communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • communicatie
  • workshop
    • particulieren
    • organisaties
    • leerkrachten
    • leerlingen
  • kunst
  • blog
  • portfolio
  • Duurt eerlijk het langst?

    Duurt eerlijk het langst?

    We leren kinderen dat eerlijkheid loont. Toch verliest een klokkenluider haar baan en wint een liegende politicus stemmen. Hoe staat het heden ten dage met ons morele kompas?

    Al vroeg krijgen we te horen: niet jokken. Wees integer, oprecht en betrouwbaar: dan ben je goed bezig. Logisch, het is fijn samenleven op een plek waar mensen deugen en hun werk deugdelijk doen. Dus laten we dat dan doen, zou je zeggen. Spreek de waarheid en handel naar de feiten. Maar in de praktijk loont liegen vaak meer. Is het eigenlijk wel handig om eerlijk te zijn?

    Neem de buurman die gestolen spullen claimt bij de verzekering. Hij krijgt slechts een deel vergoed. De volgende keer verzint-ie er wat gestolen goed bij. Nu krijgt hij wel genoeg om de spullen te vervangen. “Als hij het doet, doe ik het ook – iedereen doet het.” Zie daar de geboorte van een fait accompli. De verzekeraar verhoogt de premie voor iedereen. Wie is hier de verliezer?

    We zeggen het een, doen wat anders

    Onze omgang met eerlijkheid is een vat vol tegenstrijdigheden. We zeggen dat we elkaar moeten vertrouwen, toch vormt wantrouwen de basis voor veel regels. We waarderen eerlijkheid hoog, maar belonen het zelden. We beweren op feiten te varen, maar voeden ons met meningenmachines. We stellen dat de waarheid altijd komt bovendrijven, terwijl we zagen aan de poten van instituties die aan waarheidsvinding doen. We roepen dat we eerlijk spel en gelijke verdeling willen, maar in de praktijk krijgen zij die veel hebben meer en zij die weinig hebben minder. Kortom, we zeggen het een en doen het ander.

    Vele tinten sjoemel

    Tussen eerlijk zijn en keihard bedriegen ligt een zee aan sjoemeltinten. We liegen allemaal wel een beetje, dat betekent niet meteen dat je geen integer mens bent. Een leugentje om bestwil – “die nieuwe jas staat je goed”, “nu even geen tijd, ben net onderweg”, “laten we gauw afspreken” – is nu eenmaal een smeuïg smeermiddel in het sociale verkeer. Vaak heb ik het niet eens door. En heb ik geen idee dat mijn visite mijn zelfgebakken taart met lange tanden heeft opgegeten.

    Ook in verhalen over onszelf zijn we niet helemaal zuiver. We kleuren ze net iets gunstiger (of ongunstiger als dat beter bij ons zelfbeeld past). We zijn bedreven in het bagatelliseren van ons aandeel als iets mis is gegaan. “Ach, de schade valt mee, het dak zit er nog op. Bovendien kon ik er niets aan doen. Ik kwam pas na de instructie binnen want jij gaf mij het verkeerde adres.” Omdat we liever wel eerlijk zijn dan niet, strooien we er een flinke snuf cognitieve dissonantie overheen.

    Het juiste antwoord vinden

    Wanneer ben je eigenlijk eerlijk? Is het de eerste reactie op een situatie, het eerste gevoel, of ontstaat eerlijkheid pas nadat er wat reflectie aan te pas gekomen is? Dat laatste, vermoed ik. Maar hoe vind je in die innerlijke poel van om aandacht vragende oprispingen het ‘juiste antwoord’? Introspectie is niet per se betrouwbaar. Ik ken de bekende groeven die bij reflectie als eerste boven komen drijven en steeds dieper worden maar al te goed. Water kiest de makkelijkste weg. Hoeveel kleine paadjes blijven onbetreden? Hoe dan ook vereist het oefening om je emoties, gevoelens en gedachten te onderscheiden en te duiden.

    Eerlijk zijn is moeilijk. Zelfbedrog ligt op de loer, vooral bij eigenschappen die botsen met je zelfbeeld. Niemand ziet zichzelf graag als een racist/seksist. Ontkennen en wegkijken is dan makkelijker. Jouw kant op redeneren helpt ook. Het is maar hoe je de feiten interpreteert.

    Waarheden verschillen en zijn nooit absoluut. Zo kunnen lieden op het ene eiland iets totaal anders zien dan de lui op een ander eiland. Ziet Jan in vier poten en een vlak een kruk, Piet ziet toch echt een tafel om aan te zitten. Kwestie van perspectief.

    Als je vaak genoeg liegt, wordt het vanzelf waar

    Allemaal huichelen we wel wat en dat is zelden berekenend. De meeste mensen willen deugen. Toch zijn mensen die bewust een loopje nemen met de waarheid verrassend succesvol, we hoeven alleen maar te kijken naar de mensen die momenteel het wereldtoneel domineren – ik noem geen namen, je kent ze wel. Als ze de leugen keer op keer opdienen, komen ze een heel eind.

    Wat als je een misleidend perspectief op de waarheid krijgt voorgeschoteld? Feiten zijn kwetsbaar in een wereld waar beeldvorming belangrijker is dan de banale waarheid. Je ziet hoe de politiek fictieve werkelijkheden optuigt om stemmen te winnen. “Nareis op nareis”. Het is een dunne scheidslijn tussen iets nog niet zeggen, feiten verdraaien of liegen. We zien op andere plekken in de wereld waar dat gewiebel op het morele kompas toe leidt.

    Wat gebeurt er met een samenleving als feiten en interpretaties door elkaar gaan lopen? Als betrouwbare bronnen verdwijnen? Dat je voortdurend alert moet zijn op propaganda, beeldvorming en framing. Hoe trek je dan nog conclusies? Wat gebeurt er als we geen gedeelde werkelijkheid meer hebben?

    Lange adem

    Eerlijkheid duurt het langst. Maar wat betekent dat precies? Dat de weg naar succes langer is als je eerlijk bent, of dat eerlijkheid het langst standhoudt? 

    In onze samenleving boet eerlijkheid aan ontzag in. Dat vind ik lastig laveren. Hoe blijf je een eerlijk mens zonder jezelf en anderen kort te doen?

    Eerlijk zijn vraagt moed, het kan je duur komen te staan als je bijvoorbeeld een klokkenluider bent of fouten in een systeem aankaart. Het is balanceren: te veel eerlijkheid kan de situatie onbedoeld verslechteren. Ook tegenover jezelf vraagt het om evenwicht: het erkennen van onvolkomenheden kan in teveel zelftwijfel verzanden.

    Pleeg op tijd onderhoud

    Eerlijkheid gedijt alleen in een systeem waar veel kan, waar meerdere perspectieven naast elkaar mogen bestaan. Het is een deugd die onderhoud vergt. Als we dat nalaten, worden we wakker in een maatschappij die haar langste tijd heeft gehad.

    elsebeth

    25/08/2025
    maatschappij, mens
    maatschappij, mens
  • Ordenen

    Ordenen

    STRUCTUUR

    Welke soort het ook is: het sorteert en schikt. Overal is het een jewelste van op- en verdelen. Talloze systemen en structuren zijn voorhanden, sterker nog: we zitten er letterlijk vol mee. Het zit verankerd in ons DNA. Neem de rij van Fibonacci: 0-1-1-2-3-5-8-13-21- enzovoort. Een wiskundige ordening die je terugvindt in allerlei biologische systemen: hoe planten en diersoorten groeien, hoe de blaadjes van een varen zich ontvouwen, hoe een bijenpopulatie toeneemt, in de structuur van een dennenappel, en ga zo maar door. Ook de meetkundige verhouding de gulden snede – al bekend in de Oudheid en door veel mensen als esthetisch ervaren- is hiervan afgeleid. En dit is dan maar één wiskundige structuur die in en om ons aanwezig is.

    TEGENSTELLING

    Als ik ga ordenen, begin ik vaak met sorteren op soort: geel bij geel en rood bij rood. Vervolgens zet ik het in tegenstellingen apart.  Klein of groot, licht of donker. Wel zo overzichtelijk. De volgende stap is rangschikken. Leg wat knopen of munten neer en vraag me het te organiseren. Geheid dat ik dat doe van klein naar groot, van licht naar donker of van minder waard naar meer.

    META

    Op metaniveau zie ik een samenleving die op allerlei manieren geschikt is. Of het nu een wereldje in het klein is of de samenleving als geheel: overal zie je het terug. Met tegenstellingen als jong of oud, vrouw of man, rijk of arm en of seks zus of seks zo. Omdat ordenen bij de mens zo ingebakken zit, willen we ook de dingen die zomaar gebeuren – de boze buitenwereld- terugbrengen tot een herkenbaar opdeelsysteem.

    SCHIKDRANG

    Kortom, ook in het grotere geheel heerst rangschikdrang. Maar al gauw komt het neer op: jij doet wel mee en jij niet. Het bepaalt tot welke tree van de maatschappelijke trap jij mag klimmen en telt tot welke groep je behoort mee. Jouw opleidingsniveau, sekse, kleur of religie doen ertoe. En niet onbelangrijk: aan die rangen zijn rechten en plichten verbonden, waarbij de hoogste rang meer rechten heeft en de laagste meer plichten.

    PIKORDE

    Vrijwel iedereen wil bij de bevoorrechten van de groep horen. Daardoor houdt zo’n systeem zichzelf in stand. Veel mensen streven naar een plekje op een hogere tree, want – is de gedachte – dan beschik je over meer geld, status en invloed op hoe je je leven kunt inrichten. 

    Velen geloven dat ze die plek bereiken door inspanning. Het credo luidt: “Kwaliteit komt altijd bovendrijven”. Maar is dat wel zo? Hoe beland je eigenlijk op de hoogste plek binnen de pikorde? Vaak moet je voldoen aan een aantal kwalificaties. Opvallend is dat die competenties meestal zijn bedacht door een beperkt deel van de groep, niet toevallig net dat deel dat zelf die kenmerken heeft.

    POSITIEVE DISCRIMINATIE

    Laat ik een voorbeeld geven van een rangorde waar onze maatschappij nog altijd diep mee doordrenkt is. Een tijd geleden bedacht een klein groepje mensen dat je om mee te mogen praten man, opgeleid en/of in het juiste nest geboren; het soort nest dat ze zelf maar al te goed kenden. Op een gegeven moment bleek het niet zo handig systeem, want wie niet aan die specifieke voorwaarden voldeed, deed niet mee. En dat waren er nogal wat. Vrouwen, bijvoorbeeld. Arbeiders. Mensen met een andere kleur. Bij elkaar opgeteld mocht een flink deel niet meepraten.

    KWALITEIT

    Die mensen werden het zat en gingen protesteren. Er kwam beweging op gang, al duurt veranderen lang. Stukje bij beetje zijn de eigenschappen waaraan je moet voldoen opgerekt. Toch hoor je voortdurend zorgen over de capaciteiten. Want krijg je met ‘al dat andere volk’ wel het beste? Je hoort ‘kwaliteit’ opvallend vaak in één adem met ‘positieve discriminatie’. Want is dat wel zo’n goed idee? Gaat het niet ten koste van kwaliteit? Komen mensen er dan wel op eigen kracht?

    Opvallend vaak zijn het de mensen die al een positie hebben die die vragen stellen. Op zichzelf is dat best ironisch: diezelfde groep heeft decennialang de vruchten heeft geplukt van positieve discriminatie, zonder dat het zo genoemd werd. En nu ze een beetje moesten opschikken, klinkt er gemor. Je kunt die brutale omdraaiing gerust zien als slimme framing.

    ZOOTJE ONGEREGELD

    Desalniettemin is het herschikken al een tijdje aan de gang. Het kolkt en gonst tegenwoordig. Met talloze op identiteit gebaseerde discussies die in de kern gaan over: ”Tel je mij ook mee?” Omdat sekse, etniciteit, seksuele geaardheid er al zo lang toe doet, zijn dit de lijnen waarlangs het debat zich afspeelt. 

    Best een ingewikkeld gedoe eigenlijk. In de samenlevende verzameling mensen zijn er steeds meer deelverzamelingen, in de hoop dat we straks minder soorten nodig hebben.

    Ondertussen blijf ik verlangen naar een tijd dat we minder namen nodig hebben om elkaar te schikken.

    elsebeth

    15/06/2024
    verbeelding
    maatschappij, mens
  • Tante Til en tante Trut

    Tante Til en tante Trut

    Wat is het toch een gedoe, dat denken. Je kunt maar beter bezig blijven. Zoals mijn oom Jan ooit zei: “Anders haal je je muizenissen in je hoofd.” En daar had-ie een punt. Hij had dan ook geen rust in de kont. Laatst las ik over dagdromen en hoe je dan al snel aan het piekeren slaat. De kritische stem die altijd met je meekijkt, heet het in therapeutentaal. Waarschijnlijk ken jij hem ook. Nou, geloof me, ik ken haar goed.

    In mijn brein hoor ik liever tante Til dan tante Trut. Helaas is tante Trut nogal opdringerig, terwijl tante Til zoveel beter gezelschap is. Tante Til is als een rond en soepel wijntje, gelaagd met een vleugje bloesem. Ze is een lange struise dame en strooit haar kleine levenslesjes achteloos rond. Aan jou of je er wat mee doet of niet. Ze is gul in welgemeende schouderklopjes, en weet die ook echt te vinden. Ze heeft het nooit over fouten en haalt bij miskleunen haar schouders op, ‘’Ach, dat overkomt de beste”, zegt ze dan terwijl er alleen maar warmte doorklinkt in haar zachte stem. En – heel belangrijk – ze heeft zelfspot. We lachen wat af met elkaar.

    Nee, dan tante Trut, poeh, wat wil die graag gehoord worden. Zíj komt graag ongenodigd binnen walsen en steekt met een lijzige stem direct van wal, ze weet het altijd beter. Gesticulerend zet ze haar grote handen breed in haar zij om me ongevraagde adviezen te geven. Of me wat ‘sturing’ te geven. Als ik me met een warme kop koffie heb geïnstalleerd en wat voor me uitstaar terwijl tante Til een observatie met me deelt en ik daarop meanderend wegdobber in heerlijke luchtfietserij, hoor ik in de verte tante Trut al roepen. “Chopchop, ga eens wat doen.” En dan volgt er een preek, die ik al eerder hebt gehoord maar die me wel weer terug op mijn plaats zet. Want dat is nodig, stelt ze.

    Gelukkig weet ik wat te doen om tante Trut in het gareel te krijgen. Volgens mij houdt tante Trut niet zo van douchen. Of van creativiteit. Of van autorijden.

    Ken je dat ook? Dat je ontspannen in je gedachten reist tot je ineens opmerkt dat je al bij de afslag naar Deventer bent? Je zit in een ’flow’. Bij het creatieve proces kan ik ook in die staat van zijn belanden. Dat zijn de mooiste momenten. Er borrelen meters aan gedachten op en die zijn een stuk constructiever van aard. Er ontstaat gericht denken.

    Voor ik in de juiste stroom glij, is er wel wat werk nodig. Dat begint met tante Trut uit wandelen sturen. Met haar uit de buurt lukt het me het doel, de zin en de lust voor het doen ervan in te blijven zien. Tante Til kijkt bemoedigend op mijn schouder mee. Tijd stroomt.

    Tot ik weer tot zinnen kom. Oeps, daar heb je tante Trut weer.

    elsebeth

    10/02/2022
    verbeelding
    column, mens
  • Adres onbekend

    Adres onbekend

    Informatie-oorlog

    De Netflix documentaire The Social Dilemma en de serie Why We Hate, te zien via NPO Start/Plus, belichten de macht van de internetreuzen en hun invloed op onze omgangsvormen, de samenleving en democratie. (De ironie van het laten zien van eerstgenoemde via de blijf-nog-even-bij-me streamingdienst kan na het bekijken van de documentaire niemand ontgaan) De documentaires gaan in op vragen als: Wat voor gevolgen hebben bedrijven als Facebook, Google en consorten op onze samenleving en de democratie? Hoe gaan we om met informatie en het duiden daarvan? En in het verlengde daarvan: Wat is er geworden van het internet?

    Het internet zou aanvankelijk een plaats voor vrije geluiden zijn, waar informatie voor alle mensen wereldwijd toegankelijk zou zijn, een wereldwijde ontmoetingsplaats waar mensen van verschillend komaf zich als gelijken konden bewegen: Wat is daar van terecht gekomen? Hoe gedragen we ons op de weg? Wie geven we voorrang en wie halen we in? Wat blijft achter?

    Clusterbom

    Op het internet is een clusterbom aan informatie ontploft. Haastige verkeersdeelnemers zijn op weg naar een onbekend adres. Ze gedragen zich alsof ze in hun eentje in een auto zitten en vertonen – onbespied gewaand- soortelijk gedrag. Toeterend en scheldend vinden ze hun weg. Verkopers gebruiken alle middelen om mensen bij hun kraampje te laten stoppen. De weggebruikers parkeren hier even en nuttigen wat hapklare brokken informatie. Hap-slik-like-weg. In de berm wonen predikers die zieltjes willen winnen voor hun eigen zaak, aplomb gepresenteerd als de enige waarheid. In het veld naast de weg liggen bij elkaar geharkte hoopjes. Harde schreeuwers rapen uit zo’n bultje data stukjes informatie bij elkaar om het met een wetenschappelijk sausje als één gerecht te serveren, terwijl het vooral een politiek belang moet dienen, welke dat ook mag zijn. Niet waarheidsvinding of horizonverbreding is hier het doel. Hier is de horizon zo dichtbij dat je de – vlak voor je neus- hoge flat waar duizend verschillende gekleurde vlaggen wapperen, kan missen.  Denk je anders? Dan ben je verdacht, niet oké en eigenlijk een NSB-er, links vuilnis, dom, een hoer of een varken.

    Internet is uitgegroeid tot een plek die onderdak biedt aan een benauwd bolwerk van gelijkhebberigen. Waar degene die het hardste ronkt, het grootste gehoor krijgt. Waar de blik van de verkeersdeelnemer zich verder vernauwt.

    Is het nog mogelijk dit tij te keren? En zo ja, wat is daar voor nodig? Minder macht leggen bij de grote sociale platforms voor wie winst maken leidend is, dat is duidelijk. Maar hoe dan wel? Hoe geef je – in een feitenvrij – wereldwijd web vorm aan een wirwar van allerlei soorten informatie? En bovenal: hoe zorgen we ervoor dat informatie niet langer politiek gekleurd is?[/vc_column_text][sc_divider color=”#aaad78″][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]

    Gerelateerde artikelen:

    • Echt waar? 
    • Leugenvinding
    • Heb ik contact?
    • Billboard media

    elsebeth

    10/10/2020
    maatschappij, mens, verbeelding
    maatschappij, mens
  • Heb ik contact?

    Heb ik contact?

    Smartwise

    Jongeren van nu zijn niet hetzelfde als die van tien jaar geleden. Recent onderzoek wijst uit dat kinderen zich anders bewegen in hun sociale wereld. Ze ontmoeten elkaar minder in levende lijve en meer online, gaan minder vaak uit en beginnen later met seks. Kortom, sinds de opkomst van sociale media en smartphone is er een hoop veranderd voor jongeren. Het kan niet anders of dit heeft gevolgen voor het onderwijs.

    Old school

    Vanwege de lange ontwikkeltijden en de behoudende cultuur bij veel onderwijsinstellingen en educatieve uitgeverijen springt het huidige lesmateriaal nog niet op deze ontwikkelingen in. Ook het generatieverschil tussen onderwijsmakers en leerlingen speelt mee. We zijn gewend te leren via (vooral) geschreven teksten die in een herkenbare vorm zijn opgebouwd waarbij het duidelijk is wanneer je moet stampen, studeren of begrijpen. Tegenwoordig komt informatie van alle kanten en zeker niet alleen via school of het dagblad bij de ouders thuis. Jongeren vinden op zoveel meer plekken informatie die ze binnen een sociale context met elkaar delen. Het gevolg is dat hun wereld groot is terwijl hun perspectief nog klein is.

    Bottom-up

    De huidige lesmethodes hebben een formele lesopbouw waarbij je kennis stapelt. Je geeft niet meteen alle informatie prijs, maar bouwt steen voor steen de lesstof op. Het is een lineair proces: eerst dit, dan dat. Elke jaargang zoomt de stof verder in op de onderwerpen en pas aan het eind van de schoolcarrière heeft de leerling het gewenste peil bereikt. Deze bottom-up opbouw van een methode is tegenovergesteld aan de informele manier waarop jongeren informatie verzamelen. Voor hen bestaat kennis vergaren niet langer uit het stapelen van informatie, maar maken ze eerder een construct uit naast elkaar bestaande bronnen die ook nog eens verschillend van gewicht zijn.

    Het onderwijs speelt hier niet, nauwelijks of pas vrij laat in hun schoolcarrière op in. Het zou zich veel meer en ook eerder moeten richten op het ordenen en duiden van informatie. Nu gebeurt dat vaak pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Dat het leren duiden van informatie pas zo laat aan de orde komt, heeft onder andere te maken met hoe we de leraar zien als deskundige en als filter. Dat heeft op zijn beurt weer te maken met die bottom-up benadering. Het komt niet uit als een onderwerp te veel uitwaaiert, want dan kom je in de knel met je stapsgewijze programma. Terwijl ondertussen de invloed van de leraar niet veel verder reikt dan de drempel van zijn klas, omdat de leerlingen op andere plekken ongefilterd informatie krijgen te zien of te horen die zich al dan niet mengt met dat wat ze in de schoolbanken hebben gehoord.

