Google nemen de algoritmes het gauw over en hopla, daar krijg ik allerlei tips van te volgen lui die hetzelfde leuk vinden als ik. Dat is nu net een van die niet zo fijne dingen van sociale media. Je ziet alleen wat je wilt zien, je hoort alleen wat je al kent. Maar waar blijft die andere kijk?

    Gebruikers van sociale media streven naar een groot netwerk, want hoe meer volgers hoe beter voor het ego of het bedrijf. Zo representeren mensen zich vooral ten opzichte van een groot maar weinig divers publiek, waarbij ook het netwerk, de likes, de volgers een belangrijk onderdeel van de representatie zijn.

    Sociale media bestaat zo’n 20 jaar en inmiddels is de interactie steeds meer een marketingmiddel. Nu is marketing erop gericht mensen een bepaalde kant op te duwen met het doel geld te genereren. De waarde van sociaal contact is hieraan ondergeschikt. Het is jezelf in de markt zetten en wij -schapen- doen er allemaal aan mee. Daarom werkt het ook zo goed als marketingtool. Maar ondertussen gaan we onszelf als merk zien en is het ‘economisme’ onder onze huid gaan zitten. We begeven ons vrijwillig in een wereld vol billboards. Willen we dat echt?

    Mensen blijken een enorme informatiehonger te hebben en vinden het heerlijk om gevoed worden met nieuwe plaatjes, ideetjes, berichtjes. Helaas is de informatiestroom niet bij te benen, de berichtenomvang maakt mensen murw en onverschilliger. Zo weten we vaker wat een ander doet maar steeds minder wat de ander echt vindt, voelt en denkt.

    De hapklare brokken en de inhoudelijk wél interessante dingen staan naast elkaar. Maar omdat het medium oppervlakkig en snel is, blijft het beeld plat. Inhoud wordt al gauw weggedrukt door een volgend bericht. Rust en ruimte voor echt kijken, echt nadenken is er niet. De inhoudelijke kracht van mooie, diepgravende beelden en berichten komt niet tot bloei omdat bloei nou eenmaal tijd en aandacht vraagt. Met het makkelijk te behalen succes door likes verzandt de urgentie om inhoudelijk te zijn.

    Kortom, sociale media zijn interessant op het gebied van commercie en propaganda. Maar nuance en diepgang verliest terrein. Het zijn de kritische beschouwers, de onderzoekende denkers en de geduldige makers onder ons die we in de stroom gaan missen.

    Foto: Kunstenaarsduo Annie Hal en Daniel Mihalyo van Lead Pencil Studio maakten dit werk.
    Met het billboard nodigt Lead Pencil Studio kijkers uit te kijken naar het landschap i.p.v. naar een reclame-uiting.

    Titel: Non-Sign II
    Jaartal: 2010
    Materiaal: staal[

    elsebeth

    21/02/2017
    kunst, maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens
  • leugenvinding

    leugenvinding
    Het recht op informatie is een voorwaarde voor een vrije democratie en niet voor niets opgenomen in de Grondwet. Op dit moment buitelen meningen en feiten over elkaar heen en staat de informatievoorziening onder druk.

    De kerntaak van de pers is informeren over de gebeurtenissen in de wereld zodat mensen zich een mening kunnen vormen. Journalisten zoeken achter de ‘waarheid’ de feiten maar presenteren feiten ook als waarheid. De beroepsregels van de journalist (bijvoorbeeld hoor en wederhoor, meerdere bronnen gebruiken, feiten checken) dienen die waarheidsvinding. Toch blijft de gepresenteerde waarheid slechts een deel van het verhaal. Wat waar is, is niet meteen de hele waarheid. Omdat de blik van de journalist en het huis waaruit hij opereert de feiten rangschikt en kleurt, is zijn waarheid altijd subjectief. Elke journalist kiest het kader van zijn verhaal, de woorden die hij gebruikt en de feiten waarmee hij zijn verhaal stut.

    In het hedendaagse debat zien mensen elkaar vooral als tegenstanders, als vertegenwoordigers van kampen. In de woordenstrijd gebruiken de tegenstanders trucs om zo het debat te ondermijnen. Ongenuanceerd en met een beperkt kleurenpalet. Zo is er de vertegenwoordiger van het eigen gelijk die de journalistiek en de gepresenteerde feiten discutabel vindt en feiten als meningen framet. En horen we de vijanddenker die gebrachte feiten in diskrediet brengt door te stellen dat het slechts een deel van het verhaal is. Waarna hij vervolgens het verhaal met een mening complementeert en dat als waarheid presenteert. Dit zijn slechts enkele trucs die de informatievoorziening ondermijnen. Aan het eind van de strijd blijft de lezer in ongewisse en met een chaotisch wereldbeeld achter. Hoe kan hij zich dan nog een gefundeerde mening vormen?

    Aan de pers de taak deze trucs te pareren. Dit kan bijvoorbeeld door meer gericht te zijn op het duiden en het in perspectief plaatsen van feiten en minder op het naast elkaar zetten van meningen. Door de feiten van meer kanten te belichten, ook de kanten die buiten de eigen comfortzone en scope liggen. Door bij het brengen van een verhaal niet alleen te kijken hoe je duiding en context kunt staven met de feiten maar juist ook óf en hoe je feiten kunt ontkrachten. Door te durven zoeken naar de leugen binnen de waarheid. Hiermee kan een journalist niet alleen zijn vooringenomenheid voor zijn maar ook een verhaal brengen vanuit een breder perspectief. Met als doel sterker in zijn schoenen te staan bij de taak die hij dient: een genuanceerde informatievoorziening opdat een ieder de kans krijgt zich een onderbouwde mening te vormen.

    Foto: Mondriaan volgens Ursus Wehrli
    Uit Kunst aan de kant! van uitgeverij De Harmonie.

    elsebeth

    18/02/2017
    maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens, taal

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld