We leren kinderen dat eerlijkheid loont. Toch verliest een klokkenluider haar baan en wint een liegende politicus stemmen. Hoe staat het heden ten dage met ons morele kompas?
Al vroeg krijgen we te horen: niet jokken. Wees integer, oprecht en betrouwbaar: dan ben je goed bezig. Logisch, het is fijn samenleven op een plek waar mensen deugen en hun werk deugdelijk doen. Dus laten we dat dan doen, zou je zeggen. Spreek de waarheid en handel naar de feiten. Maar in de praktijk loont liegen vaak meer. Is het eigenlijk wel handig om eerlijk te zijn?
Neem de buurman die gestolen spullen claimt bij de verzekering. Hij krijgt slechts een deel vergoed. De volgende keer verzint-ie er wat gestolen goed bij. Nu krijgt hij wel genoeg om de spullen te vervangen. “Als hij het doet, doe ik het ook – iedereen doet het.” Zie daar de geboorte van een fait accompli. De verzekeraar verhoogt de premie voor iedereen. Wie is hier de verliezer?
We zeggen het een, doen wat anders
Onze omgang met eerlijkheid is een vat vol tegenstrijdigheden. We zeggen dat we elkaar moeten vertrouwen, toch vormt wantrouwen de basis voor veel regels. We waarderen eerlijkheid hoog, maar belonen het zelden. We beweren op feiten te varen, maar voeden ons met meningenmachines. We stellen dat de waarheid altijd komt bovendrijven, terwijl we zagen aan de poten van instituties die aan waarheidsvinding doen. We roepen dat we eerlijk spel en gelijke verdeling willen, maar in de praktijk krijgen zij die veel hebben meer en zij die weinig hebben minder. Kortom, we zeggen het een en doen het ander.
Vele tinten sjoemel
Tussen eerlijk zijn en keihard bedriegen ligt een zee aan sjoemeltinten. We liegen allemaal wel een beetje, dat betekent niet meteen dat je geen integer mens bent. Een leugentje om bestwil – “die nieuwe jas staat je goed”, “nu even geen tijd, ben net onderweg”, “laten we gauw afspreken” – is nu eenmaal een smeuïg smeermiddel in het sociale verkeer. Vaak heb ik het niet eens door. En heb ik geen idee dat mijn visite mijn zelfgebakken taart met lange tanden heeft opgegeten.
Ook in verhalen over onszelf zijn we niet helemaal zuiver. We kleuren ze net iets gunstiger (of ongunstiger als dat beter bij ons zelfbeeld past). We zijn bedreven in het bagatelliseren van ons aandeel als iets mis is gegaan. “Ach, de schade valt mee, het dak zit er nog op. Bovendien kon ik er niets aan doen. Ik kwam pas na de instructie binnen want jij gaf mij het verkeerde adres.” Omdat we liever wel eerlijk zijn dan niet, strooien we er een flinke snuf cognitieve dissonantie overheen.
Het juiste antwoord vinden
Wanneer ben je eigenlijk eerlijk? Is het de eerste reactie op een situatie, het eerste gevoel, of ontstaat eerlijkheid pas nadat er wat reflectie aan te pas gekomen is? Dat laatste, vermoed ik. Maar hoe vind je in die innerlijke poel van om aandacht vragende oprispingen het ‘juiste antwoord’? Introspectie is niet per se betrouwbaar. Ik ken de bekende groeven die bij reflectie als eerste boven komen drijven en steeds dieper worden maar al te goed. Water kiest de makkelijkste weg. Hoeveel kleine paadjes blijven onbetreden? Hoe dan ook vereist het oefening om je emoties, gevoelens en gedachten te onderscheiden en te duiden.
Eerlijk zijn is moeilijk. Zelfbedrog ligt op de loer, vooral bij eigenschappen die botsen met je zelfbeeld. Niemand ziet zichzelf graag als een racist/seksist. Ontkennen en wegkijken is dan makkelijker. Jouw kant op redeneren helpt ook. Het is maar hoe je de feiten interpreteert.
Waarheden verschillen en zijn nooit absoluut. Zo kunnen lieden op het ene eiland iets totaal anders zien dan de lui op een ander eiland. Ziet Jan in vier poten en een vlak een kruk, Piet ziet toch echt een tafel om aan te zitten. Kwestie van perspectief.
Als je vaak genoeg liegt, wordt het vanzelf waar
Allemaal huichelen we wel wat en dat is zelden berekenend. De meeste mensen willen deugen. Toch zijn mensen die bewust een loopje nemen met de waarheid verrassend succesvol, we hoeven alleen maar te kijken naar de mensen die momenteel het wereldtoneel domineren – ik noem geen namen, je kent ze wel. Als ze de leugen keer op keer opdienen, komen ze een heel eind.
Wat als je een misleidend perspectief op de waarheid krijgt voorgeschoteld? Feiten zijn kwetsbaar in een wereld waar beeldvorming belangrijker is dan de banale waarheid. Je ziet hoe de politiek fictieve werkelijkheden optuigt om stemmen te winnen. “Nareis op nareis”. Het is een dunne scheidslijn tussen iets nog niet zeggen, feiten verdraaien of liegen. We zien op andere plekken in de wereld waar dat gewiebel op het morele kompas toe leidt.
Wat gebeurt er met een samenleving als feiten en interpretaties door elkaar gaan lopen? Als betrouwbare bronnen verdwijnen? Dat je voortdurend alert moet zijn op propaganda, beeldvorming en framing. Hoe trek je dan nog conclusies? Wat gebeurt er als we geen gedeelde werkelijkheid meer hebben?
Lange adem
Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat betekent dat precies? Dat de weg naar succes langer is als je eerlijk bent, of dat eerlijkheid het langst standhoudt?
In onze samenleving boet eerlijkheid aan ontzag in. Dat vind ik lastig laveren. Hoe blijf je een eerlijk mens zonder jezelf en anderen kort te doen?
Eerlijk zijn vraagt moed, het kan je duur komen te staan als je bijvoorbeeld een klokkenluider bent of fouten in een systeem aankaart. Het is balanceren: te veel eerlijkheid kan de situatie onbedoeld verslechteren. Ook tegenover jezelf vraagt het om evenwicht: het erkennen van onvolkomenheden kan in teveel zelftwijfel verzanden.
Pleeg op tijd onderhoud
Eerlijkheid gedijt alleen in een systeem waar veel kan, waar meerdere perspectieven naast elkaar mogen bestaan. Het is een deugd die onderhoud vergt. Als we dat nalaten, worden we wakker in een maatschappij die haar langste tijd heeft gehad.