    Top-down

    Het is echt tijd om over te gaan van de bottom-up naar een top-down benadering. Laat leerlingen bij de start zien wat het onderwerp behelst in de hele leergang en toon ze welke thema’s aan het onderwerp verwant zijn. Zodat ze, wanneer ze in hun sociale omgeving met allerlei (maatschappelijke) onderwerpen in aanraking komen, zien dat deze ook binnen de lesstof van school terugkomen. Dat het echte leven en school in elkaars verlengde liggen. Wat zich momenteel – in de ogen van de scholier- op verschillende planeten lijkt af te spelen, waardoor hij denkt dat schoolstof niet iets is wat je in het leven kunt toepassen, hetgeen zijn motivatie geen goed doet. Laat leerlingen dus de horizon zien en geef ze ook zicht op hoe ze die gaan of kunnen bereiken. Hoe, wanneer, in welke stappen en in welke snelheid ze die gaan bereiken is aan leerling en docent. Bijkomend voordeel van zo’n top-down benadering is dat je al in de aanpak differentieert naar niveau en bijvoorbeeld de slimme of gemotiveerde leerling de kans geeft stappen over te slaan of te versnellen.

    Daarnaast is een top-down benadering zoveel praktischer als je overkoepelend wilt werken in vakken en projecten. Onderwerpen binnen de geografie zijn niet los te zien van onderwerpen binnen de geschiedenis (zoals kolonisatie, industrialisatie en urbanisatie) of biologie (zoals milieu), et cetera. Ook competenties als argumenteren, logisch denken, mediawijsheid en debatteren zijn niet alleen onderwerpen voor in de Nederlandse les, maar zouden verweven moeten zijn met alle vakken in de hele leergang. Sta open voor verschillende manieren waarop leerlingen de kennis kunnen vergaren en toepassen. Speel in op de verschillende leerstijlen. En zorg dat de wereld buiten school aansluit bij wat er binnen gebeurt.

    Deze ontwikkeling is nu gaande en ook toekomstige jongeren begeven zich steeds meer online in een voor hen levensechte digitale wereld. Wil je het contact met deze doelgroep houden, dan is het nodig om structureel te innoveren binnen het onderwijs. Dus niet talmen, er is werk aan de winkel.


    Verder lezen:

    • Zweeds experiment op school met nepnieuws-lessen
    • Psychologie hoogleraar Jean M. Twenge over de generatie iGen en de smartphone
    • Steeds later beginnen aan seks

    elsebeth

    12/09/2017
    maatschappij, mens, onderwijs
    maatschappij, media, mens, onderwijs
  • billboard media

    billboard media

    Ik heb moeite met sociale media. Met goede moed heb ik de podia van diverse media betreden met de hoop op verrassing en verwondering. Het is leuk om op de hoogte te blijven van de bezigheden van uit het oog geraakte contacten. Meedoen vraagt weinig sociale vaardigheid, de online omgeving is eindeloos en ingericht op zoveel mogelijk deelnemers. De gedragscode van de platforms is overal min of meer hetzelfde: pluimpjes geven door middel van een kinderlijk duimpje omhoog. Toch ben ik op Facebook en Twitter afgeknapt. Het merendeel van de tijdlijn blijkt gevuld met commerciële aandachtvragerij en al scrollend komt er een oeverloze stroom zelfpromotie voorbij. Mensen blijken vooral het opgepoetste of sociaal wenselijke beeld van zichzelf te willen delen.

    Ondertussen ‘zit ik’ nog wel op LinkedIn en ook hier ‘like’ ik hier en daar wat. Mijn netwerk bestaat vooral uit mensen die net als ik in de culturele hoek werken. Nu vindt heel mijn netwerk cultuur bijzonder belangrijk en komen er veel berichten voorbij over onderzoeken, initiatieven die het belang van cultuur onderstrepen. Dat vinden we allemaal en huppakee, omhoog gaan de duimpjes. Sinds kort experimenteer ik met de ik-deel-plaatjes-app Instagram. Ook hier dien je te ‘liken’ en ‘likes’ uit te lokken, dit keer via het drukken op een hartje. Net zoals bij Spotify, Facebook en Google nemen de algoritmes het gauw over en hopla, daar krijg ik allerlei tips van te volgen lui die hetzelfde leuk vinden als ik. Dat is nu net een van die niet zo fijne dingen van sociale media. Je ziet alleen wat je wilt zien, je hoort alleen wat je al kent. Maar waar blijft die andere kijk?

    Gebruikers van sociale media streven naar een groot netwerk, want hoe meer volgers hoe beter voor het ego of het bedrijf. Zo representeren mensen zich vooral ten opzichte van een groot maar weinig divers publiek, waarbij ook het netwerk, de likes, de volgers een belangrijk onderdeel van de representatie zijn.

