communicatie, tekst, kunstenaar en workshopdocent
  • elsebeth
  • communicatie
  • workshop
    • particulieren
    • organisaties
    • leerkrachten
    • leerlingen
  • kunst
  • blog
  • portfolio
  • Phi pffff

    Phi pffff

    Als het angstzweet je vroeger uitbrak bij de wiskundeles en sindsdien al jouw poortjes zich direct sluiten als er een wiskundige formule voorbijkomt, geef ik je een waarschuwing vooraf. Het organisatiesysteem dat ik beschrijf is door wiskundigen beschreven en uitgerekend. Wat blijkt: wiskunde staat helemaal niet ver van je af en is letterlijk in en om je heen te vinden. Sterker nog, in de natuur barst het van systemen die op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen lijken te hebben maar toch eenzelfde logica hebben. Mensen gebruiken deze patronen als leidraad en zetten ze in om allerlei vraagstukken op te lossen. 

    FIBONACCI-REEKS

    Een van de bekendste is deze reeks getallen: 0-1-1-2-3-5-8-13-21-34-55-89- et cetera. In de dertiende eeuw beschreef Fibonacci, een Italiaans wiskundige, deze ogenschijnlijk willekeurige ordening. Je vindt het terug in allerlei biologische systemen: in hoe planten en diersoorten groeien; hoe de blaadjes van een varen zich ontvouwen; hoe een bijenpopulatie groeit; in de structuur van een dennenappel en ga zo maar door. Deze rangschikking is evolutionair bijzonder succesvol.

    A+B=C | B+C=D | C+D=E | ET CETERA 

    Mensen passen deze reeks op allerlei manieren toe, bijvoorbeeld bij voorspellingen van economische trends of bevolkingsgroei. Het cijfert als volgt: als je de twee opvolgende getallen bij elkaar optelt, krijg je het volgende getal. En er is meer: als je een getal deelt door het voorgaande getal is de uitkomst ongeveer (de natuur voelt zich kennelijk meer thuis bij de rekkelijken dan de preciezen) 1,618…, dit getal wordt aangeduid met de Griekse letter phi (p).

    GULDEN SNEDE A + B STAAT TOT A ALS A STAAT TOT B 

    Omdat phi op zoveel plekken terug te zien is, zagen sommigen er het oog van God in – het gulden getal. Phi is ook de verhouding van de gulden snede, de Griek Euclides beschreef deze berekening zo’n driehonderd jaar voor Christus in zijn Elementen. Al eeuwenlang passen kunstenaars – waaronder Leonardo da Vinci – en ontwerpers deze verhouding toe in hun werk, je vindt de maatvoering terug in Romeinse gebouwen tot in de console van PlayStation.

    Hoe zit de gulden snede in elkaar? Als de korte zijde 1 is, is de lange kant 1 x phi. Een rechthoek uit de gulden snede is op te bouwen uit vierkanten waarvan de afmetingen van de vier zijden zijn als de opeenvolgende getallen van de Fibonacci-reeks. 

    MENSELIJKE VERHOUDINGEN

    De esthetiek van de gulden snede klopt voor mensen intuïtief. Niet zo gek als je je bedenkt dat je het overal om je heen terugziet. In planten, dieren en zelfs de verhoudingen in het menselijk lichaam komen aardig overeen met de gulden snede. Meet bijvoorbeeld de lengte en de breedte van jouw hoofd. Waarschijnlijk benadert dit de verhouding 1 staat tot 1,618 (denk rekkelijk). Of meet de verhoudingen in je armen: hand-onderarm-bovenarm: hoe verhouden die zich tot elkaar? Dikke kans dat je jezelf weet terug te brengen tot een fijne rekensom. Joh, wij, de dieren en planten hebben zoveel meer gemeen dan je denkt. Dat schept wat mij betreft wat perspectief op het grote geheel. Kortom, wiskunde oninteressant? 

    elsebeth

    14/06/2024
    column, kunst, onderwijs
    column, kunst, onderwijs
  • De adem van het publiek

    De adem van het publiek

    Bestaat kunst ook zonder de ander: de kijker, luisteraar of lezer? En als het is gemaakt: Hoeveel moeite gaat de toehoorder doen? Wat vraag je van jouw publiek? Wat is de toeschouwer bereid voor jou te doen?

    John Cage

    In dit verband denk ik aan het muziekstuk van John Cage: 4’33”. Het getal refereert aan de minuten stilte die de pianist ten gehore brengt. Cage heeft publiek nodig voor dat werk: zonder de luisteraar zou het er niet zijn. In de beslotenheid van zijn werkkamer is het meditatie of een oefening in mindfulness; pas met publiek krijgt het zijn vorm. Dan pas klinken de geluiden die de uitvoerder en publiek veroorzaken als muziek. Dan pas wordt de toehoorder een luisteraar.

    Als Cage nog geen bekendheid had verworven, had hij kunnen roepen: “Joehoe, kom je luisteren naar een uitvoering waarbij de pianist stil blijft?” Maar dan waren alleen zijn familie en beste vrienden komen opdagen. Dat is ook wat waard, maar waarschijnlijk wilde hij meer. Er ook zijn brood mee verdienen.

    En als toeschouwers nodig zijn: Aan hoeveel heb je genoeg? Is een publiek van tien mensen genoeg? Eén? 4’33” bestaat net zo goed als alleen zijn familie komt luisteren. Of als het een duet is van de pianist en de luisteraar. Hetzelfde bij literatuur, dat is een een-tweetje tussen auteur en lezer.

    Verkoper

    Helaas is er een uitgever nodig om dat boek aan de man te brengen. Of – in Cage’s geval- de platenproducent, de concertzaal, de hele rataplan. Of de galeriehouder, curator, de subsidiegever.

    Daar gaat het wringen. Je betreedt de wereld van de verkoper. Hoe groter het publiek, hoe meer geld er valt te verdienen. Maar wat doet waardering met jouw ontwikkeling als kunstenaar? Dialoog kan jouw ontwikkeling stuwen, maar ook stilleggen omdat je niets anders meer durft te doen dan wat de toeschouwer al kent. Hoe blijf je vrij bewegen als de stem van het publiek zo luid klinkt?

    Vrijheid

    Cage heeft de weg naar de verkopers succesvol afgelegd, voor hij publiek voor dit stuk vond. Hij behield zijn durf. Hij verwierf status en dat gaf hem de ruimte om vrij te zijn. Wat een heerlijk privilege.

    elsebeth

    20/05/2024
    kunst, verbeelding
    column, kunst
  • Wereldjes

    Wereldjes

    Laatst beleefde ik een open deur inzicht. Dat inzicht luidt: elke soort heeft zo zijn eigen wereldje. Daarmee doel ik niet op alle verschillende circuitjes en ons-kent-onderonsjes, maar denk ik aan die enorme verscheidenheid van dier- en plantenwereldjes, waar onderling ook van alles gaande is. Wat een fijn inzicht is het; het relativeert de boel enorm.

    Achtbaan

    Er is een onbevattelijk groot universum met ontelbare sterrenstelsels: geen idee wat er allemaal gebeurt, maar dat er van alles gebeurt, staat buiten kijf. Allerhande moleculen in verschillende combinaties van atomen zweven langs zwarte gaten en botsen bij het passeren tegen allerlei andere moleculen en ruimteschroot. Ontelbare lussen in een eeuwig rijdende achtbaan.

    (Toen ik een keer het intermenselijke verkeer niet meer overzag, kreeg ik de tip om in gedachten steeds verdere omtrekken te maken: vanaf het plafond, voorbij het dak, vanaf de Rijnbrug steeds verder de hoogte in tot ik ergens in een puntje tussen de sterren was beland. ‘Laat ze maar’, kreeg ik als advies mee. Dat lukte tot ik weer vaste grond onder de voeten kreeg en met de bus naar huis moest)

    Ook in het klein is overal ontzettend veel aan de hand. In verschillende spanwijdtes, van klein tot groot, in korte en lange levens. Al is wat kort of lang is maar net hoe je er tegenaan kijkt; welk ritme bij jouw soort hoort. Hoe dan ook, het leven ontpopt en doet. Het ontstaat en het sterft. Elke variatie met zijn eigen codes.

    Elkaar ruimte gunnen

    Of je nu in een roedel wolven bent of in een mierenkolonie: elk wereldje heeft zo zijn eigen gedoetjes, stel ik me zo voor. En dat is niet per se een pretje. Je zult maar toevallig de vleugelloze werkster zijn. Of een alsmaar uitdijende koningin. Stel je al die karakters en persoonlijkheden in zo’n mierenvolkje eens voor. Hoeveel ruimte gunnen zíj elkaar?

    Of stel je voor dat je bent geboren als een gierzwaluw en niet bepaald sportief. Die vogels vliegen weleens tien maanden achtereen. Ze doen werkelijk alles fladderend, zelfs het bedrijven van de liefde. Te kijk voor iedereen.

    Onderaards stelsel

    Of wat te denken van al dat sappige gefluister tussen bomen? Ook zij schijnen met elkaar te communiceren in een schimmig onderaards stelsel van verbonden draden. Wat wordt daar zoal besproken? Wat nou als de een de ander niet ligt? Er is daar – naar mijn weten- geen deur om hard achter je dicht te slaan als je het even gehad hebt met elkaar. Je zult maar die beuk zijn die in de schaduw van een andere boom verpietert; omdat net jij tussen die megalomane eik en breedgeschouderde tamme kastanje bent geland. Je hebt het er maar mee te doen. Vind daar maar eens de ruimte voor je eigen ontplooiing.

    Dus, ja…
    Of …

    Je hoeft er niets voor te doen

    Je bent een rode kater en je krijgt een bak liefde over je heen. Zomaar. Terwijl je de hele dag niets hoeft en doet, behalve af en toe verlekkerd zuchten terwijl je wat rekt en strekt. Zo kan het ook natuurlijk.

    elsebeth

    02/04/2024
    column
    column, maatschappij
  • Internationale mannendag

    Internationale mannendag

    Over communicatie

    Onlangs was het Internationale Vrouwendag. Mooie berichten kwamen voorbij op de sociale media met steunbetuigingen aan vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, femicide, onveiligheid op straat enzovoorts. Ik las een bericht van een politicus waarin hij aandacht vroeg voor de meisjes en vrouwen die op straat worden lastiggevallen met nafluiten en intimidatie. Ik las steunbetuigingen aan vrouwen en wat het voor vrouwen betekent om zich onveilig te voelen. Niets mis mee zou je denken.

    Mwah. Er viel me namelijk iets op in al die berichten. In geen van die alinea las ik de woorden ‘mannen’ en ‘jongens’. Nergens. Nergens stond: “Hoe gaan we ervoor zorgen dat jongens en mannen stoppen met het intimideren, nafluiten en ongevraagd betasten van meisjes en vrouwen? De berichten gingen over slachtoffer zijn, maar nergens over dader zijn.

    Voorkomen van gedrag

    Ik pleit voor een Internationale Mannendag, waarin we aandacht vragen voor de problemen die met name mannen veroorzaken: onveiligheid op straat, seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer, enzovoorts. Want in de kern is dit eerder een mannenprobleem dan een vrouwenprobleem. Pas als we het ook als zodanig gaan benoemen kunnen we gerichter beleid en wetten maken om dit gedrag te voorkomen. Over welke mannen hebben we het? Wat kenmerkt een pleger? Wat veroorzaakt deze problematiek?

    En bij een volgende campagne: spreek de plegers (en hun omstanders) directer en duidelijker aan op hún gedrag. Als je mannen niet direct bij dit onderwerp betrekt, denken ze dat de boodschap niet op hen is gerichtDe kunst in zo’n campagne is om dit negatieve gedrag op een constructieve manier te agenderen. Ik ben ervan overtuigd dat dit kan. En moet. Want zolang je de doelgroep niet bereikt, los je het probleem niet op.

    elsebeth

    25/03/2024
    column, maatschappij
    column, maatschappij, sekse
  • Culturele vorming

    Culturele vorming

    Ik neem je even mee terug naar de jaren zeventig. Plaats van handeling: een Twents dorp. Veel boerenland waar populieren groeiden en een klompenfabriek. Een plek waar handelaren van oudsher goed boerden, vanwege de ligging aan de Regge. Ik groeide op in een tijd waarin de verzuiling nog duidelijk aanwezig was; het kleine dorp had twee katholieke scholen, een hervormde én een School met de Bijbel. Ik zat op de Mariaschool, een school die nog maar kort niet meer alleen voor meisjes was.

    Meisje –> handwerkles

    Wij, de meisjes, kregen een keer per week handwerkles terwijl de jongens op zolder met een hamer en zaag aan de gang gingen. Ik leerde nauwgezet borduren, breien en haken. Tijdens de pauze sloop ik met mijn tweelingzus en paar vriendinnetjes naar boven waar we ons jaloers vergaapten aan de handigheidjes die de jongens kregen aangeleerd.

    De school stond naast de katholieke kerk. Mijn zus en ik zongen in het kinderkoor, we mochten regelmatig met onze “hoge blokfluitstemmetjes” voorzingen. “Uit vuur en ijzer, zuur en zout, zo wijd als licht, zo eeuwenoud, uit alles wordt een mens gebouwd en steeds opnieuw geboren.” Ik ging niet graag naar de mis maar hield wel van zingen. In de zesde klas ging helaas een rol in de musical aan mijn neus voorbij. Iets wat ik eigenlijk nu pas snap. Juf Anja wist namelijk dat mijn ouders wel het belang en lol van culturele vorming inzagen en dat ik al allerlei kansen kreeg op dat vlak. Het merendeel van mijn klasgenoten niet.

    Mijn ouders waren liefhebbers van cultuur en kunst, ze hadden het perspectief en de middelen. Dus ik kreeg algemene muzikale scholing en zat als kind ook jarenlang ‘op ballet’, mijn moeder reed ons in eerste instantie nog naar een naburig stadje totdat juf Corry in ons dorp één balletklasje met hooguit tien meisjes tussen de zes en veertien jaar kon vullen. Het lukte Corry dit een paar jaar vol te houden.

    Diepe indruk maakte de vertoning van Bambi op een groot scherm in het dorpshuis. Dat was de enige keer dat er in mijn kindertijd in de buurt een bioscoopfilm vertoond werd.

    Vrijplaats

    Ik herinner me vooral het grote geluk dat ik vond op de zolder van de Hervormde school. Gedurende een paar middagen mocht ik daar als katholiek kind naartoe. Het was de hemel op aarde. Hier was een heuse werkplaats, er stond een grote drukpers, er was klei, er was verf. Wat een weldaad. Alles kon hier, je kreeg de kans om vrij aan de slag te gaan en alles uit te proberen. Er zal wel een begeleider bij zijn geweest, er zal wel enige structuur in die ontdekkingstocht zijn geweest, dat kan niet anders. Maar wat een wereld opende zich voor mij daar op die zolder. Die vrijheid, die kansen, wat een ongekende rijkdom was dit voor mij als kind. Helaas was het allemaal van korte duur. Inmiddels snap ik wel waarom, het zal wel weer een centenkwestie geweest zijn. Niet rendabel genoeg voor sommige mensen.

    Maar wat gun ik iedereen zo’n zolder.

    elsebeth

    20/03/2024
    verbeelding
    column, kunst
  • GROUNDHOG DAY

    GROUNDHOG DAY

    Op de een of andere manier is de tijd een lus, lijkt het wel. ‘k Verdiep me deze ochtend in het leven van voor de oorlog. Een tijd waarin de samenleving volledig verzuild was. Allemaal clubjes die tussen elkaar leefden maar wel allemaal in parallelle samenlevinkjes naast elkaar leefden met elk hun eigen vereniging, omroep, krant, godsdienst en tradities. Waarin het wij-zij denken vooral de eigen groep moet versterken, in een maatschappij waarin veel mensen arm waren en houvast zochten. Zo dansten de socialisten elk jaar rond de boom en vierden ze de arbeid in de optocht op 1 mei. Gingen de katholieke mensen alleen naar dito scholen, winkels enzovoorts. En de protestanten naar de hunne. Want ooh weeh, hoed u voor de ander.

    Daartussen kon antisemitisme gewoon bestaan, want toch van een hele andere club, die joden. De antisemitische denkwijze was ergens eeuwen geleden opgeborreld uit woede voor dat wat Jezus was aangedaan en jaar in jaar uit smeuïg aangedikt en opgediend. Zoveel haat is nergens goed voor. Nu zien we hoe moslims zo’n zelfde lot krijgen toebedeeld. De kracht van verhalen zou je cynisch kunnen stellen.

    Kerken gebruikten verbeeldingskracht wel meer om wiggen te drijven tussen mensen, zo zijn de meisjes bij voorbaat zondig want lekker en dus dienen ze te worden begrensd tot moeder de vrouw. Al drukt onze tijd je op de feiten: dat het niet de kerken, maar de mensen waren die die kerken bedachten en bestuurden.

    Nu de meesten onder ons na de grote bevrijding vanaf de jaren zestig – Hoera, geen thuisblijfplicht na het trouwen! Stromend genderwater in regenboogkleuren! Geen man in een jurk met een boekje die jou in je eigen huis de les leest: waar was u afgelopen zondag, zondaar! – dan eindelijk grotendeels van het juk van de kerk met hun mennekes (ooh arme vrome lieden met hun zelfverheerlijking) verlost zijn, gaan mensen doodleuk zich weer opsplitsen en verengen in allerlei clubjes en vechten ze elkaar de tent uit vanwege een piepklein kenmerk van hun identiteit dat ze tot grote proportie opblazen om daar vervolgens van alles aan vast te knopen. (Al ben ik er nog niet over uit of ‘ze’ vooral die ander opbreken in een klein brokje identiteit of zichzelf) Zoals daar zijn sekse, kleur, politieke gezindheid, klimaat en of de aarde nou rond is of plat. Zelfs de kerk maakt een comeback, hoorde ik iemand zeggen.

    Kom op bosmarmot: blijf uit je eigen schaduw! Vooruit!

    elsebeth

    22/10/2023
    column, maatschappij, mens
    column, maatschappij
  • Tante Til en tante Trut

    Tante Til en tante Trut

    Wat is het toch een gedoe, dat denken. Je kunt maar beter bezig blijven. Zoals mijn oom Jan ooit zei: “Anders haal je je muizenissen in je hoofd.” En daar had-ie een punt. Hij had dan ook geen rust in de kont. Laatst las ik over dagdromen en hoe je dan al snel aan het piekeren slaat. De kritische stem die altijd met je meekijkt, heet het in therapeutentaal. Waarschijnlijk ken jij hem ook. Nou, geloof me, ik ken haar goed.

    In mijn brein hoor ik liever tante Til dan tante Trut. Helaas is tante Trut nogal opdringerig, terwijl tante Til zoveel beter gezelschap is. Tante Til is als een rond en soepel wijntje, gelaagd met een vleugje bloesem. Ze is een lange struise dame en strooit haar kleine levenslesjes achteloos rond. Aan jou of je er wat mee doet of niet. Ze is gul in welgemeende schouderklopjes, en weet die ook echt te vinden. Ze heeft het nooit over fouten en haalt bij miskleunen haar schouders op, ‘’Ach, dat overkomt de beste”, zegt ze dan terwijl er alleen maar warmte doorklinkt in haar zachte stem. En – heel belangrijk – ze heeft zelfspot. We lachen wat af met elkaar.

    Nee, dan tante Trut, poeh, wat wil die graag gehoord worden. Zíj komt graag ongenodigd binnen walsen en steekt met een lijzige stem direct van wal, ze weet het altijd beter. Gesticulerend zet ze haar grote handen breed in haar zij om me ongevraagde adviezen te geven. Of me wat ‘sturing’ te geven. Als ik me met een warme kop koffie heb geïnstalleerd en wat voor me uitstaar terwijl tante Til een observatie met me deelt en ik daarop meanderend wegdobber in heerlijke luchtfietserij, hoor ik in de verte tante Trut al roepen. “Chopchop, ga eens wat doen.” En dan volgt er een preek, die ik al eerder hebt gehoord maar die me wel weer terug op mijn plaats zet. Want dat is nodig, stelt ze.

    Gelukkig weet ik wat te doen om tante Trut in het gareel te krijgen. Volgens mij houdt tante Trut niet zo van douchen. Of van creativiteit. Of van autorijden.

    Ken je dat ook? Dat je ontspannen in je gedachten reist tot je ineens opmerkt dat je al bij de afslag naar Deventer bent? Je zit in een ’flow’. Bij het creatieve proces kan ik ook in die staat van zijn belanden. Dat zijn de mooiste momenten. Er borrelen meters aan gedachten op en die zijn een stuk constructiever van aard. Er ontstaat gericht denken.

    Voor ik in de juiste stroom glij, is er wel wat werk nodig. Dat begint met tante Trut uit wandelen sturen. Met haar uit de buurt lukt het me het doel, de zin en de lust voor het doen ervan in te blijven zien. Tante Til kijkt bemoedigend op mijn schouder mee. Tijd stroomt.

    Tot ik weer tot zinnen kom. Oeps, daar heb je tante Trut weer.

    elsebeth

    10/02/2022
    verbeelding
    column, mens
  • Ode aan de domheid

    Ode aan de domheid

    Als uitdaging dacht ik, laat ik een ode schrijven over iets wat ik niet bepaald waardeer: domheid. Er is zoveel aan domheid wat niet te verdedigen valt. De belangrijkste domper is gebrek aan nieuwsgierigheid. Al is het niet willen weten anders dan het niet kunnen weten en kan dat laatste nog wel rekenen op mijn begrip.

    Dom heeft een nare klank. Het is een van niet weten, foute keuzes maken en geen overzicht hebben. Niet bepaald aantrekkelijk. Maar laat dat nou net dat zijn waar mensen heel goed in thuis zijn. Ken jij iemand die het allemaal weet, alleen maar goede keuzes maakt en precies weet wat-ie doet? Ik ken ze wel die dóen alsof ze het weten en doordachte keuzes maken. Soms komen ze daarmee een heel eind. Maar eigenlijk zijn het hele vervelende mensen. En ongeloofwaardig bovendien. En dit zeg ik zonder een spoor van nijd.

    De intelligentie van mensen is een overschat fenomeen. Dat is ook wat me het meest verbaast aan complotdenkers. Er zijn dus mensen die denken dat er mensen zijn die precies weten wat ze doen. Een perfect plan bedenken, plannen en dat dan feilloos uitvoeren. Een mens kan veel, zeker ook met vereende krachten, maar dit is echt te veel eer. Alleen al omdat er bij het nemen van beslissingen hormonen of emoties in het spel zijn. Als in wie pist het verst. En dat brengt niet per se de meest gefundeerde argumenten naar boven.

    De ervaring leert dat er in samenwerking grootste dingen bereikt kunnen worden. Doch –  en dat herken je vast –  er ontstaat geheid gekissebis als een groep mensen intensief met elkaar optrekt; er is altijd wel iemand is die het aanlegt met het lief van de ander. Zie dan nog maar eens de neuzen dezelfde kant op te houden.

    Mensen overzien niet zover of zoveel. Dat reikt hooguit een paar jaar ver of drie aan elkaar grenzende onderwerpen. Op goed voorspelde vergezichten heb ik nog nooit iemand kunnen betrappen. Jij wel? De vraag is: is dat erg? Achter grootse dingen zit vaak denkkracht gemixt met een flinke dosis samenloop van omstandigheden. En dat kan een gelukkige of een ongelukkige zijn. En goed of fout uitpakken.

    Die gedachte relativeert. Een miskleun kan ook raak zijn. Je hoeft niet slim te zijn om iets moois voor elkaar te krijgen. Je kan rustig een oen, kluns of sukkel zijn. Eenieder is in staat is iets groots te verrichten, hoe klein het verschil ook is dat hij daarmee kan maken. Al overschat de mens graag hoe groot dat verschil dan wel is. Zo dom is-ie weer wel.

    elsebeth

    18/01/2022
    mens, taal
    column
  • Ode aan de twijfel

    Ode aan de twijfel

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Bestaat er een waarheid die in woorden is te vangen? Eigenlijk niet en nooit volledig, is mijn stelligste overtuiging. De betekenis van een woord is omlijnd. Op dat moment. De strekking zal door de tand des tijds oprekken of een andere kleur krijgen – van plaats veranderen. Eigenlijk zijn woorden vloeibaar.

    Woorden verblijven vaak in groepjes. De onderlinge samenhang schept een beeld waarin meer betekenis besloten ligt. Er ontstaat context, al is er altijd een schemergebied tussen hoe jij de context ziet en ik. Welke woorden voor jou meer zwaarte hebben. Elkaar verstaan blijft toch gissen.

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Een wetenschapper hoef je deze vraag in elk geval niet te stellen. Anders dan de naam doet vermoeden, zeker weten doet de wetenschapper niet. Hij wil het ongekende vinden in onontgonnen gebied. Niet weten brengt onderzoeker het verst. Wetenschap is onderzoek dat niet af is als het gedaan is.

    ‘Spreekt u niets dan de waarheid, de volledige waarheid?’

    Taal begrenst de waarheidsvinding, een deel blijft ongezien. Hoe gevarieerder de club die zoekt, hoe rijker de taal die het kijken stuurt. Het argument voor diversiteit in welk landschap dan ook.

    Antwoord

    Welk woord ontsluit het antwoord? En dan? Hoe aanschouw je het antwoord dat je vindt?

    Waar antwoorden niet verder reiken dan je denkraam, is het de verbeeldingskracht die ruimte schept. Het argument voor creativiteit en een vrije kavel waarop je mag experimenteren.

    Ik weet dat als ik het denk te weten, er een ongekend deel blijft bestaan. Niet zeker weten is onlosmakelijk met ons verbonden. Gelukkig maar, denk ik dan. Zonder twijfel zijn er geen vragen. Zonder vragen geen ontwikkeling. Wat als twijfel geen ruimte meer krijgt: waar blijf je dan?

    elsebeth

    08/01/2022
    taal
    column
  • Drijven

    Drijven

    Laatst las ik ergens dat je mensen hebt die het leven feitelijk beleven en mensen die het leven beleven als een verhaal. Ik behoor tot die laatste groep. Los van het typische van dit uitspraken dat het of of is en nooit en en, en ertussen, bedacht ik me dat ik de onverbeterlijk neiging heb om overal een verhaal van te maken. Met een context, een ontwikkeling en dat je dan op dit punt bent beland. En waar dat dan begon. Alsof in alles wat je meemaakt een narratief schuilt. Een verhaal waarin je toeschouwer en deelnemer tegelijk bent. De protagonist en de antagonist. Of de bijfiguur die het verhaal verder op gang gaat helpen. Of het muurbloempje.

    En dat alles speelt zich slechts in je hoofd af. Waar komt die neiging toch vandaan, vraag ik me af. Heeft het te maken met de christelijke cultuur waarin ik ben opgegroeid of door al die verhalen die ik gelezen, gehoord of gezien heb? Of is het dat wat mij mens tussen de mensen maakt?

    In Sapiens belicht Yuval Noah Harari hoe mensen zich verbinden door de verhalen die ze vertellen. Aan zichzelf maar ook aan elkaar. Hierdoor kunnen mensen die ver van elkaar vandaan wonen toch een gemeenschap zijn. Met gezamenlijke vrienden, vijanden of goden. Dat veronderstelt dat mensen in de kern verhalenvertellers zijn. Terwijl het slechts een verhaal is dat we aan onszelf vertellen. En morgen kan dat best een ander verhaal zijn.

    Maar wat nu, als ik geen verhaal maak van alles wat ik beleef en denk? De context vergeet en mijn belevenissen zonder verleden of verwachting bekijk? En elke keer opnieuw begin? In meditatie streef je daarnaar (al mag je op die plek niet streven en dat probeer ik dan ook na te streven). Dit is een plek waar je de rol als toeschouwer inneemt. Registreert en niet initieert of reageert. Niet hoeft deel te nemen. Een bevrijdend moment, waar het houvast van een verhaal even niet nodig is. Adem in en uit, op de plaats rust.

    Wat doe je dan als je wel positie moet nemen? En jouw houvast uit het zicht is? Ver weg van een horizon die zich alsmaar verplaatst. In dat verhaal bevinden veel mensen zich nu. Ronddwalend. Mensen die in een nieuwe verhalen houvast willen vinden. En soms afdrijven.

    Laat mij maar dobberen in een bootje waar ik mee wieg op het ritme van de golven, wetend dat er na morgen weer een morgen komt.

    elsebeth

    28/01/2021
    maatschappij, taal
    column

contact

bel, app of schrijf

06 50 83 42 51

post [at] elsebethhoeven.nl

Pontanuslaan 68 Arnhem

socials

linkedin
instagram
substack
© 2026 | elsebeth hoeven – tekst & beeld