    Sociale media bestaat zo’n 20 jaar en inmiddels is de interactie steeds meer een marketingmiddel. Nu is marketing erop gericht mensen een bepaalde kant op te duwen met het doel geld te genereren. De waarde van sociaal contact is hieraan ondergeschikt. Het is jezelf in de markt zetten en wij -schapen- doen er allemaal aan mee. Daarom werkt het ook zo goed als marketingtool. Maar ondertussen gaan we onszelf als merk zien en is het ‘economisme’ onder onze huid gaan zitten. We begeven ons vrijwillig in een wereld vol billboards. Willen we dat echt?

    Mensen blijken een enorme informatiehonger te hebben en vinden het heerlijk om gevoed worden met nieuwe plaatjes, ideetjes, berichtjes. Helaas is de informatiestroom niet bij te benen, de berichtenomvang maakt mensen murw en onverschilliger. Zo weten we vaker wat een ander doet maar steeds minder wat de ander echt vindt, voelt en denkt.

    De hapklare brokken en de inhoudelijk wél interessante dingen staan naast elkaar. Maar omdat het medium oppervlakkig en snel is, blijft het beeld plat. Inhoud wordt al gauw weggedrukt door een volgend bericht. Rust en ruimte voor echt kijken, echt nadenken is er niet. De inhoudelijke kracht van mooie, diepgravende beelden en berichten komt niet tot bloei omdat bloei nou eenmaal tijd en aandacht vraagt. Met het makkelijk te behalen succes door likes verzandt de urgentie om inhoudelijk te zijn.

    Kortom, sociale media zijn interessant op het gebied van commercie en propaganda. Maar nuance en diepgang verliest terrein. Het zijn de kritische beschouwers, de onderzoekende denkers en de geduldige makers onder ons die we in de stroom gaan missen.

    Foto: Kunstenaarsduo Annie Hal en Daniel Mihalyo van Lead Pencil Studio maakten dit werk.
    Met het billboard nodigt Lead Pencil Studio kijkers uit te kijken naar het landschap i.p.v. naar een reclame-uiting.

    Titel: Non-Sign II
    Jaartal: 2010
    Materiaal: staal[

    elsebeth

    21/02/2017
    kunst, maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens
  • leugenvinding

    leugenvinding
    Het recht op informatie is een voorwaarde voor een vrije democratie en niet voor niets opgenomen in de Grondwet. Op dit moment buitelen meningen en feiten over elkaar heen en staat de informatievoorziening onder druk.

    De kerntaak van de pers is informeren over de gebeurtenissen in de wereld zodat mensen zich een mening kunnen vormen. Journalisten zoeken achter de ‘waarheid’ de feiten maar presenteren feiten ook als waarheid. De beroepsregels van de journalist (bijvoorbeeld hoor en wederhoor, meerdere bronnen gebruiken, feiten checken) dienen die waarheidsvinding. Toch blijft de gepresenteerde waarheid slechts een deel van het verhaal. Wat waar is, is niet meteen de hele waarheid. Omdat de blik van de journalist en het huis waaruit hij opereert de feiten rangschikt en kleurt, is zijn waarheid altijd subjectief. Elke journalist kiest het kader van zijn verhaal, de woorden die hij gebruikt en de feiten waarmee hij zijn verhaal stut.

    In het hedendaagse debat zien mensen elkaar vooral als tegenstanders, als vertegenwoordigers van kampen. In de woordenstrijd gebruiken de tegenstanders trucs om zo het debat te ondermijnen. Ongenuanceerd en met een beperkt kleurenpalet. Zo is er de vertegenwoordiger van het eigen gelijk die de journalistiek en de gepresenteerde feiten discutabel vindt en feiten als meningen framet. En horen we de vijanddenker die gebrachte feiten in diskrediet brengt door te stellen dat het slechts een deel van het verhaal is. Waarna hij vervolgens het verhaal met een mening complementeert en dat als waarheid presenteert. Dit zijn slechts enkele trucs die de informatievoorziening ondermijnen. Aan het eind van de strijd blijft de lezer in ongewisse en met een chaotisch wereldbeeld achter. Hoe kan hij zich dan nog een gefundeerde mening vormen?

    Aan de pers de taak deze trucs te pareren. Dit kan bijvoorbeeld door meer gericht te zijn op het duiden en het in perspectief plaatsen van feiten en minder op het naast elkaar zetten van meningen. Door de feiten van meer kanten te belichten, ook de kanten die buiten de eigen comfortzone en scope liggen. Door bij het brengen van een verhaal niet alleen te kijken hoe je duiding en context kunt staven met de feiten maar juist ook óf en hoe je feiten kunt ontkrachten. Door te durven zoeken naar de leugen binnen de waarheid. Hiermee kan een journalist niet alleen zijn vooringenomenheid voor zijn maar ook een verhaal brengen vanuit een breder perspectief. Met als doel sterker in zijn schoenen te staan bij de taak die hij dient: een genuanceerde informatievoorziening opdat een ieder de kans krijgt zich een onderbouwde mening te vormen.

    Foto: Mondriaan volgens Ursus Wehrli
    Uit Kunst aan de kant! van uitgeverij De Harmonie.

    elsebeth

    18/02/2017
    maatschappij, mens, taal
    maatschappij, media, mens, taal
  • werken in evenwicht

    werken in evenwicht

    Zesurige werkdag

    Wil je meer mensen aan het werk?  Een gelijke taakverdeling in het huishouden? Meer ruimte voor kind en familie? Meer groen en minder asfalt? Laten we dan eens vaart maken met het invoeren van een zesurige werkdag.

    Hoe het was

    Vanaf 1919 hebben we in Nederland de achturige werkdag. De sociaaldemocratische partij wilde hiermee een eind maken aan de lange werkdagen van de fabrieksarbeiders. Zij hadden werkdagen tot wel 16 uur met alleen een vrije dag op zondag. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de vijfdaagse werkweek de norm. In die tijd verdienden mannen buitenshuis de kost terwijl vrouwen – zodra ze trouwden- thuis moesten blijven. Tegenwoordig willen we dat anders doen. Het is tijd om de organisatie van werk en inkomen aan deze nieuwe wens aan te passen. Laten we de norm bijstellen tot werkdagen van zes uur in combinatie met flexibele werkweken.

    Gelijke kansen

    De voordelen van een zesurige werkdag zijn groot. Je helpt meer mensen aan een baan omdat je door het verkorten van de werkdag het beschikbare werk over meer mensen moet verdelen. Hiermee reageer je op de ontwikkeling dat er door automatisering en uitbesteding naar lagelonenlanden steeds minder banen voorhanden zijn. Verder maak je het voor ouders zoveel eenvoudiger om werk en gezin te combineren. Niet alleen is het voor meer mensen mogelijk om kinderen na school thuis op te vangen, ook kunnen beide ouders de maatschappelijke ladder beklimmen zonder dat ze in de knel komen met de zorg voor hun kinderen. Bovendien prikkel je gelijke beloning voor gelijk werk. Want als het de norm wordt dat twee deeltijders het inkomen van het gezin gaan verdienen, heeft de hele samenleving er profijt van als de beloning van vrouwen en mannen gelijk is.

    Organiseren zonder stress

    Maak het daarnaast mogelijk om werk verdeeld over de dagen in de week flexibel in te richten. Dat kan door thuiswerken te blijven faciliteren maar ook door in organisaties de werkdagen te verdelen in modules van 3 uur. Geef mensen de mogelijkheid om in blokken van bijvoorbeeld 6 tot 9, 9 tot 12 en zo verder te werken. Achter elkaar of als losse eenheden, net wat de organisatie en de werknemer het beste past. Dat heeft meerdere voordelen. De drukte in de spits neemt af omdat de werktijden over de dag zijn verspreid. Je hebt minder snelweg nodig om al het verkeer door te laten stromen en meer kans op een zitplaats in de trein.  Voor ouders is het een stuk eenvoudiger om de opvang van kinderen met elkaar af te stemmen. Voor een bedrijf is het ondanks de kortere werkdagen van de individuele werknemers mogelijk kantoor of fabriek 18 uur of langer op een dag te bemannen. Bovendien wisselen werknemers elkaar niet af maar werken ze een aantal uren gelijktijdig. Dat draagt bij aan een goede overdracht en de samenhang in het bedrijf.

    Evenwicht

    De invoering van een flexibele werkweek met werkdagen van zes uur zal wat aanpassing vragen van organisaties. Maar je geeft mensen autonomie omdat ze naar eigen inzicht hun leven kunnen organiseren. Dat scheelt veel organisatiestress en brengt bij veel mensen evenwicht in de verdeling van werk, gezin en vrije tijd. Uiteindelijk zal dat leiden tot een beter welzijn van vrouwen, mannen en kinderen.

     

    elsebeth

    15/11/2016
    maatschappij
    maatschappij, mens, sekse

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld